woensdag

18 mei

20.15 - 22.00

Mein Liebchen wir saßen beisammen

Nikki Treurniet, sopraan
© Sarah Prins
Barbara Kozelj, mezzosopraan
© Andreas Terlaak
Thomas Beijer, piano
© Juri Hiensch

Losse kaarten
Normaal € 35 / Vrienden ILFZ € 32 / < 30 jaar € 10

Dagkaart
Normaal € 41 / Vrienden ILFZ € 37
De dagkaart voor 18-05-2021 geeft toegang tot de ochtend- en de middagsessie van de masterclass, de lezing én het avondrecital.

Passe-Partout
Normaal € 350 / Vrienden ILFZ € 315
Bezoek met maar liefst 40% korting:
- 14 recitals,
- 16 masterclasses,
- 4 lezingen en meer.
Een passe-partout geeft toegang tot alle voor publiek toegankelijke evenementen van het festival.

Vrienden ILFZ
Bent u geen Vriend van het festival maar wilt u wél gebruik maken van het gereduceerde Vriendentarief? Kies dan bij kaarten bestellen de optie ‘Vriendentarief’ en voeg in de winkelmand ‘Vriend worden’ toe.

Mendelssohn en Brahms schreven beiden een groot aantal liederen. Mendelssohn componeerde dit soort werken vooral voor huiselijk gebruik en voor zo’n gezellig samenzijn waren ook duetten natuurlijk bij uitstek geschikt. Brahms daarentegen verkende in zijn liederen graag ook de diepste gronden van de ziel. Maar de verder nogal stugge Brahms hield desondanks erg van volks- en amusementsmuziek. Hij was zelfs jaloers op walsenkoning Johann Strauss. Dus ook voor hem was het schrijven van duetten – of bijvoorbeeld de luchtige Liebesliederwalzer – die op zaterdag 21 en zondag 22 mei in het festival te horen zullen zijn – een geliefde bezigheid. Dvořák probeerde met zijn Moravische duetten in aanmerking te komen voor een stipendium in Oostenrijk. Brahms zat in de beoordelingscommissie en was zo enthousiast dat hij zelfs uitgever Simrock overtuigde om ze in druk te laten verschijnen.

De drie Nederlandse musici – want ook de van oorsprong Sloveense Kozelj mogen we inmiddels tot onze vaderlandse top rekenen – vormen een droomcombinatie: twee zangeressen met stemmen die prachtig bij elkaar kleuren en weten te ontroeren met een fantastische pianist die daarnaast ook boeken schrijft, componeert en animatiefilmpjes produceert. Barbara Kozelj en Nikki Treurniet traden beide al eerder op in Zeist. De laatste toen nog als lid van Coco Collectief. En mocht u Thomas Beijer nog niet eerder gehoord hebben, dan wordt dat de hoogste tijd! Vanavond is hij ook met een aantal sfeervolle solostukken te beluisteren.

Dit recital wordt mede mogelijk gemaakt door Burgersdijk Makelaars

Johannes Brahms (1833-1897)
Die Meere  Op. 20/3 (uit: Drei Duette; Müller)
Wege der Liebe  Op. 20/2 (uit: Drei Duette; Herder)
Am Strande  Op. 66/3 (uit: Fünf Duette; Hölty)

Max Reger (1873-1916)
Waldesstille  Op. 111a/1 (uit: Drei Duette; Rafael)

Johannes Brahms (1833-1897)
Es hing der Reif  Op. 106/3 (Groth) - Barbara
Der Tod, das ist die kühle Nacht  Op .96/1 (Heine) - Barbara

Robert Schumann (1810-1856)
Des Sennen Abschied  Op. 79/22 (Schiller) - Nikki
Mein schöner Stern  Op. 101/4 (Rückert) - Nikki

Wenn ich ein Vöglein wär  Op. 43/1 (uit: Drei zweistimmige Lieder;  anoniem)
Sommerruh Duette  WoO 9 (Schad)

Des Abends (uit: Fantasiestücke Op. 12) - Thomas
In der Nacht (uit: Fantasiestücke Op. 12) - Thomas

Felix Mendelssohn Bartholdy (1809 - 1847)
Ich wollt, meine Liebe Ergösse sich  Op. 63/1 (uit: 6 Duette; Heine)
Abschied der Zugvogel  Op. 63/2 (uit: 6 Duette; von Fallersleben)
Gruss, 6 Duette  Op. 63/3 (uit: 6 Duette; Eichendorff)
Herbstlied Op. 63/4 (uit: 6 Duette; Klingemann)

Pauze

Felix Mendelssohn Bartholdy (1809 - 1847)
Wasserfahrt  WoO 11/3 (uit: Drei zweistimmige Volkslieder; Heine)
Abendlied  WoO 11/2 (uit: Drei zweistimmige Volkslieder; Heine)
Nachtlied (Eichendorff) - Nikki

