Geplaatst op

Dort wollen wir niedersinken

zaterdag

14 mei

20.15 - 22.00

Dort wollen wir niedersinken

Laurence Kilsby, tenor
© Eoin Schmidt-Martin
Hans Eijsackers, piano
© Marco Borggreve

Losse kaarten
Normaal € 39 / Vrienden ILFZ € 35 / < 30 jaar € 10

Dagkaart 
Normaal € 57 / Vrienden ILFZ € 51 / Leden VvhL € 20
De dagkaart voor 14-05-2021 geeft toegang tot de Dag van het Lied én het avondrecital.

Passe-Partout
Normaal € 350 / Vrienden ILFZ € 315
Bezoek met maar liefst 40% korting:
- 14 recitals,
- 16 masterclasses,
- 4 lezingen en meer.
Een passe-partout geeft toegang tot alle voor publiek toegankelijke evenementen van het festival.

Vrienden ILFZ
Bent u geen Vriend van het festival maar wilt u wél gebruik maken van het gereduceerde Vriendentarief? Kies dan bij kaarten bestellen de optie ‘Vriendentarief’ en voeg in de winkelmand ‘Vriend worden’ toe.

Leden vereniging Vrienden van het Lied
€ 20,00 (toegang Dag van het Lied én avondrecital met Christoph Prégardien en Hans Eijsackers.)

De veelbelovende, jonge tenor Laurence Kilsby presenteert vanavond met pianist Hans Eijsackers een programma vol hoogtepunten uit de rijke Duitse liedtraditie. Het merendeel van de liederen is gebaseerd op gedichten van Heinrich Heine – waaronder uiteraard Mendelssohns beroemde Auf Flügeln des Gesanges – het werk waaraan ons festival zijn thema ontleent.

Elke Duitse liedcomponist na Schubert is aan hem schatplichtig, maar Schumann, Mendelssohn en Brahms zijn bijzonder nauw met hem verbonden. Bovendien waren zij zeer innig bevriend met elkaar. Schumann verheerlijkte Schubert en vond diens 9e symfonie terug. Mendelssohn bracht die vervolgens, op Schumanns verzoek, in wereldpremière. En Brahms verzorgde later de uitgave van Schuberts muziek.

Toch is de omgang met de romantische, en ook vaak ironische, teksten van Heine bij deze componisten zeer verschillend. Mendelssohn weet de lichtheid ervan goed te vangen, terwijl Schumann in de pianopartij meesterlijk de dubbelzinnigheid en ironie benadrukt. Schubert daarentegen herkende in zijn laatste levensjaar juist zichzelf in de impliciete zwartgalligheid, die hem inspireerde tot de huiveringwekkende muziek bij Der Doppelgänger.

Dit recital wordt mede mogelijk gemaakt door Van Tellingen Interieurs

Felix Mendelssohn Bartholdy (1809-1847)
Reiselied  Op. 34/6 (Heine)
Morgengruß  Op. 47/2 (Heine)
Allnächtlich im Traume  Op. 86/4 (Heine)
Auf Flügeln des Gesanges  Op. 34/2 (Heine)
Gruß  Op. 19/5 (Heine)
Neue Liebe  Op. 19/4 (Heine)

Robert Schumann (1810-1856)
Liederkreis op. 24 (Heine)
1. Morgens steh’ ich auf und frage
2. Es treibt mich hin
3. Ich wandelte unter den Bäumen
4. Lieb Liebchen, leg’s Händchen
5. Schöne Wiege meiner Leiden
6. Warte, warte, wilder Schiffmann
7. Berg’ und Burgen schaun herunter
8. Anfangs wollt ich fast verzagen
9. Mit Myrten und Rosen

Pauze

Johannes Brahms (1833-1897)
Dein blaues Auge  Op. 59/8 (Groth)
Von ewiger Liebe  Op. 43/1 (von Fallersleben)
Feldeinsamkeit Op. 86/2 (Allmers)
Wie rafft ich mich auf  Op. 32/1 (von Platen)
Auf dem Kirchhofe  Op.105/4 (von Liliencron)

Franz Schubert (1797-1828)
Uit: Schwanengesang
Das Fischermädchen  D957/10 (Heine)
Am Meer  D957/12 (Heine)
Die Stadt  D957/11 (Heine)
Der Doppelgänger  D957/13 (Heine)
Ihr Bild D957/9 (Heine)
Der Atlas  D957/8 (Heine)

Scherp was de pen van Heinrich Heine - Harry voor intimi - in vele opzichten. Zijn proza bevat zeer rake observaties, ironie, scherpe humor en ferme stellingnames vervat in bloemrijke taal. De hand van Heine werd zowel bewonderd als gevreesd. Zijn poëzie is met een al even trefzekere pen geschreven, maar met name zijn vroege werk is veel romantischer en lyrischer, maar ook beknopter van aard. Met grote virtuositeit en verbeeldingskracht koos de dichter zijn spaarzame woorden. De tekst van deze vroege poëzie - veelal over (on)gelukkige liefde – is tot de essentie teruggebracht. De beeldende kracht en het metrum, maar niet zelden ook de ironie in deze woorden wist zeer veel componisten te inspireren: duizenden liederen zijn er op teksten van Heine gecomponeerd.

