zaterdag

14 mei

10.00 - 17.45

Dag van het Lied

Losse kaarten
Normaal € 32 / Vrienden ILFZ € 29 / < 30 jaar € 10

Dagkaart 
Normaal € 57 / Vrienden ILFZ € 51 / Leden VvhL € 20
De dagkaart voor 14-05-2021 geeft toegang tot de Dag van het Lied én het avondrecital.

Passe-Partout
Normaal € 350 / Vrienden ILFZ € 315
Bezoek met maar liefst 40% korting:
- 14 recitals,
- 16 masterclasses,
- 4 lezingen en meer.
Een passe-partout geeft toegang tot alle voor publiek toegankelijke evenementen van het festival.

Vrienden ILFZ
Bent u geen Vriend van het festival maar wilt u wél gebruik maken van het gereduceerde Vriendentarief? Kies dan bij kaarten bestellen de optie ‘Vriendentarief’ en voeg in de winkelmand ‘Vriend worden’ toe.

Leden vereniging Vrienden van het Lied
€ 20,00 (toegang Dag van het Lied én avondrecital met Christoph Prégardien en Hans Eijsackers.)

Let op: Leden VVHL € 20,00 (toegang Dag van het Lied én avondrecital met Laurence Kilsby en Hans Eijsackers)

Voor de derde maal organiseert de Vereniging Vrienden van het Lied haar jaarlijkse Dag van het Lied in samenwerking met het Internationaal Lied Festival Zeist. Zij hebben een afwisselend programma samengesteld met gevestigde liedzangers en pianisten, én jonge musici. Deze editie bevat naast twee recitals en een lezing ook veel nieuwe elementen en samenwerkingen. Zoals een talkshow en ruimte voor de liedduo’s van de toekomst. Studenten van Codarts, ArtEZ Conservatorium en Fontys Hogeschool verzorgen een kort recital, volgen een minimasterclass en geven hun visie op het liedrecital van de toekomst in het LiedLab. 

Het festivalthema Auf Flügeln des Gesanges, de componisten Mendelssohn, Brahms, Schubert en Messiaen – die allen een jubileumjaar beleven – en de dichters Heine en Groth zijn de centrale figuren op deze dag. Vanzelfsprekend worden ook liederen van vrouwelijke componisten ten gehore gebracht. Want de werken van onder andere Clara Schumann, Anna Cramer, Lili Boulanger en Henriëtte Bosmans leveren een wezenlijke bijdrage aan het tot klinken brengen van het rijke thema van ons festival.

Vrienden van het Lied-60 jaar

10.00 - 10.30 uur - Grote kerkzaal
welkom met koffie en thee

10.30 - 11.15 uur- Grote kerkzaal
Recital door studenten van de Fontys Hogeschool Tilburg
Programma wordt ter plaatse bekend gemaakt.

11.45 - 12.30uur - Grote kerkzaal
Werken van vrouwelijke componisten
liedrecital

Bettina Smith, mezzosopraan
Jan Willem Nelleke, piano

Margie Bennett (1883-1959)
Auf Flügeln des Gesanges  Op. 19/2 (Heine)

Ethel Smyth (1858-1944)
Nachtreiter  Op. 4/4 (Groth)

Luise Greger (1862-1944)
Schliesse mir die Augen beide (Storm)

Anna Cramer (1873-1968) 
Im pavillon (uit: Zwei Notturnos; Simlinger)

Poldowsky (Régine Wieniawsky) (1879-1932) 
Serenade (Retté)
En sourdine (Verlaine)

Lili Boulanger (1893-1918) 
Dans l'immense tristesse (Galeron de Calone)
Attente (Maeterlinck)
Reflets (Maeterlinck) 
Le retour (Delaquys) 

Olivier Messiaen (1908-1992) 
Bonjour toi, colombe verte (uit: Harawi; Messiaen)

Henriëtte Bosmans (1895-1952)
Le chanson du chiffonier (Jouy)

14.00 - 15.00 uur - Kleine kerkzaal
Olivier Messiaen
talkshow

Leo Samama, musicoloog
Katharine Dain, sopraan
Sam Armstrong, piano

Presentator Leo Samama gaat met de musici en het publiek in gesprek over leven en werk van Olivier Messiaen, zijn eerste echtgenote Claire Delbos en de Jeune France.

Afgelopen december werd het debuutalbum Regards sur l'infini van Katharine Dain en Sam Armstrong bekroond met een Edison Klassiek. Spil in het programma op deze opname is Messiaens liedcyclus Poèmes pour Mi die hij componeerde in 1936 en 1937. Mi was zijn koosnaampje voor Claire Delbos, zijn eerste echtgenote, die eveneens liederen componeerde. Ook haar werken werden opgenomen op de cd. Geen betere gesprekpartners dus dan deze twee jonge, bevlogen musici.

Ook in 1936 richtte Messiaen, samen met drie andere musici (André Jolivet, Daniel-Lesur en Yves Baudrier) ‘Jeune France’ op. Ze wilden, net als onder andere de Group de Six, spiritualiteit opnieuw in de muziek introduceren.

