Geplaatst op

Regards sur l’infini

15-05-DAIN-ARMSTRONG

zondag

15 mei

19.30 - 21.30

Regards sur l’infini

Katharine Dain, sopraan
© Evelien van Rijn
Sam Armstrong, piano
© Balazs Borocz / Pilvax Studio

Losse kaarten
Normaal € 35 / Vrienden ILFZ € 32 / < 30 jaar € 10

Dagkaart 
Normaal € 56 / Vrienden ILFZ € 50
De dagkaart voor 14-05-2021 geeft toegang tot de het middagrecital én het avondrecital.

Passe-Partout
Normaal € 350 / Vrienden ILFZ € 315
Bezoek met maar liefst 40% korting:
- 14 recitals,
- 16 masterclasses,
- 4 lezingen en meer.
Een passe-partout geeft toegang tot alle voor publiek toegankelijke evenementen van het festival.

Vrienden ILFZ
Bent u geen Vriend van het festival maar wilt u wél gebruik maken van het gereduceerde Vriendentarief? Kies dan bij kaarten bestellen de optie ‘Vriendentarief’ en voeg in de winkelmand ‘Vriend worden’ toe.

Dit concert heeft geen pauze, na afloop van het recital wordt u een gratis drankje aangeboden.

Terwijl zij in het voorjaar van 2020 in Nederland repeteerden werden Katharine Dain en Sam Armstrong overvallen door de eerste lockdown. Zalen bleven gesloten en weken wachten werden maanden. Maar in plaats van bij de pakken neer te gaan zitten, besloten zij zich onder te dompelen in de rijke muziek van Olivier Messiaen en een programma rond zijn muziek op cd te zetten. Met het album Regards sur l’infini brengen ze dertig jaar na zijn overlijden een hommage aan deze klanktovenaar met hun vertolking van zijn Poèmes pour Mi.

Over het samenstellen van en werken aan Regards sur l’infini zegt Dain: ‘Het heeft ons een anker gegeven in een bijzonder verbijsterende tijd. Deze gepassioneerde en introspectieve liederen zijn een zeer persoonlijke reactie op een intense ervaring. De muziek en teksten brengen een obsessie over met het verleden of de toekomst, maar dwingen ons ook even stil te staan. Hoe ongemakkelijk dat ook is. En daar schoonheid en betekenis in te vinden of maken. We hopen dat ze op dezelfde manier werken bij iedereen die luistert.’

Het album werd een succes, want onlangs wonnen zij er een Edison Klassiek mee als beste debuutalbum van het jaar 2021. De woorden van de jury logen er niet om: ‘Een debuutplaat die insloeg als een bom.’ En: ‘Een recital van ongekende schoonheid.’ Het programma dat u vanavond hoort past naadloos bij ons festivalthema, want bij Dain en Armstrong krijgt het lied vleugels.

Kaija Saariaho (1952)
Parfum de l’instant (Quatre Instants - III; Maalouf)

Henri Dutilleux (1916 - 2013)
Chanson de la déportée (Gandrey-Réty)

Claude Debussy (1862 - 1918)
Proses lyriques (Debussy)
I. De rêve
II. De grève

Claire Delbos (1906 - 1959)
Ai-je pu t’appeler de l’ombre (uit : L’âme en bourgeon - VIII ; Sauvage)

Olivier Messiaen (1908 - 1992)
Poèmes pour Mi (Messiaen)
I. Action de grâces
II. Paysage
III. La maison
IV. Épouvante
V. L’épouse
VI. Ta voix
VII. Les deux guerriers
VIII. Le collier
IX. Prière exaucée

Claire Delbos (1906-1959)
Dors (uit : L’âme en bourgeon - I ; Sauvage)

Claude Debussy (1862 - 1918)
Proses lyriques (Debussy)
III. De fleurs
IV. De soir

Henri Dutilleux (1916 - 2013)
Regards sur l’Infini (uit : Quatre mélodies - III)

Kaija Saariaho (1952)
Il pleut (Apollinaire)

Begin 2020 trof de Covid-19-pandemie Europa. Medio maart besloten Sam Armstrong en ik - goede vrienden en recitalpartners sinds onze studententijd - om samen in mijn huis in Rotterdam in quarantaine te gaan. Dit, zo redeneerden we, zou ons goed gezelschap en een beetje extra repetitietijd opleveren voor aankomende projecten - inclusief onze eerste uitvoering van Poèmes pour Mi van Messiaen, die enkele maanden later gepland stond - terwijl we wachtten op wat, naar we aannamen, een paar weken van lockdown-beperkingen zouden zijn.

Maar al snel begon de ware omvang van de crisis duidelijk te worden. We ervoeren desoriëntatie zoals we nog nooit eerder meemaakten. In een tijd waarin niets logisch was - het recente verleden leek een droom en de toekomst was volkomen onbekend - gingen we de onzekerheid en het verlies te lijf door elke dag samen muziek te maken. Liederen vertolken werd een soort meditatie, een manier waarop we probeerden geaard te blijven in een verontrustend heden. We brachten dagen door met het onderzoeken van de vorm van zinnen, markeringen en de subteksten van de gedichten. We dompelden onszelf diep onder in de unieke klankwereld van Messiaen en verwante componisten, werkten voor een keer zonder deadline en lieten de muziek en teksten zich langzaam aan ons openbaren.

Maar weken werden maanden en in het najaar van 2020 was de crisis nog lang niet voorbij. Ons geïsoleerde werk kreeg vorm in het album Regards sur l'Infini: een verzameling liederen die tijdloos en bijzonder relevant is voor de tussentijd waarin de wereld zich bevond. Het was een ontsnapping uit een wereldwijde crisis als een reactie op die crisis.

Tu es auprès de moi / mais je ferme les yeux pour t’imaginer … / tu es la peau du reve / et déjà la matière du souvenir

Je bent vlakbij me / maar ik sluit mijn ogen om me je in te beelden ... / jij bent de huid van de droom / en tegelijk het materiaal van herinnering

Amin Maalouf (Kaija Saariaho: Parfum de l'instant)

Regards sur l'Infini onderzoekt onze universele neiging om vanuit een gegeven situatie rusteloos onze blik naar buiten te richten. Mensen lijken het moeilijk te vinden om echt aanwezig te zijn: of we verlangen naar het verleden of we kijken uit naar een tijd waarin intense ervaringen zullen zijn verzacht tot bevrijdende herinneringen. Deze liederen en gedichten, bijna allemaal geschreven op momenten van doorslaggevende veranderingen, blikken heen en weer in de oneindige reikwijdte van herinnering en verbeelding. Het zijn persoonlijke, gepassioneerde reacties op belangrijke verschuivingen in het leven van hun makers.

Hoewel geboren uit rusteloosheid, kan dergelijk persoonlijk materiaal ons in tijden van crisis focus bieden. We ontwikkelden dit programma als een cyclische, meditatieve ontbloting van ervaringen, in plaats van als een traditionele groep liederen, en als weerspiegeling van onze dagelijkse lockdownpraktijk. De gebroken toestand van de wereld verleidt ons tot dissociatie; muziek - van nature een tijdelijke kunstvorm - helpt ons deze neiging te weerstaan ​​door ons uit te nodigen te luisteren en voortdurend aanwezig te zijn. Van moment tot moment, of we nu samen zijn in een concertzaal of alleen in een woonkamer.

Mon ame, c'est du reve ancien qui t'étreint!

Mijn ziel, het is een oude droom die je omarmt!

Claude Debussy (De rêve)

Alle liederen van Regards sur l'Infini zijn diep persoonlijk, maar vooral de werken van Claude Debussy en Olivier Messiaen: beide cycli zijn zettingen van teksten die door de componisten zelf zijn geschreven. Dit was de standaardpraktijk voor Messiaen, maar Proses lyriques was Debussy's enige poging om zijn literaire en muzikale werelden te verenigen zoals Wagner had gedaan. De vrije versvorm breidde Debussy's scala aan mogelijkheden om tekst te toonzetten dramatisch uit en bereidde hem voor op de schijnbaar moeiteloze, naturalistische prosodie van Pelléas et Mélisande, waaraan hij kort daarna begon te werken. Terwijl hij met deze cyclus bezig was, peinsde de dertigjarige componist over recent liefdesverdriet, vervuld van verlangen naar een geïdealiseerd verleden. Dit verlangen bereikt opera-achtige proporties in De fleurs, het emotionele hart van de cyclus en een van Debussy's grootste liederen. De rêve is een lange nostalgische zucht, terwijl De grève en De soir scènes beschrijven - over de zee en een drukke stad op een zondag - die uiteindelijk plaats maken voor een scherpe omkering vergezeld door het gebeier van klokken. De liederen zijn orkestraal van opzet, maar voelen toch aan als intieme reacties op thema's die de jonge componist al na aan het hart lagen en die hem zijn hele leven zouden blijven achtervolgen.

Nos quitterons nos corps aussi / je les vois dans ton oeil

We zullen onze lichamen ook verlaten / ik zie ze in je ogen

Olivier Messiaen (La Maison)

Olivier Messiaen deelde veel van Debussy's artistieke ideeën en liet zich levenslang inspireren door Pelléas et Mélisande. In sommige opzichten lijkt Poèmes pour Mi - geschreven in de eerste jaren van zijn huwelijk met violist en componist Claire Delbos - een natuurlijke verwant van de Proses-lyriques: beide werden geschreven door jonge mannen in de greep van romantische gevoelens en de cycli delen een ongewone grootsheid van expressie. De liederen van Poèmes pour Mi worden gekenmerkt door ontzag, vreugde, horror, surrealistische beelden en het opzettelijk vervagen van de grens tussen goddelijke en menselijke liefde. Ze brengen het sacrament van het huwelijk in kaart, de betekenis ervan binnen Messiaens diepgewortelde katholieke geloof en de vele psychologische effecten daarvan op de jonge echtgenoot. Er zijn momenten van diepe tederheid en intimiteit, vooral in Ta voix en Le collier, maar de liederen bagatelliseren de grotendeels aardse zorgen ten gunste van de verwachte gelukzaligheid van het eeuwige leven. De cyclus begint en eindigt met een vurig gebed tot God: Action de grâces is vol verwondering en dankbaarheid, Prière exaucée ademt een ongeduldig wachten op verlossing. Beide roepen prachtig oude liturgische mystiek op. Épouvante geeft een gruwelijk beeld van eeuwige verdoemenis, en L'épouse, het centrum van de cyclus, legt de principes van het katholieke huwelijksritueel uit in muziek van kosmische, bijna onmenselijke breedte.

Messiaens meeslepende visie op de echtelijke liefde als voorbereiding op het hiernamaals blijkt achteraf bitterzoet. Het huwelijk dat hem tot deze muziek inspireerde was slechts een korte tijd gelukkig: Delbos raakte ernstig gewond tijdens wat in 1949 een routineoperatie had moeten zijn en bracht de rest van haar leven, tot aan haar dood in 1959, door in een instelling. Langzaam wegkwijnend door hersenatrofie. Die jaren brachten Messiaen in een pijnlijk conflict. Hij werd verliefd op een begaafde student - Yvonne Loriod, die later kampioen werd in het uitvoeren van zijn werken voor piano - en die pas zijn tweede vrouw kon worden na de dood van Delbos.

Ai-je pu t’appeler de l’ombre vers le jour

Zou ik je kunnen noemen de schaduw over de dag?

Cécile Sauvage (Claire Delbos: Ai-je pu t'appeler)

Claire Delbos componeerde L'âme en bourgeon - waarvan we het eerste en laatste lied laten horen - terwijl ze zwanger was van haar enige kind dat volwassen werd. De cyclus ging in 1937 in première tijdens hetzelfde concert als Poèmes pour Mi. Delbos’ tekstkeuze was bijzonder intiem: de gedichten werden geschreven door Cécile Sauvage, Messiaens moeder, terwijl ze zwanger was van Messiaen. De liederen onderzoeken liefde, angst en ambivalentie over het moederschap in een muzikale taal die minimalistisch maar diep expressief is. Tekst en muziek samen onthullen een verrassende moderniteit in het denken. De positionering van Ai-je pu t'appeler aan het einde van de cyclus duidt op ernstige twijfel over God en het eeuwige leven, wat vooral schrijnend lijkt in tegenstelling tot het onwankelbare geloof van Messiaen. We kunnen het verlies van de muziek die Delbos had kunnen schrijven als ze langer had geleefd alleen maar betreuren. Haar oeuvre is klein - een handvol liederen, orgelstukken, een werk voor koor - en de partituren zijn moeilijk op te sporen, maar haar muziek verdient het royaal gehoord en uitgevoerd te worden. We beschouwen ons werk aan deze liederen nu als slechts het begin van een verkenning van haar unieke, zelden gehoorde compositorische stem.

Henri Dutilleux schreef de twee liederen die we ten gehore brengen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Beide zijn reacties op de gruwel van het ontmoeten van de dood of tragedie op jonge leeftijd. Chanson de la déportée, dat pas onlangs werd gepubliceerd, is een hypnotiserende klaagzang gezongen door een ontheemde vrouw, die op de rand van de dood zweeft en alleen terzijde wordt gestaan door haar herinneringen. Regards sur l'Infini drukt een vurig verlangen uit om te sterven met uitzicht op de lucht, met de handen kalm rustend naast het lichaam. De frasen en harmonische constructie zijn pijnlijk lang en vormen een prachtige voorbode van de volwassen stukken van de componist voor stem. Dutilleux verborg de meeste van zijn vroege liederen decennialang, vermoedelijk omdat hij ze stilistisch onderontwikkeld vond, maar we zijn dankbaar dat hij deze ontroerende stukken laat in zijn leven in zijn officiële catalogus opnam.

De stukken aan het begin en einde van ons palindroomprogramma - beide van de Finse, maar al lang in Frankrijk woonachtige Kaija Saariaho - gaan expliciet in op de menselijke neiging tot dissociëren. De cyclus Quatre Instants was een samenwerking met de Libanees-Franse schrijver Amin Maalouf, die ook het libretto verzorgde voor Saariaho's eerste grote opera L'amour de loin. Deze liederen en de opera delen zowel de muzikale taal als het onderwerp: de fundamentele identiteitsvragen die door liefde worden getriggerd en de kortstondigheid en vreemde eenzaamheid van intimiteit. De glinsterende pianotexturen en hartstochtelijke sprongen in de zanglijn zijn stilistische verwanten van Debussy en Messiaen, maar de klankwereld is onnavolgbaar die van Saariaho. Het programma eindigt met haar betoverende setting uit 1986 van Apollinaire's iconische Il pleut. Tegen een achtergrond van afzonderlijke, regelmatige vallende druppels in de piano, spoort de zanger ons aan om te ‘luisteren!’, en herinnert ons eraan dat we, als we ervoor kiezen, onze tijdelijke en ruimtelijke banden kunnen loslaten en gewoon in het heden kunnen bestaan.

Écoute tomber les liens qui te retiennent

Hoor de ketens die je vasthouden vallen

Guillaume Apollinaire (Kaija Saariaho: Il pleut)

De ontwikkeling en voorbereiding van Regards sur l'Infini heeft ons, zanger en pianist, een anker gegeven in een bijzonder verbijsterende tijd. We hopen dat deze gepassioneerde en introspectieve liederen, die allemaal zeer persoonlijke reacties op een intense ervaring zijn, hetzelfde effect zullen hebben op iedereen die luistert. De muziek en teksten brengen rusteloosheid, een bijna ondraaglijke pijn en vreugde, en een obsessie met het verleden of de toekomst over. Maar dwingen ons ook om even stil te staan, hoe ongemakkelijk dat ook is, en daarin schoonheid en betekenis te vinden of te maken.

