zaterdag

21 mei

20.15 - 22.00

Auf Flügeln des Gesanges

Ellen Valkenburg, sopraan
© Maurice Lammerts van Bueren
Rosanne van Sandwijk, mezzosopraan
© Annelies van der Vegt
Peter Gijsbertsen, tenor
© Maurice Lammerts van Bueren
Henk Neven, bariton
© Tessa Posthuma de Boer
Roderick Williams, bariton
© Groves Artists
Hans Eijsackers, piano
© Marco Borggreve
Iain Burnside, piano
© TallWall Media
Ruysdael Kwartet
© Eduardus Lee

Losse kaarten
Normaal € 39 / Vrienden ILFZ € 35 / < 30 jaar € 10

Dagkaart 
Normaal € 63 / Vrienden ILFZ € 57
De dagkaart voor 21-05-2021 geeft toegang tot de de Presentatierecital Masterclass, het recital Winnaars Young Artists Platform 2021 én het avondrecital.

Passe-Partout
Normaal € 350 / Vrienden ILFZ € 315
Bezoek met maar liefst 40% korting:
- 14 recitals,
- 16 masterclasses,
- 4 lezingen en meer.
Een passe-partout geeft toegang tot alle voor publiek toegankelijke evenementen van het festival.

Vrienden ILFZ
Bent u geen Vriend van het festival maar wilt u wél gebruik maken van het gereduceerde Vriendentarief? Kies dan bij kaarten bestellen de optie ‘Vriendentarief’ en voeg in de winkelmand ‘Vriend worden’ toe.

Vanavond is de hoofdrol weggelegd voor de componisten en dichter die centraal staan tijdens dit festival: Mendelssohn, Schubert, Brahms en Heine. Alle thema’s uit het gedicht Auf Flügeln des Gesanges en het lied zelf komen voorbij. Er wordt gedroomd van verre oorden, er worden grenzen geslecht. En uiteraard wordt de kracht van de natuur en de liefde bezongen.

Veel bekende liederen hoort u anders uitgevoerd dan u gewend bent en worden in een nieuwe jas gestoken. Terwijl Schubert en Mendelssohn ook hoogvliegers waren op het gebied van kamermuziek, schreven ze hun liederen met pianobegeleiding. Aribert Reimann en Robert Holl bewerkten liederen van respectievelijk Mendelssohn en Schubert, voor zang en strijkkwartet. Als het Ruysdael Kwartet liederen begeleidt, vergeet je dat de originelen voor piano geschreven zijn. 

Samen met dit kwartet voert Henk Neven Holls arrangementen van Schubert uit en Ellen Valkenburg Reimanns bewerking van Mendelssohn. Reimann gaat in zijn bewerking verder dan Holl. Waar de laatste het doet met de noten die Schubert ons naliet, bewerkt de eerste Mendelssohns liederen niet alleen, maar voegt er ook zes intermezzo’s voor strijkkwartet tussen. Daardoor ontstaat iets geheel nieuws. Mendelssohn met een twist! Dit ensemblerecital is een buitenkans om deze werken te horen.

En Brahms? Die blijft geheel zichzelf. De avond wordt walsend afgesloten wanneer vier prachtige zangers en twee toppianisten Brahms’ Liebeslieder Walzer vleugels geven. Dan nog stil blijven zitten gaat lastig worden!

Franz Schubert (1797 - 1828) / Robert Holl (*1947)
Himmelsfunken
1. An die Musik D.547 (von Schober)
2. Wanderers Nachtlied D.224 (Goethe)
3. Der Jüngling auf dem Hügel D.702 (Hüttenbrenner)
4. Die Sterne D.939 (von Leitner)
5. Wanderers Nachtlied D.768 (Goethe)

Felix Mendelssohn Bartholdy (1809 - 1847) / Aribert Reimann (*1936)
Oder soll es Tod bedeuten? (Heine)
1. Leise zieht durch mein Gemüt
2. Intermezzo I
3. Der Herbstwind rüttelt die Bäume
4. Intermezzo II
5. Über die Berge scheint schon die Sonne
6. Intermezzo III
7. Auf Flügeln des Gesanges
8. Intermezzo IV
9. Was will die einsame Träne (strofe 1 & 2)
10. In dem Mondenschein im Walde
11. Was will die einsame Träne (strofe 3)
12. Intermezzo V
13. Allnächtlich im Traume
14. Mein Liebchen, wir sassen beisammen
15. Intermezzo VI
16. Warum sind denn die Rosen so blass

