Geplaatst op

Heimkehr​

zondag

9 oktober

15.00 - 17.00

Heimkehr​

Harriet Burns, sopraan
© Benjamin Ealovega
Ian Tindale, piano
© Marc Lairisa

Normaal € 35 / Vrienden ILFZ € 20 / < 30 jaar € 20

KAARTVERKOOP VANAF 1 JULI A.S. 

Liederen van Schubert, Brahms en anderen en zettingen van de dichters Eichendorff en Heine rond het thema ‘thuiskomen’.

Sopraan Harriet Burns en pianist Ian Tindale verzorgden een ‘Rising Stars’-recital in het Internationaal Lied Festival Zeist 2018 en roerden het publiek tot tranen. Veel bezoekers waardeerden hun optreden met een 10! Wij zijn blij en trots dat zij eindelijk terugkeren naar Zeist met een in vele opzichten toepasselijk en actueel programma.

Dit recital wordt georganiseerd door het Internationaal Lied Festival Zeist en de Schubert Stichting.

programma volgt

Harriet Burns / sopraan
Harriet Burns studeerde in 2018 af aan de Guildhall School of Music and Drama waar ze les had van Susan McCulloch en Yvonne Kenny. Momenteel vervolgt zij haar studie in de operaklas aan dezelfde opleiding en is regelmatig te horen in diverse operaproducties. Harriet is ook een gepassioneerd liedzangeres en trad op tijdens verscheidene internationale festivals. Met Ian Tindale vormt zij een vast duo dat hoge ogen scoort. Samen wonnen zij het Young Artist Program Oxford Lieder Festival 2018 en zeer recent de Prijs voor de beste vertolking van het verplichte werk én de Vrienden van het Liedprijs tijdens het Internationaal Vocalisten Concours van 2019.

Ian Tindale / pianist
Ian Tindale studeerde in 2013 cum laude af aan het Royal College of Music in Londen waar hij les had van onder meer Roger Vignoles en Simon Lepper. Sindsdien is hij een veelgevraagd kamermusicus en liedbegeleider met optredens in heel Europa. Hij is als pianist verbonden aan de Samling Academy en is een Britten Pears Young Artist.
Ian won meerdere prijzen voor onder meer liedbegeleiding. Met duopartner Harriet Burns won het Young Artist Program Oxford Lieder Festival 2018 en zeer recent de Prijs voor de beste vertolking van het verplichte werk én de Vrienden van het Liedprijs tijdens het Internationaal Vocalisten Concours van 2019.

Slot Zeist / Zinzendorflaan 1 / 3703 CE Zeist / Slotzaal

En ondertussen werd het publiek door Robert Holls allesomvattende stemgeluid, stemgebruik en intensiteit meegezogen.

~ Mylou Mazali (Place de l’Opera)

Zelden hoor je een bariton die zo subtiel zingt in schakeringen van dynamiek en toon als de Nederlandse bariton Henk Neven.

~ Edward Greenfield (Gramophone Magazine)

Delen met anderen

Geplaatst op

De Dierentuin van Zeist, de bizon en het manenschaap

zingen

De Dierentuin van Zeist, de bizon en het manenschaap

Annemiek van der Ven, dirigent
José Scholte, zangdocent
Bram van Oers, theatermaker
Matthijs Overmars, piano

Deelnemen
€ 110 per school, ongeacht het aantal groepen dat meedoet. De kosten inclusief vijf extra zanglessen op school door zangdocent José Scholte zijn € 220 per school. Ouders en andere belangstellenden bezoeken de open repetities en de afsluitende voorstelling gratis.

 

Aanmelden is mogelijk tot 15 maart. Vermeld bij uw aanmelding met welke groep(en) en met hoeveel leerlingen u wilt meedoen.

 

Meer informatie en aanmelding
Lucie Spreij: educatie@ilfz.nl / 06 394 01 757

Alle kinderen zingen: op de fiets naar school of op het plein tijdens de pauze. Zingen is jezelf uitdrukken met taal en muziek. Helaas kun je op school niet altijd onbekommerd zingen, zeker de afgelopen twee jaar niet. Daarom nodigen we u juist nu uit om met leerlingen uit de groepen 5 t/m 8 deel te nemen aan het basisschoolproject De dierentuin van Zeist en samen met ons het plezier in zingen en het zangtalent van uw leerlingen te stimuleren en te ontwikkelen.

De dierentuin van Zeist
Een dierentuin met bizons en manenschapen, is die in Zeist te vinden? Je zou het niet geloven, maar aan het begin van de twintigste eeuw leefden er in Europa bizons in het wild. Maar ze werden ernstig bedreigd, omdat er veel op gejaagd werd. Op zijn buitenplaats Gooilust in ’s-Graveland bezat meneer Blauuw al een bijzondere privédierentuin. In 1926 besloot hij de gemeente Zeist een bizonpaartje te schenken: Jupiter en Juno, die in Zeist al snel voor nakomelingen zorgden. De dieren konden er rustig in het Bisonpark – het huidige Bisonveld – leven en hadden er de Bisonstal tot hun beschikking. Niet ver van het Bisonpark was ook toen al ’t Jagershuys gevestigd, dat destijds geëxploiteerd werd door de heren A. en W. Kolfschoten. Zij richtten zes jaar later vlak achter hun uitspanning een dierentuin op: het Zeister Dierenpark. De dierentuin trok duizenden bezoekers, die kwamen kijken naar de kakatoes, bontkleurige amazone papagaaien, shetland pony’s, neus- en wasberen, dwerggeiten, kangoeroes, dam- en edelherten, struisvogels, apen, steenbokken, manenschapen, een tamme ooievaar en de vijver met flamingo’s. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het dierenpark steeds kleiner en in 1945 sloot de dierentuin definitief zijn poorten.

Projectlied: De dierentuin van Zeist
Speciaal voor dit project schreef Mary Heylema – stadsdichter van Zeist – een gedicht, dat door muziekdocent en koordirigent Matthijs Overmars op muziek werd gezet. Dit projectlied vormt met twaalf andere dierentuinliederen de basis voor het project. Theatermaker Bram van Oers schreef er een verbindend verhaal bij over Mees, een jongen uit Zeist die bij de padvinderij zit. Wanneer hij bij de scouting is, droomt hij weg op het Bisonveld. Als hij wakker schiet, is hij ervan overtuigd dat er op deze plek vroeger wilde bizons leefden. Zijn vrienden lachen hem uit en denken dat hij te vaak indiaantje heeft gespeeld. Kan hij de anderen overtuigen van zijn gelijk?

Beluister hieronder het projectlied:

Van begin april tot eind juni 2022 studeren zangdocenten van het liedfestival en de eigen leerkrachten met hun eigen klas het projectlied en de andere liederen in.

De feestelijke voorstelling is op dinsdagochtend 21 juni in de grote kerkzaal van de Evangelische Broedergemeente. De muzikale leiding is dan in handen van koordirigent Annemiek van der Ven, met verteller Bram van Oers en achter de vleugel Matthijs Overmars. Het publiek bestaat uit (groot)ouders en belangstellenden, de toegang is gratis na aanmelden.

De groepsleerkracht en/of muziekleraar van de school studeert met de leerlingen het projectlied De bizon en het manenschaap in én drie andere dierentuinliederen uit het project. Uw school ontvangt de volgende ondersteuning:

  • het projectoverzicht met de projectliederen (inclusief uitvoeringssuggesties) en het dierentuinverhaal
  • de bladmuziek en audiofragmenten om klassikaal te kunnen oefenen
  • een powerpointpresentatie met alle liedteksten voor het zingen op school en in de grote kerkzaal van de Evangelische Broedergemeente
  • begeleiding door zangdocent José Scholte bij de eerste repetitie op de eigen school om het projectlied in te studeren
  • een repetitie op de eigen school in de week van 13 t/m 20 juni waarbij aan de afwerking van de liederen wordt gewerkt. Deze repetitie wordt verzorgd door koordirigent Annemiek van der Ven met aan de piano Matthijs Overmars.

Extra ondersteuning
Wilt u uw groepsleerkracht of muziekdocent ontzien? Het is ook mogelijk om alle liederen in te studeren onder enthousiaste begeleiding van zangdocent José Scholte. Zij verzorgt dan na de eerste zangles nog vijf zanglessen op uw school. In de periode tussen de zanglessen oefent uw leerkracht klassikaal verder, zodat de leerlingen de liederen goed kunnen zingen tijdens de voorstelling. Uiteraard ontvangt u daarnaast ook de hierboven omschreven materialen en ondersteuning.

maart
Schoolbezoek door projectleider Lucie Spreij: projectinformatie en afstemmen liedkeuze

vanaf april
Start aanleren op de eigen school: 1 of 6 zanglessen door zangdocent José Scholte op de eigen school

juni
repetitie op de eigen school o.l.v. Annemiek van der Ven
datum in overleg

doorloop
datum
: dinsdag 21 juni / 9.00 - 10.15 uur
locatie: Grote kerkzaal / Zusterplein 12 / 3703 CB Zeist

Voorstelling (met publiek)
datum: dinsdag 21 juni / 11.00 - 12.00 uur
Locatie: Grote kerkzaal / Zusterplein 12 / 3703 CB Zeist

Annemiek van der Ven / koordirigent
Annemiek van de Ven rondde haar studie Docent Muziek, met als bijvak klassieke zang, af aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en behaalde cum laude het diploma koordirectie aan het Conservatorium van Amsterdam. Als eerste alt maakte ze een aantal jaren deel uit van het female a capella ensemble ‘Wishful Singing’.
Al tijdens haar studie leidde Annemiek diverse koren in verschillende genres. Momenteel is ze de vaste dirigent van het vocaal ensemble The Gents, waar zij eerder al gastdirigent was. Daarnaast gaf ze twee jaar les aan de conservatoria van Amsterdam en Den Haag, afdeling Docent Muziek, als docent ensembleleiding.

José Scholte / zangdocent
Na behalen van het diploma uitvoerend musicus aan het Conservatorium van Groningen vervolgt José Scholte haar studie aan de Hochschule für Musik in Detmold. Onder leiding van professor Vogel specialiseerde zij zich daar in opera. Masterclasses volgde ze onder meer bij Udo Reinemann, Hartmut Haenchen. Zanglessen kreeg zij verder van Aafje Heijnis en Jard van Nes.
Op dit moment begeleidt zij meerdere zangensembles en probeert zij haar missie ‘meer muziek in de klas’ op het basis- en voortgezet onderwijs te verwezenlijken.

Matthijs Overmars / piano
Matthijs Overmars studeerde schoolmuziek en koordirectie aan het Conservatorium van Utrecht. Tijdens zijn studie richtte hij met vier medestudenten de a capellagroep ‘Intermezzo’ op, die uitgroeide tot een professioneel en internationaal gewaardeerd vocaal ensemble met een eigen concept en signatuur.
De afgelopen jaren was Matthijs werkzaam als koordirigent, docent muziek, koorzang, handvaardigheid en fluitenbouw aan de Zeister Vrije School. Eerder was hij ook verbonden aan Academie ‘De Wervel’, Hogeschool Helicon, het Zeister Kamerkoor en als docent aan de meerjarige dirigentenopleiding van het Utrechts Centrum voor de Kunsten. In 2010 startte hij het projectkinderkoor ‘Spring’.

Bram van Oers / theatermaker
Bram van Oers studeerde af aan de Artez Hogeschool voor de Kunsten te Zwolle, faculteit Drama. Sindsdien werkte hij als acteur en presentator mee aan vele theater, televisie- en filmproducties. In al zijn werkzaamheden is muziek een verbindende factor.
Bij Nochem & van Luyn maakt en speelt Bram van Oers theatervoorstellingen. Daarnaast is hij acteur, regisseur, schrijver en docent bij verschillende projecten door het hele land, zoals bij Voorstelling in de Klas en Theatergroep 4Hoogachter. Hij is actief als trainer en trainingsacteur bij Jobtraining in Amsterdam en als verteller en/of presentator betrokken bij diverse grote orkesten.

Delen met anderen

Geplaatst op

De Dierentuin van Zeist, de bizon en het manenschaap

zingen

dinsdag

21 juni

11.00 - 12.00

De Dierentuin van Zeist, de bizon en het manenschaap

Annemiek van der Ven, dirigent
Matthijs Overmars, piano
Bram van Oers, theatermaker

Toegang gratis na reserveren. Reserveren doet u door een gratis toegangskaart aan te schaffen.

Alle kinderen zingen: op de fiets naar school of op het plein tijdens de pauze. Zingen is jezelf uitdrukken met taal en muziek. Helaas kon er de afgelopen twee jaar op school weinig gezongen worden. Daarom nodigt het festival juist nu leerlingen uit de groepen 5 t/m 8 uit om deel te nemen aan het basisschoolproject De dierentuin van Zeist en samen met ons het plezier in zingen te stimuleren en te ontwikkelen. Tijdens het festival zijn de leerlingen nog volop aan het oefenen en dat klinkt al prachtig! Vanmorgen kunt u de presentatie bijwonen die deel uitmaakt van dit project.