In dit recital klinken Heine-zettingen van Mendelssohn, Schumann en Schubert, met als contrapunt een zestal Brahms-zettingen op teksten van andere dichters. Het recital is een reis van het licht naar het donker.

Felix Mendelssohn-Bartholdy schreef de lichtste, meest sprookjesachtige en minst venijnige zettingen op de gedichten van Heine. Jachtig raast de piano voort in Reiselied, het openingslied van dit recital. Een jongeling raast te paard door het woud om zich zo snel mogelijk in de armen van zijn geliefde te kunnen storten. In gedachten is hij al gearriveerd, maar de ruiter blijkt slechts zijn droom na te jagen. Een zekere verwantschap met Schuberts Erlkönig is onmiskenbaar, al zijn de boodschap en het karakter van dit Reiselied een stuk minder duister.

In het charmant dansante Morgengruß komt een jongeman zijn geliefde gedag zeggen voordat hij op reis gaat. Er is echter niemand aan het raam. Hij stelt vast dat ze dan nog moet slapen en van hem aan het dromen is. Mendelssohn laat de jongeman graag in deze waan.

Allnächtlich im Traume: een jongeling ontwaakt uit een droom waarin hij zich aan de voeten van zijn geliefde heeft geworpen. De geliefde heeft hem getooid met een lauwerkrans en hem iets in het oor gefluisterd, maar bij het ontwaken is de krans verdwenen, de woorden vergeten. Mendelssohn 'vergeet' op dit moment ook het slotakkoord.

Zonder twijfel het bekendste en meest geliefde lied van Mendelssohn is Auf Flügeln des Gesanges. Liefdespoëzie in optima forma die door Mendelssohn van een barcarolle is voorzien die verwijst naar de 'heil'gen Stromes Well'n' in de tekst.

Door de frisse eenvoud van Gruß heeft dit strofische kleinood in Duitsland min of meer de status van volkslied. Neue Liebe uit dezelfde bundel roept de feeërieke sfeer van A Midsummer Night’s Dream op. Mendelssohn geeft aan de ongewisheid van de laatste strofe een spannende muzikale draai.

Het kan nauwelijks toeval zijn dat Robert Schumann zich vroeg in het jaar 1840 door Junge Leiden - het eerste deel uit Heines Buch der Lieder - liet inspireren tot Liederkreis. Schumann zelf beleefde immers hoogstpersoonlijk de door Heine verwoordde 'hoffnungslose oder ratlose Liebe'. Aan Clara Wieck had hij zijn hart verloren, maar de vader van Clara probeerde uit alle macht een stokje voor deze relatie te steken. Hoe autobiografisch wil je het hebben?

Alle gemoedstoestanden van de onbereikbare liefde komen langs in deze cyclus, van het dromerige verlangen in het openingslied Morgens steh’ ich auf und frage tot totale rusteloosheid in Es treibt mich hin, door Schumann gevangen in noten die de baaierd aan emoties muzikaal schetsen, uitvergroten en becommentariëren. De poging om aan de niet consumeerbare, verzengende liefde te ontsnappen door naar de dood te verlangen - Lieb Liebchen, leg’s Händchen - wordt door Schumann met bitterzoete muzikale ironie omlijst. Grimmige emoties en verwijten voeren de boventoon in Warte, warte, wilder Schiffmann, door Schumann van een woeste begeleiding voorzien. Met de vloeiende lyriek in Berg’ und Burgen schaun herunter zorgt Schumann voor het benodigde contrast. Zo bewaakt Schumann de balans in de negen liederen waarin hij zijn eigen gemoedstoestand op zo indringende wijze heeft vastgelegd.