Katharine Dain

Katharine Dain / sopraan
Katharine Dain studeerde af aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen en het Mannes College of Music in New York. Inmiddels is zij een veelgevraagd solist en kamermusicus en was te horen in diverse opera’s, oratoria en concertseries met vooraanstaande orkesten. Dain staat bekend om het gemak waarmee ze hedendaags repertoire vertolkt en om haar deelname aan experimentele, multidisciplinaire projecten. Als gepassioneerd voorvechter voor het lied en kamermuziek, stond ze aan de wieg van menig ensemble, waarmee ze internationaal optrad.
In 2021 bracht ze samen met pianist Sam Armstrong de cd Regards sur l’infini uit, die een Edison Klassiek won in de categorie beste debuutalbum. Tijdens deze editie van het Internationaal Lied Festival voeren zij dat programma bij ons uit.

Sam Armstrong / piano
Sam Armstrong studeerde piano aan het Royal Northern College of Music in Manchester en aansluitend in New York aan het Mannes College of Music, waar hij de meest prestigieuze prijzen in de wacht sleepte. Ook na zijn opleiding won hij meerdere prijzen en ontving laureaten. Armstrong volgde masterclasses bij onder meer Menahem Pressler, Murray Perahia, Pierre-Laurent Aimard en Roger Vignoles.
Inmiddels is hij een veelgevraagd solist en kamermusicus die geroemd wordt om de uitmuntende kwaliteit van zijn spel. In 2021 bracht hij samen met sopraan Katharine Dain de cd Regards sur l’infini uit, die een Edison Klassiek won in de categorie beste debuutalbum. Tijdens deze editie van het Internationaal Lied Festival voeren zij dat programma bij ons uit.

locatie
Grote kerkzaal / Zusterplein 12 / 3703 CB Zeist

Het eerste wat opvalt: Dains magnifieke stem. Het tweede is de symbiose van zangeres en pianist. Het gebeurt niet vaak dat Messiaen, Debussy, Dutilleux en de Frans-Finse componist Kajia Saariaho zo subliem worden verdedigd

~ Guido van Oorschot, Volkskrant

Delen met anderen

Geplaatst op

Klinge, kleines Frühlingslied

15-05-PILSL-GERZENBERG

zondag

15 mei

15.00 - 17.00

Klinge, kleines Frühlingslied

Theresa Pils, sopraan
Daniel Gerzenberg, piano
© Andrej Grilc

Losse kaarten
Normaal € 35 / Vrienden ILFZ € 32 / < 30 jaar € 10

Dagkaart 
Normaal € 56 / Vrienden ILFZ € 50
De dagkaart voor 14-05-2021 geeft toegang tot de het middagrecital én het avondrecital.

Passe-Partout
Normaal € 350 / Vrienden ILFZ € 315
Bezoek met maar liefst 40% korting:
- 14 recitals,
- 16 masterclasses,
- 4 lezingen en meer.
Een passe-partout geeft toegang tot alle voor publiek toegankelijke evenementen van het festival.

Vrienden ILFZ
Bent u geen Vriend van het festival maar wilt u wél gebruik maken van het gereduceerde Vriendentarief? Kies dan bij kaarten bestellen de optie ‘Vriendentarief’ en voeg in de winkelmand ‘Vriend worden’ toe.

Helaas moesten mezzosopraan Marie Seidler en pianist Toni Ming Geiger wegens gezondheidsredenen afzeggen. Wij zijn verheugd dat de jonge, veelbelovende sopraan Theresa Pilsl en pianist Daniel Gerzenberg op zo korte termijn bereid zijn gevonden naar Zeist te komen.

De liefde loopt als een rode draad door dit progamma heen in werken van Schubert, Schumann, Mendelssohn en Brahms. Liefde die opbloeit, die vleugels geeft, vragen oproept en soms ook eindig is. Het is een programma dat naadloos aansluit op ons festivalthema.

Franz Schubert (1797-1828)
Im Frühling  D 882 (Schulze)
Lied der Anne Lyle D 830 (uit: Zwei Lieder/1; Lindau naar MacDonald)
Das Mädchen  D 652 (Schlegel)
An den Mond D 193 (uit: Drei Lieder; Hölty)
Die Männer sind méchant D 866/3 (Seidl)

Robert Schumann (1810-1856)
Nussbaum  op. 25/3. (Mosen)
Mein Herz ist schwer - Aus den ‘Hebräischen Gärten‘  op. 25/15 (uit: Myrten/15; (Körner naar Byron)
Aus den ‘Östlichen Rosen‘  op. 25/25 (Rückert)
Zum Schluss  op. 25/26 (Rückert)

Clara Schumann (1819-1896)
Warum willst du and’re fragen (uit: Liebesfrühling; Rückert)
Sie liebten sich beide (uit: Sechs Lieder/2; Heine)
Ich stand in dunklen Träumen (uit: Sechs Lieder/1; Heine)
Lorelei (Heine)

Pauze

Johannes Brahms (1833-1897)
Erlaube mir, feins Mädchen  WoO. 33/2 (uit: Deutsche Volkslieder)
Schwesterlein WoO. 33/15 (uit: Deutsche Volkslieder)
Da unten im Tale  WoO. 33/6 (uit: Deutsche Volkslieder)

Robert Schumann (1810-1856)
Herzeleid  op. 107/1 (uit: Sechs Gesänge für Singstimme und Klavier; Ulrich)
Wehmut (uit: Liederkreis op. 39/9; Eichendorff)
Alte Laute op. 35/12 (uit: Zwölf Gedichte von Justinus Kerner)
Abendlied op. 107/6 (uit: Sechs Gesänge für Singstimme und Klavier; Kinkel)

Felix Mendelssohn Bartholdy (1809-1847)
Gruss op. 19/5 (uit: Sechs Gesänge; Heine)
Pagenlied (Eichendorff)
Scheidend op. 9/6 (uit: Zwölf Lieder; Droysen)

Voor dit recital is helaas geen toelichting beschikbaar.

Theresa Pilsl / sopraan
Theresa Pilsl studeerde in Berlijn aan de Universität der Kunste en de Hochschule für Musik Hanns Eisler. Ze won talrijke prijzen en beurzen, zoals de Bundeswettbewerb Gesang Berlin 2018 - een speciale prijs van de Walter Kaminsky Stiftung - en de Emmerich Smola-Förderpreis van de SWR Junge Opernstars 2020.
Pilsl is een alumna van de Liedakademie 2019 van het kamermuziekfestival Heidelberger Frühling en verkreeg een beurs van Yehudi Menuhin Live Music Now. Ze gaf recitals in het Konzerthaus in Wenen en de Pierre Boulezzaal in Berlijn. In 2022 maakt zij haar debuut bij de Oper Leipzig.
Gelijktijdig met haar zangstudie studeerde zij geneeskunde en rondde in december 2021 haar artsenexamens af.
 
Daniel Gerzenberg / piano
Daniel Gerzenberg is een internationaal veel gevraagd liedbegeleider en dichter. Hij trad op in Wigmore Hall, de Pierre Boulezzaal in Berlijn, bij de Heidelberger Frühling en in Verbier en Milaan. Samen met sopraan Sophia Burgos won hij prijzen bij het Concours international de Chant - Piano Nadia et Lili Boulanger, het Internationale Liedwettbewerb Franz Schubert und die Musik der Moderne en het Internationaal Vocalisten Concours in ’s-Hertogenbosch.
Gerzenberg zoekt graag naar nieuwe wegen in de liedkunst door tijdens concerten te werken met improvisaties, deels op basis van dichtwerk van tijdgenoten. Componist Andrew Hage toonzette gedichten van Gerzenberg zelf. Verder is hij docent dichtkunst aan de Hochschule für Musik Hanss Eisler in Berlijn, waar hij tot 2019 ook studeerde in de liedklas van Wolfram Rieger.

locatie
Grote kerkzaal / Zusterplein 12 / 3703 CB Zeist

Theresa Pilsl heeft een stralende stem, zingt vloeiend en zuiver en haar podiumpresentatie is charmant, charismatisch en uitgesproken.

~ Reiner Henn, Rheinische Post

Toni Ming Geiger is een buitengewone muzikant. Zijn expressiviteit, zijn rijkdom aan kleuren, zijn koppigheid en zijn technische soevereiniteit maken hem tot een ideale partner

~ Ingeborg Danz, mezzosopraan

Delen met anderen

Geplaatst op

Brahms en vrouwelijke tijdgenoten

zondag

15 mei

14.00 - 17.30

Brahms en vrouwelijke tijdgenoten

Hetty Gehring, zangdocent
Gilbert den Broeder, piano

Toegang gratis na reserveren. Reserveren doet u door een gratis toegangskaart aan te schaffen.

Samen musiceren is een kunst waar veel bij komt kijken. Stemgebruik, tekstbegrip, presentatie, wanneer die samenkomen komt de uitvoering van een lied op een hoger plan. Daaraan werkten de deelnemers van de Masterclass voor gevorderde amateurs. Tijdens de openbare sessie van deze masterclass werkt zangdocent Hetty Gehring een half uur met een zanger aan één of twee liederen van Brahms vrouwelijke tijdgenoten Liza Lehmann en Clara Schumann, of een lied van Brahms zelf. Pianist Gilbert den Broeder begeleidt hen op piano.

Zelf meedoen aan deze masterclass voor amateurzangers? Klik hier voor meer informatie.

Hetty Gehring / zangdocent
Na haar studie Nederlands, studeerde Hetty Gehring in eerste instantie zang aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag om later af te studeren bij Margreet Honig aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam. Daarnaast had zij les van onder andere Mira Zakai en Maarten Koningsberger.
In 2003 richtte Hetty Gehring Het Zangatelier in Utrecht op en verdiepte zij zich steeds meer in ademproblemen bij het zingen. Wat zij zelf leerde van Margreet Honig, door wie zij nog altijd gecoacht wordt, en van de adem- en houdingstherapeute Regine Herbig, wees haar daarbij de weg. Op basis van haar ervaring en kennis schreef zij het boek Zing zoals je lacht, dat in 2016 verscheen.

Gilbert den Broeder / piano
Gilbert den Broeder studeerde piano aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam en vervolgde zijn studie bij onder andere Irwin Gage en Rudolf Jansen. Hij specialiseerde zich in het begeleiden en coachen van zangers. Hij werkte samen met onder andere het Koninklijk Concertgebouworkest en is actief bij De Nationale Opera en Ballet, De Nederlandse Reisopera, The Dutch National Opera Studio en het Opera Forward Festival. Daarnaast is hij pianist voor diverse concoursen als het Internationaal Vocalisten Concours ’s-Hertogenbosch.
Verder werkt hij als pianist mee aan verschillende radio- en televisieprogramma’s en begeleidde hij de masterclassweek van Thomas Quasthoff voor jonge, talentvolle zangers voor de serie Grote Zangers.

openbare masterclass
zondag 15 mei / 14.00 – 17.30 uur

Locatie
Koetshuys / Zusterplein 2 / 3703 CB Zeist


Delen met anderen

Geplaatst op

Masterclass Waltraud Österreicher

Waltraud Österreicher

zondag

15 mei

10.30 - 12.00

Masterclass Waltraud Österreicher

Waltraud Österreicher, master

Losse kaarten
Normaal € 8 / Vrienden ILFZ € 7 / < 30 jaar € 0

Dagkaart
Normaal € 44 / Vrienden ILFZ € 40
De dagkaart voor 20-05-2021 geeft toegang tot de ochtend- en de middagsessie van de masterclass, de talkshow én het avondrecital.

Passe-Partout
Normaal € 350 / Vrienden ILFZ € 315
Bezoek met maar liefst 40% korting:
- 14 recitals,
- 16 masterclasses,
- 4 lezingen en meer.
Een passe-partout geeft toegang tot alle voor publiek toegankelijke evenementen van het festival.

Vrienden ILFZ
Bent u geen Vriend van het festival maar wilt u wél gebruik maken van het gereduceerde Vriendentarief? Kies dan bij kaarten bestellen de optie ‘Vriendentarief’ en voeg in de winkelmand ‘Vriend worden’ toe.

Voor beginnende liedduo’s is het van doorslaggevend belang om in ontwikkeling te blijven na afloop van hun studie. De masterclass voorziet daarin. Deze voor het publiek toegankelijke interpretatiecursus behandelt zanger en pianist als gelijkwaardig en een onlosmakelijke eenheid. Een dergelijke benadering is uniek, gelet op de dikwijls eenzijdige aandacht voor de zanger. Beide musici vergroten daardoor als duo hun artistieke zeggingskracht. De docenten belichten zowel de zang- als de pianopartij en tonen aan dat een pianist een zanger wel degelijk kan stimuleren door impulsen te geven of door juist tegengestelde kleuren aan te brengen. De kennis en ervaring die zij inbrengen verlenen de masterclass bij voorbaat een bijzonder karakter. De masterclass sluit op zaterdag 21 mei af met een presentatierecital.

Het festivalthema loopt als een rode draad ook door de masterclass heen. Er zal in elk geval worden gewerkt aan liederen van Schubert, Mendelssohn en Brahms, maar wellicht ook aan werken van Messiaen en/of liederen op vertaalde teksten van Heinrich Heine. De docenten zijn dit jaar Elly Ameling, Robert Holl, Iain Burnside, Roderick Williams en Hans Eijsackers. De masterclass bestaat uit twee sessies per dagdeel, waarvan de meeste openbaar zijn. Tijdens de besloten sessie wordt met de deelnemers gewerkt aan hun podiumpresentatie en krijgen zij taalcoaching. Daarnaast gaan zij tijdens de openbare poëziesessies met Natasha Loges en Robert Holl dieper in op de teksten van de liederen waaraan gewerkt wordt en de dichters Heine en Groth.

Waltraud Österreicher / performance coach - docent masterclass
De Oostenrijkse actrice Waltraud Österreicher is een veelzijdig persoon. Ze studeerde af als musicus en acteur en heeft verscheidene films en theateroptredens in binnen- en buitenland op haar naam staan. Haar passie voor mensen en haar brede achtergrond in muziek, theater en psychologie, leidden ertoe dat zij inmiddels een veelgevraagd coach voor musici is.
Ze verdiepte zich onder meer in stemgebruik, dictie, pantomime, houding en beweging en groepsdynamiek. Haar kennis en ervaring stellen haar in staat snel de unieke gaven en persoonlijke belemmeringen van een musicus te analyseren en hen te begeleiden op basis van haar eigen methode om professionele optredens succesvoller en interessanter te laten zijn.

Het eerste wat opvalt: Dains magnifieke stem. Het tweede is de symbiose van zangeres en pianist. Het gebeurt niet vaak dat Messiaen, Debussy, Dutilleux en de Frans-Finse componist Kajia Saariaho zo subliem worden verdedigd

~ Guido van Oorschot, Volkskrant

Waltraud Österreicher / performance coach - docent masterclass
De Oostenrijkse actrice Waltraud Österreicher is een veelzijdig persoon. Ze studeerde af als musicus en acteur en heeft verscheidene films en theateroptredens in binnen- en buitenland op haar naam staan. Haar passie voor mensen en haar brede achtergrond in muziek, theater en psychologie, leidden ertoe dat zij inmiddels een veelgevraagd coach voor musici is.
Ze verdiepte zich onder meer in stemgebruik, dictie, pantomime, houding en beweging en groepsdynamiek. Haar kennis en ervaring stellen haar in staat snel de unieke gaven en persoonlijke belemmeringen van een musicus te analyseren en hen te begeleiden op basis van haar eigen methode om professionele optredens succesvoller en interessanter te laten zijn.