Johannes Brahms (1833-1897)
In stiller Nacht (volkslied) - Nikki

Regenlied  WoO 23 (Groth) - Barbara
Heimweh II  Op. 63/8 (uit: Neun Lieder und Gesänge; Groth) - Barbara

Die Schwestern, 4 Duette  Op 61/1
Klosterfräulein, 4 Duette  Op 61/2
Phänomen, 4 Duette  Op 61/3

Ballade in B.gr.t. op. 10/4 - Thomas

Antonín Dvořàk (1841-1904)
Uit: Klänge aus Mähren  Op.32 (Srb-Debrnov naar volksliederen)
2. Fliege Vöglein
5. Der kleine Acker
9. Der Ring
13. Wilde Rose
10. Grüne, du Gras!

Een stipendium winnen is één ding, maar een contract bij een grote en internationale uitgever verkrijgen is toch wel van een andere orde. Dat moet ook Johannes Brahms zich gerealiseerd hebben toen hij in 1877 bij het Oostenrijkse Staatsstipendium 'für junge, talentierte und arme Künstler een succesvol pleidooi hield voor de toen nog totaal onbekende Antonín Dvořák. Jong was Dvořák niet meer, de midden-dertiger dong al voor de vierde keer mee. Dit keer had hij een exemplaar van een in kleine oplage uitgegeven bundel duetten meegestuurd, de Moravské dvojzpěvy (Moravische duetten).

Totaal verrast door de originaliteit van duetten nam Brahms het op zich om de grote Berlijnse uitgever Fritz Simrock te benaderen: '… Wenn Sies sie durchspielen, werden Sie sich wie ich darüber freuen und als Verleger sich über das Pikante besonders freuen. (…) Dvořák hat alles Mögliche geschrieben, Opern (böhmische), Symphonien, Quartette, Klaviersachen. Jedenfalls ist er ein sehr talentvoller Mensch. Nebenbei arm!'

Simrock was eveneens onder de indruk van de 'sinnlichen Reiz' en de warmen nationalen Hauch' van de muziek en tekst en nam het risico de duetten van deze onbekende componist uit te geven.  Het bleek een voltreffer. Dvořák had de duetten geschreven als huismuziek voor de familie Neff - Dvořák gaf thuis les bij de Praagse handelaar Jan Neff - maar nu bleken deze duetten voor Dvořák de weg naar internationale roem. Naar faam als componist van groot symfonisch werk. Zijn duetten lijken inmiddels haast vergeten.

Johannes Brahms zelf schreef zijn leven lang duetten. Hij stond daarmee in de traditie waarin Mendelssohn en Schumann een plek hadden en ook Max Reger later zijn plaats vond. Liederen zong men aan het begin van de 19e eeuw vooral thuis, maar met de ontwikkeling van het openbare concertleven groeide ook het lied uit tot een genre dat vooral in de concertzaal beluisterd werd, uitgevoerd door professionele musici. Het duet daarentegen was in de concertzaal zelden te horen en bleef vooral bedoeld om thuis te zingen. De muziek van deze duetten is vaak bedrieglijk eenvoudig: vocale lijnen die zich in parallelle tertsen of sexten van elkaar bewegen en een begeleidende pianopartij waarin een geheel nieuw wereldbeeld verscholen kan zijn.

Echter, de genoemde componisten laten onderling grote verschillen zien in het toonzetten van liederen en duetten. Over Felix Mendelssohn-Bartholdy gaat de beroemde uitspraak dat er zelden een maand voorbijging waarin hij geen lied of duet schreef. Maar de wijze waarop Mendelssohn de teksten van zijn liederen en duetten behandelde, was wezenlijk anders dan Schumann en Brahms deden. De duetten van Mendelssohn - hij schreef drie series van duetten in de jaren 1830–1847 - zijn vooral kamermuziek. De twee zangstemmen bewegen zich voornamelijk parallel aan elkaar in tertsen of sexten. Een prachtige uitzondering hierop is Gruß. De tekst lijkt er niet altijd toe te doen. Maar de melodieën die Mendelssohn schreef, zijn onweerstaanbaar en de vitaliteit van de begeleiding in de piano - niet altijd even makkelijke partijen overigens - maken van deze duetten parels van muziek.

Daarentegen was Schumann veel meer tekst-georiënteerd. Voor hem gold van kinds af aan al dat componeren of schrijven twee zijdes van dezelfde medaille waren en dat kiezen niet meteen voor de hand lag. Al gedurende zijn tienerjaren schreef Schumann over muziekesthetiek, niet meteen een onderwerp dat je bij een adolescent verwacht. Later richtte hij Die Neue Zeitschrift für Musik op, Duitslands belangrijkste muziektijdschrift.