Zoals gezegd vormen de liederen van Johannes Brahms het contrapunt in dit programma. Hoewel ook Brahms liederen op teksten van Heine heeft gecomponeerd, is hier gekozen voor Brahms-liederen op andermans gedichten. Dein blaues Auge is gebaseerd op een van de vele gedichten van Klaus Groth die Brahms gezet heeft. Groth was een familievriend en in zijn tijd beroemd om zijn gedichten in 'Plattdeutsch' dialect. De persoon in dit gedicht 'kijkt zich gezond' in de blauwe ogen van een nieuwe geliefde om zo de pijn van een verloren liefde te kunnen vergeten.

August Heinrich Hoffmann von Fallersleben was taalwetenschapper en dichter. Brahms heeft diverse gedichten van hem gezet. Von ewiger Liebe behoort zonder twijfel tot de belangrijkste liederen die Brahms geschreven heeft. Het is een tweespraak van geliefden, waarbij de jongen rept over zijn groeiende onrust betreffende de bestendigheid van de liefde. De begeleiding van de jongen is weliswaar in eerste instantie nog in een rustige mineur, maar met de groeiende onrust van de jongen groeit ook de dreiging van de begeleiding, totdat het meisje het woord neemt en spreekt over de eeuwige liefde die alles overwint. Brahms introduceert hier een barcarolle die dit vertrouwen benadrukt.

Herman Allmer, dichter van Feldeinsamkeit was absoluut niet te spreken over Brahms’ lezing van zijn gedicht. Niettemin wordt dit lied over het algemeen gezien als een hoogtepunt in het oeuvre van de componist. De twist die Brahms in de tweede strofe geeft aan de in eerste instantie wolkeloze zetting van het gedicht is dan ook niet mis te verstaan en geeft het gedicht een verdiepte lading.

Wie rafft ich mich auf is de eerste van de negen liederen uit opus 32 van Brahms, waarvan vijf van de hand van August Graf von Platen. Radeloze liefde die de ziel ook ’s nachts geen rust biedt, is ook hier het onderwerp.

Een romantischer beeld dan wordt opgeroepen in het nu volgende gedicht van Detlev von Liliencron is nauwelijks voorstelbaar. Auf dem Kirchhofe opent met arpeggio’s in de pianopartij die uitmonden in wrange mineur akkoorden. De setting zou bij Edgar Allan Poe niet misstaan: een begraafplaats met bemoste grafzerken op een stormachtige, kletsnatte dag. De hoofdpersoon verhaalt over de namen op de grafzerken die nauwelijks meer te lezen zijn. Maar dan volgt een draai in tekst en muziek: met het besef dat de graven zelfs in dit hondenweer rust en verlossing bieden wordt een koraalachtige melodie in majeur geïntroduceerd die het lied tot een vredig en verstild einde brengt.

 Met zes liederen uit Schwanengesang van Franz Schubert keren we tot slot van dit recital terug naar Heine. Postuum uitgegeven bevat deze cyclus (voor zover je van een cyclus kunt spreken) werk van drie verschillende dichters: zeven liederen op gedichten van Rellstab, één op een gedicht van Seidl en dus zes liederen op teksten van Heine. Deze zes Heine-liederen vormen in feite een cyclus op zich: het zijn de enige liederen op teksten van Heine die Schubert gecomponeerd heeft. Werken die een even huiveringwekkende als ontzagwekkende afsluiting vormen van het liedoeuvre van de componist. Deze liederen vragen het uiterste van de uitvoerenden zowel in expressie als qua spanningsbogen. De gedurfde kaalheid, schurende voortgang en extreme dynamiek die Schubert met name in Der Doppelgänger en Der Atlas toepast, kent zijn gelijke niet in de eerste helft van de negentiende eeuw. In feite zijn deze zes liederen stuk voor stuk mini-operaatjes. Pas in de tweede helft van de eeuw zou met name Hugo Wolf de lijn oppakken die Schubert met zijn vroege dood had moeten loslaten.

Robert Andriessen

Laurence Kilsby / tenor
De jonge, veelbelovende tenor Laurence Kilsby wordt omschreven als ‘een van de meest innemende zangers van zijn generatie’ en ‘een zanger die we in de gaten moeten houden’. Al op jonge leeftijd viel hij op en zijn solodebuut maakt in de Royal Albert Hall. Inmiddels is hij regelmatig te horen als liedzanger en als solist in verscheidene opera’s en oratoria bij onder andere de Nederlandse Reisopera en The Orchestra of the Age of Enlightenment en werkte hij mee aan diverse cd-opnamen.
Kilsby studeert momenteel aan het Curtis Institute of Music in Philidelphia en volgde masterclasses bij onder anderen Sarah Connolly en Roderick Williams.