Delen met anderen

Geplaatst op

Dort wollen wir niedersinken

zaterdag

14 mei

20.15 - 22.00

Dort wollen wir niedersinken

Laurence Kilsby, tenor
© Eoin Schmidt-Martin
Hans Eijsackers, piano
© Marco Borggreve

Losse kaarten
Normaal € 39 / Vrienden ILFZ € 35 / < 30 jaar € 10

Dagkaart 
Normaal € 57 / Vrienden ILFZ € 51 / Leden VvhL € 20
De dagkaart voor 14-05-2021 geeft toegang tot de Dag van het Lied én het avondrecital.

Passe-Partout
Normaal € 350 / Vrienden ILFZ € 315
Bezoek met maar liefst 40% korting:
- 14 recitals,
- 16 masterclasses,
- 4 lezingen en meer.
Een passe-partout geeft toegang tot alle voor publiek toegankelijke evenementen van het festival.

Vrienden ILFZ
Bent u geen Vriend van het festival maar wilt u wél gebruik maken van het gereduceerde Vriendentarief? Kies dan bij kaarten bestellen de optie ‘Vriendentarief’ en voeg in de winkelmand ‘Vriend worden’ toe.

Leden vereniging Vrienden van het Lied
€ 20,00 (toegang Dag van het Lied én avondrecital met Christoph Prégardien en Hans Eijsackers.)

De veelbelovende, jonge tenor Laurence Kilsby presenteert vanavond met pianist Hans Eijsackers een programma vol hoogtepunten uit de rijke Duitse liedtraditie. Het merendeel van de liederen is gebaseerd op gedichten van Heinrich Heine – waaronder uiteraard Mendelssohns beroemde Auf Flügeln des Gesanges – het werk waaraan ons festival zijn thema ontleent.

Elke Duitse liedcomponist na Schubert is aan hem schatplichtig, maar Schumann, Mendelssohn en Brahms zijn bijzonder nauw met hem verbonden. Bovendien waren zij zeer innig bevriend met elkaar. Schumann verheerlijkte Schubert en vond diens 9e symfonie terug. Mendelssohn bracht die vervolgens, op Schumanns verzoek, in wereldpremière. En Brahms verzorgde later de uitgave van Schuberts muziek.

Toch is de omgang met de romantische, en ook vaak ironische, teksten van Heine bij deze componisten zeer verschillend. Mendelssohn weet de lichtheid ervan goed te vangen, terwijl Schumann in de pianopartij meesterlijk de dubbelzinnigheid en ironie benadrukt. Schubert daarentegen herkende in zijn laatste levensjaar juist zichzelf in de impliciete zwartgalligheid, die hem inspireerde tot de huiveringwekkende muziek bij Der Doppelgänger.

Dit recital wordt mede mogelijk gemaakt door Van Tellingen Interieurs

Felix Mendelssohn Bartholdy (1809-1847)
Reiselied  Op. 34/6 (Heine)
Morgengruß  Op. 47/2 (Heine)
Allnächtlich im Traume  Op. 86/4 (Heine)
Auf Flügeln des Gesanges  Op. 34/2 (Heine)
Gruß  Op. 19/5 (Heine)
Neue Liebe  Op. 19/4 (Heine)

Robert Schumann (1810-1856)
Liederkreis op. 24 (Heine)
1. Morgens steh’ ich auf und frage
2. Es treibt mich hin
3. Ich wandelte unter den Bäumen
4. Lieb Liebchen, leg’s Händchen
5. Schöne Wiege meiner Leiden
6. Warte, warte, wilder Schiffmann
7. Berg’ und Burgen schaun herunter
8. Anfangs wollt ich fast verzagen
9. Mit Myrten und Rosen

Pauze

Johannes Brahms (1833-1897)
Dein blaues Auge  Op. 59/8 (Groth)
Von ewiger Liebe  Op. 43/1 (von Fallersleben)
Feldeinsamkeit Op. 86/2 (Allmers)
Wie rafft ich mich auf  Op. 32/1 (von Platen)
Auf dem Kirchhofe  Op.105/4 (von Liliencron)

Franz Schubert (1797-1828)
Uit: Schwanengesang
Das Fischermädchen  D957/10 (Heine)
Am Meer  D957/12 (Heine)
Die Stadt  D957/11 (Heine)
Der Doppelgänger  D957/13 (Heine)
Ihr Bild D957/9 (Heine)
Der Atlas  D957/8 (Heine)

Scherp was de pen van Heinrich Heine - Harry voor intimi - in vele opzichten. Zijn proza bevat zeer rake observaties, ironie, scherpe humor en ferme stellingnames vervat in bloemrijke taal. De hand van Heine werd zowel bewonderd als gevreesd. Zijn poëzie is met een al even trefzekere pen geschreven, maar met name zijn vroege werk is veel romantischer en lyrischer, maar ook beknopter van aard. Met grote virtuositeit en verbeeldingskracht koos de dichter zijn spaarzame woorden. De tekst van deze vroege poëzie - veelal over (on)gelukkige liefde – is tot de essentie teruggebracht. De beeldende kracht en het metrum, maar niet zelden ook de ironie in deze woorden wist zeer veel componisten te inspireren: duizenden liederen zijn er op teksten van Heine gecomponeerd.

In dit recital klinken Heine-zettingen van Mendelssohn, Schumann en Schubert, met als contrapunt een zestal Brahms-zettingen op teksten van andere dichters. Het recital is een reis van het licht naar het donker.

Felix Mendelssohn-Bartholdy schreef de lichtste, meest sprookjesachtige en minst venijnige zettingen op de gedichten van Heine. Jachtig raast de piano voort in Reiselied, het openingslied van dit recital. Een jongeling raast te paard door het woud om zich zo snel mogelijk in de armen van zijn geliefde te kunnen storten. In gedachten is hij al gearriveerd, maar de ruiter blijkt slechts zijn droom na te jagen. Een zekere verwantschap met Schuberts Erlkönig is onmiskenbaar, al zijn de boodschap en het karakter van dit Reiselied een stuk minder duister.

In het charmant dansante Morgengruß komt een jongeman zijn geliefde gedag zeggen voordat hij op reis gaat. Er is echter niemand aan het raam. Hij stelt vast dat ze dan nog moet slapen en van hem aan het dromen is. Mendelssohn laat de jongeman graag in deze waan.

Allnächtlich im Traume: een jongeling ontwaakt uit een droom waarin hij zich aan de voeten van zijn geliefde heeft geworpen. De geliefde heeft hem getooid met een lauwerkrans en hem iets in het oor gefluisterd, maar bij het ontwaken is de krans verdwenen, de woorden vergeten. Mendelssohn 'vergeet' op dit moment ook het slotakkoord.

Zonder twijfel het bekendste en meest geliefde lied van Mendelssohn is Auf Flügeln des Gesanges. Liefdespoëzie in optima forma die door Mendelssohn van een barcarolle is voorzien die verwijst naar de 'heil'gen Stromes Well'n' in de tekst.

Door de frisse eenvoud van Gruß heeft dit strofische kleinood in Duitsland min of meer de status van volkslied. Neue Liebe uit dezelfde bundel roept de feeërieke sfeer van A Midsummer Night’s Dream op. Mendelssohn geeft aan de ongewisheid van de laatste strofe een spannende muzikale draai.

Het kan nauwelijks toeval zijn dat Robert Schumann zich vroeg in het jaar 1840 door Junge Leiden - het eerste deel uit Heines Buch der Lieder - liet inspireren tot Liederkreis. Schumann zelf beleefde immers hoogstpersoonlijk de door Heine verwoordde 'hoffnungslose oder ratlose Liebe'. Aan Clara Wieck had hij zijn hart verloren, maar de vader van Clara probeerde uit alle macht een stokje voor deze relatie te steken. Hoe autobiografisch wil je het hebben?

Alle gemoedstoestanden van de onbereikbare liefde komen langs in deze cyclus, van het dromerige verlangen in het openingslied Morgens steh’ ich auf und frage tot totale rusteloosheid in Es treibt mich hin, door Schumann gevangen in noten die de baaierd aan emoties muzikaal schetsen, uitvergroten en becommentariëren. De poging om aan de niet consumeerbare, verzengende liefde te ontsnappen door naar de dood te verlangen - Lieb Liebchen, leg’s Händchen - wordt door Schumann met bitterzoete muzikale ironie omlijst. Grimmige emoties en verwijten voeren de boventoon in Warte, warte, wilder Schiffmann, door Schumann van een woeste begeleiding voorzien. Met de vloeiende lyriek in Berg’ und Burgen schaun herunter zorgt Schumann voor het benodigde contrast. Zo bewaakt Schumann de balans in de negen liederen waarin hij zijn eigen gemoedstoestand op zo indringende wijze heeft vastgelegd.

Zoals gezegd vormen de liederen van Johannes Brahms het contrapunt in dit programma. Hoewel ook Brahms liederen op teksten van Heine heeft gecomponeerd, is hier gekozen voor Brahms-liederen op andermans gedichten. Dein blaues Auge is gebaseerd op een van de vele gedichten van Klaus Groth die Brahms gezet heeft. Groth was een familievriend en in zijn tijd beroemd om zijn gedichten in 'Plattdeutsch' dialect. De persoon in dit gedicht 'kijkt zich gezond' in de blauwe ogen van een nieuwe geliefde om zo de pijn van een verloren liefde te kunnen vergeten.

August Heinrich Hoffmann von Fallersleben was taalwetenschapper en dichter. Brahms heeft diverse gedichten van hem gezet. Von ewiger Liebe behoort zonder twijfel tot de belangrijkste liederen die Brahms geschreven heeft. Het is een tweespraak van geliefden, waarbij de jongen rept over zijn groeiende onrust betreffende de bestendigheid van de liefde. De begeleiding van de jongen is weliswaar in eerste instantie nog in een rustige mineur, maar met de groeiende onrust van de jongen groeit ook de dreiging van de begeleiding, totdat het meisje het woord neemt en spreekt over de eeuwige liefde die alles overwint. Brahms introduceert hier een barcarolle die dit vertrouwen benadrukt.

Herman Allmer, dichter van Feldeinsamkeit was absoluut niet te spreken over Brahms’ lezing van zijn gedicht. Niettemin wordt dit lied over het algemeen gezien als een hoogtepunt in het oeuvre van de componist. De twist die Brahms in de tweede strofe geeft aan de in eerste instantie wolkeloze zetting van het gedicht is dan ook niet mis te verstaan en geeft het gedicht een verdiepte lading.

Wie rafft ich mich auf is de eerste van de negen liederen uit opus 32 van Brahms, waarvan vijf van de hand van August Graf von Platen. Radeloze liefde die de ziel ook ’s nachts geen rust biedt, is ook hier het onderwerp.

Een romantischer beeld dan wordt opgeroepen in het nu volgende gedicht van Detlev von Liliencron is nauwelijks voorstelbaar. Auf dem Kirchhofe opent met arpeggio’s in de pianopartij die uitmonden in wrange mineur akkoorden. De setting zou bij Edgar Allan Poe niet misstaan: een begraafplaats met bemoste grafzerken op een stormachtige, kletsnatte dag. De hoofdpersoon verhaalt over de namen op de grafzerken die nauwelijks meer te lezen zijn. Maar dan volgt een draai in tekst en muziek: met het besef dat de graven zelfs in dit hondenweer rust en verlossing bieden wordt een koraalachtige melodie in majeur geïntroduceerd die het lied tot een vredig en verstild einde brengt.

 Met zes liederen uit Schwanengesang van Franz Schubert keren we tot slot van dit recital terug naar Heine. Postuum uitgegeven bevat deze cyclus (voor zover je van een cyclus kunt spreken) werk van drie verschillende dichters: zeven liederen op gedichten van Rellstab, één op een gedicht van Seidl en dus zes liederen op teksten van Heine. Deze zes Heine-liederen vormen in feite een cyclus op zich: het zijn de enige liederen op teksten van Heine die Schubert gecomponeerd heeft. Werken die een even huiveringwekkende als ontzagwekkende afsluiting vormen van het liedoeuvre van de componist. Deze liederen vragen het uiterste van de uitvoerenden zowel in expressie als qua spanningsbogen. De gedurfde kaalheid, schurende voortgang en extreme dynamiek die Schubert met name in Der Doppelgänger en Der Atlas toepast, kent zijn gelijke niet in de eerste helft van de negentiende eeuw. In feite zijn deze zes liederen stuk voor stuk mini-operaatjes. Pas in de tweede helft van de eeuw zou met name Hugo Wolf de lijn oppakken die Schubert met zijn vroege dood had moeten loslaten.

Robert Andriessen

Laurence Kilsby / tenor
De jonge, veelbelovende tenor Laurence Kilsby wordt omschreven als ‘een van de meest innemende zangers van zijn generatie’ en ‘een zanger die we in de gaten moeten houden’. Al op jonge leeftijd viel hij op en zijn solodebuut maakt in de Royal Albert Hall. Inmiddels is hij regelmatig te horen als liedzanger en als solist in verscheidene opera’s en oratoria bij onder andere de Nederlandse Reisopera en The Orchestra of the Age of Enlightenment en werkte hij mee aan diverse cd-opnamen.
Kilsby studeert momenteel aan het Curtis Institute of Music in Philidelphia en volgde masterclasses bij onder anderen Sarah Connolly en Roderick Williams.

Hans Eijsackers / piano
Hans Eijsackers studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam en de European Mozart Academy in Kraków. Zijn docenten waren Gérard van Blerk, Jan Wijn en György Sebök. Hij won prijzen bij het Europees Pianoconcours en ontving de Zilveren Vriendenkrans van het Concertgebouw. Momenteel is hij professor Liedgestaltung aan de Robert Schumann Hochschule in Düsseldorf.
Eijsackers treedt veelvuldig op als solist, kamermusicus en liedbegeleider en vormt een bevlogen liedduo met Henk Neven. Daarnaast is hij als jurylid en masterclassdocent regelmatig te gast in binnen- en buitenland en is artistiek leider van het van het Internationaal Studenten LiedDuo Concours in Groningen. In 2022 neemt hij samen met Henk Neven de artistieke leiding van het festival over van Robert Holl.

locatie
Grote kerkzaal / Zusterplein 12 / 3703 CB Zeist

De stem van Laurence Kilsby is een van de meest innemende stemmen van zijn generatie

~ Roy Westbrook, Bachtrack

We wisten meteen dat we in handen waren van een uitstekende pianist. De subtiliteit en zwier van Eijsackers grepen het publiek beet vanaf de eerste bochtige akkoorden

~ Bachtrack.com

Delen met anderen

Geplaatst op

Dag van het Lied

DVHL

zaterdag

14 mei

10.00 - 17.45

Dag van het Lied

Losse kaarten
Normaal € 32 / Vrienden ILFZ € 29 / < 30 jaar € 10

Dagkaart 
Normaal € 57 / Vrienden ILFZ € 51 / Leden VvhL € 20
De dagkaart voor 14-05-2021 geeft toegang tot de Dag van het Lied én het avondrecital.

Passe-Partout
Normaal € 350 / Vrienden ILFZ € 315
Bezoek met maar liefst 40% korting:
- 14 recitals,
- 16 masterclasses,
- 4 lezingen en meer.
Een passe-partout geeft toegang tot alle voor publiek toegankelijke evenementen van het festival.

