zondag

22 mei

19.30 - 21.30

Nun, ihr Musen, genug​!

Caroline Jestaedt, sopraan
Barbara Hölzl, mezzosopraan
Jan Petryka, tenor
Vincent Kusters, bariton
Robert Holl, bas-bariton
© Benjamin Ealovega
David Lutz, piano
© Ernst Skorepa
Roger Braun, piano
© Dré de Man

Losse kaarten
Normaal € 39 / Vrienden ILFZ € 35 / < 30 jaar € 10

Dagkaart 
Normaal € 59 / Vrienden ILFZ € 53
De dagkaart voor 22-05-2021 geeft toegang tot de de lezing, het middagrecital én het avondrecital.

Passe-Partout
Normaal € 350 / Vrienden ILFZ € 315
Bezoek met maar liefst 40% korting:
- 14 recitals,
- 16 masterclasses,
- 4 lezingen en meer.
Een passe-partout geeft toegang tot alle voor publiek toegankelijke evenementen van het festival.

Vrienden ILFZ
Bent u geen Vriend van het festival maar wilt u wél gebruik maken van het gereduceerde Vriendentarief? Kies dan bij kaarten bestellen de optie ‘Vriendentarief’ en voeg in de winkelmand ‘Vriend worden’ toe.

Robert Holl, de allergrootste Liedzanger die Nederland rijk is, neemt met dit concert afscheid als artistiek leider van het Internationaal Lied Festival Zeist. Zijn toegewijde hartstocht voor tekst en muziek, integriteit en schat aan ervaring en kennis hebben het festival groot gemaakt. Vanavond omringt hij zich met dierbare muzikale vrienden met wie hij vele Schubertiades tot onvergetelijke gebeurtenissen omtoverde. 

Hij stelde een programma samen met louter meesterwerken. Naast Einsamkeit, een lied dat al een zangersleven lang met Holl meereist, klinken er te weinig gehoorde kwartetten van Franz Schubert. Als kers op de festivaltaart hoort u de Neue Liebeslieder Walzer van Johannes Brahms.  Alle vier de zangers hebben daarin een eigen rol in de solo’s. De bariton verklankt de uitgelaten minnaar, de alt de afgewezen minnares, de tenor vanzelfsprekend de verleider en de sopraan tenslotte is de ongelukkige in de liefde. In het slotlied Zum Schluss bedanken Brahms en Goethe de muzen voor hun eindeloze inspiratie en verlichting. Daar sluiten wij ons bij aan.

Dit concert wordt mede mogelijk gemaakt door Bulthaup Zeist

Franz Schubert (1797-1828)
Des Tages Weihe  D763 (Anoniem)
An die Sonne  D439 (Uz)
Licht und Liebe  D352 (Von Collin)
Einsamkeit  D620 (Mayrhofer)

Pauze

Johannes Brahms (1833-1897)
Neue Liebeslieder Walzer  Op. 65 (Daumer; nr. 15: Goethe)
1. Verzicht
2. Finstere Schatten der Nacht
3. An jeder Hand die Finger
4. Ihr schwarzen Augen
5. Wahre, wahre deinen Sohn
6. Rosen steckt mir an die Mutter
7. Vom Gebirge Well' auf Well'
8. Weiche Gräser im Revier
9. Nagen am Herzen fühl
10. Ich kose süss, mit der und der
11. Alles, alles in den Wind
12. Schwarzer Wald, dein Schatten
13. Nein, Geliebter, setze dich
14. Flammenauge, dunkles Haar
15. Zum Schluss: Nun, ihr Musen, genug!

De liederen van Franz Schubert en zijn meerstemmige werken voor zang waren, evenals zijn instrumentale kamermuziek, voor het gemeenschappelijke musiceren in de vriendenkring gedacht: ‘voor diegene voor wie het oor niet het doel van de klanken is, maar de drempel waarover zij binnendringen, om op het hart hun wonderbaarlijke werking teweeg te kunnen brengen’, zoals Schuberts vriend Josef von Spaun het uitdrukte. Deze vriendenkring, die voor Schubert een soort haven was waarin hij zich thuis voelde en die hem inspiratie gaf, bestond uit dichters, zoals Mayrhofer en Schober, schilders, zoals Kupelwieser en Schwind en musici. Beoefenaars dus van de drie romantische kunstvormen: muziek, schilderkunst en poëzie. Muziek als expressie van het geheimzinnige rijk aan gene zijde van de realiteit: de taal van het goddelijke en religieuze, de toegang tot het transcendente en innerlijke.