Pauze

Johannes Brahms (1833 - 1897)
Liebeslieder-Walzer  Op. 52 (Daumer)
1. Rede, Mädchen, allzu liebes
2. Am Gesteine rauscht die Flut
3. O die Frauen, o die Frauen
4. Wie des Abends schöne Röte
5. Die grüne Hopfenranke
6. Ein kleiner, hübscher Vogel
7. Wohl schön bewandt war es
8. Wenn so lind dein Auge mir
9. Am Donaustrande
10. O wie sanft die Quelle
11. Nein, es ist nicht auszukommen
12. Schlosser auf, und mache Schlösser
13. Vögelein durchrauscht die Luft
14. Sieh, wie ist die Welle klar
15. Nachtigall, sie singt so schön
16. Ein dunkeler Schacht ist Liebe
17. Nicht wandle, mein Licht
18. Es bebet das Gesträuche

Auf Flügeln des Gesanges, Herzliebchen, trag ich dich fort,
… Dort wollen wir niedersinken
… Und Liebe und Ruhe trinken, Und träumen seligen Traum.

In een hoogromantisch idioom droomt Heine hoe hij en zijn geliefde - zijn ‘Herzliebchen’ - op de klanken van muziek wegvliegen naar droomoorden waar zij in vreedzame en eindeloze rust van de liefde kunnen genieten.

Na de verontrustende en deformerende gebeurtenissen tijdens de Verlichting - denk aan de terreur die na de Franse Revolutie in Frankrijk de kop opstak - was hang naar rationaliteit verdacht geworden. Leven op emotie en intuïtie mocht aan het begin van de 19e eeuw weer en misschien nog wel belangrijker: het geloof in metafysische ervaringen, ervaringen die niet wetenschappelijk verklaard kunnen worden, werd niet langer afgedaan als bijgeloof. Tegelijkertijd ontstond het verlangen terug te keren naar het leven in de natuur: een onschuldig en zuiver leven. En in de ogen van veel kunstenaars was er geen betere manier om het onvatbare te vertolken dan met muziek. In Auf Flügeln des Gesanges wist Heine zijn geliefde te bereiken, zijn onbereikbare liefde weliswaar, maar het ging dan ook niet zozeer om het vervullen van de liefde als wel om de 'Sehnsucht' naar die liefde.

Muziek stond menig kunstenaar het meest na aan het hart. En zo verwoordde Schuberts vriend Franz von Schober het ook in An die Musik: 'Du holde Kunst, in wieviel grauen Stunden … hast du mein Herz zu warmer Lieb entzunden'. Deze ode aan de muziek - door Schubert perfect op muziek gezet in een allesomvattende, vredelievende cadans waarboven een eenvoudige maar lyrische melodie klinkt - vormt de proloog voor een avond vol ‘Sehnsucht’, die soms een diep-melancholische lading krijgt en soms op luchtiger leest lijkt te zijn geschoeid.

An die Musik is ook de proloog van een serie van vijf liederen van Franz Schubert die Robert Holl voor strijkkwartet arrangeerde. De klanken uit 88 toetsen van een vleugel vertaalde Robert Holl nauwgezet naar de typische timbres van vier strijkers, wat de lyriek van de liederen alleen maar kan vergroten. De vier overige liederen van Himmelsfunken laten zich beluisteren als de metafysische reis van een kunstenaar vol 'Sehnsucht'. Het eerste gedicht uit Wandrers Nachtlied van Goethe klinkt als een gebed, een smeekbede voor innerlijke rust. Der Jüngling auf dem Hügel is een ballade over een jongeling die in een pastorale omgeving gelukkig lijkt te zijn, maar dat toch niet is. Halverwege blijkt waarom: zijn geliefde wordt beneden in het dal weggedragen. Hoor hoe Schubert hier de begrafenisklokken zachtjes, als van een afstand, laat beieren. Maar als de jongeling dan naar de sterren kijkt, gloort er zachtjes hoop. Die Sterne vormt de ultieme vertolking van die hoop, subtiel laat Schubert de sterren aan hemel zachtjes blinken. Robert Holl sluit Himmelsfunken af met het tweede gedicht uit Wandrers Nachtlied. Goethe schreef dit gedicht jaren na het eerste deel, ook Schubert kwam er pas later aan toe het op muziek te zetten. Het is gissen naar de precieze betekenis van het gedicht, is het een puur natuurgedicht, gaat het over de plaats van de mens in de kosmos, of is het een avondlied en daarmee wellicht ook een afscheidslied van het leven? Maar waarom zou je het ook precies willen weten? Laat u meevoeren naar het onbekende op de contemplatieve klanken die Schubert eronder zette. 'Über allen Gipfeln ist Ruh … Warte nur, balde ruhest du auch.'

