vrijdag

20 mei

20.15 - 22.00

Dort liegt ein rotblühender Garten

Louise Alder, sopraan
© Gerard Collet
James Baillieu, piano
© Kaupo Kikkas

Mendelssohns Auf Flügeln des Gesanges – het lied waaraan deze editie van het festival zijn thema ontleent – hoorde u al tijdens het recital op zaterdag 14 mei. Vanavond horen we het nogmaals, nu uitgevoerd door Louise Alder. Samen met James Baillieu stelde zij om dit lied heen een programma samen waarin alles wat in het gedicht van Heine besloten ligt tot uitdrukking komt: het dromen van verre oorden, het exotische en de sprookjesachtige sfeer.

Rond 1900 hadden veel Franse componisten een grote fascinatie en bovendien veel gevoel voor de muziek uit het nabije en verdere oosten, dat reikte van Egypte tot India en China. De Wereldtentoonstellingen van 1889 en 1900 in Parijs zullen die belangstelling zeker aangewakkerd hebben. De verfijndheid en de kleurenrijkdom van de oriëntaalse muziek inspireerden onder anderen Ravel en Messiaen. De laatste adopteerde bovendien de ingewikkelde ritmiek van de Indiase muziek. En natuurlijk was ook Satie te porren voor alles wat excentriek en in die zin ook exotisch was. De drie karakterschetsjes van zijn Trois mélodies vormen daarom een perfecte afsluiting van deze avond.

De 6 liederen op. 38 – met grootse gebaren in het stemgebruik en de pianopartij – waren de laatste liederen die Rachmaninov schreef, vlak voor zijn definitieve vertrek naar Amerika. Ze vormen een caleidoscopische staalkaart van zijn kunnen als componist en pianist, en van de rijke poëzie van Rusland. Maar ze waren voor hem wellicht ook een herinnering aan het binnenkort zo verre vaderland. Uiteraard is ook de pianopartij in deze liederen prominent en virtuoos, een kolfje naar de hand van Baillieu.

Dit recital wordt mede mogelijk gemaakt door Broekhuis Zeist

Georges Bizet (1838-1875)
Chant d'amour  Op. 21/17 (uit: Vingt mélodies pour chant et piano; Lamartine)
Ouvre ton coeur - Bolero (uit: Seize mélodies pour chant et piano nr. 2; Delâtre)
Adieux de l’hotesse arabe  Op. 21/4 (uit: Vingt mélodies pour chant et piano; Hugo)
La coccinelle Op. 21/16 (uit: Vingt mélodies pour chant et piano; Hugo)

Maurice Ravel (1875-1937)
Shéhérazade (Klingsor)
I. Asie
II. La flûte enchantée
III. L’indifférent

Pauze

Sergei Rachmaninov (1873-1943)
6 Romances  Op. 38
Ночью в саду у меня (Noč'ju v sadu u menja) - ’s Nachts in mijn tuin (Isahakian)
К ней (K nej) - Aan haar (Bely)
Маргаритки (Margaritki) - Madeliefjes (Severyanin)
Крысолов (Krysolov) - De Rattenvanger (the Pied Piper) (Bryusov)
Сон (Son) - Een droom (Sologub)
Ау! (Au!) - A-oe! (Balmont)

Felix Mendelssohn Bartholdy (1809-1847)
Gruß  Op. 19/5 (Heine)
Auf Flügeln des Gesanges  Op. 34/2 (uit: Sechs Gesänge; Heine)
Neue Liebe  Op. 19/4 (uit: Sechs Gesänge; Heine)

Olivier Messiaen (1908-1992)
Trois Mélodies
Pourquoi? (Messiaen)
Le Sourire (Sauvage)
La fiancée perdue (Messiaen)

Erik Satie (1866-1925)
Trois mélodies
I. La statue de bronze (Fargue)
II. Daphénéo (Godebska)
III. Le chapelier (Chalupt)

In Chant d'amour van Georges Bizet laat elk woord, elke ademhaling van de geliefde het hart sneller kloppen. De innerlijk gevoelde passie is in de pianobegeleiding met voortdurend repeterende noten duidelijk voelbaar. De passie is zo mogelijk nog heftiger aanwezig in Ouvre ton coeur - Bolero. Het afgemeten dwingende ritme van de Spaanse Bolero roept hier meteen de sfeer van de opera Carmen in herinnering.