Hans Eijsackers / piano
Hans Eijsackers studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam en de European Mozart Academy in Kraków. Zijn docenten waren Gérard van Blerk, Jan Wijn en György Sebök. Hij won prijzen bij het Europees Pianoconcours en ontving de Zilveren Vriendenkrans van het Concertgebouw. Momenteel is hij professor Liedgestaltung aan de Robert Schumann Hochschule in Düsseldorf.
Eijsackers treedt veelvuldig op als solist, kamermusicus en liedbegeleider en vormt een bevlogen liedduo met Henk Neven. Daarnaast is hij als jurylid en masterclassdocent regelmatig te gast in binnen- en buitenland en is artistiek leider van het van het Internationaal Studenten LiedDuo Concours in Groningen. In 2022 neemt hij samen met Henk Neven de artistieke leiding van het festival over van Robert Holl.

locatie
Grote kerkzaal / Zusterplein 12 / 3703 CB Zeist

De stem van Laurence Kilsby is een van de meest innemende stemmen van zijn generatie

~ Roy Westbrook, Bachtrack

We wisten meteen dat we in handen waren van een uitstekende pianist. De subtiliteit en zwier van Eijsackers grepen het publiek beet vanaf de eerste bochtige akkoorden

~ Bachtrack.com

Delen met anderen

Geplaatst op

Dag van het Lied

DVHL

zaterdag

14 mei

10.00 - 17.45

Dag van het Lied

Losse kaarten
Normaal € 32 / Vrienden ILFZ € 29 / < 30 jaar € 10

Dagkaart 
Normaal € 57 / Vrienden ILFZ € 51 / Leden VvhL € 20
De dagkaart voor 14-05-2021 geeft toegang tot de Dag van het Lied én het avondrecital.

Passe-Partout
Normaal € 350 / Vrienden ILFZ € 315
Bezoek met maar liefst 40% korting:
- 14 recitals,
- 16 masterclasses,
- 4 lezingen en meer.
Een passe-partout geeft toegang tot alle voor publiek toegankelijke evenementen van het festival.

Vrienden ILFZ
Bent u geen Vriend van het festival maar wilt u wél gebruik maken van het gereduceerde Vriendentarief? Kies dan bij kaarten bestellen de optie ‘Vriendentarief’ en voeg in de winkelmand ‘Vriend worden’ toe.

Leden vereniging Vrienden van het Lied
€ 20,00 (toegang Dag van het Lied én avondrecital met Christoph Prégardien en Hans Eijsackers.)

Let op: Leden VVHL € 20,00 (toegang Dag van het Lied én avondrecital met Laurence Kilsby en Hans Eijsackers)

Voor de derde maal organiseert de Vereniging Vrienden van het Lied haar jaarlijkse Dag van het Lied in samenwerking met het Internationaal Lied Festival Zeist. Zij hebben een afwisselend programma samengesteld met gevestigde liedzangers en pianisten, én jonge musici. Deze editie bevat naast twee recitals en een lezing ook veel nieuwe elementen en samenwerkingen. Zoals een talkshow en ruimte voor de liedduo’s van de toekomst. Studenten van Codarts, ArtEZ Conservatorium en Fontys Hogeschool verzorgen een kort recital, volgen een minimasterclass en geven hun visie op het liedrecital van de toekomst in het LiedLab. 

Het festivalthema Auf Flügeln des Gesanges, de componisten Mendelssohn, Brahms, Schubert en Messiaen – die allen een jubileumjaar beleven – en de dichters Heine en Groth zijn de centrale figuren op deze dag. Vanzelfsprekend worden ook liederen van vrouwelijke componisten ten gehore gebracht. Want de werken van onder andere Clara Schumann, Anna Cramer, Lili Boulanger en Henriëtte Bosmans leveren een wezenlijke bijdrage aan het tot klinken brengen van het rijke thema van ons festival.

Vrienden van het Lied-60 jaar

10.00 - 10.30 uur - Grote kerkzaal
welkom met koffie en thee

10.30 - 11.15 uur- Grote kerkzaal
Recital door studenten van de Fontys Hogeschool Tilburg
Programma wordt ter plaatse bekend gemaakt.