De poëzie, de literatuur, had vanaf het begin een grote invloed op Schuberts leven - hij zette een groot deel van de Duitse literatuur van zijn tijd in klanken om - vier vijfde van zijn composities bestond uit muziek met tekst. En die teksten hadden ook invloed op zijn instrumentale werken.

Des Tages Weihe werd door Schubert gecomponeerd voor een feest ter gelegenheid van de genezing van een ridder. Dit werk was, volgens Anna Fröhlich, een opdracht van Barbara Geymüller, wier dochters muziekles van Anna Fröhlich kregen. Zij was zanglerares aan het Conservatorium te Wenen. Haar leerlingen voerden diverse werken van Schubert voor het eerst uit. Zij had nog drie muzikale zusters, van wie er een - Katharina - de ‘eeuwige geliefde’ van de dichter Grillparzer werd.

An die Sonne, op een tekst van Johann Peter Uz, is een werk met religieuze inhoud: God manifesteert zich in de natuur als de scheppende oerkracht die de hemel en de zon, met haar leven schenkende stralen, heeft geschapen. God als de heerser over leven en dood, als de grote mensenvriend, maar ook als de grote verdelger. Dit Godsbeeld heeft Schubert zeer geboeid en geïnspireerd.

De grote cantate Einsamkeit is de geschiedenis van een romantische ,’sehnsüchtige’ levensreis, een ware pelgrimstocht. Het werk, dat door Schubert in 1818 ‘mein Bestes, was ich gemacht habe’ werd genoemd, bevat biografisch materiaal uit zowel Schuberts als Mayrhofers leven. Een jongeman groeit als novice op in een klooster. Wij zijn geneigd hier te denken aan Mayrhofer, die immers ook enige jaren in het klooster St. Florian doorbracht. Hij koestert slechts één verlangen: een leven in contemplatieve eenzaamheid. Mayrhofer dacht toen reeds aan zelfmoord! Het kloosterleven bevalt de jongeling echter niet en hij vlucht naar de stad, naar Wenen. Hij wil nu een actief leven leiden te midden van vrienden. Dat herinnert aan de gezelligheid en de activiteiten in de vriendenkring om Schubert. Maar de oppervlakkige vriendschappen voldoen ook niet aan de wensen van de jongeman. Hij wordt verliefd. Ook Schubert en Mayrhofer beleefden beiden ongelukkige liefdesgeschiedenissen. Mayrhofer werd door zijn ongelukkige liefde nog melancholieker dan hij van nature toch al was. Zijn biograaf, de dichter Feuchtersleben, vermeldt dit uitdrukkelijk! Kenmerkend voor Mayrhofer´s gevoelens ten opzichte van het vrouwelijk geslacht is wel het volgende merkwaardige gedicht:

Ja, wenn bloss im Belvedere
Sphinx die rätselhafte wäre!
Doch wohin der Mensch sich kehre,
lagern solche stumme Frauen,
Die mit Tatzen und mit Klauen
Höchst bedenklich um sich schauen.