Wilt u Katharine Dain en Sam Armstrong Regards sur l’infini live horen uitvoeren? Dat kan! Op zondag 15 mei zijn ze onze gast. Lees meer en bestel >

14.00 -15.00 uur - Grote kerkzaal
Studentenduo's

Francine van der Heijden, sopraan
Studenten Codarts Rotterdam

De vereniging Vrienden van het Lied zet zich in voor jong talent en investeert in de volgende generatie liedduo’s.
De duo’s die deelnemen aan deze workshop studeren allen aan Codarts Rotterdam. Zij werken met Francine van der Heijden aan liederen van Franz Schubert en Felix Mendelssohn. 

15.30 - 16.00 uur - Kleine kerkzaal
Auf Flügeln des Gesanges
lezing

Dinant Krouwel, musicoloog

Het gedicht Auf Flügeln des Gesanges van Heinrich Heine loopt als een rode draad door deze editie van het Internationaal Lied Festival Zeist. Bevlogen liedspecialist Dinant Krouwel neemt u mee op reis aan de hand van dit gedicht. De gevleugelde woorden van Heine inspireerden Mendelssohn tot een van zijn beroemdste composities. Het lied heeft een betoverende melodie en wiegende golven in de begeleiding. Vaak wordt het instrumentaal uitgevoerd, vooral door violisten en pianisten, en is regelmatig op bruiloften te horen. Krouwel toont met zijn gedetailleerde aanpak aan hoe Mendelssohn de luisteraar meeneemt naar een droomwereld en Heine de lezer inpakt met romantische liefdessymbolen. Is het gedicht een ondeugende flirt, een erotische fantasie of toch een illusie? En wat betekenen de gazellen en lotosbloemen voor Mendelssohn? Kom naar de lezing en vlieg mee auf Flügeln des Gesanges.

15.30 - 16.00 uur - Grote kerkzaal
LiedLab
liedrecital

Studenten van het ArtEZ Conservatorium Zwolle

Les deux Étoiles:
Aaike Nortier, mezzosopraan
Inge Ettema, vibrafoon en compositie

Vernieuwing en inspiratie vind je door te experimenteren. Studenten van het ArtEZ conservatorium geven tijdens het LiedLab hun visie op het liedrecital van de toekomst, door creatief om te gaan met het ontstaan en de uitvoering van het lied.

Het duo Aaike Nortier en Inge Ettema neemt u mee in een programma vol hemelse klanken naar een nacht zoals iedereen die wel kent: slapeloos kun je uitsluitend nog denken aan voorbije liefdes. Koortsige liefdes in een fantasiewereld, waar de sterren je naam roepen en de muziek je vleugels geeft. Het kunstlied, zeggen zij, kan een heel nieuwe betekenis geven aan alledaagse dingen, waarvan je misschien niet meteen wilt toegeven dat ze bestaan. Vanmiddag brengen zij ook À Céline ten gehore, waarvoor Nortier de tekst schreef die door Ettema werd getoonzet.

Franz Schubert (1797 - 1828)
Der Flug der Zeit  D 515 (von Széchényi)

Johannes Brahms (1833 - 1897)
An die Nachtigall  op. 46/4 (Hölty)

Claude Debussy (1862 - 1918)
Nuit d’Étoiles (de Banville)

Aaike Nortier (*2003) / Inge Ettema (*2003)
À Céline (Nortier)

Reynaldo Hahn (1874 - 1947)
L’Heure Exquise (uit: 7 Chansons grises no. 5; Verlaine)

Edvard Grieg (1843 - 1907)
Min lille Fugl (uit: 12 Melodies op. 33 EG. 126; Olavsson Vinje)

Gabriel Fauré (1845 - 1924)
Après un Rêve  op. 7/1 (Bussine)

16.30 - 17.15 uur - Grote kerkzaal
Heine en Wesendonck
liedrecital

Claudia Patacca, sopraan
Marien van Nieukerken, piano

Clara Schumann (1819-1896)
Ich stand in dunklen Träumen  Op 13/1 (uit: Sechs lieder; Heine)
Sie liebten sich beide  Op 13/2 (uit: Sechs lieder; Heine)
Lorelei (Heine)

Johannes Brahms (1833-1897)
Es liebt sich so lieblich im Lenze  Op 71/1 (Heine)
Sommerabend  Op 85/1 (Heine)
Mondenschein  Op 85/2 (Heine)
Der Tod, das ist die kühle Nacht  Op 96/1 (Heine)
Es schauen die Blumen  Op 96/3 (Heine)
Meerfahrt  Op 96/4 (Heine)

Richard Wagner (1813-1883)
Wesendonck-lieder (Wesendonck)
1. Der Engel
2. Stehe still!
3. Im Treibhaus
4. Schmerzen
5. Träume

17.15 - 17.45 uur - Grote kerkzaal
Nazit en meet-and-greet met solisten

WERKEN VAN VROUWELIJKE COMPONISTEN
Tientallen manuscripten in een ijzeren kist en een compleet oeuvre in een rieten koffer: zo werd de muziek van Luise Greger en Anna Cramer na hun dood bij toeval herontdekt. Het is tekenend voor hoe deze en andere vrouwelijke componisten lang verborgen zijn geweest voor de geschiedschrijving. Hoog tijd voor verandering: uit al deze verstopte schatkisten ontsluit dit concert een staalkaart aan componistes, opdat ze hun vleugels weer uit kunnen slaan en voortaan als vanzelfsprekend naast hun mannelijke collega’s geprogrammeerd kunnen worden. Opvallend genoeg duikt steeds één soort muziekstuk op, als een rode draad door het leven en werk - en het succes - van deze tijdgenotes: het lied. Op de vleugels van het lied werden deze vrouwen componist.