11.45 - 12.30uur - Grote kerkzaal
Werken van vrouwelijke componisten
liedrecital

Bettina Smith, mezzosopraan
Jan Willem Nelleke, piano

Margie Bennett (1883-1959)
Auf Flügeln des Gesanges  Op. 19/2 (Heine)

Ethel Smyth (1858-1944)
Nachtreiter  Op. 4/4 (Groth)

Luise Greger (1862-1944)
Schliesse mir die Augen beide (Storm)

Anna Cramer (1873-1968) 
Im pavillon (uit: Zwei Notturnos; Simlinger)

Poldowsky (Régine Wieniawsky) (1879-1932) 
Serenade (Retté)
En sourdine (Verlaine)

Lili Boulanger (1893-1918) 
Dans l'immense tristesse (Galeron de Calone)
Attente (Maeterlinck)
Reflets (Maeterlinck) 
Le retour (Delaquys) 

Olivier Messiaen (1908-1992) 
Bonjour toi, colombe verte (uit: Harawi; Messiaen)

Henriëtte Bosmans (1895-1952)
Le chanson du chiffonier (Jouy)

14.00 - 15.00 uur - Kleine kerkzaal
Olivier Messiaen
talkshow

Leo Samama, musicoloog
Katharine Dain, sopraan
Sam Armstrong, piano

Presentator Leo Samama gaat met de musici en het publiek in gesprek over leven en werk van Olivier Messiaen, zijn eerste echtgenote Claire Delbos en de Jeune France.

Afgelopen december werd het debuutalbum Regards sur l'infini van Katharine Dain en Sam Armstrong bekroond met een Edison Klassiek. Spil in het programma op deze opname is Messiaens liedcyclus Poèmes pour Mi die hij componeerde in 1936 en 1937. Mi was zijn koosnaampje voor Claire Delbos, zijn eerste echtgenote, die eveneens liederen componeerde. Ook haar werken werden opgenomen op de cd. Geen betere gesprekpartners dus dan deze twee jonge, bevlogen musici.

Ook in 1936 richtte Messiaen, samen met drie andere musici (André Jolivet, Daniel-Lesur en Yves Baudrier) ‘Jeune France’ op. Ze wilden, net als onder andere de Group de Six, spiritualiteit opnieuw in de muziek introduceren.

Wilt u Katharine Dain en Sam Armstrong Regards sur l’infini live horen uitvoeren? Dat kan! Op zondag 15 mei zijn ze onze gast. Lees meer en bestel >

14.00 -15.00 uur - Grote kerkzaal
Studentenduo's

Francine van der Heijden, sopraan
Studenten Codarts Rotterdam

De vereniging Vrienden van het Lied zet zich in voor jong talent en investeert in de volgende generatie liedduo’s.
De duo’s die deelnemen aan deze workshop studeren allen aan Codarts Rotterdam. Zij werken met Francine van der Heijden aan liederen van Franz Schubert en Felix Mendelssohn. 

15.30 - 16.00 uur - Kleine kerkzaal
Auf Flügeln des Gesanges
lezing

Dinant Krouwel, musicoloog

Het gedicht Auf Flügeln des Gesanges van Heinrich Heine loopt als een rode draad door deze editie van het Internationaal Lied Festival Zeist. Bevlogen liedspecialist Dinant Krouwel neemt u mee op reis aan de hand van dit gedicht. De gevleugelde woorden van Heine inspireerden Mendelssohn tot een van zijn beroemdste composities. Het lied heeft een betoverende melodie en wiegende golven in de begeleiding. Vaak wordt het instrumentaal uitgevoerd, vooral door violisten en pianisten, en is regelmatig op bruiloften te horen. Krouwel toont met zijn gedetailleerde aanpak aan hoe Mendelssohn de luisteraar meeneemt naar een droomwereld en Heine de lezer inpakt met romantische liefdessymbolen. Is het gedicht een ondeugende flirt, een erotische fantasie of toch een illusie? En wat betekenen de gazellen en lotosbloemen voor Mendelssohn? Kom naar de lezing en vlieg mee auf Flügeln des Gesanges.

15.30 - 16.00 uur - Grote kerkzaal
LiedLab
liedrecital

Studenten van het ArtEZ Conservatorium Zwolle

Les deux Étoiles:
Aaike Nortier, mezzosopraan
Inge Ettema, vibrafoon en compositie

Vernieuwing en inspiratie vind je door te experimenteren. Studenten van het ArtEZ conservatorium geven tijdens het LiedLab hun visie op het liedrecital van de toekomst, door creatief om te gaan met het ontstaan en de uitvoering van het lied.

Het duo Aaike Nortier en Inge Ettema neemt u mee in een programma vol hemelse klanken naar een nacht zoals iedereen die wel kent: slapeloos kun je uitsluitend nog denken aan voorbije liefdes. Koortsige liefdes in een fantasiewereld, waar de sterren je naam roepen en de muziek je vleugels geeft. Het kunstlied, zeggen zij, kan een heel nieuwe betekenis geven aan alledaagse dingen, waarvan je misschien niet meteen wilt toegeven dat ze bestaan. Vanmiddag brengen zij ook À Céline ten gehore, waarvoor Nortier de tekst schreef die door Ettema werd getoonzet.