Na de korte liefdesaffaire trekt de jongeling ten strijde. Dit doet denken aan de jonge, met Mayrhofer bevriende dichter Theodor Körner, die, naar men zegt, Schubert de raad gaf zich geheel aan de muziek te wijden. Körner stierf in 1813 in de slag bij Leipzig. ‘Siegerkronen’ en ‘Sturmesfahnen’ boeien de jeugdige held. Nadat hij echter de gruwelijke wreedheden op het slagveld heeft meegemaakt en de ontreddering en droefenis van de weduwen en wezen ziet, ontvlucht hij het wereldse tumult en wordt kluizenaar. Feuchtersleben schreef dat Mayrhofer als een kluizenaar heeft geleefd en dat hij het woest menselijk bedrijf poogde te relativeren door het als het ware vanuit een vogelperspectief te bekijken. Dit doet de kluizenaar in Einsamkeitook: als oude man zingt hij tenslotte zijn avondlied - geheel in de zin van Novalis’ Heinrich von Ofterdingen: ‘De dood scheen hem de hogere openbaring van het leven te zijn en hij beschouwde zijn eigen, snel heenvliedend leven met kinderlijke, blijde ontroering. Het verleden en de toekomst hadden elkaar in zijn binnenste geraakt en een innig verbond gesloten. Hij stond ver buiten de realiteit en de wereld werd hem pas dierbaar op het moment dat hij zich op aarde als een vreemdeling voelde, die haar wijde bontgeschakeerde zalen nog slechts korte tijd zou betreden. Het was avond geworden.’

Johannes Brahms vond de teksten van de Liebesliederwalzer in Daumers Polydora: ein weltpoetisch Liederbuch. Dit boek was een verzameling ‘stemmen der volkeren in een bonte reeks’ uit 1855. Brahms componeerde deze liederen in de zomer van 1868, na de voltooiing van Ein deutsches Requiem. ‘De ernstige, zwijgzame Brahms, de echte opvolger van Schumann:Noord-Duits, protestant, wereldvreemd zoals hij, Schumann, schreef walsen? De oplossing van dit raadsel is met een woord: Wenen!’, aldus Hanslick.

Door zijn compositie van al die stemmen van Russen, Polen, Turken, Hongaren enz. in een permanente driekwartsmaat, creëerde Brahms een soort germanistische ‘Ländler-soep’, die hem zeer beviel: ‘De tekst, die hele “Liebelei” is zo aardig! Het tempo is eigenlijk dat van een Ländler, maar wel met variaties: matig, levendig; matig, sentimenteel; matig, niet slepend. De Liebesliederwalzer moeten dus verschillend in tempo en uitdrukking voorgedragen worden en niet in één en hetzelfde tempo afgeraffeld, zoals men het vaak hoort! Dit geldt ook voor de Neue Liebeslieder, die zes jaar later werden uitgegeven.

Het slot Nu, ihr Musen, genug! is niet uit Polydora van de dichter Daumer, maar uit Goethes elegie Alexis und Dora. Een van de prachtigste werken van de Duitse wereldliteratuur, waarin de menselijke gevoelens van liefde, afscheid en hoop op weerzien op het hoogste niveau tot uitdrukking worden gebracht, zonder Daumers nietig speels gedoe en gekoketteer.

Robert Holl

Caroline Jestaedt / sopraan
Caroline Jestaedt studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel, waar ze afstudeerde in 2012. Ze zette haar studie voort aan de Hochschüle für Musik, Hanns Eisler College of Music in Berlijn, waar zij les in operazang kreeg van Janet Williams en Michail Lanskoi. Als student nam ze al deel aan operaproducties in Brussel.
Sinds 2014 specialiseert Jestaedt zich bij Claudia Visca en Robert Holl aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Wenen. Zij is regelmatig op het podium te beluisteren.

Barbara Hölzl / mezzosopraan
Barbara Hölzl studeerde aan het Richard-Strauss-Konservatorium en studeerde vervolgens met onderscheiding af aan de Universität für Musik und darstellende Kunst Wien. Vervolgens werd zij gecoacht door Josef Metternich en volgde verscheidene masterclasses. Naast optredens in diverse opera’s, was zij ook te horen in oratoria en liedrecitals. Haar repertoire is breed en reikt van renaissance tot hedendaags repertoire waardoor zij de kans had wereldwijd op te treden met gerenommeerde orkesten en dirigenten, waaronder Nikolaus Harnoncourt en Sigiswald Kuijken. Zij nam meerdere cd’s op die goed werden ontvangen.