Van korte dromen tot grenzeloze vrijheid
De carrière van de Britse componiste Margie Bennett nam een weliswaar korte, maar opvallend hoge muzikale vlucht. In de slechts vijf jaar dat ze tijdens haar studie aan het conservatorium actief was, kreeg ze namelijk al erkenning als componist en pianist. Jong en getalenteerd speelde ze tussen 1901 en 1906 Beethoven en Chopin en componeerde kamermuziek, waaronder liederen. Op zelfgeorganiseerde concerten voerde ze haar eigen werken uit, die werden beschreven als 'veelbelovend' en vol 'smaak en fantasie'. Toch hield Bennetts loopbaan op na haar huwelijk in 1907. Nog maar sporadisch trad ze op, maar de piano vergat ze nooit: nog tot aan haar dood bleef ze thuis regelmatig piano spelen, momenten waarop de gedachte aan haar oude leven vast weer even vleugels kreeg. Als we Bennetts lied Auf Flügeln des Gesanges (1902) horen, waarin een verre, heerlijke plek wordt bezongen, keren we met de componiste even mee terug naar haar vroegere, veelbelovende werkelijkheid.

Een ander leven was weggelegd voor Bennetts landgenote Ethel Smyth: een pionier en markante vrouw die in volle vaart vooruit vloog. Ze sloot zich strijdlustig aan bij de Suffragettes en koos vol overtuiging voor een loopbaan als componist, zonder zich ook maar iets aan te trekken van wat haar vader en enkele andere componisten daarvan vonden. Haar Nachtreiter (1877) zou zomaar haar lijflied kunnen zijn: de vastberadenheid van de ruiter, die in een stormachtige nacht zonder teugels en zadel te paard gaat, reflecteert haar eigen standvastigheid en compromisloze voorkeur voor een vrij leven. De pianopartij evoceert een trots dravend paard met daaroverheen pronkende zanglijnen. Wat Smyth ook tegenkwam, van erkenning van haar talent tot afkeuring over haar componist-zijn, ze bleef haar eigen weg volgen.

Van verlangende klanken tot vooruitstrevende harmonie
Een muzikaal wonderkind dat als tiener al openbare concerten gaf en haar eerste liedalbum samenstelde: de glansrijke carrière van de Duitse componiste, pianiste en zangeres Luise Greger kon niet vroeg genoeg beginnen. Uiteindelijk zou ze meer dan tweehonderd composities op haar naam hebben staan, waarvan meer dan de helft uit liederen bestaat. Die voerde ze zelf al zingend en spelend uit op verschillende concerten en tijdens zelf-georganiseerde salons in haar appartement. Door heel Europa kreeg Greger erkenning als liedzangeres en -componiste en haar wonderschone altstem werd alom geprezen. Haar lied Schließe mir die Augen beide vormt niet alleen een toonbeeld van Gregers talent, maar ook van de romantiek: op smachtende klanken voert het lied je mee in een droom vol verlangen naar liefde en troost.

Ook de Nederlandse componiste Anna Cramer ging volop mee in de nieuwste muzikale ontwikkelingen van haar tijd. Tijdens haar verblijven in Berlijn, München en Wenen proefde ze van het rijke klankidioom waarvan Gustav Mahler en Richard Strauss de toonzetters waren. Cramers vocale muziek is ermee doorspekt: niet alleen had ze een voorkeur voor Duitstalige poëzie, maar ook was ze vooruitstrevend in haar gebruik van harmonieën en chromatische lijnen. Zodanig zelfs dat enkele Nederlandse critici haar als ‘te modern’ bestempelden. Deze donkere stijl vol toonschilderingen kenmerkt ook Cramers lied Im Pavillon (1927) op een gedicht van Walter Simlinger, met wie de componiste in Wenen samenwerkte. Zwarte ogen weerspiegelen in zware klanken en water uit een bron kabbelt over de pianotoetsen.

Van symbolistische dromen tot duistere nachtmerries
De in Brussel geboren Régine Wieniawski richtte haar ogen en oren op het zuiden: de symbolistische poëzie en bontgekleurde muziekstijl van Frankrijk. Een vrouw met glamour was ze, compleet met een haute-couture boetiek waar het Britse koningshuis klant was, een concerttournee in de Verenigde Staten en een pseudoniem waar je U tegen zegt: Poldowsky. Expressiviteit en verfijning kleuren ook haar liederen. Zo volgen uiteenlopende toonschilderingen in Sérénade (1914) de gelaagde tekst op de voet: ogenschijnlijk verleidelijk kabbelend water en sereen maanlicht verwijzen naar een diepere, mogelijk duistere betekenis onder de oppervlakte. Is het de verleiding van de dood die daar sluimert? Op dezelfde manier voeren dromerige klanken in En sourdine - naar een gedicht van Poldowsky’s favoriet Verlaine - ons mee langs natuurbeelden, die op hun beurt weer verwijzen naar liefde.