De dierentuin van Zeist
Een dierentuin met bizons en manenschapen, is die in Zeist te vinden? Je zou het niet geloven, maar aan het begin van de twintigste eeuw leefden er in Europa bizons in het wild. Maar ze werden ernstig bedreigd, omdat er veel op gejaagd werd. Op zijn buitenplaats Gooilust in ’s-Graveland bezat meneer Blauuw al een bijzondere privédierentuin. In 1926 besloot hij de gemeente Zeist een bizonpaartje te schenken: Jupiter en Juno, die in Zeist al snel voor nakomelingen zorgden. De dieren konden er rustig in het Bisonpark – het huidige Bisonveld – leven en hadden er de Bisonstal tot hun beschikking. Niet ver van het Bisonpark was ook toen al ’t Jagershuys gevestigd, dat destijds geëxploiteerd werd door de heren A. en W. Kolfschoten. Zij richtten zes jaar later vlak achter hun uitspanning een dierentuin op: het Zeister Dierenpark. De dierentuin trok duizenden bezoekers, die kwamen kijken naar de kakatoes, bontkleurige amazone papagaaien, shetland pony’s, neus- en wasberen, dwerggeiten, kangoeroes, dam- en edelherten, struisvogels, apen, steenbokken, manenschapen, een tamme ooievaar en de vijver met flamingo’s. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het dierenpark steeds kleiner en in 1945 sloot de dierentuin definitief zijn poorten.

Projectlied: De dierentuin van Zeist
Speciaal voor dit project schreef Mary Heylema – stadsdichter van Zeist – een gedicht, dat door muziekdocent en koordirigent Matthijs Overmars op muziek werd gezet. Dit projectlied vormt met twaalf andere dierentuinliederen de basis voor het project. Theatermaker Bram van Oers schreef er een verbindend verhaal bij over Mees, een jongen uit Zeist die bij de padvinderij zit. Wanneer hij bij de scouting is, droomt hij weg op het Bisonveld. Als hij wakker schiet, is hij ervan overtuigd dat er op deze plek vroeger wilde bizons leefden. Zijn vrienden lachen hem uit en denken dat hij te vaak indiaantje heeft gespeeld. Kan hij de anderen overtuigen van zijn gelijk?

Wilt u met uw leerlingen meedoen met dit project? Klik hier voor meer informatie.

Annemiek van der Ven / koordirigent
Annemiek van de Ven rondde haar studie Docent Muziek, met als bijvak klassieke zang, af aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en behaalde cum laude het diploma koordirectie aan het Conservatorium van Amsterdam. Als eerste alt maakte ze een aantal jaren deel uit van het female a capella ensemble ‘Wishful Singing’.
Al tijdens haar studie leidde Annemiek diverse koren in verschillende genres. Momenteel is ze de vaste dirigent van het vocaal ensemble The Gents, waar zij eerder al gastdirigent was. Daarnaast gaf ze twee jaar les aan de conservatoria van Amsterdam en Den Haag, afdeling Docent Muziek, als docent ensembleleiding.

Matthijs Overmars / piano
Matthijs Overmars studeerde schoolmuziek en koordirectie aan het Conservatorium van Utrecht. Tijdens zijn studie richtte hij met vier medestudenten de a capellagroep ‘Intermezzo’ op, die uitgroeide tot een professioneel en internationaal gewaardeerd vocaal ensemble met een eigen concept en signatuur.
De afgelopen jaren was Matthijs werkzaam als koordirigent, docent muziek, koorzang, handvaardigheid en fluitenbouw aan de Zeister Vrije School. Eerder was hij ook verbonden aan Academie ‘De Wervel’, Hogeschool Helicon, het Zeister Kamerkoor en als docent aan de meerjarige dirigentenopleiding van het Utrechts Centrum voor de Kunsten. In 2010 startte hij het projectkinderkoor ‘Spring’.

Bram van Oers / theatermaker
Bram van Oers studeerde af aan de Artez Hogeschool voor de Kunsten te Zwolle, faculteit Drama. Sindsdien werkte hij als acteur en presentator mee aan vele theater, televisie- en filmproducties. In al zijn werkzaamheden is muziek een verbindende factor.
Bij Nochem & van Luyn maakt en speelt Bram van Oers theatervoorstellingen. Daarnaast is hij acteur, regisseur, schrijver en docent bij verschillende projecten door het hele land, zoals bij Voorstelling in de Klas en Theatergroep 4Hoogachter. Hij is actief als trainer en trainingsacteur bij Jobtraining in Amsterdam en als verteller en/of presentator betrokken bij diverse grote orkesten.

Voorstelling
dinsdag 21 juni / 11.00 - 12.00 uur

Locatie
Grote Zaal / Zusterplein 12 / 3703 CB Zeist

Delen met anderen

Geplaatst op

Nun, ihr Musen, genug!

zondag

22 mei

19.30 - 21.30

Nun, ihr Musen, genug​!

Caroline Jestaedt, sopraan
Barbara Hölzl, mezzosopraan
Jan Petryka, tenor
Vincent Kusters, bariton
Robert Holl, bas-bariton
© Benjamin Ealovega
David Lutz, piano
© Ernst Skorepa
Roger Braun, piano
© Dré de Man

Robert Holl, de allergrootste Liedzanger die Nederland rijk is, neemt met dit concert afscheid als artistiek leider van het Internationaal Lied Festival Zeist. Zijn toegewijde hartstocht voor tekst en muziek, integriteit en schat aan ervaring en kennis hebben het festival groot gemaakt. Vanavond omringt hij zich met dierbare muzikale vrienden met wie hij vele Schubertiades tot onvergetelijke gebeurtenissen omtoverde. 

Hij stelde een programma samen met louter meesterwerken. Naast Einsamkeit, een lied dat al een zangersleven lang met Holl meereist, klinken er te weinig gehoorde kwartetten van Franz Schubert. Als kers op de festivaltaart hoort u de Neue Liebeslieder Walzer van Johannes Brahms.  Alle vier de zangers hebben daarin een eigen rol in de solo’s. De bariton verklankt de uitgelaten minnaar, de alt de afgewezen minnares, de tenor vanzelfsprekend de verleider en de sopraan tenslotte is de ongelukkige in de liefde. In het slotlied Zum Schluss bedanken Brahms en Goethe de muzen voor hun eindeloze inspiratie en verlichting. Daar sluiten wij ons bij aan.

Dit concert wordt mede mogelijk gemaakt door Bulthaup Zeist

Franz Schubert (1797-1828)
Des Tages Weihe  D763 (Anoniem)
An die Sonne  D439 (Uz)
Licht und Liebe  D352 (Von Collin)
Einsamkeit  D620 (Mayrhofer)

Pauze

Johannes Brahms (1833-1897)
Neue Liebeslieder Walzer  Op. 65 (Daumer; nr. 15: Goethe)
1. Verzicht
2. Finstere Schatten der Nacht
3. An jeder Hand die Finger
4. Ihr schwarzen Augen
5. Wahre, wahre deinen Sohn
6. Rosen steckt mir an die Mutter
7. Vom Gebirge Well' auf Well'
8. Weiche Gräser im Revier
9. Nagen am Herzen fühl
10. Ich kose süss, mit der und der
11. Alles, alles in den Wind
12. Schwarzer Wald, dein Schatten
13. Nein, Geliebter, setze dich
14. Flammenauge, dunkles Haar
15. Zum Schluss: Nun, ihr Musen, genug!

De liederen van Franz Schubert en zijn meerstemmige werken voor zang waren, evenals zijn instrumentale kamermuziek, voor het gemeenschappelijke musiceren in de vriendenkring gedacht: ‘voor diegene voor wie het oor niet het doel van de klanken is, maar de drempel waarover zij binnendringen, om op het hart hun wonderbaarlijke werking teweeg te kunnen brengen’, zoals Schuberts vriend Josef von Spaun het uitdrukte. Deze vriendenkring, die voor Schubert een soort haven was waarin hij zich thuis voelde en die hem inspiratie gaf, bestond uit dichters, zoals Mayrhofer en Schober, schilders, zoals Kupelwieser en Schwind en musici. Beoefenaars dus van de drie romantische kunstvormen: muziek, schilderkunst en poëzie. Muziek als expressie van het geheimzinnige rijk aan gene zijde van de realiteit: de taal van het goddelijke en religieuze, de toegang tot het transcendente en innerlijke.

De poëzie, de literatuur, had vanaf het begin een grote invloed op Schuberts leven - hij zette een groot deel van de Duitse literatuur van zijn tijd in klanken om - vier vijfde van zijn composities bestond uit muziek met tekst. En die teksten hadden ook invloed op zijn instrumentale werken.

Des Tages Weihe werd door Schubert gecomponeerd voor een feest ter gelegenheid van de genezing van een ridder. Dit werk was, volgens Anna Fröhlich, een opdracht van Barbara Geymüller, wier dochters muziekles van Anna Fröhlich kregen. Zij was zanglerares aan het Conservatorium te Wenen. Haar leerlingen voerden diverse werken van Schubert voor het eerst uit. Zij had nog drie muzikale zusters, van wie er een - Katharina - de ‘eeuwige geliefde’ van de dichter Grillparzer werd.

An die Sonne, op een tekst van Johann Peter Uz, is een werk met religieuze inhoud: God manifesteert zich in de natuur als de scheppende oerkracht die de hemel en de zon, met haar leven schenkende stralen, heeft geschapen. God als de heerser over leven en dood, als de grote mensenvriend, maar ook als de grote verdelger. Dit Godsbeeld heeft Schubert zeer geboeid en geïnspireerd.

De grote cantate Einsamkeit is de geschiedenis van een romantische ,’sehnsüchtige’ levensreis, een ware pelgrimstocht. Het werk, dat door Schubert in 1818 ‘mein Bestes, was ich gemacht habe’ werd genoemd, bevat biografisch materiaal uit zowel Schuberts als Mayrhofers leven. Een jongeman groeit als novice op in een klooster. Wij zijn geneigd hier te denken aan Mayrhofer, die immers ook enige jaren in het klooster St. Florian doorbracht. Hij koestert slechts één verlangen: een leven in contemplatieve eenzaamheid. Mayrhofer dacht toen reeds aan zelfmoord! Het kloosterleven bevalt de jongeling echter niet en hij vlucht naar de stad, naar Wenen. Hij wil nu een actief leven leiden te midden van vrienden. Dat herinnert aan de gezelligheid en de activiteiten in de vriendenkring om Schubert. Maar de oppervlakkige vriendschappen voldoen ook niet aan de wensen van de jongeman. Hij wordt verliefd. Ook Schubert en Mayrhofer beleefden beiden ongelukkige liefdesgeschiedenissen. Mayrhofer werd door zijn ongelukkige liefde nog melancholieker dan hij van nature toch al was. Zijn biograaf, de dichter Feuchtersleben, vermeldt dit uitdrukkelijk! Kenmerkend voor Mayrhofer´s gevoelens ten opzichte van het vrouwelijk geslacht is wel het volgende merkwaardige gedicht:

Ja, wenn bloss im Belvedere
Sphinx die rätselhafte wäre!
Doch wohin der Mensch sich kehre,
lagern solche stumme Frauen,
Die mit Tatzen und mit Klauen
Höchst bedenklich um sich schauen.

Na de korte liefdesaffaire trekt de jongeling ten strijde. Dit doet denken aan de jonge, met Mayrhofer bevriende dichter Theodor Körner, die, naar men zegt, Schubert de raad gaf zich geheel aan de muziek te wijden. Körner stierf in 1813 in de slag bij Leipzig. ‘Siegerkronen’ en ‘Sturmesfahnen’ boeien de jeugdige held. Nadat hij echter de gruwelijke wreedheden op het slagveld heeft meegemaakt en de ontreddering en droefenis van de weduwen en wezen ziet, ontvlucht hij het wereldse tumult en wordt kluizenaar. Feuchtersleben schreef dat Mayrhofer als een kluizenaar heeft geleefd en dat hij het woest menselijk bedrijf poogde te relativeren door het als het ware vanuit een vogelperspectief te bekijken. Dit doet de kluizenaar in Einsamkeitook: als oude man zingt hij tenslotte zijn avondlied - geheel in de zin van Novalis’ Heinrich von Ofterdingen: ‘De dood scheen hem de hogere openbaring van het leven te zijn en hij beschouwde zijn eigen, snel heenvliedend leven met kinderlijke, blijde ontroering. Het verleden en de toekomst hadden elkaar in zijn binnenste geraakt en een innig verbond gesloten. Hij stond ver buiten de realiteit en de wereld werd hem pas dierbaar op het moment dat hij zich op aarde als een vreemdeling voelde, die haar wijde bontgeschakeerde zalen nog slechts korte tijd zou betreden. Het was avond geworden.’

Johannes Brahms vond de teksten van de Liebesliederwalzer in Daumers Polydora: ein weltpoetisch Liederbuch. Dit boek was een verzameling ‘stemmen der volkeren in een bonte reeks’ uit 1855. Brahms componeerde deze liederen in de zomer van 1868, na de voltooiing van Ein deutsches Requiem. ‘De ernstige, zwijgzame Brahms, de echte opvolger van Schumann:Noord-Duits, protestant, wereldvreemd zoals hij, Schumann, schreef walsen? De oplossing van dit raadsel is met een woord: Wenen!’, aldus Hanslick.