Vrienden ILFZ
Bent u geen Vriend van het festival maar wilt u wél gebruik maken van het gereduceerde Vriendentarief? Kies dan bij kaarten bestellen de optie ‘Vriendentarief’ en voeg in de winkelmand ‘Vriend worden’ toe.

Leden vereniging Vrienden van het Lied
€ 20,00 (toegang Dag van het Lied én avondrecital met Christoph Prégardien en Hans Eijsackers.)

Let op: Leden VVHL € 20,00 (toegang Dag van het Lied én avondrecital met Laurence Kilsby en Hans Eijsackers)

Voor de derde maal organiseert de Vereniging Vrienden van het Lied haar jaarlijkse Dag van het Lied in samenwerking met het Internationaal Lied Festival Zeist. Zij hebben een afwisselend programma samengesteld met gevestigde liedzangers en pianisten, én jonge musici. Deze editie bevat naast twee recitals en een lezing ook veel nieuwe elementen en samenwerkingen. Zoals een talkshow en ruimte voor de liedduo’s van de toekomst. Studenten van Codarts, ArtEZ Conservatorium en Fontys Hogeschool verzorgen een kort recital, volgen een minimasterclass en geven hun visie op het liedrecital van de toekomst in het LiedLab. 

Het festivalthema Auf Flügeln des Gesanges, de componisten Mendelssohn, Brahms, Schubert en Messiaen – die allen een jubileumjaar beleven – en de dichters Heine en Groth zijn de centrale figuren op deze dag. Vanzelfsprekend worden ook liederen van vrouwelijke componisten ten gehore gebracht. Want de werken van onder andere Clara Schumann, Anna Cramer, Lili Boulanger en Henriëtte Bosmans leveren een wezenlijke bijdrage aan het tot klinken brengen van het rijke thema van ons festival.

Vrienden van het Lied-60 jaar

10.00 - 10.30 uur - Grote kerkzaal
welkom met koffie en thee

10.30 - 11.15 uur- Grote kerkzaal
Recital door studenten van de Fontys Hogeschool Tilburg
Programma wordt ter plaatse bekend gemaakt.

11.45 - 12.30uur - Grote kerkzaal
Werken van vrouwelijke componisten
liedrecital

Bettina Smith, mezzosopraan
Jan Willem Nelleke, piano

Margie Bennett (1883-1959)
Auf Flügeln des Gesanges  Op. 19/2 (Heine)

Ethel Smyth (1858-1944)
Nachtreiter  Op. 4/4 (Groth)

Luise Greger (1862-1944)
Schliesse mir die Augen beide (Storm)

Anna Cramer (1873-1968) 
Im pavillon (uit: Zwei Notturnos; Simlinger)

Poldowsky (Régine Wieniawsky) (1879-1932) 
Serenade (Retté)
En sourdine (Verlaine)

Lili Boulanger (1893-1918) 
Dans l'immense tristesse (Galeron de Calone)
Attente (Maeterlinck)
Reflets (Maeterlinck) 
Le retour (Delaquys) 

Olivier Messiaen (1908-1992) 
Bonjour toi, colombe verte (uit: Harawi; Messiaen)

Henriëtte Bosmans (1895-1952)
Le chanson du chiffonier (Jouy)

14.00 - 15.00 uur - Kleine kerkzaal
Olivier Messiaen
talkshow

Leo Samama, musicoloog
Katharine Dain, sopraan
Sam Armstrong, piano

Presentator Leo Samama gaat met de musici en het publiek in gesprek over leven en werk van Olivier Messiaen, zijn eerste echtgenote Claire Delbos en de Jeune France.

Afgelopen december werd het debuutalbum Regards sur l'infini van Katharine Dain en Sam Armstrong bekroond met een Edison Klassiek. Spil in het programma op deze opname is Messiaens liedcyclus Poèmes pour Mi die hij componeerde in 1936 en 1937. Mi was zijn koosnaampje voor Claire Delbos, zijn eerste echtgenote, die eveneens liederen componeerde. Ook haar werken werden opgenomen op de cd. Geen betere gesprekpartners dus dan deze twee jonge, bevlogen musici.

Ook in 1936 richtte Messiaen, samen met drie andere musici (André Jolivet, Daniel-Lesur en Yves Baudrier) ‘Jeune France’ op. Ze wilden, net als onder andere de Group de Six, spiritualiteit opnieuw in de muziek introduceren.

Wilt u Katharine Dain en Sam Armstrong Regards sur l’infini live horen uitvoeren? Dat kan! Op zondag 15 mei zijn ze onze gast. Lees meer en bestel >

14.00 -15.00 uur - Grote kerkzaal
Studentenduo's

Francine van der Heijden, sopraan
Studenten Codarts Rotterdam

De vereniging Vrienden van het Lied zet zich in voor jong talent en investeert in de volgende generatie liedduo’s.
De duo’s die deelnemen aan deze workshop studeren allen aan Codarts Rotterdam. Zij werken met Francine van der Heijden aan liederen van Franz Schubert en Felix Mendelssohn. 

15.30 - 16.00 uur - Kleine kerkzaal
Auf Flügeln des Gesanges
lezing

Dinant Krouwel, musicoloog

Het gedicht Auf Flügeln des Gesanges van Heinrich Heine loopt als een rode draad door deze editie van het Internationaal Lied Festival Zeist. Bevlogen liedspecialist Dinant Krouwel neemt u mee op reis aan de hand van dit gedicht. De gevleugelde woorden van Heine inspireerden Mendelssohn tot een van zijn beroemdste composities. Het lied heeft een betoverende melodie en wiegende golven in de begeleiding. Vaak wordt het instrumentaal uitgevoerd, vooral door violisten en pianisten, en is regelmatig op bruiloften te horen. Krouwel toont met zijn gedetailleerde aanpak aan hoe Mendelssohn de luisteraar meeneemt naar een droomwereld en Heine de lezer inpakt met romantische liefdessymbolen. Is het gedicht een ondeugende flirt, een erotische fantasie of toch een illusie? En wat betekenen de gazellen en lotosbloemen voor Mendelssohn? Kom naar de lezing en vlieg mee auf Flügeln des Gesanges.

15.30 - 16.00 uur - Grote kerkzaal
LiedLab
liedrecital

Studenten van het ArtEZ Conservatorium Zwolle

Les deux Étoiles:
Aaike Nortier, mezzosopraan
Inge Ettema, vibrafoon en compositie

Vernieuwing en inspiratie vind je door te experimenteren. Studenten van het ArtEZ conservatorium geven tijdens het LiedLab hun visie op het liedrecital van de toekomst, door creatief om te gaan met het ontstaan en de uitvoering van het lied.

Het duo Aaike Nortier en Inge Ettema neemt u mee in een programma vol hemelse klanken naar een nacht zoals iedereen die wel kent: slapeloos kun je uitsluitend nog denken aan voorbije liefdes. Koortsige liefdes in een fantasiewereld, waar de sterren je naam roepen en de muziek je vleugels geeft. Het kunstlied, zeggen zij, kan een heel nieuwe betekenis geven aan alledaagse dingen, waarvan je misschien niet meteen wilt toegeven dat ze bestaan. Vanmiddag brengen zij ook À Céline ten gehore, waarvoor Nortier de tekst schreef die door Ettema werd getoonzet.

Franz Schubert (1797 - 1828)
Der Flug der Zeit  D 515 (von Széchényi)

Johannes Brahms (1833 - 1897)
An die Nachtigall  op. 46/4 (Hölty)

Claude Debussy (1862 - 1918)
Nuit d’Étoiles (de Banville)

Aaike Nortier (*2003) / Inge Ettema (*2003)
À Céline (Nortier)

Reynaldo Hahn (1874 - 1947)
L’Heure Exquise (uit: 7 Chansons grises no. 5; Verlaine)

Edvard Grieg (1843 - 1907)
Min lille Fugl (uit: 12 Melodies op. 33 EG. 126; Olavsson Vinje)

Gabriel Fauré (1845 - 1924)
Après un Rêve  op. 7/1 (Bussine)

16.30 - 17.15 uur - Grote kerkzaal
Heine en Wesendonck
liedrecital

Claudia Patacca, sopraan
Marien van Nieukerken, piano

Clara Schumann (1819-1896)
Ich stand in dunklen Träumen  Op 13/1 (uit: Sechs lieder; Heine)
Sie liebten sich beide  Op 13/2 (uit: Sechs lieder; Heine)
Lorelei (Heine)

Johannes Brahms (1833-1897)
Es liebt sich so lieblich im Lenze  Op 71/1 (Heine)
Sommerabend  Op 85/1 (Heine)
Mondenschein  Op 85/2 (Heine)
Der Tod, das ist die kühle Nacht  Op 96/1 (Heine)
Es schauen die Blumen  Op 96/3 (Heine)
Meerfahrt  Op 96/4 (Heine)

Richard Wagner (1813-1883)
Wesendonck-lieder (Wesendonck)
1. Der Engel
2. Stehe still!
3. Im Treibhaus
4. Schmerzen
5. Träume

17.15 - 17.45 uur - Grote kerkzaal
Nazit en meet-and-greet met solisten

WERKEN VAN VROUWELIJKE COMPONISTEN
Tientallen manuscripten in een ijzeren kist en een compleet oeuvre in een rieten koffer: zo werd de muziek van Luise Greger en Anna Cramer na hun dood bij toeval herontdekt. Het is tekenend voor hoe deze en andere vrouwelijke componisten lang verborgen zijn geweest voor de geschiedschrijving. Hoog tijd voor verandering: uit al deze verstopte schatkisten ontsluit dit concert een staalkaart aan componistes, opdat ze hun vleugels weer uit kunnen slaan en voortaan als vanzelfsprekend naast hun mannelijke collega’s geprogrammeerd kunnen worden. Opvallend genoeg duikt steeds één soort muziekstuk op, als een rode draad door het leven en werk - en het succes - van deze tijdgenotes: het lied. Op de vleugels van het lied werden deze vrouwen componist.

Van korte dromen tot grenzeloze vrijheid
De carrière van de Britse componiste Margie Bennett nam een weliswaar korte, maar opvallend hoge muzikale vlucht. In de slechts vijf jaar dat ze tijdens haar studie aan het conservatorium actief was, kreeg ze namelijk al erkenning als componist en pianist. Jong en getalenteerd speelde ze tussen 1901 en 1906 Beethoven en Chopin en componeerde kamermuziek, waaronder liederen. Op zelfgeorganiseerde concerten voerde ze haar eigen werken uit, die werden beschreven als 'veelbelovend' en vol 'smaak en fantasie'. Toch hield Bennetts loopbaan op na haar huwelijk in 1907. Nog maar sporadisch trad ze op, maar de piano vergat ze nooit: nog tot aan haar dood bleef ze thuis regelmatig piano spelen, momenten waarop de gedachte aan haar oude leven vast weer even vleugels kreeg. Als we Bennetts lied Auf Flügeln des Gesanges (1902) horen, waarin een verre, heerlijke plek wordt bezongen, keren we met de componiste even mee terug naar haar vroegere, veelbelovende werkelijkheid.

Een ander leven was weggelegd voor Bennetts landgenote Ethel Smyth: een pionier en markante vrouw die in volle vaart vooruit vloog. Ze sloot zich strijdlustig aan bij de Suffragettes en koos vol overtuiging voor een loopbaan als componist, zonder zich ook maar iets aan te trekken van wat haar vader en enkele andere componisten daarvan vonden. Haar Nachtreiter (1877) zou zomaar haar lijflied kunnen zijn: de vastberadenheid van de ruiter, die in een stormachtige nacht zonder teugels en zadel te paard gaat, reflecteert haar eigen standvastigheid en compromisloze voorkeur voor een vrij leven. De pianopartij evoceert een trots dravend paard met daaroverheen pronkende zanglijnen. Wat Smyth ook tegenkwam, van erkenning van haar talent tot afkeuring over haar componist-zijn, ze bleef haar eigen weg volgen.

Van verlangende klanken tot vooruitstrevende harmonie
Een muzikaal wonderkind dat als tiener al openbare concerten gaf en haar eerste liedalbum samenstelde: de glansrijke carrière van de Duitse componiste, pianiste en zangeres Luise Greger kon niet vroeg genoeg beginnen. Uiteindelijk zou ze meer dan tweehonderd composities op haar naam hebben staan, waarvan meer dan de helft uit liederen bestaat. Die voerde ze zelf al zingend en spelend uit op verschillende concerten en tijdens zelf-georganiseerde salons in haar appartement. Door heel Europa kreeg Greger erkenning als liedzangeres en -componiste en haar wonderschone altstem werd alom geprezen. Haar lied Schließe mir die Augen beide vormt niet alleen een toonbeeld van Gregers talent, maar ook van de romantiek: op smachtende klanken voert het lied je mee in een droom vol verlangen naar liefde en troost.

Ook de Nederlandse componiste Anna Cramer ging volop mee in de nieuwste muzikale ontwikkelingen van haar tijd. Tijdens haar verblijven in Berlijn, München en Wenen proefde ze van het rijke klankidioom waarvan Gustav Mahler en Richard Strauss de toonzetters waren. Cramers vocale muziek is ermee doorspekt: niet alleen had ze een voorkeur voor Duitstalige poëzie, maar ook was ze vooruitstrevend in haar gebruik van harmonieën en chromatische lijnen. Zodanig zelfs dat enkele Nederlandse critici haar als ‘te modern’ bestempelden. Deze donkere stijl vol toonschilderingen kenmerkt ook Cramers lied Im Pavillon (1927) op een gedicht van Walter Simlinger, met wie de componiste in Wenen samenwerkte. Zwarte ogen weerspiegelen in zware klanken en water uit een bron kabbelt over de pianotoetsen.

Van symbolistische dromen tot duistere nachtmerries
De in Brussel geboren Régine Wieniawski richtte haar ogen en oren op het zuiden: de symbolistische poëzie en bontgekleurde muziekstijl van Frankrijk. Een vrouw met glamour was ze, compleet met een haute-couture boetiek waar het Britse koningshuis klant was, een concerttournee in de Verenigde Staten en een pseudoniem waar je U tegen zegt: Poldowsky. Expressiviteit en verfijning kleuren ook haar liederen. Zo volgen uiteenlopende toonschilderingen in Sérénade (1914) de gelaagde tekst op de voet: ogenschijnlijk verleidelijk kabbelend water en sereen maanlicht verwijzen naar een diepere, mogelijk duistere betekenis onder de oppervlakte. Is het de verleiding van de dood die daar sluimert? Op dezelfde manier voeren dromerige klanken in En sourdine - naar een gedicht van Poldowsky’s favoriet Verlaine - ons mee langs natuurbeelden, die op hun beurt weer verwijzen naar liefde.

Als haar ziekte niet vroegtijdig een einde aan haar leven had gemaakt, was de getalenteerde Lili Boulangereen van de belangrijkste componisten van Frankrijk geworden. Zo diepgaand en origineel is haar muziek. Ze schept de muren van een tombe in Dans l'immense tristesse met opvallend lage, donkere pianoakkoorden, de sfeer van een begraafplaats waar een moeder haar kind zoekt. In Attente laat Boulanger de muziek met grillige harmoniewisselingen en chromatische piano- en zangpartijen zoeken naar iets onbestemds. Droom en werkelijkheid vloeien in elkaar over in Reflets: hoor hoe in de laatste strofe de toonhoogte meedaalt met de bloemblaadjes die op het water vallen, om vervolgens mee te stijgen als ze in de reflectie van het water ‘omhoog zinken’ in de met sterren bezaaide, maanverlichte hemel. In Le retour horen we hoe de golven de boot van Odysseus terugbrengen naar huis. Stuk voor stuk toonzettingen die in originaliteit van klank haast niet te overtreffen zijn.