Als haar ziekte niet vroegtijdig een einde aan haar leven had gemaakt, was de getalenteerde Lili Boulangereen van de belangrijkste componisten van Frankrijk geworden. Zo diepgaand en origineel is haar muziek. Ze schept de muren van een tombe in Dans l'immense tristesse met opvallend lage, donkere pianoakkoorden, de sfeer van een begraafplaats waar een moeder haar kind zoekt. In Attente laat Boulanger de muziek met grillige harmoniewisselingen en chromatische piano- en zangpartijen zoeken naar iets onbestemds. Droom en werkelijkheid vloeien in elkaar over in Reflets: hoor hoe in de laatste strofe de toonhoogte meedaalt met de bloemblaadjes die op het water vallen, om vervolgens mee te stijgen als ze in de reflectie van het water ‘omhoog zinken’ in de met sterren bezaaide, maanverlichte hemel. In Le retour horen we hoe de golven de boot van Odysseus terugbrengen naar huis. Stuk voor stuk toonzettingen die in originaliteit van klank haast niet te overtreffen zijn.

Van zingende vogels tot mysterieuze voddenraper
Al lijkt de Fransman Olivier Messiaen een vreemde eend in de bijt als enige man tussen al deze vrouwen, ook hij componeerde op de vleugels van het lied. Dit deed hij echter letterlijk: in zijn muziek gaf hij een prominente plaats aan vogels, die hij beschreef als 'de grootste musici van onze planeet'. Messiaen was componist en ornitholoog ineen: hij bestudeerde niet alleen vogelgezang, maar verwerkte dit ook in zijn muziek. In Bonjour toi, colombe verte, onderdeel van zijn liedcyclus Harawi (1945), klinkt dat zeker door. Ook ontdoet Messiaen in dit lied de tekst van alle grammatica, om de duif in een zo puur mogelijke vorm tot een symbool van liefde te maken.

'Ik had in Frankrijk moeten leven - geleefd moeten hebben', schreef de Nederlandse componiste Henriëtte Bosmans vlak voor haar dood. Het verbaast dan ook niet dat haar liederen overstromen van liefde voor Frankrijk en de Franse taal. Zo ook La chanson de chiffonnier, dat ze schreef voor de Franse mezzosopraan Noémie Perugia, met wie Bosmans een duo vormde. Het lied was voor de componiste en pianiste een gelijkwaardig samenspel, waarbij zanger en begeleider een eenheid vormen. Zo storten de zang- en pianopartij zich in dit lied allebei in de donkerte, terwijl wordt bezongen hoe alles uiteindelijk tot vodden vergaat. Even komt Bosmans’ liefde voor Frankrijk zelfs expliciet om de hoek kijken met een citaat uit La Marseillaise. Gelukkig blijkt de inhoud van dit lied niet waar: niet alles komt bij de voddenraper terecht. Door dit concert, maar bovenal door het onverslaanbare talent van al deze vrouwen, is hun muziek op de vleugels van het lied van de vodden gered.

Simone Leuven

***

NUIT D’ÉTOILES
In de nacht verglijdt de tijd. Van oudsher had de nacht een negatieve connotatie, hij was duivels. In de renaissance echter zagen dichters de nacht niet langer louter als koude, dode, zonloze uren maar juist als een periode die prachtige en bovennatuurlijke ervaringen kon opleveren. De nacht werd zo ook een tijd van schoonheid en diepgang. In 19e-eeuwse nachtelijke poëzie speelt de liefde in lange nachten een hoofdrol. In zoete dromen of een onwetende slaap, in een angstig wakker zijn, in wanhoop om een verloren liefde of in desolate eenzaamheid. De nacht verglijdt.

Het voorbij laten glijden van de tijd laat Franz Schubert horen in Der Flug der Zeit. Als het water dat voorbij kabbelt in een riviertje, zo klinkt pianobegeleiding van dit lied. De tekst rept aanvankelijk nog dreigend over 'Wohl stürmisch war es auf dem Zuge, Beschwerlich oft und widerlich'. Maar de tijd komt tot rust, in een vriendschappelijk samenzijn. De ritmiek onder dit lied is zacht wiegend. Ook in de liederen van Brahms, Hahn, Debussy, Grieg en Fauré - allemaal op jonge leeftijd geschreven - krijgen de nachtelijke uren een subtiel stuwende begeleiding mee.

Nachtvogel bij uitstek is natuurlijk de nachtegaal, een vogel die door zijn kleed nauwelijks opvalt maar door zijn gezang in de avonduren des te meer. In de 19e eeuw werd de nachtegaal een geliefde metafoor voor een voorbije liefde, zoals in An die Nachtigall van Johannes Brahms. Brahms schreef het lied in 1868 na jaren van liefdesbetrekkingen die maar niet van de grond wilden komen. In de pianopartij is de nachtegaal te horen. De protagonist smeekt de nachtegaal echter niet langer zo luid zijn liefdeslied te zingen, maar weg te vliegen naar zijn liefdesnest.