Door zijn compositie van al die stemmen van Russen, Polen, Turken, Hongaren enz. in een permanente driekwartsmaat, creëerde Brahms een soort germanistische ‘Ländler-soep’, die hem zeer beviel: ‘De tekst, die hele “Liebelei” is zo aardig! Het tempo is eigenlijk dat van een Ländler, maar wel met variaties: matig, levendig; matig, sentimenteel; matig, niet slepend. De Liebesliederwalzer moeten dus verschillend in tempo en uitdrukking voorgedragen worden en niet in één en hetzelfde tempo afgeraffeld, zoals men het vaak hoort! Dit geldt ook voor de Neue Liebeslieder, die zes jaar later werden uitgegeven.

Het slot Nu, ihr Musen, genug! is niet uit Polydora van de dichter Daumer, maar uit Goethes elegie Alexis und Dora. Een van de prachtigste werken van de Duitse wereldliteratuur, waarin de menselijke gevoelens van liefde, afscheid en hoop op weerzien op het hoogste niveau tot uitdrukking worden gebracht, zonder Daumers nietig speels gedoe en gekoketteer.

Robert Holl

Caroline Jestaedt / sopraan
Caroline Jestaedt studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel, waar ze afstudeerde in 2012. Ze zette haar studie voort aan de Hochschüle für Musik, Hanns Eisler College of Music in Berlijn, waar zij les in operazang kreeg van Janet Williams en Michail Lanskoi. Als student nam ze al deel aan operaproducties in Brussel.
Sinds 2014 specialiseert Jestaedt zich bij Claudia Visca en Robert Holl aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Wenen. Zij is regelmatig op het podium te beluisteren.

Barbara Hölzl / mezzosopraan
Barbara Hölzl studeerde aan het Richard-Strauss-Konservatorium en studeerde vervolgens met onderscheiding af aan de Universität für Musik und darstellende Kunst Wien. Vervolgens werd zij gecoacht door Josef Metternich en volgde verscheidene masterclasses. Naast optredens in diverse opera’s, was zij ook te horen in oratoria en liedrecitals. Haar repertoire is breed en reikt van renaissance tot hedendaags repertoire waardoor zij de kans had wereldwijd op te treden met gerenommeerde orkesten en dirigenten, waaronder Nikolaus Harnoncourt en Sigiswald Kuijken. Zij nam meerdere cd’s op die goed werden ontvangen.

Jan Petryka / tenor
Jan Petryka begon zijn muzikale opleiding op jonge leeftijd als cellist, maar richt zich inmiddels uitsluitend op zang. Hij studie solozang, lied en oratorium aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Wenen sloot hij met onderscheiding af.
Al tijdens zijn studie had hij een volle concertagenda en in de loop der tijd vestigde hij zich als veelzijdig concert- en oratoriumzanger met een repertoire dat reikt van veertiende-eeuwse polyfonie tot hedendaagse muziek. Naast zijn grote voorliefde voor de barok heeft hij ook een passie voor het liedrepertoire en hedendaagse muziek. Meerdere grensverleggende componisten van deze tijd droegen werken aan hem op.

Vincent Kusters / bariton
Vincent Kusters studeerde zang en piano aan het Conservatorium Maastricht en volgde aansluitend masterclasses bij verscheidene internationaal bekende zangers. In de afgelopen jaren won hij onder andere de Vocallis Liedprijs en was prijswinnaar van het Schumann Wettbewerb in Zwickau. Met zijn duo-partner, pianist Charlie Bo Meijering, won hij de Prijs van de Vrienden van het IVC, de eerste prijs tijdens Liedkunst im Schloss vor Husum, het Young Artist Platform van het Internationaal Lied Festival Zeist in 2021 en de eerste prijs tijdens het Internationaler Wettbewerb für Orgel und Gesang. Vincent is veelvuldig te horen in liedrecitals en oratoriumproducties, en tevens actief als organist, cantor en dirigent.

Robert Holl / bas-bariton
Na zijn middelbareschooltijd studeerde Robert Holl zang aan het Rotterdams conservatorium bij Jan Veth en David Hollestelle, om daarna uit te groeien tot een van de meest succesvolle zangers en zangpedagogen van onze tijd. Hij wordt geroemd om de expressiviteit van zijn interpretaties en de intimiteit die hij bij zijn toehoorders weet op te roepen. Zijn stem is er een die je herkent uit duizenden.
Robert Holl is wereldwijd een geliefd en veelgevraagd docent. Al sinds 1998 is hij professor voor lied en oratorium aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Wenen. In 2016 werd hij bij de oprichting artistiek leider van het Internationaal Lied Festival Zeist. Dit jaar doceert hij voor het vijfde jaar op rij aan de masterclass van het festival.

David Lutz / piano
David Lutz studeerde piano aan de Universtiy of Delaware en Boston University. Van 1978 tot aan 2001 werkte hij als gastdocent lied en oratorium aan het conservatorium van Wenen en was aansluitend docent liedbegeleiding aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in dezelfde stad. In 2015 ging hij met emeritaat. Als pianist werkte hij samen met zangers als Robert Holl, Thomas Hampson, Hermann Prey en vele anderen tijdens concerten en festivals wereldwijd. David Lutz gaf masterclasses aan liedduo’s over de heel wereld en heeft vele radio- tv- en cd-opnamen op zijn naam staan.

Roger Braun / piano
Roger Braun begon zijn studie aan het conservatorium van Maastricht en studeerde met onderscheiding af bij Jan Wijn aan het conservatorium van Amsterdam. Daarna specialiseerde hij zich in liedbegeleiding bij Rudolf Jansen, Willem Brons en Konrad Richter. Gedurende zijn loopbaan won hij diverse prijzen.
Behalve solist is Braun een veelgevraagd kamermusicus, liedbegeleider en vaste duopartner van Robert Holl en Maarten Koningsberger. Met de laatste maakte hij succesvolle opnames van Winterreise in zowel de originele versie als de Nederlandse hertaling. Roger geeft masterclasses liedinterpretatie aan liedduo’s in binnen- en buitenland en is docent aan de Musikhochschule Köln.

locatie
Grote kerkzaal / Zusterplein 12 / 3703 CB Zeist

En ondertussen werd het publiek door Robert Holls allesomvattende stemgeluid, stemgebruik en intensiteit meegezogen.

~ Mylou Mazali (Place de l’Opera)

Zelden hoor je een bariton die zo subtiel zingt in schakeringen van dynamiek en toon als de Nederlandse bariton Henk Neven.

~ Edward Greenfield (Gramophone Magazine)

Delen met anderen

Geplaatst op

Fort nach den Fluren des Ganges

Henk Neven Hans Eijsackers

zondag

22 mei

15.00 - 17.00

Fort nach den Fluren des Ganges

Henk Neven, bariton
© Tessa Posthuma de Boer
Hans Eijsackers, piano
© Marco Borggreve

Wie zich laat meevoeren op de vleugels van het lied, reist zo van West naar Oost. Tijdens dit recital luistert u naar een ontmoeting tussen het klassieke, Duitse, romantische lied en klassieke en moderne Arabische muziek uit Syrië en Iran. Henk Neven en Hans Eijsackers ontmoetten Jawa Manla en Khorshid Dadbeh – samen Duo Saba – tijdens een benefietoptreden voor Musicians Without Borders en bij het Koningsconcert van 2019. Daar raakten alle vier geïnspireerd om de muzikale raakvlakken tussen de westerse en oosterse culturen voor het voetlicht te brengen. Want waar Duo Saba cross-overs zoekt tussen Arabische en westerse muziek, zoeken Neven en Eijsackers de Oriënt in het liedrepertoire. Samen treden ze vanmiddag in de voetsporen van Goethe en Hafez om uit te vinden hoe de Oost-West verbinding ons kan verrijken en verrassen.

Hafez (1315 – 1390) was een Perzische godsgeleerde, dichter en mysticus, die lyrische poëzie schreef over uiteenlopende thema’s: wijn, dronkenschap, de kroeg, de verhouding tot god en de liefde. Hafez ageerde daarmee tegen beperkingen en dogma’s in de Islam, want uiteindelijk is alleen de liefde belangrijk.

Duitse, romantische dichters als Goethe en Daumer raakten onder de indruk van de dichtkunst van Hafez en werden nieuwsgierig naar de Oriënt, de Perzische cultuur en de gedichten en mystiek van Hafez. ‘Hafez heeft geen gelijke’, schreef Goethe zelfs. In 1819 verscheen zijn dichtbundel West-östlicher Divan met gedichten in de geest en stijl van Hafez. De bundel werd een symbool van uitwisseling tussen culturen. En tweehonderd jaar later inspireert Goethe ons nog steeds:

Also zwischen Ost und Westen
Sich bewegen, sei’s zum Besten!

Beweeg met hen mee!

Het volledige programma volgt z.s.m.

JOHANN WOLFGANG VON GOETHE: WEST-ÖSTLICHER DIVAN (Goethe)

Mohanni Nameh: Buch des Sängers
Robert Schumann (1810 - 1856)
Uit: Myrten  Op. 25 (Goethe)
2. Freisinn
3. Talismane

Hugo Wolf (1860 - 1903)
Phänomen  (uit: Goethe-Lieder; nr. 32)

Uschk Nameh: Buch der Liebe
Franz Schubert (1797 - 1828)
Geheimes  D719/2

Suleika Nameh: Buch Suleika
Othmar Schoeck (1886 - 1957)
Es klingt so Prächtig

Saki Nameh: Schenkenbuch
Robert Schumann (1810 - 1856)
Uit: Myrten  Op. 25 (Goethe)
5. Sitz ich allein
6. Setze mir nicht

Hugo Wolf (1860 - 1903)
so lang man nüchtern ist (uit: Goethe-Lieder, nr. 36)

GEORG FRIEDRICH DAUMER

Johannes Brahms (1833 - 1897)
Wenn du nur zuweilen lächelst  Op. 57/2
Nicht mehr zu dir zu gehen  Op. 32/2
Bitteres zu sagen  Op. 32/7
Nicht mehr zu dir zu gehen  Op. 32/2
So stehn wir,ich und meine Weide  Op. 32/8
Wie bist du, meine Königin  Op. 32/9
Botschaft  Op. 47/1

HAFEZ

Victor Ullman (1898 - 1944)
Liederbuch des Hafis  Op. 30 (vertaling: Betghe)
1. Vorausbestimming
2. Betrunken
3. Unwiderstehliche Schönheit
4. Lob des Weines

Vlak voor vertrek naar zijn goede vriend Willemer in Frankfurt, in de zomer van 1814, kreeg Goethe een vertaling in handen van gedichten van de middeleeuwse, Perzische dichter Hafez. Goethe was onmiddellijk geheel in de ban van Hafez, zo getuige zijn dichtregels: Und mag die ganze Welt versinken / Hafis, mit dir, mit dir allein / Will ich wetteifern / Lust und Pein / Sei uns, den Zwillungen, gemein 

Goethe was geraakt door de gedichten, niet alleen door de wijze waarop Hafez in fijnzinnige metaforen over de liefde en bij gebrek daaraan over de wijn dichtte, maar ook over meer filosofische kwesties als wereldreligies. Dat Hafez geen kloof tussen west en oost ervaart, is een idee dat Goethe van harte omarmt. 'Gottes ist der Orient! Gottes is der Okzident!', zo luiden de eerste regels van het lied Talismane dat Robert Schumann opnam in zijn liedcyclus Myrten. Schumann toonzet deze regels met een geweldig optimisme en zelfverzekerdheid. De verwarring van de ik-figuur in de laatste strofe krijgt vorm in de piano met loopjes die nergens naar toe lijken te gaan. Schumann benadrukt echter de leidende hand die honderd namen heeft - de godheid die voor ieder eender is maar we noemen hem allemaal anders - door de eerste strofe te herhalen.

Eén van de eerste gedichten die Goethe schreef na zijn 'ontmoeting' met Hafez, was Phänomen, een bedachtzaam gedicht over liefde en ouderdom. 'Sind gleich die Haare weiss, doch wirst du lieben', zo eindigt dit gedicht. Goethe was op dat moment 64 jaar. Hugo Wolf toonzette dit gedicht vol tederheid en laat de contemplatieve dichter de ruimte om de liefde te overdenken met haast onbeweeglijke tussenspelen die de strofen verbinden.

Goethes liefde voor het werk van Hafez kreeg in Frankfurt een geheel nieuwe lading toen hij de vrouw van Willemer leerde kennen: Marianne von Willemer. De precieze relatie tussen beiden zal voor altijd in de nevelen van de geschiedenis verborgen blijven, en doet eigenlijk ook niet ter zake, maar zij vonden elkaar op poëtisch vlak. Een jaar later ontmoetten zij elkaar voor het laatst, maar zij zouden tot aan de dood van Goethe gepassioneerd met elkaar blijven corresponderen.