'Een mini-drama of een kaleidscoop van gedachtes en gevoelens die ieder aangaat', dat is voor Aribert Reimann in een notendop de essentie van het lied. Zijn leven lang maakt het lied onderdeel uit van zijn dagelijks bestaan. Als tiener al begeleidde hij zijn eerste zangers, later volgden samenwerkingen met gevestigde namen als Dietrich Dieter Fischkau.

Dat de muziek sinds de romantische 19e eeuw nieuwe wegen insloeg, is onvermijdelijk en dat vindt Reimann op zich geen probleem. Maar dat die wegen soms leidden tot structuren waarin voor het gevoelsleven geen plaats meer is, is voor Reimann een brug te ver. Ook met nieuwe stijlprincipes blijft voor Reimann het lied de bron voor menselijke emoties en een van de krachtigste muzikale genres voor het vertolken van wat een mens denkt en voelt. Niet verwonderlijk dus dat Reimann ook als componist altijd met het lied bezig is geweest. Hij had al Nachtstück van Eichendorff op muziek gezet en liederen van Schubert voor strijkkwartet bewerkt. Speciaal voor sopraan Juliane Banse en het Cherubini Quartett bracht Reimann negen liederen - preciezer gezegd acht liederen en een fragment - van Felix Mendelssohn Bartholdy op teksten van Heine bij elkaar. De liederen zocht Reimann uit op hun onderlinge verband; ze gaan allemaal over 'die alte Geschichte von Liebe und Leid'. Oder soll es Tod bedeuten? is een cyclus over de liefde, over vervreemding en verlies, over dromen en afscheid. Zo begint de idylle met Leise zieht durch mein Gemut, waarvan de vrolijkheid al direct door Herbstlied wordt weggeblazen.

Deze liederen verbindt Reimann met intermezzi voor strijkkwartet waarin soms verwijzingen naar het volgende lied te horen zijn en waarin ook fragmentarisch motieven uit het laatste lied te horen zijn. Het zijn intermezzi vol flageoletten en tremoli, wat een etherisch en fragiel klankbeeld op levert. Het laatste lied is eigenlijk niet meer dan een fragment. Warum sind denn die Rosen so blaß heeft Mendelssohn nooit afgemaakt. Midden in het woord 'Leichenduft’ in de zin 'warum steigt denn aus dem Balsamkraut hervor ein Leichenduft' brak hij zijn toonzetting af. Waarom? Mendelssohns zus Fanny heeft hetzelfde gedicht van Heine een paar jaar later getoonzet, waarbij zij het woord 'Leichenduft' door 'Blütenduft' verving. Op elegante wijze omzeilde zij hiermee de al te plastische verwijzingen naar de dood. Zover kwam Mendelssohn niet. 'H.d.m.' schreef hij naast de afgebroken frase, 'Hilf Du mir'. Het is alsof het hem opeens te veel werd. Mendelssohn hield van de natuurlyriek in Heines gedichten; met de bleke rozen, de zwijgzame viooltjes en de klaaglijk zingende leeuwerik kon hij goed uit de voeten, maar dat er een lijkenlucht optrok uit het balsemkruid leek te veel van het goede. Waarmee ook de vraag uit de titel van Reimanns cyclus beantwoord wordt: ja, es soll der Tod bedeuten. De dood die al van meet af aan in kale en fragiele samenklanken zijn opwachting maakt in de bewerking van Reimann.