Adieux de l'hotesse arabe - op tekst van Victor Hugo - is een verhalend lied over het afscheid van een jonge reiziger die op andere plaatsen ongetwijfeld ook liefjes heeft. Het lied eindigt met een coloratuur op de woorden 'souviens-toi!' - vrij vertaald: 'vergeet mij niet!' - die als een oorwurm aan de reiziger zal blijven kleven.

Eveneens op tekst van Victor Hugo is La coccinelle: het lieveheersbeestje. Dit insect houdt de hoofdpersoon in het gedicht een spiegel voor: insecten zijn immers wezens van God, terwijl de domheid mensen toebehoort. De lichtvoetige en humoristische zetting van Bizet kent een koraalachtig moment: uiteraard daar waar over de wezens van God gesproken wordt.

Maurice Ravel en Tristan Klingsor (pseudoniem voor de dichter, schilder en musicus Léon Leclère) waren beiden betrokken bij een groep (avant-garde) kunstenaars en kunstliefhebbers die zichzelf 'Les Apaches' noemden. De groep kende geen formele samenstelling. Liefde voor kunst en cultuur in de breedste zin bracht de leden samen. Bij het ontstaan van de groep in 1902-1903 speelde de bewondering voor Debussy's opera Pelléas et Mélisande en een fascinatie voor de cultuur uit het Verre Oosten en Rusland een belangrijke rol, maar ook bewondering voor het werk van bijvoorbeeld de schilders Cézanne en Van Gogh en de dichters Rimbaud en Verlaine. Andere 'Apachianen' waren onder meer Manuel de Falla, Igor Stravinsky en de schilder Paul Sordes. Meer dan tien jaar kwam de groep wekelijks bij elkaar om te discussiëren, elkaars werk te beluisteren/bekijken en elkaar te inspireren. De Eerste Wereldoorlog zou een einde maken aan deze bijeenkomsten.

Shéhérazade is een kleine, maar fascinerende, cyclus van drie liederen die in eerste instantie voor zangstem en orkest schreven zijn. Rasinstrumentator Ravel wist de mysterieuze sfeer vol verlangen - die door de gedichten van Klingsor wordt opgeroepen - een betoverende extra laag mee te geven. De componist maakte óók een versie met pianobegeleiding waarin de bezwerende kracht van de muziek nauwelijks aan kracht inboet.

Asie is het lange openingslied van de cyclus, waarin de wonderlijke lokroep van alles dat Oosters is - van Persië tot China - in een dromerig ideaalbeeld wordt gevangen. Het is een mijmering over het verloop van een imaginaire reis langs deze verre oorden die iedereen meevoert. In La flûte enchantée brengt een kwinkelerende fluit een liefdesgroet van een onbereikbare geliefde. Tederheid op gedwongen afstand, die volstrekt invoelbaar gemaakt wordt door de noten van Ravel. L'indifférent handelt over de ondefinieerbare, maar daarmee in het geheel niet afwezige aantrekkingskracht van een schone uit een andere, onbereikbare cultuur.

Verlangen speelt ook een grote rol in de 6 Romances die Sergei Rachmaninov in 1916 schreef voor de extravagante, in Kiev geboren sopraan Nina Koshetz. Een grootheid die velen in vervoering wist te brengen, waaronder Rachmaninov dus. Koshetz maakte wereldwijd naam met liedrepertoire - vaak begeleid door de nog jonge Vladimir Horowitz - en opera. Rachmaninov en Koshetz ontmoetten elkaar in 1915 en er ontstond een korte stormachtige relatie tussen hen, die zijn artistieke weerslag vond in de 6 Romances. Een eenmalige concerttour van Koshetz met Rachmaninov als begeleider volgde, maar om een schandaal te voorkomen werd de relatie tussen Koshetz en de twintig jaar oudere en getrouwde componist verbroken. Ze zouden elkaar daarna zelden meer zien.