In 1819 verscheen West-östlicher Divan, een omvangrijke dichtbundel van Goethe als een soort antwoord op de gedichten van Hafez. De gedichten - parabels, historisch of filosofisch-religieus getinte gedichten en gedichten over liefde en wijn - zijn verdeeld in twaalf hoofdstukken die titels dragen als Moganni Nameh (boek van de zangers), Usch Nameh (boek van de liefde), Suleika Nameh  (boek van Suleika) en Saki Nameh (boek van de schenkers). Het deel Suleika Nameh bevat de weerslag van de gepassioneerde ontmoetingen tussen Goethe en Marianne von Willemer - in het echt of op papier. Deze passie verleidde tal van componisten tot het toonzetten van deze gedichten: Mendelssohn, Schubert, Schumann Wolf, Strauss en Schoeck. Marianne von Willemer stond voor Suleika in deze gedichten en Goethe voor Hatem.

De naam Suleika is nu waarschijnlijk vooral bekend van de twee liederen die Franz Schubert schreef Suleika I en Suleika II. Wat Schubert toen niet wist, is dat deze gedichten niet van Goethe zelf zijn. Marianne von Willemer schreef ze en Goethe nam ze op in zijn collectie, samen met nog drie andere gedichten van haar hand. Een intiem teken van respect voor dichtkunst. Haar eigen naam onder deze gedichten was in die tijd niet mogelijk, maar beiden kenden de waarheid en dat was voor hen genoeg.

Van Schubert deze avond geen Suleika maar wel het prachtige kleinood Geheimes uit het deel Usch Nameh uit Goethes West-östlicher Divan. Het gaat over de prachtige ogen van een meisje waarover iedereen zich verbaast. Hoor hoe Schubert de menigte letterlijk op hun tenen laat staan om haar prachtige ogen te kunnen zien, maar alleen de lyrische ik-figuur kent het geheim. Zoals alleen Marianne von Willemer en Goethe het geheim kenden van haar gedichten in zijn collectie. Hoe mooi kan de liefde zijn?

Uit het boek Suleika Nameh klinkt vandaag het intense Es klingt so prächtig van Othmar Schoeck. Schoeck was een tijdgenoot van Zwitserse componisten als Honegger, Martin en Bloch. Deze tegenwoordig helaas vrijwel onbekende componist kan men beschouwen als de waardige opvolgers van Wolf wat betreft het lied. Hij schreef er ruim vierhonderd, waarvan een deel ook met strijkkwartetbegeleiding. Zijn passie voor het Lied moge blijken uit zijn eigen woorden 'Die Musik bringt gleichsam die Knospe des Gedichts zur vollen Blüte…'

Johannes Brahms leerde het werk van Hafez kennen door de gedichten die Daumer in de geest van Hafez schreef. Maar liefst twee bundels genaamde 'Hafis' schreef Daumer en Brahms zette er diverse van op muziek. Een aantal daarvan is opgenomen in opus 32, dat weliswaar niet als een cyclus te beschouwen is in de zin dat er een verhaal verteld wordt, maar de opeenvolging van negen liederen in dit opusnummer is niet toevallig. De laatste drie liederen lijken een meer verzoenende sfeer te willen uitstralen na de desillusie die spreekt uit  het tweede: Nicht mehr zu dir gehen. De emotionele chaos van de gedesillusioneerde verliefde krijgt hier vorm door 'kale' muzikale zinnen. Het is nauwelijks nog een lied te noemen.

Het verzoenende van de laatste drie liederen in opus 32 bereikt Brahms onder meer door veel meer lyrische melodieën op te nemen en majeur toonsoorten te gebruiken. Denkend aan de vreugde van vroegere liefdes kan het leven nu toch nog vrede geven. De gebroken ziel van weleer lijkt letterlijk weer te kunnen zingen. In Bitteres zu sagen denkst du brengt Brahms ons een zoete melodie waarop een bittere waarheid wordt gebracht. De boze woorden accepteert de ik-figuur zonder meer, ze komen immers van lippen die de zoetheid zelve zijn.

Vanaf oktober 1888 had Hugo Wolf zich vol overgave aan de gedichten van Goethe gewijd, in een jaar tijd schreef hij 51 liederen, waarvan het grootste deel aan de West-östlicher Divan is ontleend. Net als velen voor hem koos ook Wolf rijkelijk uit het deel Suleika Nahem maar nam ook een vijftal uit het deel Saki Nameh (boek van de schenkers) ter hand. Liefhebben en drinken, het lijken tegenpolen die niet zonder elkaar kunnen in de gedichten die Goethe opnam in het deel Saki. De drinker is degene die het beste kan liefhebben, maar wie te veel drinkt kan niet liefhebben. Dat is de uitkomst van het schijnbaar uiterst serieuze So lang man nüchtern ist dat Wolf echter met een zekere ironie van muziek voorziet.

Wijn of liefde: Victor Ullmann koos vier liederen van Hafez zelf in een vertaling van Hans Bethge over deze kwestie. Het is moeilijk de muziek van Ullmann los te zien van zijn lot. In zijn korte leven schreef Ullmann een veelheid aan muziek waarvan het meeste echter verloren is gegaan in het oorlogsgeweld van de Tweede Wereldoorlog. Zijn liederen op de vertalingen van Hang Bethge gingen in 1940 in Praag in première tijdens een huiskamerconcert en zijn gelukkig wel bewaard gebleven. In het openbaar mocht zijn muziek al niet meer klinken. Wie echter onbevangen luistert naar deze muziek, hoort de frisse en bij tijds tegendraadse zetting van Ullmann op teksten over dronkenschap en liefde die weliswaar ruim vijfhonderd jaar oud zijn, maar net zo goed gisteren geschreven hadden kunnen worden. Dronkenschap is niet bevorderlijk voor de liefde, dat hoorden we al bij Goethe, maar wie het glas niet kan laten staan voelt zich onoverwinnelijk in de strijd om de liefde en heeft daarmee de helft al gewonnen … maar verliest wellicht die liefde toch weer vanwege het benevelde hoofd.

Ullmann verwerkte in de vier liederen van opus 30 allerlei dansritmes uit de jaren 20. Hij doet dat - net als de verhandeling over de liefde en de wijn in de gedichten - met enige scherts: een verwijzing naar de blues in Vorausbestimmung, een bolero-achtig ritme in Lob des Weines, een quasi slow-fox in Unwiderstehliche Schönheit en een groteske dans inclusief misstappen in Betrunken. De dans en wijn lijken hier te fungeren als middel om in een andere wereld te geraken, maar het is de vraag of de verdoving veroorzaakt wordt door de dronkenschap of door de liefde. Laat die zoektocht naar deze onoplosbare vraag maar eeuwig duren: het brengt de mensheid, oost en west, samen.

Susan Dorrenboom

Henk Neven / bariton
Henk Neven is een van de meest bevlogen liedvertolkers van zijn generatie. Hij ontving in 2009 een Borletti-Buitoni Fellowship en nam deel aan het prestigieuze BBC Radio 3 New Generation Artists Scheme. In 2011 ontving hij de Nederlandse Muziekprijs, de hoogste onderscheiding die door het ministerie van OCW aan een musicus werkzaam in de klassieke muziek wordt uitgereikt.
Neven werkt met diverse orkesten en ensembles, en is actief op zowel nationale als internationale operapodia in diverse rollen. Hij staat onder contract bij het platenlabel Onyx. Zijn opnames met deze maatschappij krijgen lovende kritieken. In 2022 geeft artistiek leider Robert Holl het stokje door en neemt hij samen met Hans Eijsackers de artistieke leiding van het festival over.

Hans Eijsackers / piano
Hans Eijsackers studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam en de European Mozart Academy in Kraków. Zijn docenten waren Gérard van Blerk, Jan Wijn en György Sebök. Hij won prijzen bij het Europees Pianoconcours en ontving de Zilveren Vriendenkrans van het Concertgebouw. Momenteel is hij professor Liedgestaltung aan de Robert Schumann Hochschule in Düsseldorf.
Eijsackers treedt veelvuldig op als solist, kamermusicus en liedbegeleider en vormt een bevlogen liedduo met Henk Neven. Daarnaast is hij als jurylid en masterclassdocent regelmatig te gast in binnen- en buitenland en is artistiek leider van het van het Internationaal Studenten LiedDuo Concours in Groningen. In 2022 neemt hij samen met Henk Neven de artistieke leiding van het festival over van Robert Holl.

Jawa Manla / ud - Duo Saba
Jawa Manla begon op 11-jarige leeftijd met het bespelen van de ud, waarvan ze de klanken dagelijks thuis hoorde. Ze volgde lessen aan het Sulhi Al Wadi muziekinstituut in Damascus, waar zij zes jaar later eindexamen deed. Daarna studeerde zij aan het Beit El Oud, een Egypstisch opleidingsinstituut voor bespelers van de ud, en volgde privélessen.
In 2016 werd zij toegelaten tot het Codarts conservatorium in Den Haag waar zij momenteel studeert voor haar bachelor.
In 2016 werd zij toegelaten tot het Codarts conservatorium in Den Haag waar zij momenteel studeert voor haar bachelor. Met Khorshid Dadbeh en Lucie Lelaurian vormt Manla ensemble Saba dat in 2021 ontstond en eigen composities brengt, gebaseerd op Arabische poëzie.

Khorshid Dadbeh / tar - Duo Saba
Khorshid Dadbeh groeide op in een muzikale familie en begon haar carrière al op 16-jarige leeftijd bij het Shams Ensemble. Ze behaalde haar bachelor in het bespelen van de tar aan het conservatorium van Teheran en haar master aan het Codarts conservatorium in Rotterdam. Dadbeh treedt op met vooraanstaande musici in concertzalen over de hele wereld.
In 2012 richtte zij met haar broer het Jansouz Collective op dat composities en improvisaties uit de Iraanse muziektraditie ten gehore brengt. Met Jawa Manla en Lucie Lelaurian vormt Dadbeh ensemble Saba dat in 2021 ontstond en eigen composities brengt, gebaseerd op Arabische poëzie.

locatie
Grote kerkzaal / Zusterplein 12 / 3703 CB Zeist

Henk Neven is de liedvertolker die het metier tot in het kleinste detail beheerst. Geholpen door zijn fluwelen, uiterst wendbare bariton kan hij zich optimaal op de tekst concentreren en daarmee fascinerende vergezichten openen. Hans Eijsackers - die als solist 'los' mag gaan - geeft zijn meesterbrevet af op het gebied van kleuring en timing. Zijn rubati en accelerandi zijn fabuleus ingebed in een diep geurende klankenrijkdom.

~ Aart van der Wal (Opus klasssiek)

Zelden hoor je een bariton die zo subtiel zingt in schakeringen van dynamiek en toon als de Nederlandse bariton Henk Neven.

~ Edward Greenfield (Gramophone Magazine)

Delen met anderen

Geplaatst op

Lezing Hafez / West-östlicher Divan

Michiel Hagdorn

zondag

22 mei

13.45 - 14.30

Hafez / West-östlicher Divan

Michiel Hagdorn, literatuurwetenschapper

Als in 1819 Goethes dichtbundel West-östlicher Divan wordt gepubliceerd, is de ontvangst bijzonder goed. Men bewondert het feit dat de dan bijna 70-jarige Goethe nog poëzie schrijft die niet alleen sprankelt van jeugdige levenslust, maar die ook levensbeschouwelijke diepgang biedt. En dat samengebald in een bonte verzameling virtuoze gedichten, waarvoor Goethe geïnspireerd raakte door de klassieke bundel Divan van de 14e-eeuwse Perzische dichter Hafez. Met West-östlicher Divan wil Goethe, zoals hij zelf schrijft, ‘het Westen en het Oosten, het verleden en het heden, het Perzische en het Duitse met elkaar verbinden.’

Maar niet alleen de liefde die bezongen wordt in de gedichten van Hafez wakkeren zijn schrijven aan. Ook zijn verliefdheid op de vijfendertig jaar jongere Marianne von Willemer – met wie hij Hafez’ werk samen leest – zet hem aan tot dichten. Zo ontstaan, dankzij de oosterse literatuur en zijn verliefdheid, gedichten die behoren tot het beste wat hij heeft geschreven, zoals Selige Sehnsucht en Ginkgo biloba.

Met deze verdiepende lezing in het achterhoofd, luistert u met andere oren naar het middagrecital. Dan nemen Henk Neven, Hans Eijsackers en Duo Saba u mee op een muzikale reis van Oost naar West en vice versa.