Het is pure eenzaamheid die uit Min lille Fugl spreekt. De ik-figuur is alleen en zelfs het vogeltje in het bos komt niet naderbij. Deze eenzaamheid krijgt bij Edvard Grieg vorm in de uitroepen van de laatste regel van de strofes. 'O Gud, hvorjeg dog er ene!' (God hoe alleen ben ik) klinkt het tot twee keer toe. Verder probeert de ik-figuur zich in de hand te houden, en ook Grieg laat niet meer drama toe in zijn zetting. Het is een ingehouden wanhoop.

Beter dan in verlatenheid wakker te zijn is het om te dromen van je geliefde. De bitterzoete pijn bij het ontwaken doet je terugverlangen naar de droom. In Après un rêve is een nog jonge Fauré aan het woord, met een vloeiende, schier eindeloze melodielijn met daaronder een pulserende pianopartij waardoor het lied blijft stromen. En eens te meer blijkt: de nacht is in de 19e eeuw het domein van de verliefde geest. 'Reviens, reviens, radieuse  /  Reviens, ô nuit mystérieuse!'

Susan Dorrenboom

***

HEINE EN WESENDONCK
In dit liedrecital hoort u gedichten van Heinrich Heine en Mathilde Wesendonck uitgewerkt tot liederen door Clara Schumann, Johannes Brahms en Richard Wagner. Wat deze werken met elkaar verbindt? Ze verklanken en verwoorden de liefde en haar verschillende gezichten - met gebruik van de natuur voor de uitdrukking daarvan, zoals het de romantiek past.

De componist Clara
Clara Schumann-Wieck is een van de bekendste vrouwelijke figuren uit de westerse muziekgeschiedenis. Bij leven maakte zij furore als concertpianist en muziekpedagoog, maar componeerde ook. Daarnaast stond ze twee bekende mannelijke figuren uit de muziekgeschiedenis bij in het leven: de componisten Robert Schumann, haar geliefde echtgenoot, en Johannes Brahms, met wie zij een dierbare vriendschap had. Van beiden voerde zij vaak als eerste nieuwe werken uit.

Ondanks haar veelbelovende capaciteiten kon zij haar vleugels niet uitslaan als componist. Niet alleen werd in haar tijd componeren gezien als een ongeschikte taak voor vrouwen en maakte het gebrek aan vrouwelijke voorbeelden bij gevolg daarvan haar onzeker over haar eigen kunnen als componist, Clara’s leven draaide naast muziek vooral ook om hard werken. Ze baarde acht kinderen, waarvan slechts de helft haar mocht overleven, en was tevens kostwinner van het gezin. In eerste instantie omdat Robert nog niet veel verdiende als componist, later lieten zijn geestesziekte en zijn vroegtijdig overlijden haar geen keuze. Ondanks dat componeerde Clara voor en tijdens haar huwelijk, dat op een bijzonder muzikaal partnerschap draaide, een considerabel oeuvre.

Lied als gift
Na werken voor piano waren de Sechs Lieder de eerste vocale werken die zij schreef. De meeste van de liederen die Clara schreef, waren cadeaus voor Robert bij gelegenheid van verjaardag of feestdagen. Dat zij hierbij koos voor gedichten van Heinrich Heine (1797-1856) zal niet geheel toevallig zijn geweest: het stel deelde de voorliefde voor Heines gedichten - net als veel van hun tijdgenoten.

Clara’s liederen zijn expressieve, lyrische en dramatische bijdragen aan het liedgenre. Hoewel minder bekend dan haar pianowerken, zijn het haar meer verfijnde composities en mogen ze worden geschaard onder de beste van het Duitse liedrepertoire. Het samenbrengen van piano, zang en tekst was haar natuurlijk gelegen. Haar pianopartijen zijn gevarieerd en vragen met regelmaat vingervlugge virtuositeit - zoals te horen in haar zetting van Heines geliefde gedicht Lorelei, waarin de repetitieve triolen van de pianopartij doen denken aan Schuberts Erlkönig - al overstijgen ze de zangpartij nooit. De vocale melodieën laat zij elegant verlopen, met een natuurlijk gevoel voor de mogelijkheden van de stem.

Zo illustreert het introspectieve Ich stand in dunklen Träumen mooi hoe Clara de golfbeweging van opwellende emoties weet te verklanken: de eerste twee strofen zijn een observerende mijmering over het verlangen naar een geliefde. Deze zijn laag en melancholisch gezet in melodie en begeleiding. De derde en laatste strofe keert zich naar de zangers’ ervaring. Samen met de spaarzame pianopartij worden het verdriet en ongeloof kort de hoogte ingestuwd om bij het laatste zinsdeel weer terug te keren naar de laagte en de haast serene sfeer van voorheen. De twee strofen van Sie liebten sich beiden ontvlechten de pijnlijke gevoelens van twee mensen die afstand van elkaar nemen wanneer de liefde er nog is, maar ze elkaar niet meer weten te bereiken.