Muzikaal gezien bouwt Rachmaninov in de liederen voort op Russische liedtraditie die door Glinka, Moessorgski en Tchaikovski was opgebouwd, maar voegt daar zijn eigenzinnige, eigen klankesthetiek aan toe. Zangstem en piano zijn volledig gelijkwaardig met elk hun eigen melodische lijnen die op cruciale momenten samenkomen in sterk gekruide harmonieën. Elk lied kent zijn eigen tekstdichter, allen behorend tot het 'Zilveren tijdperk' van de Russische poëzie.

Het eerste lied 's Nachts in mijn tuin verhaalt over de bittere nachtelijke tranen van de treurwilg in de tuin die gedroogd zullen worden door de maagdelijke kracht van het ochtendgloren. Het doorbreken van het ochtendlicht zorgt voor een stralende climax. Voor haar is een lied vol verlangen naar de geliefde. De armen worden er hoorbaar naar uitgestrekt, maar de geliefde is onbereikbaar, want verzwolgen. Madeliefjes is een liefdeslied in optima forma. De aarde wordt verzocht om de bloeiende madeliefjes met dauwsappen te voeden om ze blijvend te laten stralen. De parelende trillers in de rechterhand van de piano zijn de dauwdruppels die de bloemen geven wat ze verlangen. Lichtvoetig is De rattenvanger die met zijn verleidelijke spel en speelsheid de ene na de andere jongedame weet te verleiden om haar toe te kunnen voegen aan zijn veroveringslijst. De Droom bezingt de geneugten van de droom die ons met onbegrijpelijke lichtheid en gemak kan meevoeren. Zinsbegoochelend is de pianobegeleiding rond de lyrische zanglijnen in dit lied, het is een droom op zich. A-oo is een roep, een vergeefse roep om een geliefde die het hart op hol heeft gebracht. Na de roep weerklinkt slechts de echo van de eigen stem in de heuvels, de liefde wordt niet meer beantwoord. Dit dramatische moment wordt natuurlijk groots uitgemeten door Rachmaninov, het besef dat het antwoord niet meer zal komen zorgt voor vertwijfeling en stilte aan het slot.

Auf Flügeln des Gesanges, Gruß en Neue Liebe zijn sprookjesachtige zettingen van gedichten van Heine. Zonder twijfel het bekendste en meest geliefde lied van Felix Mendelssohn-Bartholdy is Auf Flügeln des Gesanges. Liefdespoëzie in optima forma die door Mendelssohn van een barcarolle is voorzien die verwijst naar de 'heil'gen Stromes Well'n' in de tekst. Gruß heeft door zijn frisse eenvoud van dit strofisch kleinood in Duitsland min of meer de status van volkslied. Neue Liebe uit dezelfde bundel roept de feeërieke sfeer van A Midsummer Nights Dream op. Mendelssohn geeft aan de ongewisheid van de laatste strofe een spannende muzikale draai.

Eigen gedichten liggen aan de basis van de drie liederen van Olivier Messiaen op dit programma. Twee daarvan komen uit Trois mélodies, liederen die geschreven zijn in 1930, het jaar dat de componist zijn conservatoriumstudie in Parijs voltooide. Het idioom van Debussy en Satie is dan hoorbaar opgeslagen in het geheugen van de componist, maar toch hebben de liederen iets geheel eigens, en dat heeft niet alleen met de tekst te maken. Complexe akkoorden in de rechterhand van de piano werpen een blik vooruit in de richting waarin de componist zich zou gaan ontwikkelen.
La fiancée perdue heeft een scherp contrast tussen de opening en het slot. Een extatisch begin bezingt de bruid in al haar glorie. Een scherpe cesuur volgt, de bruid is getuige de liedtitel verloren, een gebed voor haar zielenheil volgt. Dit gebed is voorzien van een even verstilde als betoverende begeleiding vol spannende akkoordprogressies die dus al vooruitwijzen naar het latere werk van de componist. Pourquoi? werpt slechts vragen op. Waarom beleeft de vragensteller geen plezier aan de vogels, de lucht en het water, waarom niet aan de seizoenen? Waarom? Het commentaar van de componist zelf wordt geleverd in de discant van de piano. Maar op de immer repeterende vraag 'Waarom?' heeft de componist uiteindelijk ook geen antwoord en aldus eindigt het lied ook muzikaal gezien in een vraagteken.