Zijn eerste liederen blijken een blauwdruk voor de rest van zijn liedoeuvre, een typisch product van de Duitse romantiek: de ware gevoelens en gedachtes van de dichter zitten verpakt in pakkende natuurbeschrijvingen. De liederen krijgen van meet af aan een opening en een afsluiting door de piano die ertoe doet.

Zijn eerste duetten schreef Schumann in 1840, zijn Liederjahr. Smachtend naar het huwelijk met Clara dat langdurig door haar vader werd tegengewerkt, schreef hij ruim 125 liederen, meer dan de helft van de liederen die hij ooit zou schrijven. De duetten uit deze periode zijn vol Sehnsucht en - op het moment dat het huwelijk dan toch voltrokken is - vol angst dat ultiem geluk niet eeuwig is, maar vergankelijk. Wie vleugels heeft, zou naar zijn geliefde kunnen vliegen, maar de mens heeft geen vleugels. En in je slaap kun je praten met je geliefde, maar eenmaal wakker blijk je toch weer alleen, zo laat Wenn ich ein Vöglein war horen.

In een latere periode, rond de revolutie van 1848 in Dresden schreef Schumann veel Hausmusik met titels waarin hij verwees naar de jeugd die de toekomst heeft, zoals de bundel Lieder für die Jugend. De liederen en duetten uit deze bundel klinken speels maar ondertussen zijn ze moeilijk te spelen en 'fast zu ernst' volgens Schumann zelf. Ook het Mein schöner Sternstamt uit deze periode, evenals het idyllische Sommerruh. De ontstaansgeschiedenis van dit laatste lied laat overigens zien hoe terloops liederen konden ontstaan bij Schumann. En ook hoe vrij de componist met de tekstregels van een ander om kon gaan. In 1847 had een zekere Christian Schad contact gezocht met Schumann. Zou Schumann niet wat gedichten van hem willen toonzetten? Schumann reageerde in eerste instantie beleefd maar licht afwerend. Pas toen Schad repte over eventuele publicatie in de Deutsche Musenalmanach werd Schumann enthousiast, alleen het beoogde gedicht van Schad was hij kwijtgeraakt. Per kerende post kreeg Schumann een nieuwe set gedichten toegestuurd. De tijd begon inmiddels te dringen en Schumann koos onverwijld voor Schads Traumverschönte Sommerruh, O wie reich, wie gut bist du dat hij onmiddellijk en zonder enige scrupules aanpaste tot Sommerruh, wie schön bist du, een regel die tot middelpunt van het duet werd verheven. Hoe Schad op deze aanpassing heeft gereageerd is onbekend. Clara Schumann wilde het lied aanvankelijk niet opnemen in de Gesamtausgabe. Een besluit dat Brahms met succes wist terug te draaien, want net als eerder bij Dvořák had Brahms ook hier in de gaten dat hij met een juweeltje te maken had, een prachtig duet waarin een heerlijk luie en warme zomerdag tot in alle vezels van het lied voelbaar is.

Brahms zelf schreef meer dan driehonderd liederen - inclusief de door hem zelf bewerkte Duitse volksliederen, meerstemmige liederen en koorliederen. De componist staat vaak te boek als een melancholieke, eenzame, oude man met lange baard. Maar ook hij is jong geweest en bovendien: hij bezat een gezonde portie muzikale humor en was - anders dan Mendelssohn - zeer tekstgevoelig. Hij was een belezen man, zijn bibliotheek reikte van Homerus, Sophokles, Plutarchus en Plato tot aan de auteurs van zijn eigen tijd, maar wel alles in het Duits. Het is opvallend dat Brahms in zijn keuze voor zijn liedteksten vaak dichters koos die relatief onbekend zijn. Zelden koos hij voor de grote, bekende dichters wier werk al eerder muzikaal getoonzet was. Daarbij kwam dat Brahms teksten koos waaraan als hij als componist een extra laag aan kon toevoegen. In zijn muzikale vertolkingen laat Brahms vaak nauwgezet de natuur horen: de vogels, het wandelen door het bos, de jacht, of - zoals in Die Meere - het water.

Brahms' eerste duetten (de opusnummers 20, 61 en 66) behoren nog tot de zogenaamde 'simultane duetten'. De twee stemmen gaan meestal gelijk op, veelal in sexten of tertsen. Later gaat Brahms meer imitatie gebruiken, een eerste voorbeeld daarvan is al wel te horen in Am Strande.