Franz Schubert (1797 - 1828)
Der Flug der Zeit  D 515 (von Széchényi)

Johannes Brahms (1833 - 1897)
An die Nachtigall  op. 46/4 (Hölty)

Claude Debussy (1862 - 1918)
Nuit d’Étoiles (de Banville)

Aaike Nortier (*2003) / Inge Ettema (*2003)
À Céline (Nortier)

Reynaldo Hahn (1874 - 1947)
L’Heure Exquise (uit: 7 Chansons grises no. 5; Verlaine)

Edvard Grieg (1843 - 1907)
Min lille Fugl (uit: 12 Melodies op. 33 EG. 126; Olavsson Vinje)

Gabriel Fauré (1845 - 1924)
Après un Rêve  op. 7/1 (Bussine)

16.30 - 17.15 uur - Grote kerkzaal
Heine en Wesendonck
liedrecital

Claudia Patacca, sopraan
Marien van Nieukerken, piano

Clara Schumann (1819-1896)
Ich stand in dunklen Träumen  Op 13/1 (uit: Sechs lieder; Heine)
Sie liebten sich beide  Op 13/2 (uit: Sechs lieder; Heine)
Lorelei (Heine)

Johannes Brahms (1833-1897)
Es liebt sich so lieblich im Lenze  Op 71/1 (Heine)
Sommerabend  Op 85/1 (Heine)
Mondenschein  Op 85/2 (Heine)
Der Tod, das ist die kühle Nacht  Op 96/1 (Heine)
Es schauen die Blumen  Op 96/3 (Heine)
Meerfahrt  Op 96/4 (Heine)

Richard Wagner (1813-1883)
Wesendonck-lieder (Wesendonck)
1. Der Engel
2. Stehe still!
3. Im Treibhaus
4. Schmerzen
5. Träume

17.15 - 17.45 uur - Grote kerkzaal
Nazit en meet-and-greet met solisten

WERKEN VAN VROUWELIJKE COMPONISTEN
Tientallen manuscripten in een ijzeren kist en een compleet oeuvre in een rieten koffer: zo werd de muziek van Luise Greger en Anna Cramer na hun dood bij toeval herontdekt. Het is tekenend voor hoe deze en andere vrouwelijke componisten lang verborgen zijn geweest voor de geschiedschrijving. Hoog tijd voor verandering: uit al deze verstopte schatkisten ontsluit dit concert een staalkaart aan componistes, opdat ze hun vleugels weer uit kunnen slaan en voortaan als vanzelfsprekend naast hun mannelijke collega’s geprogrammeerd kunnen worden. Opvallend genoeg duikt steeds één soort muziekstuk op, als een rode draad door het leven en werk - en het succes - van deze tijdgenotes: het lied. Op de vleugels van het lied werden deze vrouwen componist.

Van korte dromen tot grenzeloze vrijheid
De carrière van de Britse componiste Margie Bennett nam een weliswaar korte, maar opvallend hoge muzikale vlucht. In de slechts vijf jaar dat ze tijdens haar studie aan het conservatorium actief was, kreeg ze namelijk al erkenning als componist en pianist. Jong en getalenteerd speelde ze tussen 1901 en 1906 Beethoven en Chopin en componeerde kamermuziek, waaronder liederen. Op zelfgeorganiseerde concerten voerde ze haar eigen werken uit, die werden beschreven als 'veelbelovend' en vol 'smaak en fantasie'. Toch hield Bennetts loopbaan op na haar huwelijk in 1907. Nog maar sporadisch trad ze op, maar de piano vergat ze nooit: nog tot aan haar dood bleef ze thuis regelmatig piano spelen, momenten waarop de gedachte aan haar oude leven vast weer even vleugels kreeg. Als we Bennetts lied Auf Flügeln des Gesanges (1902) horen, waarin een verre, heerlijke plek wordt bezongen, keren we met de componiste even mee terug naar haar vroegere, veelbelovende werkelijkheid.