Michiel Hagdorn / literatuurwetenschapper
Michiel Hagdorn studeerde Literatuurwetenschappen aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij werkte als literair recensent, was journalist voor diverse dag- en weekbladen, docent in het middelbaar onderwijs en het hbo. Sinds 1997 geeft hij les aan meerdere instellingen voor Hoger Onderwijs Voor Ouderen (HOVO). Zijn specialisatie is Duitse literatuur, muziek en (cultuur-)geschiedenis. Hagdorn heeft een eigen bureau dat in cursussen, lezingen en cultuurhistorische reizen verzorgt en werkte onder andere samen met het Goethe Institut Amsterdam en het Wagner Genootschap Amsterdam.

locatie
Kleine kerkzaal / Zusterplein 20 / 3703 CB Zeist

Delen met anderen

Geplaatst op

Auf Flügeln des Gesanges

AUF FLUGELN

zaterdag

21 mei

20.15 - 22.00

Auf Flügeln des Gesanges

Ellen Valkenburg, sopraan
© Maurice Lammerts van Bueren
Rosanne van Sandwijk, mezzosopraan
© Annelies van der Vegt
Peter Gijsbertsen, tenor
© Maurice Lammerts van Bueren
Henk Neven, bariton
© Tessa Posthuma de Boer
Roderick Williams, bariton
© Groves Artists
Hans Eijsackers, piano
© Marco Borggreve
Iain Burnside, piano
© TallWall Media
Ruysdael Kwartet
© Eduardus Lee

Vanavond is de hoofdrol weggelegd voor de componisten en dichter die centraal staan tijdens dit festival: Mendelssohn, Schubert, Brahms en Heine. Alle thema’s uit het gedicht Auf Flügeln des Gesanges en het lied zelf komen voorbij. Er wordt gedroomd van verre oorden, er worden grenzen geslecht. En uiteraard wordt de kracht van de natuur en de liefde bezongen.

Veel bekende liederen hoort u anders uitgevoerd dan u gewend bent en worden in een nieuwe jas gestoken. Terwijl Schubert en Mendelssohn ook hoogvliegers waren op het gebied van kamermuziek, schreven ze hun liederen met pianobegeleiding. Aribert Reimann en Robert Holl bewerkten liederen van respectievelijk Mendelssohn en Schubert, voor zang en strijkkwartet. Als het Ruysdael Kwartet liederen begeleidt, vergeet je dat de originelen voor piano geschreven zijn. 

Samen met dit kwartet voert Henk Neven Holls arrangementen van Schubert uit en Ellen Valkenburg Reimanns bewerking van Mendelssohn. Reimann gaat in zijn bewerking verder dan Holl. Waar de laatste het doet met de noten die Schubert ons naliet, bewerkt de eerste Mendelssohns liederen niet alleen, maar voegt er ook zes intermezzo’s voor strijkkwartet tussen. Daardoor ontstaat iets geheel nieuws. Mendelssohn met een twist! Dit ensemblerecital is een buitenkans om deze werken te horen.

En Brahms? Die blijft geheel zichzelf. De avond wordt walsend afgesloten wanneer vier prachtige zangers en twee toppianisten Brahms’ Liebeslieder Walzer vleugels geven. Dan nog stil blijven zitten gaat lastig worden!

Franz Schubert (1797 - 1828) / Robert Holl (*1947)
Himmelsfunken
1. An die Musik D.547 (von Schober)
2. Wanderers Nachtlied D.224 (Goethe)
3. Der Jüngling auf dem Hügel D.702 (Hüttenbrenner)
4. Die Sterne D.939 (von Leitner)
5. Wanderers Nachtlied D.768 (Goethe)

Felix Mendelssohn Bartholdy (1809 - 1847) / Aribert Reimann (*1936)
Oder soll es Tod bedeuten? (Heine)
1. Leise zieht durch mein Gemüt
2. Intermezzo I
3. Der Herbstwind rüttelt die Bäume
4. Intermezzo II
5. Über die Berge scheint schon die Sonne
6. Intermezzo III
7. Auf Flügeln des Gesanges
8. Intermezzo IV
9. Was will die einsame Träne (strofe 1 & 2)
10. In dem Mondenschein im Walde
11. Was will die einsame Träne (strofe 3)
12. Intermezzo V
13. Allnächtlich im Traume
14. Mein Liebchen, wir sassen beisammen
15. Intermezzo VI
16. Warum sind denn die Rosen so blass

Pauze

Johannes Brahms (1833 - 1897)
Liebeslieder-Walzer  Op. 52 (Daumer)
1. Rede, Mädchen, allzu liebes
2. Am Gesteine rauscht die Flut
3. O die Frauen, o die Frauen
4. Wie des Abends schöne Röte
5. Die grüne Hopfenranke
6. Ein kleiner, hübscher Vogel
7. Wohl schön bewandt war es
8. Wenn so lind dein Auge mir
9. Am Donaustrande
10. O wie sanft die Quelle
11. Nein, es ist nicht auszukommen
12. Schlosser auf, und mache Schlösser
13. Vögelein durchrauscht die Luft
14. Sieh, wie ist die Welle klar
15. Nachtigall, sie singt so schön
16. Ein dunkeler Schacht ist Liebe
17. Nicht wandle, mein Licht
18. Es bebet das Gesträuche

Auf Flügeln des Gesanges, Herzliebchen, trag ich dich fort,
… Dort wollen wir niedersinken
… Und Liebe und Ruhe trinken, Und träumen seligen Traum.

In een hoogromantisch idioom droomt Heine hoe hij en zijn geliefde - zijn ‘Herzliebchen’ - op de klanken van muziek wegvliegen naar droomoorden waar zij in vreedzame en eindeloze rust van de liefde kunnen genieten.

Na de verontrustende en deformerende gebeurtenissen tijdens de Verlichting - denk aan de terreur die na de Franse Revolutie in Frankrijk de kop opstak - was hang naar rationaliteit verdacht geworden. Leven op emotie en intuïtie mocht aan het begin van de 19e eeuw weer en misschien nog wel belangrijker: het geloof in metafysische ervaringen, ervaringen die niet wetenschappelijk verklaard kunnen worden, werd niet langer afgedaan als bijgeloof. Tegelijkertijd ontstond het verlangen terug te keren naar het leven in de natuur: een onschuldig en zuiver leven. En in de ogen van veel kunstenaars was er geen betere manier om het onvatbare te vertolken dan met muziek. In Auf Flügeln des Gesanges wist Heine zijn geliefde te bereiken, zijn onbereikbare liefde weliswaar, maar het ging dan ook niet zozeer om het vervullen van de liefde als wel om de 'Sehnsucht' naar die liefde.

Muziek stond menig kunstenaar het meest na aan het hart. En zo verwoordde Schuberts vriend Franz von Schober het ook in An die Musik: 'Du holde Kunst, in wieviel grauen Stunden … hast du mein Herz zu warmer Lieb entzunden'. Deze ode aan de muziek - door Schubert perfect op muziek gezet in een allesomvattende, vredelievende cadans waarboven een eenvoudige maar lyrische melodie klinkt - vormt de proloog voor een avond vol ‘Sehnsucht’, die soms een diep-melancholische lading krijgt en soms op luchtiger leest lijkt te zijn geschoeid.

An die Musik is ook de proloog van een serie van vijf liederen van Franz Schubert die Robert Holl voor strijkkwartet arrangeerde. De klanken uit 88 toetsen van een vleugel vertaalde Robert Holl nauwgezet naar de typische timbres van vier strijkers, wat de lyriek van de liederen alleen maar kan vergroten. De vier overige liederen van Himmelsfunken laten zich beluisteren als de metafysische reis van een kunstenaar vol 'Sehnsucht'. Het eerste gedicht uit Wandrers Nachtlied van Goethe klinkt als een gebed, een smeekbede voor innerlijke rust. Der Jüngling auf dem Hügel is een ballade over een jongeling die in een pastorale omgeving gelukkig lijkt te zijn, maar dat toch niet is. Halverwege blijkt waarom: zijn geliefde wordt beneden in het dal weggedragen. Hoor hoe Schubert hier de begrafenisklokken zachtjes, als van een afstand, laat beieren. Maar als de jongeling dan naar de sterren kijkt, gloort er zachtjes hoop. Die Sterne vormt de ultieme vertolking van die hoop, subtiel laat Schubert de sterren aan hemel zachtjes blinken. Robert Holl sluit Himmelsfunken af met het tweede gedicht uit Wandrers Nachtlied. Goethe schreef dit gedicht jaren na het eerste deel, ook Schubert kwam er pas later aan toe het op muziek te zetten. Het is gissen naar de precieze betekenis van het gedicht, is het een puur natuurgedicht, gaat het over de plaats van de mens in de kosmos, of is het een avondlied en daarmee wellicht ook een afscheidslied van het leven? Maar waarom zou je het ook precies willen weten? Laat u meevoeren naar het onbekende op de contemplatieve klanken die Schubert eronder zette. 'Über allen Gipfeln ist Ruh … Warte nur, balde ruhest du auch.'

'Een mini-drama of een kaleidscoop van gedachtes en gevoelens die ieder aangaat', dat is voor Aribert Reimann in een notendop de essentie van het lied. Zijn leven lang maakt het lied onderdeel uit van zijn dagelijks bestaan. Als tiener al begeleidde hij zijn eerste zangers, later volgden samenwerkingen met gevestigde namen als Dietrich Dieter Fischkau.

Dat de muziek sinds de romantische 19e eeuw nieuwe wegen insloeg, is onvermijdelijk en dat vindt Reimann op zich geen probleem. Maar dat die wegen soms leidden tot structuren waarin voor het gevoelsleven geen plaats meer is, is voor Reimann een brug te ver. Ook met nieuwe stijlprincipes blijft voor Reimann het lied de bron voor menselijke emoties en een van de krachtigste muzikale genres voor het vertolken van wat een mens denkt en voelt. Niet verwonderlijk dus dat Reimann ook als componist altijd met het lied bezig is geweest. Hij had al Nachtstück van Eichendorff op muziek gezet en liederen van Schubert voor strijkkwartet bewerkt. Speciaal voor sopraan Juliane Banse en het Cherubini Quartett bracht Reimann negen liederen - preciezer gezegd acht liederen en een fragment - van Felix Mendelssohn Bartholdy op teksten van Heine bij elkaar. De liederen zocht Reimann uit op hun onderlinge verband; ze gaan allemaal over 'die alte Geschichte von Liebe und Leid'. Oder soll es Tod bedeuten? is een cyclus over de liefde, over vervreemding en verlies, over dromen en afscheid. Zo begint de idylle met Leise zieht durch mein Gemut, waarvan de vrolijkheid al direct door Herbstlied wordt weggeblazen.

Deze liederen verbindt Reimann met intermezzi voor strijkkwartet waarin soms verwijzingen naar het volgende lied te horen zijn en waarin ook fragmentarisch motieven uit het laatste lied te horen zijn. Het zijn intermezzi vol flageoletten en tremoli, wat een etherisch en fragiel klankbeeld op levert. Het laatste lied is eigenlijk niet meer dan een fragment. Warum sind denn die Rosen so blaß heeft Mendelssohn nooit afgemaakt. Midden in het woord 'Leichenduft’ in de zin 'warum steigt denn aus dem Balsamkraut hervor ein Leichenduft' brak hij zijn toonzetting af. Waarom? Mendelssohns zus Fanny heeft hetzelfde gedicht van Heine een paar jaar later getoonzet, waarbij zij het woord 'Leichenduft' door 'Blütenduft' verving. Op elegante wijze omzeilde zij hiermee de al te plastische verwijzingen naar de dood. Zover kwam Mendelssohn niet. 'H.d.m.' schreef hij naast de afgebroken frase, 'Hilf Du mir'. Het is alsof het hem opeens te veel werd. Mendelssohn hield van de natuurlyriek in Heines gedichten; met de bleke rozen, de zwijgzame viooltjes en de klaaglijk zingende leeuwerik kon hij goed uit de voeten, maar dat er een lijkenlucht optrok uit het balsemkruid leek te veel van het goede. Waarmee ook de vraag uit de titel van Reimanns cyclus beantwoord wordt: ja, es soll der Tod bedeuten. De dood die al van meet af aan in kale en fragiele samenklanken zijn opwachting maakt in de bewerking van Reimann.

Hoe anders laat Johannes Brahms zijn verliefde protagonisten 'auf Flügeln des Gesanges' naar andere oorden vervoeren in zijn Liebeslieder-Walzer. Brahms maakte voor deze cyclus een selectie uit de liefdesgedichten die dichter en filosoof Georg Friedrich Daumer in 1855 bij elkaar bracht. De achttien gedichten bezingen op een haast speelse manier alle facetten van de liefde: het verlangen, de weigering, de afwijzing, de droefenis, de obsessie zelfs, maar ook de vrolijkheid. De vier solostemmen - een kwartet - gaan dan weer eens gelijk op, dan weer zingen zij twee aan twee. Al in het derde lied geven de mannen toe dat zij zonder vrouwen allang het klooster in waren gegaan - O die Frauen, o die Frauen - waarna in het volgende lied de vrouwen verzuchten dat zij als een mooie zonsondergang zouden willen stralen en die ene zouden willen vinden, die ene die voor hen uitverkoren is. De boze wereld buiten de deur houden en gezamenlijk strijden tegen de vijand is ook een facet van het bezingen van de liefde. In Nein, es ist nicht auszukommen richt het viertal zich tegen de onverdraaglijke mensen en roept in het volgende lied - Schlosser auf, und mache Schlösser - de slotenmakers op zich af te sluiten voor de achterklap van mensen.