Van zingende vogels tot mysterieuze voddenraper
Al lijkt de Fransman Olivier Messiaen een vreemde eend in de bijt als enige man tussen al deze vrouwen, ook hij componeerde op de vleugels van het lied. Dit deed hij echter letterlijk: in zijn muziek gaf hij een prominente plaats aan vogels, die hij beschreef als 'de grootste musici van onze planeet'. Messiaen was componist en ornitholoog ineen: hij bestudeerde niet alleen vogelgezang, maar verwerkte dit ook in zijn muziek. In Bonjour toi, colombe verte, onderdeel van zijn liedcyclus Harawi (1945), klinkt dat zeker door. Ook ontdoet Messiaen in dit lied de tekst van alle grammatica, om de duif in een zo puur mogelijke vorm tot een symbool van liefde te maken.

'Ik had in Frankrijk moeten leven - geleefd moeten hebben', schreef de Nederlandse componiste Henriëtte Bosmans vlak voor haar dood. Het verbaast dan ook niet dat haar liederen overstromen van liefde voor Frankrijk en de Franse taal. Zo ook La chanson de chiffonnier, dat ze schreef voor de Franse mezzosopraan Noémie Perugia, met wie Bosmans een duo vormde. Het lied was voor de componiste en pianiste een gelijkwaardig samenspel, waarbij zanger en begeleider een eenheid vormen. Zo storten de zang- en pianopartij zich in dit lied allebei in de donkerte, terwijl wordt bezongen hoe alles uiteindelijk tot vodden vergaat. Even komt Bosmans’ liefde voor Frankrijk zelfs expliciet om de hoek kijken met een citaat uit La Marseillaise. Gelukkig blijkt de inhoud van dit lied niet waar: niet alles komt bij de voddenraper terecht. Door dit concert, maar bovenal door het onverslaanbare talent van al deze vrouwen, is hun muziek op de vleugels van het lied van de vodden gered.

Simone Leuven

***

NUIT D’ÉTOILES
In de nacht verglijdt de tijd. Van oudsher had de nacht een negatieve connotatie, hij was duivels. In de renaissance echter zagen dichters de nacht niet langer louter als koude, dode, zonloze uren maar juist als een periode die prachtige en bovennatuurlijke ervaringen kon opleveren. De nacht werd zo ook een tijd van schoonheid en diepgang. In 19e-eeuwse nachtelijke poëzie speelt de liefde in lange nachten een hoofdrol. In zoete dromen of een onwetende slaap, in een angstig wakker zijn, in wanhoop om een verloren liefde of in desolate eenzaamheid. De nacht verglijdt.

Het voorbij laten glijden van de tijd laat Franz Schubert horen in Der Flug der Zeit. Als het water dat voorbij kabbelt in een riviertje, zo klinkt pianobegeleiding van dit lied. De tekst rept aanvankelijk nog dreigend over 'Wohl stürmisch war es auf dem Zuge, Beschwerlich oft und widerlich'. Maar de tijd komt tot rust, in een vriendschappelijk samenzijn. De ritmiek onder dit lied is zacht wiegend. Ook in de liederen van Brahms, Hahn, Debussy, Grieg en Fauré - allemaal op jonge leeftijd geschreven - krijgen de nachtelijke uren een subtiel stuwende begeleiding mee.

Nachtvogel bij uitstek is natuurlijk de nachtegaal, een vogel die door zijn kleed nauwelijks opvalt maar door zijn gezang in de avonduren des te meer. In de 19e eeuw werd de nachtegaal een geliefde metafoor voor een voorbije liefde, zoals in An die Nachtigall van Johannes Brahms. Brahms schreef het lied in 1868 na jaren van liefdesbetrekkingen die maar niet van de grond wilden komen. In de pianopartij is de nachtegaal te horen. De protagonist smeekt de nachtegaal echter niet langer zo luid zijn liefdeslied te zingen, maar weg te vliegen naar zijn liefdesnest.

Het is pure eenzaamheid die uit Min lille Fugl spreekt. De ik-figuur is alleen en zelfs het vogeltje in het bos komt niet naderbij. Deze eenzaamheid krijgt bij Edvard Grieg vorm in de uitroepen van de laatste regel van de strofes. 'O Gud, hvorjeg dog er ene!' (God hoe alleen ben ik) klinkt het tot twee keer toe. Verder probeert de ik-figuur zich in de hand te houden, en ook Grieg laat niet meer drama toe in zijn zetting. Het is een ingehouden wanhoop.

Beter dan in verlatenheid wakker te zijn is het om te dromen van je geliefde. De bitterzoete pijn bij het ontwaken doet je terugverlangen naar de droom. In Après un rêve is een nog jonge Fauré aan het woord, met een vloeiende, schier eindeloze melodielijn met daaronder een pulserende pianopartij waardoor het lied blijft stromen. En eens te meer blijkt: de nacht is in de 19e eeuw het domein van de verliefde geest. 'Reviens, reviens, radieuse  /  Reviens, ô nuit mystérieuse!'

Susan Dorrenboom

***

HEINE EN WESENDONCK
In dit liedrecital hoort u gedichten van Heinrich Heine en Mathilde Wesendonck uitgewerkt tot liederen door Clara Schumann, Johannes Brahms en Richard Wagner. Wat deze werken met elkaar verbindt? Ze verklanken en verwoorden de liefde en haar verschillende gezichten - met gebruik van de natuur voor de uitdrukking daarvan, zoals het de romantiek past.

De componist Clara
Clara Schumann-Wieck is een van de bekendste vrouwelijke figuren uit de westerse muziekgeschiedenis. Bij leven maakte zij furore als concertpianist en muziekpedagoog, maar componeerde ook. Daarnaast stond ze twee bekende mannelijke figuren uit de muziekgeschiedenis bij in het leven: de componisten Robert Schumann, haar geliefde echtgenoot, en Johannes Brahms, met wie zij een dierbare vriendschap had. Van beiden voerde zij vaak als eerste nieuwe werken uit.

Ondanks haar veelbelovende capaciteiten kon zij haar vleugels niet uitslaan als componist. Niet alleen werd in haar tijd componeren gezien als een ongeschikte taak voor vrouwen en maakte het gebrek aan vrouwelijke voorbeelden bij gevolg daarvan haar onzeker over haar eigen kunnen als componist, Clara’s leven draaide naast muziek vooral ook om hard werken. Ze baarde acht kinderen, waarvan slechts de helft haar mocht overleven, en was tevens kostwinner van het gezin. In eerste instantie omdat Robert nog niet veel verdiende als componist, later lieten zijn geestesziekte en zijn vroegtijdig overlijden haar geen keuze. Ondanks dat componeerde Clara voor en tijdens haar huwelijk, dat op een bijzonder muzikaal partnerschap draaide, een considerabel oeuvre.

Lied als gift
Na werken voor piano waren de Sechs Lieder de eerste vocale werken die zij schreef. De meeste van de liederen die Clara schreef, waren cadeaus voor Robert bij gelegenheid van verjaardag of feestdagen. Dat zij hierbij koos voor gedichten van Heinrich Heine (1797-1856) zal niet geheel toevallig zijn geweest: het stel deelde de voorliefde voor Heines gedichten - net als veel van hun tijdgenoten.

Clara’s liederen zijn expressieve, lyrische en dramatische bijdragen aan het liedgenre. Hoewel minder bekend dan haar pianowerken, zijn het haar meer verfijnde composities en mogen ze worden geschaard onder de beste van het Duitse liedrepertoire. Het samenbrengen van piano, zang en tekst was haar natuurlijk gelegen. Haar pianopartijen zijn gevarieerd en vragen met regelmaat vingervlugge virtuositeit - zoals te horen in haar zetting van Heines geliefde gedicht Lorelei, waarin de repetitieve triolen van de pianopartij doen denken aan Schuberts Erlkönig - al overstijgen ze de zangpartij nooit. De vocale melodieën laat zij elegant verlopen, met een natuurlijk gevoel voor de mogelijkheden van de stem.

Zo illustreert het introspectieve Ich stand in dunklen Träumen mooi hoe Clara de golfbeweging van opwellende emoties weet te verklanken: de eerste twee strofen zijn een observerende mijmering over het verlangen naar een geliefde. Deze zijn laag en melancholisch gezet in melodie en begeleiding. De derde en laatste strofe keert zich naar de zangers’ ervaring. Samen met de spaarzame pianopartij worden het verdriet en ongeloof kort de hoogte ingestuwd om bij het laatste zinsdeel weer terug te keren naar de laagte en de haast serene sfeer van voorheen. De twee strofen van Sie liebten sich beiden ontvlechten de pijnlijke gevoelens van twee mensen die afstand van elkaar nemen wanneer de liefde er nog is, maar ze elkaar niet meer weten te bereiken.

Clara zelf was onterecht onzeker over haar liederen. Ze gaf er zelf dan ook weinig ruchtbaarheid aan. Gelukkig deden anderen dat wel: ze werden in de 19e eeuw uitgevoerd in zalen door heel Europa. Eind jaren 90 werden er nog nieuwe liederen van Clara ontdekt. De hoop is op meer vondsten, maar tot dan vervelen de ons wel bekende liederen nog lang niet.

Brahms’ boeket van liederen
Niet alleen in het leven van Robert Schumann speelde Clara Schumann-Wieck een bijzondere rol: het echtpaar ontwikkelde vanaf 1853 een vriendschap met de jonge, toen nog onbekende Johannes Brahms. Een vriendschap die steun bracht in de laatste jaren van haar huwelijk en na het overlijden van Robert uitgroeide tot een innige verbinding. Of er ooit romantische liefde in het spel is geweest blijft gissen, dat de twee elkaar genegen waren staat vast.

Ook Brahms deelde de voorliefde voor gedichten van Heine. Hoewel hij ook in zijn jonge jaren liederen schreef op teksten van Heine zijn die grotendeels ongepubliceerd gebleven. Net als veel van zijn liederen in eerste instantie. Hij bewaarde ze voor wanneer het paste binnen het geheel dat hij voor ogen had. Zijn zeer grote verzameling noemde hij zijn ‘boeket van liederen’, waarvan er 'slechts' een goede tweehonderd aan ons zijn overgeleverd.

Lente en een onvervulde reis
In dit recital klinken Heine-liederen uit Brahms’ zogenoemde derde componeerperiode. Zijn eerste periode kenmerkt zich waar het liederen betreft met expressieve vocale partijen en vaak melodramatische begeleidingen. In de periode daarna richtte Brahms zich voornamelijk op volksgedichten. Vanaf 1860 tekent zich dan een duidelijke stilistische verschuiving af in zijn liederen die richting de Schubertiaanse parameters van het Duitse kunstlied gaat.

Drie van de in totaal vier liederen uit op.96 zette Brahms op gedichten van Heine, deze worden tot zijn mooiste gerekend. Der Tod, das ist die kühle Nacht is een van Heines meest bekende gedichten. Brahms weet de dood, de nacht en het lied van de nachtegaal in levendige muzikale kleuren te vangen. De traag gespeelde, rijke chromatische harmonieën doen haast Wagneriaans aan en wellicht hoort u de vergelijking. Het zeer beknopte Es schauen die Blumen is met zijn onrustige pianoritmiek een intermezzo in de cyclus, waarna Brahms het tempo van het eerste lied laat terugkeren in Meerfahrt. Ondanks deze overeenkomst is dit lied onvergelijkbaar met al zijn anderen. De lange, vreeswekkende inleiding van de piano zet de bittere toon voor een onvervulde reis.

Wagner en zijn muze
Van de ene vermeende driehoeksverhouding - die van Robert, Clara en Brahms - door naar de volgende. Richard Wagner wijdde zijn leven aan de opera en de hervorming daarvan. Hij schreef slechts enkele andere soorten werk waarvan er één in het speciaal schittert: zijn vijf liederen op gedichten van Mathilde Wesendonck (1928-1902).

Niet alleen muzikaal maar ook politiek gezien hield Wagner er controversiële ideeën op na. Wagners actieve rol in de politieke omwentelingen van Europa en de daartoe behorende Dresder Mei-opstand in 1849 dwong hem het Duitse Rijk te ontvluchten. Samen met zijn eerste vrouw, zangeres Minna Planer, leefde Wagner tot aan 1863 in verbanning in Zürich, Zwitserland.

Daar ontmoette hij Mathilde Wesendonck, vrouw van zijn mecenas: de rijke koopman Otto Wesendonck. Naar verluidt was Wagner op slag verliefd op haar en ontstond een liefdesaffaire. Mathilde schreef verfijnde poëzie, recht uit het en hart met een grote rol voor de natuur. De teksten zijn mysterieus van sfeer en nemen de beleefde omgangsvormen van haar tijd en de onderlinge verhoudingen in acht: in haar liefdesgedichten benoemt ze de liefde nooit bij naam.

Wagner gebruikte nauwelijks andermans tekst, maar door Mathilde en haar gedichten werd hij zo bevangen dat hij een uitzondering maakte. Een dubbele zelfs, want hij week ook van zijn werk aan de opera Tristan und Isolde af om vijf van haar gedichten op muziek te zetten. Het verhaal van de opera zou de liefde tussen Mathilde en Wagner uitspelen en de vijf Wesendonck-lieder worden gezien als inspiratie voor het muzikale materiaal van de opera.

 In de ziel verzinken
De zeer romantische liedcyclus begint met Der Engel, dat gaat over hoe engelen zich vol mededogen richting de aarde wagen om verloren zielen naar de hemel te dragen. De eerste en laatste strofe omschrijven het engelenrijk en zijn in majeur getoonzet, contrasterend met de middenstrofen in mineur, die het gepijnigde hart van de aardse mens weergeven. Stehe still is een smeekbede aan de tijd om haar onophoudelijke voortgang te stoppen: er wordt slechts één moment van ‘zijn’ gewenst. De muziek versterkt en volgt de rusteloosheid van de eerste twee strofen om daarna op te lossen in meer open, tedere klanken wanneer wordt bezongen waar de wens vandaan komt: de wil te verdrinken in de zoete vergetelheid van de liefde en zo de zaligheid te kennen.

Im Treibhaus benadrukt de leegte van de werkelijkheid die de dichter toekomt. Het stijgende melodische motief keert steeds terug en reikt naar en omarmt die leegte. De muziek van dit lied verwerkte Wagner later in Tristan und Isolde (Prelude, Akte III). Net als het romantische vijfde lied Träume, dat het verlangen naar en de verleidelijkheid van de nacht en de droomwereld bezingt. Tussen deze twee liederen in zit het peinzende Schmerzen, waarin hoop wordt gevonden voor het eigen ongeluk door de vergelijking te trekken met de kracht van de ondergaande en weer rijzende zon.

Wagner schreef aan Mathilde over de liederen: ‘Ik heb niets beters geschreven dan deze liederen, er zullen maar weinig van mijn werken herinnerd worden naast deze.’ De geschiedenis pakte anders uit voor Wagner, maar dat deze liederencyclus een parel is, staat buiten kijf.