Een ander leven was weggelegd voor Bennetts landgenote Ethel Smyth: een pionier en markante vrouw die in volle vaart vooruit vloog. Ze sloot zich strijdlustig aan bij de Suffragettes en koos vol overtuiging voor een loopbaan als componist, zonder zich ook maar iets aan te trekken van wat haar vader en enkele andere componisten daarvan vonden. Haar Nachtreiter (1877) zou zomaar haar lijflied kunnen zijn: de vastberadenheid van de ruiter, die in een stormachtige nacht zonder teugels en zadel te paard gaat, reflecteert haar eigen standvastigheid en compromisloze voorkeur voor een vrij leven. De pianopartij evoceert een trots dravend paard met daaroverheen pronkende zanglijnen. Wat Smyth ook tegenkwam, van erkenning van haar talent tot afkeuring over haar componist-zijn, ze bleef haar eigen weg volgen.

Van verlangende klanken tot vooruitstrevende harmonie
Een muzikaal wonderkind dat als tiener al openbare concerten gaf en haar eerste liedalbum samenstelde: de glansrijke carrière van de Duitse componiste, pianiste en zangeres Luise Greger kon niet vroeg genoeg beginnen. Uiteindelijk zou ze meer dan tweehonderd composities op haar naam hebben staan, waarvan meer dan de helft uit liederen bestaat. Die voerde ze zelf al zingend en spelend uit op verschillende concerten en tijdens zelf-georganiseerde salons in haar appartement. Door heel Europa kreeg Greger erkenning als liedzangeres en -componiste en haar wonderschone altstem werd alom geprezen. Haar lied Schließe mir die Augen beide vormt niet alleen een toonbeeld van Gregers talent, maar ook van de romantiek: op smachtende klanken voert het lied je mee in een droom vol verlangen naar liefde en troost.

Ook de Nederlandse componiste Anna Cramer ging volop mee in de nieuwste muzikale ontwikkelingen van haar tijd. Tijdens haar verblijven in Berlijn, München en Wenen proefde ze van het rijke klankidioom waarvan Gustav Mahler en Richard Strauss de toonzetters waren. Cramers vocale muziek is ermee doorspekt: niet alleen had ze een voorkeur voor Duitstalige poëzie, maar ook was ze vooruitstrevend in haar gebruik van harmonieën en chromatische lijnen. Zodanig zelfs dat enkele Nederlandse critici haar als ‘te modern’ bestempelden. Deze donkere stijl vol toonschilderingen kenmerkt ook Cramers lied Im Pavillon (1927) op een gedicht van Walter Simlinger, met wie de componiste in Wenen samenwerkte. Zwarte ogen weerspiegelen in zware klanken en water uit een bron kabbelt over de pianotoetsen.

Van symbolistische dromen tot duistere nachtmerries
De in Brussel geboren Régine Wieniawski richtte haar ogen en oren op het zuiden: de symbolistische poëzie en bontgekleurde muziekstijl van Frankrijk. Een vrouw met glamour was ze, compleet met een haute-couture boetiek waar het Britse koningshuis klant was, een concerttournee in de Verenigde Staten en een pseudoniem waar je U tegen zegt: Poldowsky. Expressiviteit en verfijning kleuren ook haar liederen. Zo volgen uiteenlopende toonschilderingen in Sérénade (1914) de gelaagde tekst op de voet: ogenschijnlijk verleidelijk kabbelend water en sereen maanlicht verwijzen naar een diepere, mogelijk duistere betekenis onder de oppervlakte. Is het de verleiding van de dood die daar sluimert? Op dezelfde manier voeren dromerige klanken in En sourdine - naar een gedicht van Poldowsky’s favoriet Verlaine - ons mee langs natuurbeelden, die op hun beurt weer verwijzen naar liefde.

Als haar ziekte niet vroegtijdig een einde aan haar leven had gemaakt, was de getalenteerde Lili Boulangereen van de belangrijkste componisten van Frankrijk geworden. Zo diepgaand en origineel is haar muziek. Ze schept de muren van een tombe in Dans l'immense tristesse met opvallend lage, donkere pianoakkoorden, de sfeer van een begraafplaats waar een moeder haar kind zoekt. In Attente laat Boulanger de muziek met grillige harmoniewisselingen en chromatische piano- en zangpartijen zoeken naar iets onbestemds. Droom en werkelijkheid vloeien in elkaar over in Reflets: hoor hoe in de laatste strofe de toonhoogte meedaalt met de bloemblaadjes die op het water vallen, om vervolgens mee te stijgen als ze in de reflectie van het water ‘omhoog zinken’ in de met sterren bezaaide, maanverlichte hemel. In Le retour horen we hoe de golven de boot van Odysseus terugbrengen naar huis. Stuk voor stuk toonzettingen die in originaliteit van klank haast niet te overtreffen zijn.