Zoals de titel van de cyclus al verraadt, staat alles in de driekwartsmaat van een wals genoteerd. Brahms schreef deze Liebeslieder-Walzer toen hij zich definitief in Wenen vestigde en daar de walsen van Johann en Josef Strauß leerde kennen. Brahms had grote bewondering voor het werk van Johann Strauß jr. Zo signeerde hij eens een foto van hemzelf en Johann Strauß jr. met zijn eigen openingsthema van de Vierde Symfonie en met het thema van An die schöne blaue Donau als contrapunt. Een andere keer signeerde hij met een deel uit diezelfde An die schöne blaue Donau, waaronder hij schreef: 'Leider nicht von Brahms'. In de Liebeslieder-Walzer refereert hij aan dit werk in het lied Am Donaustrande.

Hoewel er geen sprake is van een verhaallijn in deze cyclus Liebeslieder-Walzer, zoals bijvoorbeeld wel het geval is bij Die schöne Magelone, is de volgorde van de liederen niet willekeurig. Er is altijd sprake van een bepaalde opbouw, niet alleen in muzikale zin maar ook tekstueel. Zo zingen in Vöglein durchrauscht die Luft de sopraan en alt over vogels die een tak zoeken om op te rusten, een metafoor voor het hart dat een ander zoekt om lief te hebben. In de begeleiding klinkt een onrustig gefladder van de zoekende vogels. Daarna volgt Sieh, wie ist die Welle klar voor tenor en bas waarin de rustige golven uit het gedicht hoorbaar zijn in de muziek. In Nachtigall, sie singt so schön keert het kwartet weer terug naar de metafoor van de vogel, maar het onrustige gefladder is verdwenen in de pianobegeleiding: de liefde is gevonden!

Susan Dorrenboom

Ellen Valkenburg / sopraan
Ellen Valkenburg studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Maria Acda en Sasja Hunnego en haalde in 2004 haar master. Ze volgde masterclasses bij onder andere Elly Ameling en Robert Holl en had les van onder meer Margreet Honig en Meinard Kraak. In 2012 kreeg ze het Margit Widlund Stipendium toegekend, dat is bestemd voor jonge zangeressen met een bijzondere podiumpresentatie.
Samen met pianiste Andrea Vasi won zij verscheidene prijzen, waaronder de 'Prijs van de Vrienden van het IVC’. Al enkele jaren vormt zij een duo met pianist Maurice Lammerts van Bueren. Met hem en vier andere zangeressen maakt zij deel uit van het Coco Collectief. Met Lammerts van Bueren maakte zij ook de succesvolle cd Les Apaches met Spaans- en Franstalig repertoire die uitstekend ontvangen is.

Rosanne van Sandwijk / mezzosopraan
Rosanne van Sandwijk ronde haar studie cum laude af aan het Conservatorium van Rotterdam, waar zij les had van Roberta Alexander. Zij wordt gecoacht door onder anderen Anne Sofie von Otter en Margreet Honig. Van Sandwijk is laureaat van de Académie Européenne de Musique in Aix-en-Provence, waar zij meerdere liedrecitals gaf. Zij behaalde meerdere prijzen waaronder de oratoriumprijs tijdens het 48ste Internationaal Vocalisten Concours en de GrachtenfestivalPrijs.
Als operazanger en solist werkte zij samen met gerenommeerde musici en orkesten met repertoire dat reikt van barok tot minimal music. Verder was ze te horen in liedrecitals, waarbij ze optrad met onder andere Malcolm Martineau, Julius Drake en Kristian Bezuidenhout.

Peter Gijsbertsen / tenor
Peter Gijsbertsen studeerde cum laude af aan het conservatorium van Utrecht. Na zijn afstuderen ontving hij de John Christie Award in Glyndebourne. Hij is drievoudig winnaar van het Internationaal Vocalisten Concours in ’s-Hertogenbosch, waar hij onder andere de hoofdprijs in de categorie Lied won. In 2018 ontving hij de Nederlandse Muziekprijs. De jury was onder de indruk van zijn klankrijkdom.
Hij was de afgelopen jaren te horen in diverse operarollen, oratoria en heeft een zeer uitgebreid liedrepertoire. Hij nam meerdere cd’s op waarvoor hij lovende recensies ontving. Het overbrengen van de emotie in de muziek is voor hem het belangrijkst.

Roderick Williams / bariton
Roderick Williams is een van de meest geliefde baritons van dit moment. Hij vertolkt een breed repertoire - van barok tot hedendaagse muziek - en treedt op als operazanger en solist in concertzalen en op festivals wereldwijd. Behalve uitvoerend musicus, is hij ook componist. Zijn werken gingen in première in concerten op tijdens liveoptredens op de Britse radio.
Momenteel is Williams singer-in-residence voor Music in the Round in Sheffield, waar hij concerten verzorgt en leidinggeeft aan dynamische en innovatieve leer- en participatieprojecten die amateurzangers van alle leeftijden kennis laten maken met het uitvoeren van klassiek liedrepertoire.

Henk Neven / bariton
Henk Neven is een van de meest bevlogen liedvertolkers van zijn generatie. Hij ontving in 2009 een Borletti-Buitoni Fellowship en nam deel aan het prestigieuze BBC Radio 3 New Generation Artists Scheme. In 2011 ontving hij de Nederlandse Muziekprijs, de hoogste onderscheiding die door het ministerie van OCW aan een musicus werkzaam in de klassieke muziek wordt uitgereikt.
Neven werkt met diverse orkesten en ensembles, en is actief op zowel nationale als internationale operapodia in diverse rollen. Hij staat onder contract bij het platenlabel Onyx. Zijn opnames met deze maatschappij krijgen lovende kritieken. In 2022 geeft artistiek leider Robert Holl het stokje door en neemt hij samen met Hans Eijsackers de artistieke leiding van het festival over.

Hans Eijsackers / piano
Hans Eijsackers studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam en de European Mozart Academy in Kraków. Zijn docenten waren Gérard van Blerk, Jan Wijn en György Sebök. Hij won prijzen bij het Europees Pianoconcours en ontving de Zilveren Vriendenkrans van het Concertgebouw. Momenteel is hij professor Liedgestaltung aan de Robert Schumann Hochschule in Düsseldorf.
Eijsackers treedt veelvuldig op als solist, kamermusicus en liedbegeleider en vormt een bevlogen liedduo met Henk Neven. Daarnaast is hij als jurylid en masterclassdocent regelmatig te gast in binnen- en buitenland en is artistiek leider van het van het Internationaal Studenten LiedDuo Concours in Groningen. In 2022 neemt hij samen met Henk Neven de artistieke leiding van het festival over van Robert Holl.

Iain Burnside / piano
Iain Burnside wordt wel de ideale liedpianist genoemd en werkte samen met ’s werelds grootste zangers, waaronder Roderick Williams. Hij nam ruim vijftig cd’s op waarop hij een breed liedrepertoire vertolkt en dat bekende en minder bekende werken bevat. Over zijn verkenningen van Schots, Engels en Iers repertoire schreef de pers dat ‘de resultaten opwindend’ waren. Burnside initieerde een nieuwe vorm van dramatische recitals en is naast zijn concertpraktijk artistiek leider van het Ludlow English Song Weekend en artistiek adviseur van de Grange Park Opera. Hij geeft masterclasses in binnen- en buitenland, is docent aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen en programmeert voor Wigmore Hall.

Joris Van Rijn / viool - Ruysdael Kwartet
Joris van Rijn studeerde achtereenvolgens aan het Zwolsch Conservatorium, het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar hij met onderscheiding afstudeerde, en aan de Juilliard School in New York. In 1999 won hij de tweede prijs op het Oscar Back Nationaal Vioolconcours én de AEX prijs voor zijn interpretatie van het verplichte werk. Sindsdien trad hij op als solist met verscheidene grote orkesten.
Met het Ruysdael Kwartet en het Ensemble Cameleon won hij de prestigieuze Kersjesprijs. Daarnaast is hij artistiek organisator van het klassieke muziekfestival Linari Classic in Italie en sinds 2002 concertmeester van het Radio Filharmonisch Orkest.

Emi Ohi Resnick / viool - Ruysdael Kwartet
Emi Ohi Resnick debuteerde al op 15-jarige leeftijd en trad sindsdien wereldwijd op. Ze studeerde aan het Curtis Institute of Music, aan de Juilliard School en aan de Praagse Mozart Academie. Daarnaast werkte zij nauw samen met Györgi Kurtàg. Ze wordt geroemd om haar ‘interpretatie van wereldklasse’ en haar buitengewone spel.
Resnick tradt op in de Young Artists Showcase, een radioserie op een New Yorkse zender, en maakte radio- en tv-opnames binnen en buiten de VS. Er zijn vele nieuwe werken voor haar geschreven en behalve met het Ruysdael Kwartet speelt ze regelmatig met andere kamermuziekgezelschappen en kwartetten.

Gijs Kramers / altviool - Ruysdael Kwartet
Gijs Kramers studeerde aan de conservatoria van Groningen en Den Haag en de Musikhochschule in Hannover. Ook volgde hij masterclasses bij onder meer György Kurtàg. Als solist trad hij op in de belangrijkste concertzalen. Naast zijn solistische werk, is hij altviolist bij The Philharmonia Orchestra Londen en het Ruysdael Kwartet en is hij actief op het gebied van Muziektheater.
Behalve altviolist is hij arrangeur, componist, dirigent en artistiek leider van het Ricciotti Ensemble, waarmee hij verschillende van zijn eigen composities uitvoerde. Zijn werken werden ook ten gehore gebracht door onder meer het Nationaal Jeugdorkest, het Nederlands Studenten Orkest en het Tate Ensemble.

Michael Müller / cello - Ruysdaelkwartet
Michael Müller studeerde cello aan de Musikhochschule in München en de Universität der Künste in Berlijn. Na zijn opleiding volgde hij masterclasses bij Boris Pergamensjikov, David Geringas en Heinrich Schiff. Kamermuziek studeerde hij bij het Lasalle Kwartet en het Amadeus Kwartet en bij Sandor Vegh.
Müller was achtereenvolgens solocellist bij de Kammerphilharmonie Bremen, het Radio Kamerorkest, de Radio Kamer Filharmonie. Sinds 2013 is hij als solocellist werkzaam bij het Radio Filharmonisch Orkest. Daarnaast treedt hij door heel Europa op als kamermusicus. Voordat hij zich in 2019 bij het Ruysdael Kwartet voegde, was hij cellist bij het Parkanyi Kwartet (voorheen Orlando kwartet) en lid van Ensemble LUDWIG.

locatie
Grote kerkzaal / Zusterplein 12 / 3703 CB Zeist

Ellen Valkenburg heeft een fraaie, ranke stem, die ze met grote muzikaliteit en zuiverheid inzet.

~ Erik Voermans (Het Parool)

Zelden hoor je een bariton die zo subtiel zingt in schakeringen van dynamiek en toon als de Nederlandse bariton Henk Neven.

~ Edward Greenfield (Gramophone Magazine)

Het Ruysdael Kwartet maakte met een fenomenale uitvoering duidelijk tot de absolute wereldtop te behoren.

~ Winand van de Kamp (Haarlems Dagblad)

Delen met anderen

Geplaatst op

Schubert: van zwerven verlangen en dromen

franz-schubert

zaterdag

21 mei

16.45 - 17.30

Schubert: van zwerven verlangen en dromen

Maarten Koningsberger, bariton
© Paul Koeleman
Bas Verheijden, piano

De openbare masterclass voor (pre-)professionele duo’s is inmiddels een begrip binnen het festival, maar dit jaar hebben ook gevorderde amateurs de kans om gecoacht te worden door een vermaard liedzanger. Maarten Koningsberger en Bas Verheijden gaven samen al veel liedrecitals met uiteraard werken van Franz Schubert. Dus als er twee de fijne kneepjes van het vak kunnen doorgeven, dan zijn zij het.

Deze masterclass wordt mede mogelijk gemaakt door Parkland Makelaardij

Maarten Koningsberger / bariton
Maarten Koningsberger studeerde onder meer bij Max van Egmond, Elisabeth Schwarzkopf en Margreet Honig. Inmiddels heeft hij een internationale reputatie verworven als concertzanger, liedvertolker en met vele operarollen. Die grote verscheidenheid aan stijlen is dan ook kenmerkend voor hem. Zijn recitals als liedzanger, met pianisten als Irwin Cage en Graham Johnson, voerden hem naar prestigieuze zalen over de hele wereld.
Koningsberger heeft inmiddels zo’n dertig cd’s opgenomen met repertoire dat loopt van Dowland tot Jazz. Zijn meest recente cd met drie cycli van Schumann kwam in 2018 uit. Daarnaast doceert hij aan het Conservatorium van Amsterdam en het Conservatoire National Supérieur in Parijs.