Hoe anders laat Johannes Brahms zijn verliefde protagonisten 'auf Flügeln des Gesanges' naar andere oorden vervoeren in zijn Liebeslieder-Walzer. Brahms maakte voor deze cyclus een selectie uit de liefdesgedichten die dichter en filosoof Georg Friedrich Daumer in 1855 bij elkaar bracht. De achttien gedichten bezingen op een haast speelse manier alle facetten van de liefde: het verlangen, de weigering, de afwijzing, de droefenis, de obsessie zelfs, maar ook de vrolijkheid. De vier solostemmen - een kwartet - gaan dan weer eens gelijk op, dan weer zingen zij twee aan twee. Al in het derde lied geven de mannen toe dat zij zonder vrouwen allang het klooster in waren gegaan - O die Frauen, o die Frauen - waarna in het volgende lied de vrouwen verzuchten dat zij als een mooie zonsondergang zouden willen stralen en die ene zouden willen vinden, die ene die voor hen uitverkoren is. De boze wereld buiten de deur houden en gezamenlijk strijden tegen de vijand is ook een facet van het bezingen van de liefde. In Nein, es ist nicht auszukommen richt het viertal zich tegen de onverdraaglijke mensen en roept in het volgende lied - Schlosser auf, und mache Schlösser - de slotenmakers op zich af te sluiten voor de achterklap van mensen.

Zoals de titel van de cyclus al verraadt, staat alles in de driekwartsmaat van een wals genoteerd. Brahms schreef deze Liebeslieder-Walzer toen hij zich definitief in Wenen vestigde en daar de walsen van Johann en Josef Strauß leerde kennen. Brahms had grote bewondering voor het werk van Johann Strauß jr. Zo signeerde hij eens een foto van hemzelf en Johann Strauß jr. met zijn eigen openingsthema van de Vierde Symfonie en met het thema van An die schöne blaue Donau als contrapunt. Een andere keer signeerde hij met een deel uit diezelfde An die schöne blaue Donau, waaronder hij schreef: 'Leider nicht von Brahms'. In de Liebeslieder-Walzer refereert hij aan dit werk in het lied Am Donaustrande.

Hoewel er geen sprake is van een verhaallijn in deze cyclus Liebeslieder-Walzer, zoals bijvoorbeeld wel het geval is bij Die schöne Magelone, is de volgorde van de liederen niet willekeurig. Er is altijd sprake van een bepaalde opbouw, niet alleen in muzikale zin maar ook tekstueel. Zo zingen in Vöglein durchrauscht die Luft de sopraan en alt over vogels die een tak zoeken om op te rusten, een metafoor voor het hart dat een ander zoekt om lief te hebben. In de begeleiding klinkt een onrustig gefladder van de zoekende vogels. Daarna volgt Sieh, wie ist die Welle klar voor tenor en bas waarin de rustige golven uit het gedicht hoorbaar zijn in de muziek. In Nachtigall, sie singt so schön keert het kwartet weer terug naar de metafoor van de vogel, maar het onrustige gefladder is verdwenen in de pianobegeleiding: de liefde is gevonden!

Susan Dorrenboom

Ellen Valkenburg / sopraan
Ellen Valkenburg studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Maria Acda en Sasja Hunnego en haalde in 2004 haar master. Ze volgde masterclasses bij onder andere Elly Ameling en Robert Holl en had les van onder meer Margreet Honig en Meinard Kraak. In 2012 kreeg ze het Margit Widlund Stipendium toegekend, dat is bestemd voor jonge zangeressen met een bijzondere podiumpresentatie.
Samen met pianiste Andrea Vasi won zij verscheidene prijzen, waaronder de 'Prijs van de Vrienden van het IVC’. Al enkele jaren vormt zij een duo met pianist Maurice Lammerts van Bueren. Met hem en vier andere zangeressen maakt zij deel uit van het Coco Collectief. Met Lammerts van Bueren maakte zij ook de succesvolle cd Les Apaches met Spaans- en Franstalig repertoire die uitstekend ontvangen is.