Lotte Lepoutre

Bettina Smith / mezzosopraan
Bettina Smith begon haar zangopleiding aan het conservatorium van Bergen (Noorwegen) en zette haar studie voort aan het Koninklijk Conservatorium van Den Haag. Beide opleidingen rondde zij met onderscheiding af. Aansluitend specialiseerde zij zich in opera, maar het repertoire dat zij brengt is bijzonder breed en reikt van werken uit de Middeleeuwen tot en met hedendaagse muziek.
Zij was te horen in opera’s, oratoria en kamermuziekconcerten in concertzalen en op festivals door heel Europa als solist en samen met pianist Jan Willem Nelleke, met wie zij veelvuldig optreedt. Smith is docent aan de universiteit van Stavanger (Noorwegen) en gaf zangles en masterclasses aan diverse gerenommeerde instituten.

Jan Willem Nelleke / piano
Jan Willem Nelleke is hij een veelzijdig musicus die op veel gebieden actief is. Als solist gaat zijn belangstelling uit naar minder bekende muziek, waarbij hij uitstapjes naar andere stijlen en instrumenten niet schuwt. Hij is een veelgevraagd (lied)begeleider en was samen met diverse vooraanstaande musici te horen op internationale concertpodia en festivals.
Nelleke bracht al verscheidene nieuwe werken in première. Hij componeert ook zelf liederen en kamermuziek, die regelmatig ten gehore worden gebracht. Daarnaast is hij docent aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en verbonden aan het Franz-Schubert-Institut in Baden bei Wien.

Leo Samama / musicoloog
Leo Samama studeerde muziekwetenschap aan de Rijksuniversiteit Utrecht en compositie bij Rudolf Escher. Hij was verbonden aan het Utrechts Conservatorium als docent muziek en cultuurgeschiedenis. Aansluitend werd hij docent muziek van de 20e eeuw aan de Universiteit Utrecht. Samama was tevens muziekrecensent bij De Volkskrant en NRC Handelsbladen staat bekend als dé Nederlandse expert op het gebied van moderne muziek en het muziekleven in Nederland.
Hij schreef meerdere artikelen en boeken en geeft grote regelmaat hij lezingen en gastcolleges met onder andere de relatie tussen muziek en poëzie als thema. Zijn hoorcolleges zijn te beluisteren op cd’s voor Home Academy.

Katharine Dain / sopraan
Katharine Dain studeerde af aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen en het Mannes College of Music in New York. Inmiddels is zij een veelgevraagd solist en kamermusicus en was te horen in diverse opera’s, oratoria en concertseries met vooraanstaande orkesten. Dain staat bekend om het gemak waarmee ze hedendaags repertoire vertolkt en om haar deelname aan experimentele, multidisciplinaire projecten. Als gepassioneerd voorvechter voor het lied en kamermuziek, stond ze aan de wieg van menig ensemble, waarmee ze internationaal optrad.
In 2021 bracht ze samen met pianist Sam Armstrong de cd Regards sur l’infini uit, die een Edison Klassiek won in de categorie beste debuutalbum. Tijdens deze editie van het Internationaal Lied Festival voeren zij dat programma bij ons uit.

Sam Armstrong / piano
Sam Armstrong studeerde piano aan het Royal Northern College of Music in Manchester en aansluitend in New York aan het Mannes College of Music, waar hij de meest prestigieuze prijzen in de wacht sleepte. Ook na zijn opleiding won hij meerdere prijzen en ontving laureaten. Armstrong volgde masterclasses bij onder meer Menahem Pressler, Murray Perahia, Pierre-Laurent Aimard en Roger Vignoles.
Inmiddels is hij een veelgevraagd solist en kamermusicus die geroemd wordt om de uitmuntende kwaliteit van zijn spel. In 2021 bracht hij samen met sopraan Katharine Dain de cd Regards sur l’infini uit, die een Edison Klassiek won in de categorie beste debuutalbum. Tijdens deze editie van het Internationaal Lied Festival voeren zij dat programma bij ons uit.

Francine van der Heijden / sopraan
Francine van der Heijden studeerde zang in Maastricht, Den Haag en Londen. Na het afronden van haar studie werkte zij als solist samen met vooraanstaande dirigenten als Ton Koopman, Jaap van Zweden en Frans Brüggen. Zij heeft verscheidene cd’s op haar naam staan, waaronder Schubert, fern und nah, waarop zij samen met vrienden musiceert in de geest van de Schubertiades. Zij wordt daarbij begeleid op authentieke én moderne instrumenten.
Van der Heijden verdiepte zich in het vocale werk van Mendelssohn en werkte hiervoor o.a. samen met Mendelssohnkenner Prof. John Michael Cooper. Met de Robert-Schumann-Philharmonie verzorgde zij de wereldpremière van Mendelssohns vergeten concertaria Infelice, ah ritorna eta dell’oro.

Dinant Krouwel / musicoloog
Dinant Krouwel studeerde muziekwetenschap aan de Universiteit Utrecht met als specialisatie liedkunst. Hij is bedrijfsleider van muziekhandel Broekmans & van Poppel in Utrecht en werkt voor hun uitgeverij. Een aantal maal per jaar schrijft hij met grote kennis van zaken over nieuwe uitgaven van bekend en onbekend liedrepertoire in het ledenblad van de Vereniging Vrienden van het Lied. Als editor werkte hij mee aan de nieuwe uitgave van de liederen van Alphons Diepenbrock.
Krouwel begeleidt diverse vocalisten aan de piano en geeft, samen met zangpedagogen, interpretatielessen. Daarnaast houdt hij lezingen op liedgebied.

Aaike Nortier / mezzosopraan
Aaike Nortier maakte op haar twaalfde voor het eerst kennis met klassieke zang nadat ze lid werd van de operettevereniging La Mascotte in Emmeloord, waar zij verschillende rollen vertolkte. Inmiddels is zij tweedejaarsstudent aan het ArtEZ conservatorium in Zwolle, waar zij les heeft van Claudia Patacca. In 2021 won zij de tweede prijs en de publieksprijs tijdens het Prinses Christina Concours en werkte als koorlid mee aan Bizets Carmen bij Opera Spanga. Vanaf augustus van dit jaar loopt Nortier stage bij de Nationale Reisopera. Masterclasses volgde ze bij Lenneke Ruiten en Hans Eijsackers met opera- en liedrepertoire. Met compositiestudent Inge Ettema vormt zij het duo Les deux Étoiles, dat het klassieke lied in een nieuwe jas steekt.

Inge Ettema / vibrafoon - componist
Op haar negende viel Inge Ettema als een blok voor de marimba, nam les en sloot zich aan bij muziekverenigingen, waarmee ze ook deelnam aan concerten en concoursen. Ze won al meerdere prijzen, waaronder de Gaudeamus Prijs tijdens het Prinses Christina Concours in 2019.
Na in eerste instantie klassiek slagwerk te hebben gestudeerd in de JongTalentKlas en de voorlopleiding van ArtEZ, koos zij voor hoofdvak Compositie. Op dit moment is Ettema tweedejaarsstudent aan het ArtEZ Conservatorium in Zwolle, waar zij les heeft van Wilbert Bulsink en marimba studeert bij Peter Prommel. Al meerdere composities van haar hand werden uitgevoerd. Met Aaike Nortier vormt zij het duo Les deux Étoiles, dat het klassieke lied in een nieuwe jas steekt.

Claudia Patacca / sopraan
Claudia Patacca studeerde cum laude af aan het conservatorium van Enschede, waarna ze verder studeerde aan het Internationaal Opera Centrum Amsterdam. Al tijdens haar studie maakte zij haar debuut op het concertpodium en bouwde daarna een bloeiende concertpraktijk op. Ze was te horen tijdens diverse festival en in operaproducties en concerten in binnen- en buitenland.
Ook het lied en kamermuziek kunnen rekenen op haar warme belangstelling. Inmiddels heeft zij een aantal cd’s met liedrepertoire op haar naam staan. Patacca verzorgde masterclasses in heel Europa en is op dit moment Patacca verbonden aan het ArtEZ Conservatorium in Zwolle als hoofdvakdocent klassieke zang.

Marien van Nieukerken / piano
Marien van Nieukerken is een veelzijdig pianist die zich heeft gespecialiseerd in het liedrepertoire van de romantiek tot en met hedendaagse composities. Hij bracht tal van nieuwe composities in première en er werden liederen aan hem opgedragen. Als liedbegeleider was hij met gerenommeerde zangers te horen op concertpodia wereldwijd en met hen ook een aantal cd’s op.
Tot 2018 was hij artistiek directeur van de International Student LiedDuo Competition, waarvan hij ook de oprichter was. Behalve als pianist is Van Nieukerken ook actief als coach voor zangers en liedduo’s en als gastdocent van masterclasses liedinterpretatie en -begeleiding in binnen- en buitenland.

locatie
Grote kerkzaal / Zusterplein 12 / 3703 CB Zeist

Met haar elegante afwisseling in expressie, frasering en dictie wekte de in Graz geboren mezzosopraan Sophie Rennert enthousiasme op

~ Kleine Zeitung

Delen met anderen

Geplaatst op

Sophie’s reis

13-05-JOHNSON-RENNERT-RESCH

vrijdag

13 mei

20.15 - 22.00

Sophie's reis

Sophie Rennert, mezzosopraan
© Pia Clodi
Wolfgang Resch, bariton
© Theresa Pewal
Graham Johnson, piano / verteller
© Clive Barda

Losse kaarten
Normaal € 39 / Vrienden ILFZ € 35 / < 30 jaar € 10

Dagkaart 
Normaal € 47 / Vrienden ILFZ € 42

De dagkaart voor 13-05-2021 geeft toegang tot het Young Artist Platform én het openingsrecital.

Passe-Partout
Normaal € 350 / Vrienden ILFZ € 315

Bezoek met maar liefst 40% korting:
- 14 recitals,
- 16 masterclasses,
- 4 lezingen en meer.
Een passe-partout geeft toegang tot alle voor publiek toegankelijke evenementen van het festival.

Vrienden ILFZ
Bent u geen Vriend van het festival maar wilt u wél gebruik maken van het gereduceerde Vriendentarief? Kies dan bij kaarten bestellen de optie ‘Vriendentarief’ en voeg in de winkelmand ‘Vriend worden’ toe.

LET OP: de voertaal tijdens dit recital is Engels.

We openen het festival met een speelse liederenavond, geïnspireerd op romans en toneelstukken uit de Duitse en Engelse literatuur. Een dergelijk programma samenstellen, brengen en er boeiend over vertellen is Graham Johnson op het lijf geschreven is. Met vier jonge zangers begon hij 45 jaar geleden The songmakers Almanac, en maakte met hen vernieuwende, thematische programma’s. In de jaren die volgden vloeiden er ontelbare concerten, opnames en toonaangevende boeken uit zijn handen en leidde hij generaties nieuwe pianisten op. Er zijn dan ook weinig artiesten die zo veel betekend hebben voor de wereld van het lied als hij. Nog steeds vormen zijn onmetelijke kennis en ervaring een rijke bron waaruit de origineelste programma’s opborrelen. Bovendien neemt hij u met zijn unieke en doorleefde spel ook muzikaal mee.

Graham Johnson stelde voor ons openingsrecital een programma samen rondom de populaire 18e-eeuwse novelle Sophiens Reise von Memel nach Sachsen van Johann Timotheus Hermes. Hadden er destijds ranglijsten voor literatuur bestaan, dan zou dit werk lange tijd de lijst aangevoerd hebben. Ondanks dat het in vergetelheid is geraakt, is Sophiens Reise tot op de dag van vandaag relevant vanwege de uit het leven gegrepen beschrijvingen. Samen met Sophie Rennert en Wolfgang Resch neemt Graham Johnson u mee op Sophie’s reis aan de hand van bekend en minder bekend repertoire. Mozart, Schubert, Schumann en Wolf wijzen ons met Eichendorff, Scott en Goethe de weg.

Dit recital wordt mede mogelijk gemaakt door de Groene Winkel

Proloog: Mozart

1773 Uit: Sophiens Reise von Memel nach Sachsen (Hermes)
Wolfgang Amadeus Mozart (1756 - 1791)
I Verdankt sei es dem Glanz der Großen  KV392 - Sophie
II Sei du mein Trost  KV391  - Sophie
III Ich würd auf meinem Pfad  KV390 - Sophie

***

1795 Uit: Wilhelm Meisters Lehrjahre (Goethe)
Franz Schubert (1797 - 1828)
Wer nie sein Brot mit Tränen ass  D480 - Wolfgang
Kennst du das Land  D321 - Sophie

1803 Uit: Lacrimas (Schütz)
Franz Schubert (1797 - 1828)
Florio  D857/1 - Wolfgang
Delphine  D857/2 - Sophie

1803 Uit: Olivier (Pichler)
Franz Schubert (1797 - 1828)
Der Unglückliche  D713 - Wolfgang

1805 Uit: Diego Manzanares (Krosigk)
Franz Schubert (1797 - 1828)
Lied der Ilmerine  D458 Sophie

1813 Uit: Der Tod Friedrichs des Streitbaren (Collin)
Franz Schubert (1797 - 1828)
Licht und Liebe  D352 – Sophie en Wolfgang

1814 Uit: Undine (Motte Fouqué)
Franz Schubert (1797 - 1828)
Lied (‘Mutter geht durch ihre Kammern’)  D373 - Sophie

1815 Uit: Ahnung und Gegenwart (Eichendorff)
Robert Schumann (1810 - 1856)
Die Stille  Op. 39/4 - Sophie
Waldesgespräch  Op. 39/3 - Sophie en Wolfgang

Pauze

1817 Uit: Die Ahnfrau (Grillparzer)
Franz Schubert (1797 - 1828)
Bertas Lied in der Nacht  D653 - Sophie

1819 Uit: Gabriele (Schopenhauer/Gerstenberg)
Franz Schubert (1797 - 1828)
Hippolits Lied  D890 - Wolfgang

1819 Uit: A Legend of Montrose (Scott)
Franz Schubert (1797 - 1828)
Lied der Anne Lyle  D830 - Sophie

1820 Uit: Ivanhoe (Scott)
Franz Schubert (1797 - 1828)
Romanze des Richard Löwenherz  D907 - Wolfgang

1822 Uit: The Pirate (Scott)
Franz Schubert (1797 - 1828)
Gesang der Norna  D831 - Sophie

1826 Uit: Aus dem Leben eines Taugesnichts (Eichendorff)
Robert Schumann (1810 - 1856)
Der frohe Wandersmann  Op. 77/1 - Wolfgang

1834 Uit: Dichter und ihre Gesellen (Eichendorff)
Robert Schumann (1810 - 1856)
Schöne Fremde  Op. 39/6 - Sophie

***

Epiloog: Mozart

1856 Uit: Mozart auf der Reise nach Prag (Mörike)
Hugo Wolf (1860 - 1903)
Denk es, o Seele - Sophie en Wolfgang

Het was een bestseller in Duitsland, om in hedendaagse begrippen te spreken. In de jaren 1769-1773 verscheen Sophiens Reise von Memel nach Sachsen: een roman in briefvorm. In vele episodes, met evenzovele personages, laat de Duitse schrijver Johann Timotheus Hermes verhalen passeren over trouw, liefde en het huwelijk, gelardeerd met natuurbeschrijvingen en voorzien van de nodige porties lokaal coloriet - inclusief dialecten - uit de streek rond Königsberg. Het boek werd onmiddellijk vertaald en vond zo zijn weg door heel Europa. Al in 1785 verscheen er een Nederlandse vertaling. Onze eigen Betje Wolff - van de eerste Nederlandse briefroman Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart - was overigens niet heel enthousiast over de 'zes zwaare Octavo's, waarvan ieder over de duizend wel digt ineen gedrukte bladzyden beslaat'. Ze verweet Hermes een totaal onrealistisch plot door 'een zeer schoon, jong, trotsch, coquet meisje, een reis door een vyandelyk land te laaten doen; tusschen Legers door, alleen met het oogmerk om eenige papieren aan eene onwaardige Dogter, die men niet eens meer wist, of wel meer leefde' te laten brengen onder begeleiding van een persoon waarvan niet eens zeker was dat het Sophie’s broer zou zijn.