Clara zelf was onterecht onzeker over haar liederen. Ze gaf er zelf dan ook weinig ruchtbaarheid aan. Gelukkig deden anderen dat wel: ze werden in de 19e eeuw uitgevoerd in zalen door heel Europa. Eind jaren 90 werden er nog nieuwe liederen van Clara ontdekt. De hoop is op meer vondsten, maar tot dan vervelen de ons wel bekende liederen nog lang niet.

Brahms’ boeket van liederen
Niet alleen in het leven van Robert Schumann speelde Clara Schumann-Wieck een bijzondere rol: het echtpaar ontwikkelde vanaf 1853 een vriendschap met de jonge, toen nog onbekende Johannes Brahms. Een vriendschap die steun bracht in de laatste jaren van haar huwelijk en na het overlijden van Robert uitgroeide tot een innige verbinding. Of er ooit romantische liefde in het spel is geweest blijft gissen, dat de twee elkaar genegen waren staat vast.

Ook Brahms deelde de voorliefde voor gedichten van Heine. Hoewel hij ook in zijn jonge jaren liederen schreef op teksten van Heine zijn die grotendeels ongepubliceerd gebleven. Net als veel van zijn liederen in eerste instantie. Hij bewaarde ze voor wanneer het paste binnen het geheel dat hij voor ogen had. Zijn zeer grote verzameling noemde hij zijn ‘boeket van liederen’, waarvan er 'slechts' een goede tweehonderd aan ons zijn overgeleverd.

Lente en een onvervulde reis
In dit recital klinken Heine-liederen uit Brahms’ zogenoemde derde componeerperiode. Zijn eerste periode kenmerkt zich waar het liederen betreft met expressieve vocale partijen en vaak melodramatische begeleidingen. In de periode daarna richtte Brahms zich voornamelijk op volksgedichten. Vanaf 1860 tekent zich dan een duidelijke stilistische verschuiving af in zijn liederen die richting de Schubertiaanse parameters van het Duitse kunstlied gaat.

Drie van de in totaal vier liederen uit op.96 zette Brahms op gedichten van Heine, deze worden tot zijn mooiste gerekend. Der Tod, das ist die kühle Nacht is een van Heines meest bekende gedichten. Brahms weet de dood, de nacht en het lied van de nachtegaal in levendige muzikale kleuren te vangen. De traag gespeelde, rijke chromatische harmonieën doen haast Wagneriaans aan en wellicht hoort u de vergelijking. Het zeer beknopte Es schauen die Blumen is met zijn onrustige pianoritmiek een intermezzo in de cyclus, waarna Brahms het tempo van het eerste lied laat terugkeren in Meerfahrt. Ondanks deze overeenkomst is dit lied onvergelijkbaar met al zijn anderen. De lange, vreeswekkende inleiding van de piano zet de bittere toon voor een onvervulde reis.

Wagner en zijn muze
Van de ene vermeende driehoeksverhouding - die van Robert, Clara en Brahms - door naar de volgende. Richard Wagner wijdde zijn leven aan de opera en de hervorming daarvan. Hij schreef slechts enkele andere soorten werk waarvan er één in het speciaal schittert: zijn vijf liederen op gedichten van Mathilde Wesendonck (1928-1902).

Niet alleen muzikaal maar ook politiek gezien hield Wagner er controversiële ideeën op na. Wagners actieve rol in de politieke omwentelingen van Europa en de daartoe behorende Dresder Mei-opstand in 1849 dwong hem het Duitse Rijk te ontvluchten. Samen met zijn eerste vrouw, zangeres Minna Planer, leefde Wagner tot aan 1863 in verbanning in Zürich, Zwitserland.

Daar ontmoette hij Mathilde Wesendonck, vrouw van zijn mecenas: de rijke koopman Otto Wesendonck. Naar verluidt was Wagner op slag verliefd op haar en ontstond een liefdesaffaire. Mathilde schreef verfijnde poëzie, recht uit het en hart met een grote rol voor de natuur. De teksten zijn mysterieus van sfeer en nemen de beleefde omgangsvormen van haar tijd en de onderlinge verhoudingen in acht: in haar liefdesgedichten benoemt ze de liefde nooit bij naam.

Wagner gebruikte nauwelijks andermans tekst, maar door Mathilde en haar gedichten werd hij zo bevangen dat hij een uitzondering maakte. Een dubbele zelfs, want hij week ook van zijn werk aan de opera Tristan und Isolde af om vijf van haar gedichten op muziek te zetten. Het verhaal van de opera zou de liefde tussen Mathilde en Wagner uitspelen en de vijf Wesendonck-lieder worden gezien als inspiratie voor het muzikale materiaal van de opera.

 In de ziel verzinken
De zeer romantische liedcyclus begint met Der Engel, dat gaat over hoe engelen zich vol mededogen richting de aarde wagen om verloren zielen naar de hemel te dragen. De eerste en laatste strofe omschrijven het engelenrijk en zijn in majeur getoonzet, contrasterend met de middenstrofen in mineur, die het gepijnigde hart van de aardse mens weergeven. Stehe still is een smeekbede aan de tijd om haar onophoudelijke voortgang te stoppen: er wordt slechts één moment van ‘zijn’ gewenst. De muziek versterkt en volgt de rusteloosheid van de eerste twee strofen om daarna op te lossen in meer open, tedere klanken wanneer wordt bezongen waar de wens vandaan komt: de wil te verdrinken in de zoete vergetelheid van de liefde en zo de zaligheid te kennen.