Bas Verheijden / piano
Bas Verheijden studeerde aan het conservatorium van Amsterdam bij Jan Wijn en behaalde zijn master met onderscheiding. Aansluitend werd hij als eerste Nederlander ooit aangenomen bij de befaamde Accademia Pianistica in Italië. Van de masterclass die hij volgde bij Maria João Pires maakte de AVRO een documentaire.
Bas Verheijden is een eigenzinnig pianist die graag op zoek gaat naar vernieuwing en mogelijkheden voor variatie in zowel bekend als onbekend repertoire. Als concertpianist en kamermusicus heeft hij een indrukwekkende staat van dienst. Hij is tevens pianist van het Atlantic Trio, waarmee een aantal cd’s opnam en werkt regelmatig samen met Maarten Koningsberger en Hans Pieter Herman.

presentatierecital en nazit
zaterdag 21 mei / 16.45 - 17.30 uur
zaterdag 21 mei / 17.30 – 18.00 uur

Locatie
Kleine kerkzaal / Zusterplein 20 / 3703 CB Zeist

Delen met anderen

Geplaatst op

Winnaarsrecital

zaterdag

21 mei

16.00 - 18.00

Winnaarsrecital

Magnus Walker, tenor
Eunji Han, piano
Karola Pavone, sopraan
© Michael Staab
Boris Radulović, piano
© Michael Staab

Wat stelt een festival voor, wanneer het niet inspeelt op de actualiteit? Keer op keer blijkt hoe de teksten van liederen en de uitvoeringen door hedendaagse kunstenaars ons bestaan weerspiegelen en ons daarom als luisteraar blijven ontroeren en fascineren. Maar ook de manier waarop een nieuwe generatie musici programma’s samenstelt en vormgeeft speelt in op eigentijdse ontwikkelingen, voortbouwend op een rijke traditie.

WINNAARS YOUNG ARTIST PLATFORM OXFORD 2022
Magnus Walker
, tenor
Eunji Han, piano 

AN DIE FERNE
Schubert en Beethoven schreven beiden zo’n zeshonderd liederen, maar het is Schubert die alom wordt gezien als de grote - misschien wel grootste - liedcomponist die de muziek rijk. Beethoven wordt vooral gekend door zijn grote symfonieën, pianosonates en strijkkwartetten. En alhoewel hun werken muzikaal duidelijk verschillen, mogen we het stempel dat Beethoven op de liedkunst drukte niet uitvlakken. Met zijn subtiele tekstbehandeling en complexe pianopartijen was hij de wegbereider voor vele liedcomponisten die nog zouden volgen, zoals Schubert en ook Schumann. Zijn cyclus An die ferne Geliebte is een werk waaruit grote oorspronkelijkheid spreekt en is nog steeds een mijlpaal in het vroegromantische liedrepertoire. Het is bovendien de eerste liedcyclus met een doorlopend verhaal, over een onbereikbare geliefde. Een onderwerp dat ook in de liederen van Schubert die vanmiddag ten gehore worden gebracht doorklinkt.
 
Van Johannes Brahms is bekend dat hij Beethoven vereerde. In zijn huis keek dienst marmeren buste neer op de plek waar Brahms componeerde en van sommige passages kun je zeggen dat ze doen denken aan de werken van Beethoven. Volgens tijdgenoot en huisvriend Robert Schumann zou Brahms de volgende grote componist na Beethoven worden. Een ‘voorspelling’ die Brahms vastbesloten was na te leven en die zijn perfectionisme aanwakkerde. Maar naast Beethoven was toch ook vooral zijn persoonlijk leven een grote inspiratiebron. En ook hij - zo gaat het gerucht - kende een grote, onbereikbare geliefde: Clara Schumann. De weemoed die hij daarover gevoeld moet hebben hoor je terug in de drie liederen van zijn hand.

PROGRAMMA
Franz Schubert (1797 - 1828)
An die Entfernte  D 765
Willkommen und Abschied  D 767
Nachtstück  D 672
Schwanengesang  D 744
 
Johannes Brahms (1833 - 1897)
Nachklang  Op. 59/4
An eine Äolsharfe  Op. 19/5
Wie Melodien  Op. 105/1
 
Ludwig van Beethoven (1770 - 1827)
An die ferne Geliebte (1816) Op. 98
1. Auf dem Hügel sitz ich spähend
2. Wo die Berge so blau
3. Leichte Segler in den Höhen
4. Diese Wolken in den Höhen
5. Es kehret der Maien, es blühet die Au
6. Nimm sie hin denn, diese Lieder

WINNAARS YOUNG ARTIST PLATFORM ZEIST 2021
Karola Pavone
, sopraan
Boris Radulović, piano

CETTE NUIT, J'AI RÊVÉ ...
Liefde en verlies zijn altijd dankbare onderwerpen geweest in het liedrepertoire en ook in dit programma echoën de woorden van Heine’s Auf Flügeln des Gesanges door. Enerzijds spelen wind en natuur een belangrijke rol, anderzijds de verbinding tussen vragen over ons bestaan en de antwoorden daarop, die we zoeken in onszelf en in onze fantasie. Behalve Clara Schumann leren we ook de Française Rita Strohl kennen: een vrouwelijke componist - protégée van onder anderen Fauré en Duparc- die naar de mening van dit duo veel meer bekendheid verdient.

Al sinds 2013 vormen Karola Pavone en Boris Radulović een duo met een gezonde nieuwsgierigheid naar ten onrechte veronachtzaamd repertoire en Franse muziek. Vanaf het begin waren ze daarmee succesvol op concoursen en als rising stars traden ze daarom in 2017 al eens bij ons op. In oktober 2021 werden ze tijdens de eerste editie van het Young Artist Platform uitverkoren om optredens te verzorgen in Zeist en in Oxford, ze worden dus al vertrouwde gezichten!

PROGRAMMA
Clara Schumann (1819 - 1896)
Lorelei (Heine)
Sie liebten sich beide  Op. 13/2 (Heine)
Ich stand in dunklen Träumen Op. 13 nr. 1 (Heine)

Rita Strohl (1865-1941)
uit: Bilitis (Louys)
Le sommeil interrompu
La flute de Pan
La Chevelure
Le Serment

Olivier Messiaen (1908 - 1992)
La fiancée perdue (uit: Trois mélodies; Messiaen)
Bail avec Mi (uit: Chants de terre et de ciel; Messiaen)
Pourquoi? (uit: Trois mélodies; Messiaen)

August Bungert (1845-1915)
Warum sind denn die Rosen so blass?  Op. 11/1 (uit: Junge Leiden; Heine)
Glück  Op. 4/6 (Eichendorff)
Reinigung  Op. 12/2 (Heine)

AN DIE FERNE
Een eenzame wandelaar, verlangend starend in de verte, te midden van de natuur. Met zijn rug naar de mensheid toegekeerd, zijn gezicht niet zichtbaar. Wie deze eenzame wandelaar is, zal ons nooit helemaal duidelijk worden. Hij is niet meer bij ons, hij is op weg naar andere oorden, welke dat ook moge zijn. Zijn vertrek is zelfgekozen of gedwongen, zijn liefde laat hij achter.

Het schilderij van Caspar David Friedrich waarop dit tafereel is te zien is de romantiek ten voeten uit, het is als een lied van Franz Schubert in penseelstreken opgetekend. An die Entfernte is een lied dat de wandelaar van Friedrich in gedachte zou kunnen hebben. Goethe schreef het na zijn terugkeer uit Italië, mogelijk met Charlotte von Stein in gedachten. Aansluitend bij deze tekst laat Schubert het tempo vertragen in het middendeel, de afsluitende strofe is onrustig, vol 'Sehnsucht'.

Nog meer onrust klinkt er in Willkommen und Abschied, eveneens van de hand van Goethe. De ik-figuur kent een groot geluk: hij verlaat dan wel zijn geliefde, maar hij is zelf ook een geliefde. Hij laat iemand achter die naar hém verlangt. Toch gaat de dichter op weg, hij kent geen rust

Die rust vindt hij uiteindelijk in de nacht; in de romantiek vaak een metafoor voor de dood. In Nachtstück is van een metafoor geen sprake, hier wordt zonder vrezen de rust van de dood bezongen. Mayrhofer schreef dit gedicht in 1819 toen hij met Schubert samenwoonde en werkte: '… und die Liebe für Dichtung und Tonkunst machten unser Verhältniß inniger: ich dichtete, er komponierte, was ich dichtete und wovon Vieles seinen Melodien Entstehung, Fortbildung und Verbreitung dankt'. Deze samenwerking mocht niet verhinderen dat Mayrhofer later zelfmoord pleegde.

Waar in Nachtstück nog een nieuwe lente gloort met groene weiden, is daar in Schwanengesang geen sprake van. Het leven staat al stil in het gedicht, de muziek laat Schubert dematerialiseren tot pure verstilling. Had het te maken met de grote emotionele crisis waar Schubert onder leed, in het begin van de jaren '20 van de 18e eeuw toen dit lied ontstond?

In Nachklang van Johannes Brahms worden tranen met regendruppels vergeleken, er lijkt sprake van groot maar verder niet nader benoemd verlies. In An eine Äolsharfe rouwt iemand om het verlies van een jongeman, gaat het hier om de jongere broer van dichter Edward Mörike?

Gevoelens laten zich moeilijk vangen, stelt de dichter Klaus Groth in Wie Melodien. Wie ze in woorden probeert te vatten, kan er niet te dichtbij komen, want dan is het als mist die oplost. Dat maakt het dichten voor een poëet tot een hachelijk zaak, maar Klaus Groth probeert het toch en Brahms zet het op prachtige melodieuze lijnen. Alleen als in de tweede strofe de 'Nebelgrau' opdoemt, lijkt de melodie tot stilstand te komen.

An die ferne Geliebte is een van de eerste liedcycli die geschreven is. Ludwig van Beethoven bereidt hier de weg voor werken als Winterreise en Die schöne Müllerin. Maar anders dan deze liedcycli, waarin elk lied een afgerond geheel is, verbindt Beethoven de liederen met elkaar door korte tussenspelen toe te voegen. Bovendien liet hij in het laatste lied materiaal uit het eerste lied terugkomen, waarmee de cirkel weer rond is.

De jonge student medicijnen Alois Isidor Jeitteles schreef zes gedichten die romantisch van opzet zijn: alle liederen zijn strofisch en bevatten vele verwijzingen naar de natuur, terwijl er gepeinsd wordt over de liefde. In het eerste lied zit een eenzame dichter op en heuvel en kijkt naar de verte, terwijl hij naar zijn geliefde verlangt. Hij vindt troost in de ongerepte natuur, waar in het tweede en derde lied achtereenvolgens blauwe bergen en een beekje opduiken en in het vierde liedwolken en vogels. Maar de terugkeer van de lente - op zich een groots moment - maakt de dichter bedroefd. Van hereniging zal geen sprake meer zijn. Bij wijze van liefdesverklaring biedt de dichter deze zes liederen aan zijn geliefde aan.

Er gaan wel stemmen op dat Beethoven hiermee zijn onsterfelijke liefde die hij in een brief uit 1812 benoemde, wilde bezingen. Maar An die ferne Geliebte dateert van ruim vier jaar later. Bovendien, Beethoven droeg de liederen op aan Franz Joseph Lobkowitz, wiens vrouw juist enige maanden eerder was overleden. Wellicht is zij die 'ferne Geliebte'?

Susan Dorrenboom

***

CETTE NUIT, J’AI RÊVÉ ...
Clara Wieck was een begenadigd pianiste en een veelbelovend componiste toen zij - ondanks hevige tegenwerking van haar vader - haar huwelijksplannen met Robert Schumann doorzette. Voor veel zeer getalenteerde vrouwen betekende een huwelijk in de negentiende eeuw het einde van een veelbelovende carrière, zo niet voor Clara Schumann. En gelukkig maar. Clara was een veel beter pianist dan haar echtgenoot en daarmee onder meer een warm pleitbezorger van het pianowerk van haar man. Maar Robert was zelf ook onder de indruk van het werk zijn echtgenote en bleef haar constant stimuleren om vooral te blijven componeren en zette zich bovendien in om haar werk ook uitgegeven te krijgen. Daarmee toonde Robert zich op de keper beschouwd geëmancipeerder dan Clara zelf, die de kwaliteit van haar eigen werk ten onrechte bleef bagatelliseren.

Clara en Robert hielden een gezamenlijke bundel bij waarin zij poëzie verzamelden die zij geschikt achtten om liederen op te componeren. Hoe belangrijk de strekking en juiste interpretatie van teksten voor Clara waren, beschreef zij in een dagboekfragment. Daarin stelde zij vast dat veel zangers een pover tekstbegrip tonen en zich ten onrechte vooral focussen op de vocale lijnen. In Lorelei laat Clara Schumann tekstexpressie en muzikale expressie op indringende wijze samenvloeien. De uiterst virtuoze pianobegeleiding met een aaneenschakeling van triolen verraadt de pianovirtuoos in Clara, maar zij stelt die virtuositeit geheel ten dienste van het drama dat zich op de beroemde tekst van Heine in pakweg twee minuten als een mini-opera ontvouwt.

De tragiek van wederzijds niet erkende liefde in Sie liebten sich beide wordt door Clara Schumann op een even eenvoudige als effectieve manier onderstreept met een wiegende beweging die hapert en maar niet op gang wil komen. Even tragisch is de derde Heine-tekst die Clara inspireerde: een blik op het portret van een verloren liefde laat de tranen de vrije loop.