Bail avec Mi is het openingslied uit de cyclus Chants de terre et de ciel uit 1938. Het lied is opgedragen aan de violiste Claire Delbos, de eerste vrouw van de componist. 'Mi' was het koosnaampje dat Messiaen voor haar gebruikte. De fysieke, maar ook spirituele verbondenheid tussen componist en geliefde wordt bezongen. De lyrische, maar ook hortende vocale lijn wordt op hoogst individualistische wijze becommentarieerd en onderbroken door de begeleiding. Toch ontstaat er een groeiende eenheid in hun verscheidenheid.

Een lichtvoetig slot aan dit recital komt met muziek van de eigenzinnige Erik Satie. Satie werkte onder meer als barpianist in een artiestencafé in Montmartre waar hij lichte muziek speelde. Deze achtergrond is in Trois mélodieszeker terug te horen. In La statue de bronze waan je je muzikaal gezien zo in het variététheater. Bij die sfeer sluit de licht absurdistische tekst over een kikker die er genoeg van heeft een standbeeld te zijn, naadloos aan.  Ook Daphénéo zou niet misstaan in het theater. De tekst - van de 17-jarige dochter van een vriend van Satie - rept over een niet bestaande vogelboom met huilende vogels als vruchten. Tot slot komen we in het humoristische Le chapelierte weten waarom het horloge van de hoedenmaker drie dagen achterloopt: hij heeft er broodkruimels in laten vallen. Zelfs het dopen in thee wil het uurwerk maar niet op gang brengen.

Robert Andriessen

Louise Alder / sopraan
Louise Alder studeerde met onderscheiding af aan de Universiteit van Edinburgh, waar ze zang studeerde bij Patricia MacMahon. Ze zette haar opleiding voort aan het Royal College of Music en vervolgens aan de International Opera School. In het jaar van haar afstuderen was zij een Samling Scholar en Britten-Pears Young Artist.
Alder won verscheidene prijzen en is te horen als operazanger en solist op concertpodia en festivals wereldwijd. Daarnaast heeft zij een grote passie voor het lied en treedt op met pianisten als Joseph Middleton, James Baillieu en Roger Vignoles. Inmiddels heeft zij ook meerdere cd’s op haar naam staan, die goed worden ontvangen.

James Baillieu / piano
James Baillieu studeerde aan de Universiteit van Kaapstad en The Royal Academy of Music in London, waar hij onder andere les had van Malcolm Martineau. Hij sleepte vele prijzen in de wacht en wordt inmiddels beschouwd als een van de meest toonaangevende pianisten van zijn generatie. The Daily Telegraph typeerde zijn spel zelfs als ‘een klasse apart’.  Als kamermusicus, solist en liedpianist is hij in samenwerking met vermaarde zangers en instrumentalisten te horen op podia wereldwijd. Verder stelt hij als programmeur vele zang- en kamermuziekfestivals samen.
Naast zijn praktijk als uitvoerend musicus is Baillieu onder meer docent aan conservatoria en tijdens masterclasses over de hele wereld.

locatie
Grote kerkzaal / Zusterplein 12 / 3703 CB Zeist

Louise Alder zingt en acteert intuïtief en is een liedvertolkster zonder weerga. Met haar stralende en glanzende legato maakt deze lyrische sopraan prachtige lijnen bij alles wat zij zingt.

~ Gerard Collet (theartsdesk.com)

Complimenten ook voor de uitstekende pianist James Baillieu, die veel bijdroeg aan de samenstelling van het programma en speelde met bescheidenheid, sensitiviteit en verbeeldingskracht die elk aspect van zowel muziek als tekst verhelderde.

~ Rupert Christiansen (Daily Telegraph)

Delen met anderen