Jan Petryka / tenor
Jan Petryka begon zijn muzikale opleiding op jonge leeftijd als cellist, maar richt zich inmiddels uitsluitend op zang. Hij studie solozang, lied en oratorium aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Wenen sloot hij met onderscheiding af.
Al tijdens zijn studie had hij een volle concertagenda en in de loop der tijd vestigde hij zich als veelzijdig concert- en oratoriumzanger met een repertoire dat reikt van veertiende-eeuwse polyfonie tot hedendaagse muziek. Naast zijn grote voorliefde voor de barok heeft hij ook een passie voor het liedrepertoire en hedendaagse muziek. Meerdere grensverleggende componisten van deze tijd droegen werken aan hem op.

Vincent Kusters / bariton
Vincent Kusters studeerde zang en piano aan het Conservatorium Maastricht en volgde aansluitend masterclasses bij verscheidene internationaal bekende zangers. In de afgelopen jaren won hij onder andere de Vocallis Liedprijs en was prijswinnaar van het Schumann Wettbewerb in Zwickau. Met zijn duo-partner, pianist Charlie Bo Meijering, won hij de Prijs van de Vrienden van het IVC, de eerste prijs tijdens Liedkunst im Schloss vor Husum, het Young Artist Platform van het Internationaal Lied Festival Zeist in 2021 en de eerste prijs tijdens het Internationaler Wettbewerb für Orgel und Gesang. Vincent is veelvuldig te horen in liedrecitals en oratoriumproducties, en tevens actief als organist, cantor en dirigent.

Robert Holl / bas-bariton
Na zijn middelbareschooltijd studeerde Robert Holl zang aan het Rotterdams conservatorium bij Jan Veth en David Hollestelle, om daarna uit te groeien tot een van de meest succesvolle zangers en zangpedagogen van onze tijd. Hij wordt geroemd om de expressiviteit van zijn interpretaties en de intimiteit die hij bij zijn toehoorders weet op te roepen. Zijn stem is er een die je herkent uit duizenden.
Robert Holl is wereldwijd een geliefd en veelgevraagd docent. Al sinds 1998 is hij professor voor lied en oratorium aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Wenen. In 2016 werd hij bij de oprichting artistiek leider van het Internationaal Lied Festival Zeist. Dit jaar doceert hij voor het vijfde jaar op rij aan de masterclass van het festival.

David Lutz / piano
David Lutz studeerde piano aan de Universtiy of Delaware en Boston University. Van 1978 tot aan 2001 werkte hij als gastdocent lied en oratorium aan het conservatorium van Wenen en was aansluitend docent liedbegeleiding aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in dezelfde stad. In 2015 ging hij met emeritaat. Als pianist werkte hij samen met zangers als Robert Holl, Thomas Hampson, Hermann Prey en vele anderen tijdens concerten en festivals wereldwijd. David Lutz gaf masterclasses aan liedduo’s over de heel wereld en heeft vele radio- tv- en cd-opnamen op zijn naam staan.

Roger Braun / piano
Roger Braun begon zijn studie aan het conservatorium van Maastricht en studeerde met onderscheiding af bij Jan Wijn aan het conservatorium van Amsterdam. Daarna specialiseerde hij zich in liedbegeleiding bij Rudolf Jansen, Willem Brons en Konrad Richter. Gedurende zijn loopbaan won hij diverse prijzen.
Behalve solist is Braun een veelgevraagd kamermusicus, liedbegeleider en vaste duopartner van Robert Holl en Maarten Koningsberger. Met de laatste maakte hij succesvolle opnames van Winterreise in zowel de originele versie als de Nederlandse hertaling. Roger geeft masterclasses liedinterpretatie aan liedduo’s in binnen- en buitenland en is docent aan de Musikhochschule Köln.

locatie
Grote kerkzaal / Zusterplein 12 / 3703 CB Zeist

En ondertussen werd het publiek door Robert Holls allesomvattende stemgeluid, stemgebruik en intensiteit meegezogen.

~ Mylou Mazali (Place de l’Opera)

Zelden hoor je een bariton die zo subtiel zingt in schakeringen van dynamiek en toon als de Nederlandse bariton Henk Neven.

~ Edward Greenfield (Gramophone Magazine)

Delen met anderen