Een lijvig boek dus, maar wel de meest gelezen roman van de 18e eeuw in Duitsland. Juist door de briefvorm was het mogelijk verschillende gezichtspunten te laten zien over het vraagstuk van liefde, trouw en huwelijk. Daarmee vertoonde het ook de eerste kenmerken van een psychologische roman, een genre dat in de romantiek een hoge vlucht zou gaan nemen.

Een van de eersten die zich liet inspireren door de roman was Wolfgang Amadeus Mozart. Begin jaren 80 van de 18e eeuw schreef Mozart muziek onder drie gedichten uit de roman. De toonzetting van het eerste lied is filosofisch. Verdankt sei es dem Glanz der Großen gaat over de relatie tussen hemelse en aardse zaken, over bescheidenheid en zelfbewustzijn. De mens hoeft zich niet te schamen omdat hij een klein en onbeduidend wezen is in het licht van het gehele universum. De volgende twee liederen zoemen in op de mens zelf. In An die Einsamkeit zoekt de dichter een veilige haven om zijn verdriet te verteren; Ich würd auf meinen Pfad is een muzikale verbeelding van de strijd tegen het lot. Vooral deze twee laatste liederen lijken een voorbode van het lied zoals zich dat onder meesterschap van Schubert zou ontwikkelen.

Franz Schubert was een man met grote literaire interesses. Meer dan zeshonderd liederen schreef hij en voor een deel daarvan putte hij niet zozeer uit gedichtenbundels van auteurs als Wilhelm Müller en Johann Mayrhofer, maar ook uit vele romans van tijdgenoten. Uiteraard zat daar ook het werk van Goethe bij: Wilhelm Meisters Lehrjahre, een lijvige Bildungsroman waarin hoofdpersoon Wilhelm Meister zijn weg probeert te vinden in het Duitse culturele leven aan het einde van de 18e eeuw. Schubert baseerde diverse liederen op de roman en was vooral gegrepen door het personage van de harpspeler aan wie het gedicht Wer nie sein Brot mit Tränen ass ontsproten is. De harp is goed terug te horen in de pianopartij. Ieder komt zijn aandeel tegenslag en verdriet tegen in het leven, maar echt wrang is het dat de mens zelf vaak ook schuldig is aan het lijden van een ander, gewild of ongewild.

Het belangrijkste personage uit Wilhelm Meisters Lehrjahre is Mignon. Mignon maakt aanvankelijk haar opwachting in het verhaal als wees, uiteindelijk blijkt zij de dochter van de harpspeler te zijn. Zingend maakt zij haar gevoelens kenbaar en haar beroemdste lied is Kennst du das Land. Het is een van de meest getoonzette gedichten geworden. Schubert laat het lied naïef en vrolijk in majeur beginnen maar in elke strofe stelt Mignon haar vraag dringender. In de laatste strofe moduleert Schubert van majeur naar mineur en geeft zo de tekst een extra lading.

Naast Goethe gebruikte Schubert ook teksten van Duitstalige auteurs die nu grotendeels totaal vergeten zijn. Zoals Karoline Pichler, van wie de cantate-achtige Der Unglückliche klinkt waarin de verschillende sfeerbeschrijvingen en tempi elkaar snel opvolgen. Of van baron van Schlechta, van wie Schubert het lied Ilmerine een Spaans tintje geeft met de gitaarachtige begeleiding.

Matthäus von Collin was een van de eerste organisatoren van Schubertiades. Van hem klinkt het prachtige duet Licht und Liebe uit het treurspel Der Tod Friedrich des Streitbaren. Friedrich hoort 's nachts in de verte twee mensen zingen: de ene blij over de vreugde van de liefde, de ander verdrietig.

Christian Schütz was een redelijk succesvol toneelschrijver. Uit zijn toneelwerk Lacrimas plukte Schubert een subplot over Florio en Dephine. Florio is tot over zijn oren verliefd op het slavenmeisje Delphine. Hij volgt haar naar het oosten, waar zij uiteindelijk de dochter blijk te zijn van een sultan. Haar vader is overbezorgd en Florio kan als tuinier Delphine alleen nog maar van een afstand zien. Hij zingt dan Nun, da Schatten niedergleiten. Het lied begint als een serenade, maar de tweede en de derde strofe zijn eigenlijk meer een klaaglied. Florio's liefde voor Delphine is als een gif dat zich door zijn lichaam verspreidt en hem zal doden. De laatste strofe is gericht aan de nacht, een metafoor voor de dood, die hem rust zal geven.

Tegenwoordig wellicht nog wel bekend is Friedrich de la Motte-Fouqué. Hij is de auteur van Undine, het verhaal over de waternimf die met een ridder wil trouwen. Het was in de 19e eeuw een zeer populair boek dat tot heel wat muzikale inspiraties heeft geleid. De opera Rusalka van Dvořák is ook op dit boek gebaseerd. Schubert koos uit dit verhaal een lied waarin de liefde van de ouders voor hun kind centraal staat.

Schubert beperkte zich in zijn literaire keuzes niet tot de Duitstalige schrijvers en verdiepte zich ook in de Engelse literatuur. Vooral Sir Walter Scott wist de aandacht van Schubert vast te houden. De Romanze des Richard Lowenherz komt uit Ivanhoevan Scott. Hier klinkt een man die zijn gevoelens niet voor zich hoeft te houden, zoals wel het geval is bij de vrouwelijke hoofdpersonen in Lied der Anne Lyle en Gesang der Norna, beiden eveneens gebaseerd op romans van Scott. In Gesang der Norna vallen de donkere harmonieën op die samen met het voortdurende herhalen van hetzelfde ritme voor een haast hypnotiserend effect zorgen.

Nog in 1839 schreef Robert Schumann: 'Mijn hele leven heb ik vocale muziek als minderwaardig aan instrumentale muziek beschouwd en het nooit gezien als een hogere kunstvorm.' Een jaar later componeerde hij zo'n 140 liederen. Een van de redenen voor deze ommezwaai was zijn niet te stuiten liefde voor Clara Wieck. Vooral in de gedichten van Joseph van Eichendorff vond Schumann de woorden voor verlies en verlangen, voor het gevoel van eenzaamheid en mysterie, voor de beschrijving van weemoedige dromen en meeslepende gevoelens. Eichendorff is een romanticus pur sang met al zijn natuurbeschrijvingen - die als metafoor dienen voor het innerlijk - en verlangens die niet vervuld kunnen worden.

In de eerste maanden van 1840 componeerde Schumann op teksten van Eichendorff onder meer de cyclus Leiderkreis op. 39. Hij omschreef de liederencyclus aan Clara als 'mijn meest romantische muziek ooit, met veel van jou erin'. In Die Stille laat Schumann op delicate wijze de verliefde zachtjes zijn liefde uitspreken. Pas als de ik-figuur wenst een vogeltje te zijn dat over de zee naar onbekende verten kan vliegen, laat Schumann de verliefde ik-figuur in een kleine, verfijnde en elegante, maar oh zo lyrische, melodielijn uitbarsten.

Waldesgespräch is een duet waarin het aloude Loreley-verhaal zich nu eens afspeelt in het bos. Hij is de dappere ridder, zij de verleidster. De zelfverzekerdheid van de ridder en de verleiding van de Loreley laat Schumann in de pianopartij horen. Stevige akkoorden met een vleugje jachthoorn wisselen af met legato gezongen melodielijnen.

Niet al het werk van Eichendorff is zwanger van verlangen. Zijn roman Aus dem Leben eines Taugesnichts is de ironische tegenhanger van Goethes Wilhelm Meisters Lehrjahre. Een molenaarszoon weigert zich te conformeren aan zijn burgerlijke plichten: hij wil geen baan, hij wil vrijheid en avontuur, en is liever lui dan moe. Nut moet wijken voor passie: als hij ergens als tuinier aan de slag gaat, vervangt hij de groente in de moestuin voor bloemen omdat deze zo mooi zijn. Der frohe Wandersmann laat de jongeman horen, als hij net op weg is, het avontuur tegemoet, op een vrolijk marstempo. Even geen verdriet, geen verlangen.

Of Mozart ooit Sophiens Reise von Memel nach Sachsen heeft gelezen is niet bekend. Het lijkt met zijn drukbezette agenda niet erg plausibel dat hij de tijd zou hebben gevonden de omvangrijke roman te lezen. Waarschijnlijker is het dat hij de gedichten heeft gevonden in de uitgave Lieder und Aria aus Sophiens Reise die in 1779 uitgegeven werd. Een kleine tien jaar later reisde Mozart vanuit Wenen naar Praag om daar de première van Don Giovanni bij te wonen. De Duitse schrijver Eduard Mörike schreef over deze reis een novelle die zich vooral afspeelt op een landgoed waar Mozart en Constanze bij toeval verzeild raken en daar het verlovingsfeest van ene Eugenie mee maken. Het begin is vol sprankelende vrolijkheid, op het landgoed worden zoete herinneringen opgehaald en men musiceert dat het een lieve lust is. Mozart vertelt over zijn opera die nog niet gereed is. Hij is bezig met slot: Don Giovanni daagt daarin de geest van de Commendatore uit te komen dineren en moet dat bekopen met de dood. De novelle neemt pas een wending als het echtpaar Mozart hun weg vervolgt naar Praag. De achtergebleven Eugenie beseft opeens dat Mozart niet lang meer zal leven. Hij zal 'snel en onstuitbaar in zijn eigen gloed verteren'. Dan vindt ze bij de piano een zogenaamd Boheems volkslied Denk es, o Seele, dat begint over bomen en rozen. Op de vraag waar zij groeien volgt bij de zetting van Hugo Wolf een antwoord in mineur: ze groeien op het graf. De paarden die de dode ophalen, dartelen nog op de heenweg; op de terugweg klinkt een dodenmars die langzaam wegsterft.

Susan Dorrenboom

Sophie Rennert / mezzosopraan
Voordat Sophie Rennert zangles kreeg van haar moeder - sopraan Sigrid Rennert - speelde ze al viool en piano en in 2014 studeerde ze met onderscheiding af aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Wenen. Ze won meerdere prijzen op vele (inter)nationale concoursen. Op persoonlijke uitnodiging van Graham Jonhson debuteerde zij in Leeds en nam in 2017 deel aan het Schubertprogramma in het Wiener Konzerthaus.
Inmiddels is Rennert een veelgevraagd lied- en concertzanger met optredens in binnen- en buitenland en een aantal cd’s op haar naam. Haar repertoire omspant vele eeuwen en reikt van Bach tot hedendaagse muziek.

Wolfgang Resch / bariton
Wolfgang Resch begon zijn zangopleiding als solist bij de Wiltener Sängerknaben in Innsbruck. Hij studeerde bij Karlheinz Hanser aan het Tiroler Landeskonservatorium en later bij Ralf Döring en Charles Spencer aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Wenen. Masterclasses volgde hij bij onder meer Brigitte Fassbaender, Christa Ludwig, Thomas Hampson en Helmut Deutsch. Resch won meerdere prijzen.
In 2009 maakt hij zijn debuut als operazanger, maar inmiddels is hij ook een veelgevraagd concert- oratorium- en liedzanger. Hij was deelnemer aan het Young Singers Project van de Salzburger Festspiele en lid van het ensemble bij het Konzert Theater Bern.

Graham Johnson / pianist
Graham Johnson is gevierd pianist, liedbegeleider en kenner van het werk van diverse Romantische liedcomponisten als Schubert, Schumann en Brahms. Na zijn afstuderen aan de Royal Academy of Music, vervolgde hij zijn studie bij Gerald Moore en Geoffrey Parsons. Deelname aan de eerste masterclass van Peter Pears bracht hem in contact met Benjamin Britten. Daar ontstond zijn liefde voor liedbegeleiding. In 1976 richtte hij The Songmakers’ Almanac op met als doel onbekend liedrepertoire onder de aandacht van een groter publiek te brengen.
Momenteel is Johnson docent liedbegeleiding aan de Guildhall School of Music and Drama. Hij heeft meerdere bijzonder goed ontvangen cd-opnamen op zijn naam staan, waaronder alle liederen van Schubert en Schumann.

locatie
Grote kerkzaal / Zusterplein 12 / 3703 CB Zeist

Met haar elegante afwisseling in expressie, frasering en dictie wekte de in Graz geboren mezzosopraan Sophie Rennert enthousiasme op

~ Kleine Zeitung

Wolfgang Resch speelde en zong zich een weg recht naar de harten van het publiek

~ Richard Schmitz (Radio Klassik)

Graham Johnson combineerde elk verhaal en elke emotionele verschuiving door met enorme grandeur te spelen

~ Tim Ashley (The Guardian)

Delen met anderen

Geplaatst op

Young Artist Platform

vrijdag

13 mei

11.00 - 17.00

Young Artist Platform

Een nieuwe traditie bij Internationaal Lied Festival Zeist: het Young Artist Platform. Speciaal gericht op jonge zangers en pianisten die nog aan het begin staan van een grote carrière, maar zich al wel hebben onderscheiden. Musici die opvielen, bijvoorbeeld tijdens onze masterclass of op een van andere festivals of concoursen in Europa waar wij mee samen werken, zijn uitgenodigd te auditeren. Na selectie krijgen zij de gelegenheid zich met een recital van 30 minuten te presenteren aan het publiek en een jury bestaande uit musici die hun sporen in het vak reeds hebben verdiend: voormalig directeur van het Internationaal Vocalisten Concours Annett Andriesen (voorzitter), sopraan Elly Ameling, bas-bariton Robert Holl, pianist Hans Eijsackers, bariton Henk Neven, fortepianist Olga Pashchenko.

Na afloop van de middag gaat een duo naar huis met de Young Artist Platform Prijs: de belofte dat zij terug kunnen keren op ons podium in een Winnaarsrecital én dat zij kunnen optreden bij onze partner het Oxford Lieder Festival.

De geselecteerde duo’s die u hoort, legden aan de jury een programmavoorstel voor waarin het festivalthema Auf Flügeln des Gesanges tot uitdrukking komt. Met hun programma kunnen zij hun unieke geluid benadrukken. Het in opdracht van het festival nieuw gecomponeerde lied Auf Flügeln des Gesanges, is onderdeel van elk programma. Deze compositie van Meriç Artaç beleeft dus tijdens het Young Artist Platform haar wereldpremière. U luistert dus naar zes verschillende uitvoeringen ervan, een boeiende ervaring.

Kijk hier voor het Young Artist Platform 2021 en de winnaars van vorig jaar.

De programma's van de deelnemende duo's worden begin mei gepubliceerd.