Al snel viel Pierre Louÿs door de mand toen hij in 1894 een bundel van 143 gedichten liet publiceren onder de naam Bilitis als zijnde een verzameling oude Griekse gedichten. Hij wilde doen geloven dat de gedichten van Bilitis waren, een dichteres die zou hebben geleefd in de tijd van Sappho. Wie de werkelijke dichter was werd al snel duidelijk, maar de sensuele, erotisch geladen gedichten vielen desondanks zeer in de smaak en inspireerden onder meer componisten, waaronder Claude Debussy, maar ook Rita Strohl.

Wie, Rita Strohl? Nooit van gehoord? Heel vreemd is dat niet, want deze Franse pianiste en componiste is danig in vergetelheid geraakt. Toch was Rita Strohl rond 1900 een gevestigde naam in het Parijse muziekleven. Componisten als Franck, Fauré en Duparc prezen haar werk zeer, maar na de Eerste Wereldoorlog raakte ze in vergetelheid. De afgelopen tien jaar groeit de belangstelling voor haar werk langzaam maar zeker. Een aantal kamermuziekwerken is inmiddels opgenomen, uitgebracht en met enthousiasme ontvangen. Ook is er een heruitgave gerealiseerd van Strohls Poème en 12 Chants, Extrait Des Chansons De Bilitis, een bundel die in 1898 in druk verschenen was. De bundel bevat dus twaalf liederen op een selectie van gedichten uit Bilitis, een aantal van deze twaalf gedichten is ook door Debussy getoonzet.

Karola Pavone en Boris Radulović breken een lans voor de in hun ogen onterecht vergeten liederen van Strohl. Vier van de twaalf liederen van Bilitis staan op het programma, het belooft een bijzondere ervaring te worden. Hoe ze klinken is nog een verrassing, want voor zover bekend is er nog geen opname van de werken beschikbaar. Afgaande op de al wel opgenomen kamermuziek, is het werk met een grote lyrische kracht die past in de laat Frans-romantische idioom van Franck, Fauré en Saint-Saëns. Dit in combinatie met de de zwoel-erotische lading van gedichten als La flûte de Pan en La chevelure zou wel eens een betoverde combinatie kunnen opleveren.

Eigen gedichten liggen aan de basis van de twee liederen uit Trois mélodies van Olivier Messiaen die vandaag worden uitgevoerd. De liederen zijn geschreven in 1930, het jaar dat de componist zijn conservatoriumstudie in Parijs voltooide. Het idioom van Debussy en Satie is dan hoorbaar opgeslagen in het geheugen van de componist, maar toch hebben de liederen iets geheel eigens, en dat heeft niet alleen met de tekst te maken. Complexe akkoorden in de rechterhand van de piano werpen een blik vooruit in de richting waarin de componist zich zou gaan ontwikkelen.

La fiancée perdue kent binnen het lied een scherp contrast tussen de opening en het slot. Een extatisch begin bezingt de bruid in al haar glorie. Een scherpe cesuur volgt, de bruid is getuige de liedtitel verloren, een gebed voor haar zielenheil volgt. Dit gebed is voorzien van een even verstilde als betoverende begeleiding vol spannende akkoordprogressies die dus al vooruitwijzen naar het latere werk van de componist. Pourquoi? werpt slechts vragen op. Waarom beleeft de vragensteller geen plezier aan de vogels, de lucht en het water, waarom niet aan de seizoenen? Waarom? Het commentaar van de componist zelf wordt geleverd in de discant van de piano. Maar op de immer repeterende vraag ‘Waarom?’ heeft de componist uiteindelijk ook geen antwoord en aldus eindigt het lied ook muzikaal gezien in een vraagteken.

De bruid die verloren was, is hervonden in het derde lied - ook op een eigen gedicht - van Olivier Messiaen dat tijdens dit recital wordt uitgevoerd. Bail avec Mi is het openingslied uit de cyclus Chants de terre et de ciel uit 1938. De bruid in kwestie is de violiste Claire Delbos, de eerste vrouw van de componist. ‘Mi’ was het koosnaampje dat Messiaen voor haar gebruikte, dit openingslied is aan haar opgedragen. De fysieke, maar ook spirituele verbondenheid tussen componist en geliefde wordt bezongen. De lyrische, maar ook hortende vocale lijn wordt op hoogst individualistische wijze becommentarieerd en onderbroken door de begeleiding. Toch ontstaat er een groeiende eenheid in hun verscheidenheid.

De Waarom?-vraag keert in dit recital nog een keer terug, maar nu in een gedicht van Heinrich Heine in een zetting van August Bungert. En wellicht dat u zich net als bij Rita Strohl afvraagt: 'pardon, wie?'. August Bungert dus, Duitser van geboorte, op voorspraak van Max Bruch enige tijd studerend in Parijs, maar uiteindelijk zijn heil zoekend in Italië en zijn vaderland. Ontmoetingen met Nietsche, Verdi, maar vooral de innige vriendschap met de koningin van Roemenië - die veelvuldig in Italië verbleef - legde hem geen windeieren. Deze koningin publiceerde onder de naam Carmen Sylvia veel poëzie. Bungert schreef een flink deel van zijn liedoeuvre - dat in totaal ruim 360 liederen beslaat - op poëzie van haar hand. Met haar deelde hij onder andere ook een voorliefde voor Griekse mythologie.

De vriendschap met het Roemeense hof leverde Bungert bestaanszekerheid op, plus de vrijheid om te werken aan een enorm muziektheaterproject dat de tegenhanger zou moeten worden van Wagners Ring des Nibelungen. Deze tetralogie Die Homerische Welt bracht Bungert veel erkenning en aanhang, met name onder het meer behoudende, maar tegelijkertijd kosmopolitischer deel van de operaliefhebbers. Er is zelfs sprake geweest van een eigen muziektheater dat zou moeten verrijzen in Bad Godesberg en dat een tegenhanger zou moeten worden van Bayreuth. De geschiedenis beschikte anders, zoveel mag duidelijk zijn. Wie ook maar íets van Bungert wil horen of wil leren kennen zal heel goed moeten zoeken.

Wat dat betreft valt u vandaag met de neus in de boter met drie liederen van Bungert, twee op gedichten van Heine en één op een gedicht van Eichendorff. De Waarom?-vraag waar eerder aan gerefereerd werd, komt aan bod in Warum sind denn die Rosen so blass? Een jongeling vraagt zich af waarom hij verlaten is door zijn lief en niets, werkelijk niets hem meer kan troosten. Romantischer kan het nauwelijks, en de zetting van Bungert voegt zich daar volledig in, waarbij de componist de wrange akkoorden bewaart voor de slotvraag: waarom verliet je mij? Waaróm?

De laatste strofe van Bungerts lied Reinigung refereert thematisch sterk aan Wagners Der Fliegende Holländer: 'Hoiho! hoiho! Da kommt der Wind! / Die Segel auf! Sie flattern und schwelln! / Über die stillverderbliche Fläche / Eilet das Schiff / Und es jauchzt die befreite Seele.' Muzikaal gezien tapt Bungert echter uit een behoudender vaatje zoals zal blijken.

Van totale verrukking is sprake in Bungerts zetting van Eichendorffs Glück. En laten we om af te sluiten de Waarom?-vraag nu wel eens beantwoorden: omdat ik vandaag mijn liefje weer zal zien!

Robert Andriessen

Magnus Walker / tenor
Magnus Walker studeert voor zijn master aan de Royal Academy of Music in Londen en won recent de eerste prijs bij de Joan Chissell/Rex Stephens award for Schumann Lieder. Al tijdens zijn studie trad hij regelmatig op bij de Academy song circle en bracht hij Mario Ferraro’s liedcyclus Songs from a distant Land voor tenor en guitar in première. In 2017 debuteerde hij internationaal als tenorsolist in Brittens War Requiem en is regelmatig te horen als solist in oratoria en opera’s, en als liedzanger. Recent debuteerde hij ook in Wigmore Hall tijdens een concert ter ere van de tweehonderdste verjaardag van de Academy.

Eunji Han / piano
Eunji Han studeerde aan conservatoria in Zuid-Korea, Frankrijk, Zwitserland en in het Verenigd Koninkrijk. Masterclasses volgde ze bij onder meer Graham Johnson, Helmut Deutsch en Hartmut Höll. Haar passie voor hedendaagse muziek bracht haar ertoe Ensemble Dimensions op te richten, waarmee ze werken van jonge componisten in première bracht en een educatief project voor scholen organiseerde. Ook is zij een van de oprichters van Trio André dat klassiek repertoire voor pianotrio met hobo, cello en piano herontdekt. Haar constante onderzoek naar de Franse componisten Lili en Nadia Boulanger leverde haar een televisieoptreden bij Radio Télévision Suisse op. Eunji treedt veelvuldig op in grote concertzalen wereldwijd en tijdens diverse festivals.

Karola Pavone / sopraan
Karola Pavone groeide op in een muzikaal gezin en trad al op haar 17e op als solist. Ze studeerde aan de Musikhochschule in Keulen en vervolgens aan de Göteborg University Opera School in Zweden waar zij cum laude afstudeerde. Daarnaast volgde zij verscheidene masterclasses. Inmiddels heeft zij zich ontwikkeld tot een geliefd en veelzijdig solist en maakte furore met zowel de opera als lied- en kamermuziekconcerten.
Ze vormt al enkele jaren een duo met pianist Boris Radulović, met wie zij in 2019 hun eerste cd uitbracht. In 2021 werden zij een van de twee prijswinnende duo’s tijdens het eerste Young Artist Platform van ons festival.

Boris Radulović / piano
Zijn liefde voor de piano ontdekte Boris Radulović al op jonge leeftijd. Na het afronden van zijn studie vervolgde hij zijn opleiding bij de vermaarde pianist Pierre-Laurent Aimard, wiens invloed een duidelijke stempel op zijn muzikale ontwikkeling heeft gedrukt. Daarnaast volgde hij cursussen bij gerenommeerde musici en won vele prijzen.
Radulović is een veelgevraagd concertpianist die gewaardeerd wordt om zijn elegantie en innerlijke harmonie. Hij boekte successen op podia wereldwijd en vormt met Karola Pavone al enkele jaren een liedduo. Eind 2019 brachten zij hun eerste cd uit. In 2021 werden zij een van de twee prijswinnende duo’s tijdens het eerste Young Artist Platform van ons festival.

locatie
Grote kerkzaal / Zusterplein 12 / 3703 CB Zeist

De warme, ronde stem van Karola Pavone boeide niet alleen met haar vlijmscherpe declamatie; hij gaf blijk van een zeer volwassen muzikaliteit. Ze houdt zich niet bezig met gemakkelijke emoties, maar eerder met de hele wereld van gevoelens die vocaal kunnen worden uitgedrukt.

~ Bonner Generalanzeiger

Boris Radulović’ spel is uiterst precies, rijk genuanceerd en vol expressie.

~ Münsterlandzeitung

De voordracht van Magnus Walker was in muzikaal en tekstueel opzicht helder en tot in de puntjes verzorgd.

~ John Quinn voor Seen and Heard International

Delen met anderen

Geplaatst op

Festivalkoor: Im Freien zu singen

FESTIVALKOOR

zaterdag

21 mei

15.00 - 15.30

Festivalkoor: Im Freien zu singen

Inge van Keulen, koordirigent

Koordirigent Inge van Keulen studeerde met ervaren koorzangers drie liederen in uit Sechs Lieder im Freien zu singen van Felix Mendelssohn Bartholdy (opus 59/1, 2 & 5). Aangezien Mendelssohn deze liederen bedoelde voor uitvoering in de openlucht, schreef hij ze voor koor à capella. De uitvoeringen vinden daarom plaats in de buitenlucht: op het Zusterplein en het vlakbij gelegen Walkartpark.

Zelf meedoen aan het festivalkoor? Klik hier voor meer informatie.

Inge van Keulen / koordirigent
Inge van Keulen studeerde zang aan het conservatorium Helicon bij Mariola Niedzielska, en volgde daarnaast lessen bij Christiaan Boele en Rebecca Stewart. In 2016 voltooide ze de applicatieopleiding koordirectie voor vakmusici aan het Utrechts Conservatorium, waar zij les had van Fokko Oldenhuis en Rob Vermeulen.  Vanuit de wens om zichzelf uit te dagen en door zingen dieper tot de kern te komen en anderen aan te moedigen dat ook te doen, volgde zij diverse lessen en cursussen in onder meer solozang, barokmuziek, methodiek lichte muziek en muziekfenomelogie. Inge is onder meer actief als zangeres, koordirigent en organiseert meezingochtenden in theaters.

Koorconcert
zaterdag 21 mei / 15.00 - 15.30 uur / Walkartpark

Locatie
Buiten / Walkartpark / 3701 GL Zeist

Het eerste wat opvalt: Dains magnifieke stem. Het tweede is de symbiose van zangeres en pianist. Het gebeurt niet vaak dat Messiaen, Debussy, Dutilleux en de Frans-Finse componist Kajia Saariaho zo subliem worden verdedigd

~ Guido van Oorschot, Volkskrant

Delen met anderen