Rosanne van Sandwijk / mezzosopraan
Rosanne van Sandwijk ronde haar studie cum laude af aan het Conservatorium van Rotterdam, waar zij les had van Roberta Alexander. Zij wordt gecoacht door onder anderen Anne Sofie von Otter en Margreet Honig. Van Sandwijk is laureaat van de Académie Européenne de Musique in Aix-en-Provence, waar zij meerdere liedrecitals gaf. Zij behaalde meerdere prijzen waaronder de oratoriumprijs tijdens het 48ste Internationaal Vocalisten Concours en de GrachtenfestivalPrijs.
Als operazanger en solist werkte zij samen met gerenommeerde musici en orkesten met repertoire dat reikt van barok tot minimal music. Verder was ze te horen in liedrecitals, waarbij ze optrad met onder andere Malcolm Martineau, Julius Drake en Kristian Bezuidenhout.

Peter Gijsbertsen / tenor
Peter Gijsbertsen studeerde cum laude af aan het conservatorium van Utrecht. Na zijn afstuderen ontving hij de John Christie Award in Glyndebourne. Hij is drievoudig winnaar van het Internationaal Vocalisten Concours in ’s-Hertogenbosch, waar hij onder andere de hoofdprijs in de categorie Lied won. In 2018 ontving hij de Nederlandse Muziekprijs. De jury was onder de indruk van zijn klankrijkdom.
Hij was de afgelopen jaren te horen in diverse operarollen, oratoria en heeft een zeer uitgebreid liedrepertoire. Hij nam meerdere cd’s op waarvoor hij lovende recensies ontving. Het overbrengen van de emotie in de muziek is voor hem het belangrijkst.

Roderick Williams / bariton
Roderick Williams is een van de meest geliefde baritons van dit moment. Hij vertolkt een breed repertoire - van barok tot hedendaagse muziek - en treedt op als operazanger en solist in concertzalen en op festivals wereldwijd. Behalve uitvoerend musicus, is hij ook componist. Zijn werken gingen in première in concerten op tijdens liveoptredens op de Britse radio.
Momenteel is Williams singer-in-residence voor Music in the Round in Sheffield, waar hij concerten verzorgt en leidinggeeft aan dynamische en innovatieve leer- en participatieprojecten die amateurzangers van alle leeftijden kennis laten maken met het uitvoeren van klassiek liedrepertoire.

Henk Neven / bariton
Henk Neven is een van de meest bevlogen liedvertolkers van zijn generatie. Hij ontving in 2009 een Borletti-Buitoni Fellowship en nam deel aan het prestigieuze BBC Radio 3 New Generation Artists Scheme. In 2011 ontving hij de Nederlandse Muziekprijs, de hoogste onderscheiding die door het ministerie van OCW aan een musicus werkzaam in de klassieke muziek wordt uitgereikt.
Neven werkt met diverse orkesten en ensembles, en is actief op zowel nationale als internationale operapodia in diverse rollen. Hij staat onder contract bij het platenlabel Onyx. Zijn opnames met deze maatschappij krijgen lovende kritieken. In 2022 geeft artistiek leider Robert Holl het stokje door en neemt hij samen met Hans Eijsackers de artistieke leiding van het festival over.

Hans Eijsackers / piano
Hans Eijsackers studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam en de European Mozart Academy in Kraków. Zijn docenten waren Gérard van Blerk, Jan Wijn en György Sebök. Hij won prijzen bij het Europees Pianoconcours en ontving de Zilveren Vriendenkrans van het Concertgebouw. Momenteel is hij professor Liedgestaltung aan de Robert Schumann Hochschule in Düsseldorf.
Eijsackers treedt veelvuldig op als solist, kamermusicus en liedbegeleider en vormt een bevlogen liedduo met Henk Neven. Daarnaast is hij als jurylid en masterclassdocent regelmatig te gast in binnen- en buitenland en is artistiek leider van het van het Internationaal Studenten LiedDuo Concours in Groningen. In 2022 neemt hij samen met Henk Neven de artistieke leiding van het festival over van Robert Holl.

Iain Burnside / piano
Iain Burnside wordt wel de ideale liedpianist genoemd en werkte samen met ’s werelds grootste zangers, waaronder Roderick Williams. Hij nam ruim vijftig cd’s op waarop hij een breed liedrepertoire vertolkt en dat bekende en minder bekende werken bevat. Over zijn verkenningen van Schots, Engels en Iers repertoire schreef de pers dat ‘de resultaten opwindend’ waren. Burnside initieerde een nieuwe vorm van dramatische recitals en is naast zijn concertpraktijk artistiek leider van het Ludlow English Song Weekend en artistiek adviseur van de Grange Park Opera. Hij geeft masterclasses in binnen- en buitenland, is docent aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen en programmeert voor Wigmore Hall.