Im Treibhaus benadrukt de leegte van de werkelijkheid die de dichter toekomt. Het stijgende melodische motief keert steeds terug en reikt naar en omarmt die leegte. De muziek van dit lied verwerkte Wagner later in Tristan und Isolde (Prelude, Akte III). Net als het romantische vijfde lied Träume, dat het verlangen naar en de verleidelijkheid van de nacht en de droomwereld bezingt. Tussen deze twee liederen in zit het peinzende Schmerzen, waarin hoop wordt gevonden voor het eigen ongeluk door de vergelijking te trekken met de kracht van de ondergaande en weer rijzende zon.

Wagner schreef aan Mathilde over de liederen: ‘Ik heb niets beters geschreven dan deze liederen, er zullen maar weinig van mijn werken herinnerd worden naast deze.’ De geschiedenis pakte anders uit voor Wagner, maar dat deze liederencyclus een parel is, staat buiten kijf.

Lotte Lepoutre

Bettina Smith / mezzosopraan
Bettina Smith begon haar zangopleiding aan het conservatorium van Bergen (Noorwegen) en zette haar studie voort aan het Koninklijk Conservatorium van Den Haag. Beide opleidingen rondde zij met onderscheiding af. Aansluitend specialiseerde zij zich in opera, maar het repertoire dat zij brengt is bijzonder breed en reikt van werken uit de Middeleeuwen tot en met hedendaagse muziek.
Zij was te horen in opera’s, oratoria en kamermuziekconcerten in concertzalen en op festivals door heel Europa als solist en samen met pianist Jan Willem Nelleke, met wie zij veelvuldig optreedt. Smith is docent aan de universiteit van Stavanger (Noorwegen) en gaf zangles en masterclasses aan diverse gerenommeerde instituten.

Jan Willem Nelleke / piano
Jan Willem Nelleke is hij een veelzijdig musicus die op veel gebieden actief is. Als solist gaat zijn belangstelling uit naar minder bekende muziek, waarbij hij uitstapjes naar andere stijlen en instrumenten niet schuwt. Hij is een veelgevraagd (lied)begeleider en was samen met diverse vooraanstaande musici te horen op internationale concertpodia en festivals.
Nelleke bracht al verscheidene nieuwe werken in première. Hij componeert ook zelf liederen en kamermuziek, die regelmatig ten gehore worden gebracht. Daarnaast is hij docent aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en verbonden aan het Franz-Schubert-Institut in Baden bei Wien.

Leo Samama / musicoloog
Leo Samama studeerde muziekwetenschap aan de Rijksuniversiteit Utrecht en compositie bij Rudolf Escher. Hij was verbonden aan het Utrechts Conservatorium als docent muziek en cultuurgeschiedenis. Aansluitend werd hij docent muziek van de 20e eeuw aan de Universiteit Utrecht. Samama was tevens muziekrecensent bij De Volkskrant en NRC Handelsbladen staat bekend als dé Nederlandse expert op het gebied van moderne muziek en het muziekleven in Nederland.
Hij schreef meerdere artikelen en boeken en geeft grote regelmaat hij lezingen en gastcolleges met onder andere de relatie tussen muziek en poëzie als thema. Zijn hoorcolleges zijn te beluisteren op cd’s voor Home Academy.

Katharine Dain / sopraan
Katharine Dain studeerde af aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen en het Mannes College of Music in New York. Inmiddels is zij een veelgevraagd solist en kamermusicus en was te horen in diverse opera’s, oratoria en concertseries met vooraanstaande orkesten. Dain staat bekend om het gemak waarmee ze hedendaags repertoire vertolkt en om haar deelname aan experimentele, multidisciplinaire projecten. Als gepassioneerd voorvechter voor het lied en kamermuziek, stond ze aan de wieg van menig ensemble, waarmee ze internationaal optrad.
In 2021 bracht ze samen met pianist Sam Armstrong de cd Regards sur l’infini uit, die een Edison Klassiek won in de categorie beste debuutalbum. Tijdens deze editie van het Internationaal Lied Festival voeren zij dat programma bij ons uit.

Sam Armstrong / piano
Sam Armstrong studeerde piano aan het Royal Northern College of Music in Manchester en aansluitend in New York aan het Mannes College of Music, waar hij de meest prestigieuze prijzen in de wacht sleepte. Ook na zijn opleiding won hij meerdere prijzen en ontving laureaten. Armstrong volgde masterclasses bij onder meer Menahem Pressler, Murray Perahia, Pierre-Laurent Aimard en Roger Vignoles.
Inmiddels is hij een veelgevraagd solist en kamermusicus die geroemd wordt om de uitmuntende kwaliteit van zijn spel. In 2021 bracht hij samen met sopraan Katharine Dain de cd Regards sur l’infini uit, die een Edison Klassiek won in de categorie beste debuutalbum. Tijdens deze editie van het Internationaal Lied Festival voeren zij dat programma bij ons uit.