Een opvoering van Wagners Parsifal in Bayreuth liet de vijftienjarige Max Reger twee weken huilen, waarna hij tot de slotsom kwam dat muziek zijn toekomst zou zijn. Behalve het werk van Wagner bestudeerde hij als jongeling nauwgezet het werk van Brahms en stuurde hem ook werk toe, waar Brahms zeer positief op reageerde. Later ontwikkelde Reger een grote fascinatie voor het werk van Bach - 'Bach ist Anfang und Ende aller Musik' - maar experimenteerde tegelijkertijd met een harmonische taal die later zou uitmonden in de atonaliteit van Berg en Schönberg. In Waldesstille is hier nog weinig van te horen en is de invloed van Brams nog goed merkbaar.

Dvořák voelde zich overduidelijk niet gebonden aan deze Duitse liedtraditie, zijn liederenbundel op. 32 laat een uiterst fris en ander geluid horen. Hij baseerde deze cyclus duetten op een anthologie met Moravische volksliederen uit 1840, dat wil zeggen: hij gebruikte alleen de teksten. Hij schreef er zelf nieuwe melodieën bij die weliswaar qua toonkleur en idioom sporen van Moravische volksliederen laten horen, maar verder geheel aan de fantasie van Dvořák zelf ontspruiten. Het resultaat is een aaneenschakeling van vloeiende melodielijnen, tijdloos en subtiel en daarmee perfect aansluitend bij de gedichten over liefdesgeluk en liefdesleed dat bezongen wordt in delicate beeldbeschrijvingen en metaforen. Ze zijn een lyrisch spel van licht en schaduw, van vrolijkheid en melancholie, van geluk en verdriet. De toonsoort wisselt hierbij ook voortdurend tussen majeur en mineur. De twee zangstemmen gaan hierbij meestal hun eigen weg, wat de lading van de tekst alleen maar versterkt.

Susan Dorrenboom

Nikki Treurniet / sopraan
Nikki Treurniet ontwikkelde een grote liefde voor klassieke muziek toen zij op jonge leeftijd zang- en pianoles kreeg. Het was met name de muziek van Mozart en Brahms die haar ertoe aanzette zang te gaan studeren. Zij studeerde af aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en aan de Dutch National Opera Academy en won een aantal prijzen op het 51ste Internationaal Vocalisten Concours.
Met haar lichte, warme stem vertolkt ze zowel oude muziek, romantisch repertoire en moderne composities. Ze houdt van opera, oratoria én lied en treedt op met pianisten als Andrea Vasi en Daan Boertien. Op dit moment heeft Treurniet een vast contract bij de Staatsoper Hannover.

Barbara Kozelj / mezzosopraan
De basis van de muzikale carrière van mezzosopraan Barbara Kozelj ligt in Slovenië. Daar studeerde zij aan de Academy of Music in Ljubljana, waarna ze haar studie vervolgde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Na haar debuut in 2013 kwam haar loopbaan in een stroomversnelling en ontwikkelde zij zich tot een veelgevraagd en geliefd musicus.
Kozelj treedt regelmatig op als solist in opera’s en oratoria in zowel het klassieke als moderne genre. Daarnaast heeft ze een grote liefde voor het lied en geeft recitals met o.a. Phyllis Ferwerda en Julius Drake. Haar debuut-cd Around Prague werd zowel in binnen- en buitenland bijzonder goed ontvangen.

Thomas Beijer / piano
Thomas Beijer studeerde met de hoogste onderscheiding af aan het Amsterdamse conservatorium, waar hij les had van Jan Wijn. Hij vervolgde zijn opleiding bij de Cubaanse pianist Jorge Luis Prats en volgde verscheidene masterclasses. Met het winnen van het Young Pianist Foundation National Pianoconcours in 2007 plaatste hij zich aan de top van een nieuwe generatie jonge pianisten. Wat volgde waren optredens wereldwijd.
Beijer is een veelzijdig musicus met een breed repertoire dat rijkt van 17e-eeuwse muziek tot en met hedendaagse composities. Dit jaar ontving hij de Nederlandse Muziekprijs, de hoogste onderscheiding voor jonge getalenteerde musici. Naast zijn carrière als pianist, is hij ook componist, schrijver en tekenaar.

locatie
Grote kerkzaal / Zusterplein 12 / 3703 CB Zeist

Nikki Treurniet heeft een lyrische sopraan met een warm, eerlijk en ontwapend timbre. Zij fraseert prachtig, benadrukt de kleuren fraai en stroomt over van muzikaliteit.

~ operanederland.nl

De diepe en krachtig doorvoelde stem van Barbara Kozelj blijft nog lang in het gehoor hangen.

~ Frederieke Berntsen (Trouw)

Beijer gidste je mee, het verhaal in achter de noten. En telkens was er een zorgvuldig bewaakte balans tussen vuur en verinnerlijking.

~ Biëlla Luttmer (De Volkskrant)

Delen met anderen