11.00 – 11.40 uur
Natalie Jurk, mezzosopraan
Albert Mena, piano

INS TIEFE GRAB

11.45 – 12.25 uur
Rachel Ridout, sopraan
Ilan Kurtser, piano

EIN KÜNSTLERLEBEN

12.30 – 13.10 uur
Helen Frances Corlett, mezzosopraan
Daniel Peter Silcock, piano

ONE MAN THROUGH COUNTLESS EYES, EICHENDORFF

13.15 – 14.00 uur
Lunch

14.00 – 14.40 uur
Yue Wang, sopraan
Sara Pavlovic, piano

AROUND HÖLDERLIN

14.45 – 15.25 uur
Tina Drole, mezzosopraan
Matthias De Smet, piano

A LIFE IN SOLITUDE

15.30 – 16.10 uur
Anna Graf, sopraan
Han-Lin Yun, piano

NACHTREISE

16.15 uur
Juryberaad

16.45 uur
Uitslag

Natalie Jurk / mezzosopraan
Momenteel rond Natalie Jurk haar master opera af aan de Universität der Künste Berlin, waar zij les heeft van Albert Pesendorfer. Jurk is prijswinnaar van de International Lied Competition Paula-Salomon-Lindberg ‘Das Lied’ en ontving een beurs van het ‘Richard-Wagner-Verband’. Ze verdiept zich in de liedkunst bij Matthias Wierig, Daniel Gerzenberg en Axel Bauni en volgde masterclasses bij Rudolph Piernay, Brigitte Wohlfart en Aris Argiris. Daarnaast geeft ze als student van de Stichting Yehudi Menuhin LiveMusikNow regelmatig concerten voor mensen die niet in de gelegenheid zijn een concertzaal te bezoeken.

Albert Mena / Piano
Albert Mena haalde zijn master aan Musikene in Spanje waarna hij zich specialiseerde in kamermuziek en liedbegeleiding aan de Universität der Künste in Berlijn bij professor Markus Groh. Inmiddels werkt hij als liedpianist aan diezelfde universiteit en was te gast bij de Staatsoper Berlin, waar hij speelde onder leiding van James Gaffigan, Andrés Orozco-Estrada en Simone Young. Mena trad verder al op tijdens festivals in onder meer San Sebastián, Berlijn en Leeds. In 2019 nam hij deel aan de masterclass van het festival.

Rachel Ridout / sopraan
Rachel Ridout studeerde met lof af aan de Royal Academy of Music, waar zij les had bij  Mary Nelson en James Baillieu. In 2021 ontving ze de Van Smith Prize. Masterclasses volgde ze onder meer bij Elly Ameling, Robert Holl, Helmut Deutsch, Graham Johnson. Deze zomer zingt ze bij Oxenfoord International.
Haar eerste opname is te horen op een cd met de complete Goethe-liederen van Hugo Wolf die werd gemaakt ter gelegenheid van het tweehonderdjarig bestaan van de Royal Academy of Music. Ridout debuteerde op het Oxford Lieder Festival en nam vorig jaar met pianist Ilan Kurtser deel aan de masterclass van het festival.

Ilan Kurtser / piano
Ilan Kurtser studeert momenteel aan de Royal Academy of Music waar hij les heeft van Michael Dussek, James Baillieu en Malcolm Martineau. Hij is een Leeds Lieder Young Artist, Samling Artist en de winnaar van de twee grote prijzen voor liedpianisten aan de Royal Academy of Music. Vanwege zijn grote talent ontvangt Kurtser beurzen uit de Sir Jack Lyons Charitable Trust en van de Royal Academy of Music. In het kader van die laatste draagt hij bij aan de opname van de volledige Goethe-Lieder van Hugo Wolf. Onlangs debuteerde hij in Wigmore Hall als pianist tijdens de concertserie Academy's Song Circle. Vorig jaar nam Kurtser met Rachel Ridout deel aan de masterclass van het festival.

Helen Frances Corlett / mezzosopraan
Helen Frances Corlett voltooide recent haar master zang aan de Royal Academy of Music. Op dit moment woont en werkt zij in Engeland, maar later dit jaar verhuist ze naar Oslo om aan het conservatorium van Oslo te beginnen aan een master opera. Tijdens het Leeds Lieder Festival en ter gelegenheid van de tweehonderdste verjaardag van The Royal Acadamy of Music bracht zij werken in première van hedendaagse componisten. Ze trad op met gerenommeerde gezelschappen als de Scottish Opera, de British Youth Opera en met het BBC Scottish Symphony Orchestra. Corlett nam in 2021 deel aan de masterclass van het festival samen met Peter Silcock.

Daniel Peter Silcock / piano
Al op 15-jarige leeftijd maakte Daniel Peter Silcock zijn concertdebuut met Mendelssohns pianoconcert nr. 1. Hij ontwikkelde een grote liefde voor het Franse pianorepertoire aan het Royal Conservatoire of Scotland waar hij een bachelor en masterstudie afrondde. Onlangs voltooide hij zijn vervolgstudie aan de Royal Academy of Music, waar hij zich bij Mei-Ting Sun specialiseerde in het werk van Chopin. Silcock won diverse prijzen en trad recent op in Wigmore Hall. Hij was als solist te horen in een recital met werken van Chopin in Schotland. Silcock nam in 2021 deel aan de masterclass van het festival samen met Helen Frances Corlett.

Yue Wang / sopraan
Yue Wang studeerde aan het Shanghai Conservatory of Music bij de Chinees-Amerikaans bariton Zhou Zheng. Al tijdens de bachelorfase van haar studie vertolkte zij verscheidene operarollen in onder meer Dido en Aeneas, The Fairy Queen en gaf diverse concerten binnen- en buitenland. Inmiddels studeert zij Hartmut Höll en Mitsuko Shirai aan de Hochschule für Musik in Karlsruhe. Naast opera heeft Wang ook een grote liefde voor het lied.

Sara Pavlovic / piano
Sara Pavlovic studeerde cum laude af aan de Robert-Schumann-Hochschule in Düsseldorf waar zij les had van Paolo Giacometti. Vanwege haar grote liefde voor het lied studeerde zij aansluitend verder aan de Hochschule für Musik in Karlsruhe, waar zij momenteel les krijgt van Hartmut Höll. Masterclasses volgde zij bij onder andere Thomas Hampson, Eberhard Feltz, Klaus Hellwig, Bernd Götzke, Frank Peters, Anne le Bozec, Konrad Jarnot, Hans Eijsackers en Christianne Stotijn. Pavlovic wist meerdere prijzen in de wacht te slepen en was al tijdens haar studie actief als liedpianist op verscheidene, internationale muziekfestivals. Inmiddels is zij een geliefd pianist wier spel wordt omschreven als expressief en gevoelig.

Tina Drole / mezzosopraan
Tina Drole studeerde achtereenvolgens aan de Universität für Musik und darstellende Kunst Wien en het Koninklijk Conservatorium in Brussel. Sinds oktober 2021 verdiept zij zich in Liedgestaltung bij Gerold Huber aan de Hochschule für Musik und Theater München. Ze volgde verscheidene masterclasses en is laureaat van de International Udo Reinemann Master Classes, waar zij samenwerkte met gerenommeerde zangers en pianisten. Drole won diverse prijzen, waaronder de eerste prijs voor de beste interpretatie van het verplichte werk van het Brahms Concours. Ze vertolkte diverse operarollen en heeft een grote passie voor het lied.

Matthias De Smet / piano
Matthias De Smet begon al op vijfjarige leeftijd met pianospelen en studeerde met onderscheiding af aan het Koninklijk Conservatorium van Gent waar hij studeerde bij Vitaly Samoshko. In de loop der jaren ontwikkelde hij een grote passie voor het lied, wat hem deed besluiten te gaan studeren aan de Guildhall School of Music & Drama. Daar specialiseert hij zich in liedbegeleiding bij onder meer Julius Drake en Graham Johnson. De Smet werd samen met zangeres Mieke Dhondt geselecteerd voor de Udo Reinemann International Masterclasses, waar hij samenwerkte met een groot aantal gerenommeerde zangers en pianisten. Hij won vorig jaar de Accompanist-prijs op de Patricia Routledge National English Song Competition in Londen. In 2021 nam hij deel aan de Masterclass van het festival.

Anna Graf / sopraan
Anna Graf studeerde af aan het North-Caucasus State Institute of Arts in de hoofdvakken koordirectie en piano. Pas na een verhuizing naar Duitsland legde zij zich toe op een studie zang aan de Hochschule für Musik und Tanz in Keulen, waar zij nu studeert voor haar master. Graf won meerdere prijzen, vertolkte diverse operarollen en werkte mee aan een cd-opname van de opera Alpenkönig und Menschenfeind.
Sinds 2017 vormt zij een liedduo met pianist Han-Lin Yun, met wie zij veelvuldig optreedt. Speciale aandacht hebben zij voor minder populaire werken en minder bekende componisten. In juli van dit jaar brengen zij hun eerste cd uit.

Han-Lin Yun / piano
Han-Lin Yun begon al op jonge leeftijd met piano- en vioolspelen en studeerde aan de National Taiwan Normal University. Al tijdens de bachelorfase soleerde ze tijdens vele pianoconcerten. In 2015 werd ze toegelaten voor een master aan de Hochschule für Musik und darstellende Kunst in Frankfurt. Daarna studeerde ze achtereenvolgens aan de Hochschule für Musik Carl Maria von Weber in Dresden, en liedbegeleiding aan de Hochschule für Musik und Tanz in Keulen. Sinds 2020 bereidt zij zich voor op het examen compositie voor zang en studeert tegelijkertijd hedendaagse pianomuziek bij Pierre-Laurent Aimard. Yun won de eerste prijs tijdens het internationale pianoconcours in Barletta (Italië) en kreeg meerdere beurzen toegekend.

Annett Andriesen / mezzosopraan - voorzitter jury Young Artist Platform
Annett Andriesen studeerde zang bij onder meer Jos Burcksen, Meinard Kraak en Ré Koster. In 1975 was zij een van de prijswinnaars van het Internationaal Vocalisten Concours in ’s-Hertogenbosch, waar zij van 2007 tot en met 2018 directeur zou zijn. Na haar studie vertolkte zij operarollen in producties in binnen- en buitenland en zong in premières van opera’s van Nederlandse componisten.
Andriesen was docent aan het Conservatorium van Amsterdam, maakte deel uit van diverse jury’s tijdens internationale concoursen en is regelmatig panellid voor het NPO Radio 4 programma Diskotabel. Zij is jurylid voor Dutch Classical Talent en de voorselecties van het IVC in 2022. Daarnaast is zij bestuurslid van diverse culturele stichtingen en adviseur van de Raad voor Cultuur en adviseur van de Commissie Kunsten van de Provincie Fryslân.

Elly Ameling / sopraan - beschermvrouwe
Elly Ameling studeerde zang bij onder andere Jo Bollenkamp en Jacoba Dresden-Dhont. Na haar debuut in 1953 trad zij over de hele wereld op en won op jonge leeftijd het Internationaal Vocalisten Concours ’s-Hertogenbosch. Vermaard werd zij met haar interpretaties van met name Frans- en Duitstalige liederen. Haar vertolking van de sopraanpartij in Mahlers vierde symfonie gold jarenlang als standaard.
Tot op de dag van vandaag is Elly Ameling wereldwijd betrokken bij masterclasses aan jonge zangers, meestal gewijd aan het Duitse of Franse lied. De masterclasses die zij geeft tijdens het festival zijn geliefd bij zowel deelnemers als publiek.

Robert Holl / bas - artistiek leider
Na zijn middelbareschooltijd studeerde Robert Holl zang aan het Rotterdams conservatorium bij Jan Veth en David Hollestelle, om daarna uit te groeien tot een van de meest succesvolle zangers en zangpedagogen van onze tijd. Hij wordt geroemd om de expressiviteit van zijn interpretaties en de intimiteit die hij bij zijn toehoorders weet op te roepen. Zijn stem is er een die je herkent uit duizenden.
Robert Holl is wereldwijd een geliefd en veelgevraagd docent. Al sinds 1998 is hij professor voor lied en oratorium aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Wenen. In 2016 werd hij bij de oprichting artistiek leider van het Internationaal Lied Festival Zeist. Dit jaar doceert hij voor het vijfde jaar op rij aan de masterclass van het festival.

Hans Eijsackers / piano
Hans Eijsackers studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam en de European Mozart Academy in Kraków. Zijn docenten waren Gérard van Blerk, Jan Wijn en György Sebök. Hij won prijzen bij het Europees Pianoconcours en ontving de Zilveren Vriendenkrans van het Concertgebouw. Momenteel is hij professor Liedgestaltung aan de Robert Schumann Hochschule in Düsseldorf.
Eijsackers treedt veelvuldig op als solist, kamermusicus en liedbegeleider en vormt een bevlogen liedduo met Henk Neven. Daarnaast is hij als jurylid en masterclassdocent regelmatig te gast in binnen- en buitenland en is artistiek leider van het van het Internationaal Studenten LiedDuo Concours in Groningen. In 2022 neemt hij samen met Henk Neven de artistieke leiding van het festival over van Robert Holl.

Henk Neven / bariton
Henk Neven is een van de meest bevlogen liedvertolkers van zijn generatie. Hij ontving in 2009 een Borletti-Buitoni Fellowship en nam deel aan het prestigieuze BBC Radio 3 New Generation Artists Scheme. In 2011 ontving hij de Nederlandse Muziekprijs, de hoogste onderscheiding die door het ministerie van OCW aan een musicus werkzaam in de klassieke muziek wordt uitgereikt.
Neven werkt met diverse orkesten en ensembles, en is actief op zowel nationale als internationale operapodia in diverse rollen. Hij staat onder contract bij het platenlabel Onyx. Zijn opnames met deze maatschappij krijgen lovende kritieken. In 2022 geeft artistiek leider Robert Holl het stokje door en neemt hij samen met Hans Eijsackers de artistieke leiding van het festival over.

Olga Pashchenko / fortepiano
Olga Pashchenko’s pianospel viel al op jonge leeftijd op bij concoursen en recitals. Zij studeerde cum laude af aan achtereenvolgens het Tsjaikovski Conservatorium in Moskou en het Conservatorium van Amsterdam en sleepte vele prijzen in de wacht.
Inmiddels is Pashchenko een van de meest veelzijdige musici van dit moment die tijdens optredens wereldwijd te horen is als (forte)pianist, klavecinist en organist. Met haar gepassioneerde persoonlijkheid geeft zij haar spel virtuositeit en een rijkdom aan kleur mee, met een goed oog voor het brede repertoire dat voor deze instrumenten geschreven is. Buiten haar volle concertagenda is Pashchenko docent fortepiano aan het Conservatorium van Amsterdam.

Meriç Artaç / componist
Meriç Artaç studeerde cum laude af aan Codarts Hogeschool voor de Kunsten in Rotterdam. Al tijdens haar studie componeerde zij graag werken voor dans- en theatervoorstellingen en films. Inmiddels heeft zij meerdere interdisciplinaire producties op haar naam staan, die goed werden ontvangen.
Sinds 2016 is Artaç artistiek leider van het AKOM Ensemble in Rotterdam, dat werk van jonge componisten ten gehore brengt en een nieuw publiek probeert aan te spreken met eigentijdse composities. Daarnaast werkt zij ook samen met het ASKO/Schönberg Ensemble en het Doelen Ensemble. Dit jaar componeert zij het verplichte werk voor deelnemers aan het Young Artist Platform.

locatie
Grote kerkzaal / Zusterplein 12 / 3703 CB Zeist

Valkenburg heeft een fraaie, ranke stem, die ze met grote muzikaliteit en zuiverheid inzet, voorbeeldig begeleid door het verfijnde toucher van Lammerts van Bueren.

Recensie Erik Voermans in het Parool 26 februari 2021

Delen met anderen