Francine van der Heijden / sopraan
Francine van der Heijden studeerde zang in Maastricht, Den Haag en Londen. Na het afronden van haar studie werkte zij als solist samen met vooraanstaande dirigenten als Ton Koopman, Jaap van Zweden en Frans Brüggen. Zij heeft verscheidene cd’s op haar naam staan, waaronder Schubert, fern und nah, waarop zij samen met vrienden musiceert in de geest van de Schubertiades. Zij wordt daarbij begeleid op authentieke én moderne instrumenten.
Van der Heijden verdiepte zich in het vocale werk van Mendelssohn en werkte hiervoor o.a. samen met Mendelssohnkenner Prof. John Michael Cooper. Met de Robert-Schumann-Philharmonie verzorgde zij de wereldpremière van Mendelssohns vergeten concertaria Infelice, ah ritorna eta dell’oro.

Dinant Krouwel / musicoloog
Dinant Krouwel studeerde muziekwetenschap aan de Universiteit Utrecht met als specialisatie liedkunst. Hij is bedrijfsleider van muziekhandel Broekmans & van Poppel in Utrecht en werkt voor hun uitgeverij. Een aantal maal per jaar schrijft hij met grote kennis van zaken over nieuwe uitgaven van bekend en onbekend liedrepertoire in het ledenblad van de Vereniging Vrienden van het Lied. Als editor werkte hij mee aan de nieuwe uitgave van de liederen van Alphons Diepenbrock.
Krouwel begeleidt diverse vocalisten aan de piano en geeft, samen met zangpedagogen, interpretatielessen. Daarnaast houdt hij lezingen op liedgebied.

Aaike Nortier / mezzosopraan
Aaike Nortier maakte op haar twaalfde voor het eerst kennis met klassieke zang nadat ze lid werd van de operettevereniging La Mascotte in Emmeloord, waar zij verschillende rollen vertolkte. Inmiddels is zij tweedejaarsstudent aan het ArtEZ conservatorium in Zwolle, waar zij les heeft van Claudia Patacca. In 2021 won zij de tweede prijs en de publieksprijs tijdens het Prinses Christina Concours en werkte als koorlid mee aan Bizets Carmen bij Opera Spanga. Vanaf augustus van dit jaar loopt Nortier stage bij de Nationale Reisopera. Masterclasses volgde ze bij Lenneke Ruiten en Hans Eijsackers met opera- en liedrepertoire. Met compositiestudent Inge Ettema vormt zij het duo Les deux Étoiles, dat het klassieke lied in een nieuwe jas steekt.

Inge Ettema / vibrafoon - componist
Op haar negende viel Inge Ettema als een blok voor de marimba, nam les en sloot zich aan bij muziekverenigingen, waarmee ze ook deelnam aan concerten en concoursen. Ze won al meerdere prijzen, waaronder de Gaudeamus Prijs tijdens het Prinses Christina Concours in 2019.
Na in eerste instantie klassiek slagwerk te hebben gestudeerd in de JongTalentKlas en de voorlopleiding van ArtEZ, koos zij voor hoofdvak Compositie. Op dit moment is Ettema tweedejaarsstudent aan het ArtEZ Conservatorium in Zwolle, waar zij les heeft van Wilbert Bulsink en marimba studeert bij Peter Prommel. Al meerdere composities van haar hand werden uitgevoerd. Met Aaike Nortier vormt zij het duo Les deux Étoiles, dat het klassieke lied in een nieuwe jas steekt.

Claudia Patacca / sopraan
Claudia Patacca studeerde cum laude af aan het conservatorium van Enschede, waarna ze verder studeerde aan het Internationaal Opera Centrum Amsterdam. Al tijdens haar studie maakte zij haar debuut op het concertpodium en bouwde daarna een bloeiende concertpraktijk op. Ze was te horen tijdens diverse festival en in operaproducties en concerten in binnen- en buitenland.
Ook het lied en kamermuziek kunnen rekenen op haar warme belangstelling. Inmiddels heeft zij een aantal cd’s met liedrepertoire op haar naam staan. Patacca verzorgde masterclasses in heel Europa en is op dit moment Patacca verbonden aan het ArtEZ Conservatorium in Zwolle als hoofdvakdocent klassieke zang.

Marien van Nieukerken / piano
Marien van Nieukerken is een veelzijdig pianist die zich heeft gespecialiseerd in het liedrepertoire van de romantiek tot en met hedendaagse composities. Hij bracht tal van nieuwe composities in première en er werden liederen aan hem opgedragen. Als liedbegeleider was hij met gerenommeerde zangers te horen op concertpodia wereldwijd en met hen ook een aantal cd’s op.
Tot 2018 was hij artistiek directeur van de International Student LiedDuo Competition, waarvan hij ook de oprichter was. Behalve als pianist is Van Nieukerken ook actief als coach voor zangers en liedduo’s en als gastdocent van masterclasses liedinterpretatie en -begeleiding in binnen- en buitenland.

locatie
Grote kerkzaal / Zusterplein 12 / 3703 CB Zeist

Met haar elegante afwisseling in expressie, frasering en dictie wekte de in Graz geboren mezzosopraan Sophie Rennert enthousiasme op

~ Kleine Zeitung

Delen met anderen