Joris Van Rijn / viool - Ruysdael Kwartet
Joris van Rijn studeerde achtereenvolgens aan het Zwolsch Conservatorium, het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar hij met onderscheiding afstudeerde, en aan de Juilliard School in New York. In 1999 won hij de tweede prijs op het Oscar Back Nationaal Vioolconcours én de AEX prijs voor zijn interpretatie van het verplichte werk. Sindsdien trad hij op als solist met verscheidene grote orkesten.
Met het Ruysdael Kwartet en het Ensemble Cameleon won hij de prestigieuze Kersjesprijs. Daarnaast is hij artistiek organisator van het klassieke muziekfestival Linari Classic in Italie en sinds 2002 concertmeester van het Radio Filharmonisch Orkest.

Emi Ohi Resnick / viool - Ruysdael Kwartet
Emi Ohi Resnick debuteerde al op 15-jarige leeftijd en trad sindsdien wereldwijd op. Ze studeerde aan het Curtis Institute of Music, aan de Juilliard School en aan de Praagse Mozart Academie. Daarnaast werkte zij nauw samen met Györgi Kurtàg. Ze wordt geroemd om haar ‘interpretatie van wereldklasse’ en haar buitengewone spel.
Resnick tradt op in de Young Artists Showcase, een radioserie op een New Yorkse zender, en maakte radio- en tv-opnames binnen en buiten de VS. Er zijn vele nieuwe werken voor haar geschreven en behalve met het Ruysdael Kwartet speelt ze regelmatig met andere kamermuziekgezelschappen en kwartetten.

Gijs Kramers / altviool - Ruysdael Kwartet
Gijs Kramers studeerde aan de conservatoria van Groningen en Den Haag en de Musikhochschule in Hannover. Ook volgde hij masterclasses bij onder meer György Kurtàg. Als solist trad hij op in de belangrijkste concertzalen. Naast zijn solistische werk, is hij altviolist bij The Philharmonia Orchestra Londen en het Ruysdael Kwartet en is hij actief op het gebied van Muziektheater.
Behalve altviolist is hij arrangeur, componist, dirigent en artistiek leider van het Ricciotti Ensemble, waarmee hij verschillende van zijn eigen composities uitvoerde. Zijn werken werden ook ten gehore gebracht door onder meer het Nationaal Jeugdorkest, het Nederlands Studenten Orkest en het Tate Ensemble.

Michael Müller / cello - Ruysdaelkwartet
Michael Müller studeerde cello aan de Musikhochschule in München en de Universität der Künste in Berlijn. Na zijn opleiding volgde hij masterclasses bij Boris Pergamensjikov, David Geringas en Heinrich Schiff. Kamermuziek studeerde hij bij het Lasalle Kwartet en het Amadeus Kwartet en bij Sandor Vegh.
Müller was achtereenvolgens solocellist bij de Kammerphilharmonie Bremen, het Radio Kamerorkest, de Radio Kamer Filharmonie. Sinds 2013 is hij als solocellist werkzaam bij het Radio Filharmonisch Orkest. Daarnaast treedt hij door heel Europa op als kamermusicus. Voordat hij zich in 2019 bij het Ruysdael Kwartet voegde, was hij cellist bij het Parkanyi Kwartet (voorheen Orlando kwartet) en lid van Ensemble LUDWIG.

locatie
Grote kerkzaal / Zusterplein 12 / 3703 CB Zeist

Ellen Valkenburg heeft een fraaie, ranke stem, die ze met grote muzikaliteit en zuiverheid inzet.

~ Erik Voermans (Het Parool)

Zelden hoor je een bariton die zo subtiel zingt in schakeringen van dynamiek en toon als de Nederlandse bariton Henk Neven.

~ Edward Greenfield (Gramophone Magazine)

Het Ruysdael Kwartet maakte met een fenomenale uitvoering duidelijk tot de absolute wereldtop te behoren.

~ Winand van de Kamp (Haarlems Dagblad)

Delen met anderen