Van zingende vogels tot mysterieuze voddenraper
Al lijkt de Fransman Olivier Messiaen een vreemde eend in de bijt als enige man tussen al deze vrouwen, ook hij componeerde op de vleugels van het lied. Dit deed hij echter letterlijk: in zijn muziek gaf hij een prominente plaats aan vogels, die hij beschreef als 'de grootste musici van onze planeet'. Messiaen was componist en ornitholoog ineen: hij bestudeerde niet alleen vogelgezang, maar verwerkte dit ook in zijn muziek. In Bonjour toi, colombe verte, onderdeel van zijn liedcyclus Harawi (1945), klinkt dat zeker door. Ook ontdoet Messiaen in dit lied de tekst van alle grammatica, om de duif in een zo puur mogelijke vorm tot een symbool van liefde te maken.

'Ik had in Frankrijk moeten leven - geleefd moeten hebben', schreef de Nederlandse componiste Henriëtte Bosmans vlak voor haar dood. Het verbaast dan ook niet dat haar liederen overstromen van liefde voor Frankrijk en de Franse taal. Zo ook La chanson de chiffonnier, dat ze schreef voor de Franse mezzosopraan Noémie Perugia, met wie Bosmans een duo vormde. Het lied was voor de componiste en pianiste een gelijkwaardig samenspel, waarbij zanger en begeleider een eenheid vormen. Zo storten de zang- en pianopartij zich in dit lied allebei in de donkerte, terwijl wordt bezongen hoe alles uiteindelijk tot vodden vergaat. Even komt Bosmans’ liefde voor Frankrijk zelfs expliciet om de hoek kijken met een citaat uit La Marseillaise. Gelukkig blijkt de inhoud van dit lied niet waar: niet alles komt bij de voddenraper terecht. Door dit concert, maar bovenal door het onverslaanbare talent van al deze vrouwen, is hun muziek op de vleugels van het lied van de vodden gered.

Simone Leuven

***

NUIT D’ÉTOILES
In de nacht verglijdt de tijd. Van oudsher had de nacht een negatieve connotatie, hij was duivels. In de renaissance echter zagen dichters de nacht niet langer louter als koude, dode, zonloze uren maar juist als een periode die prachtige en bovennatuurlijke ervaringen kon opleveren. De nacht werd zo ook een tijd van schoonheid en diepgang. In 19e-eeuwse nachtelijke poëzie speelt de liefde in lange nachten een hoofdrol. In zoete dromen of een onwetende slaap, in een angstig wakker zijn, in wanhoop om een verloren liefde of in desolate eenzaamheid. De nacht verglijdt.

Het voorbij laten glijden van de tijd laat Franz Schubert horen in Der Flug der Zeit. Als het water dat voorbij kabbelt in een riviertje, zo klinkt pianobegeleiding van dit lied. De tekst rept aanvankelijk nog dreigend over 'Wohl stürmisch war es auf dem Zuge, Beschwerlich oft und widerlich'. Maar de tijd komt tot rust, in een vriendschappelijk samenzijn. De ritmiek onder dit lied is zacht wiegend. Ook in de liederen van Brahms, Hahn, Debussy, Grieg en Fauré - allemaal op jonge leeftijd geschreven - krijgen de nachtelijke uren een subtiel stuwende begeleiding mee.

Nachtvogel bij uitstek is natuurlijk de nachtegaal, een vogel die door zijn kleed nauwelijks opvalt maar door zijn gezang in de avonduren des te meer. In de 19e eeuw werd de nachtegaal een geliefde metafoor voor een voorbije liefde, zoals in An die Nachtigall van Johannes Brahms. Brahms schreef het lied in 1868 na jaren van liefdesbetrekkingen die maar niet van de grond wilden komen. In de pianopartij is de nachtegaal te horen. De protagonist smeekt de nachtegaal echter niet langer zo luid zijn liefdeslied te zingen, maar weg te vliegen naar zijn liefdesnest.

Het is pure eenzaamheid die uit Min lille Fugl spreekt. De ik-figuur is alleen en zelfs het vogeltje in het bos komt niet naderbij. Deze eenzaamheid krijgt bij Edvard Grieg vorm in de uitroepen van de laatste regel van de strofes. 'O Gud, hvorjeg dog er ene!' (God hoe alleen ben ik) klinkt het tot twee keer toe. Verder probeert de ik-figuur zich in de hand te houden, en ook Grieg laat niet meer drama toe in zijn zetting. Het is een ingehouden wanhoop.

Beter dan in verlatenheid wakker te zijn is het om te dromen van je geliefde. De bitterzoete pijn bij het ontwaken doet je terugverlangen naar de droom. In Après un rêve is een nog jonge Fauré aan het woord, met een vloeiende, schier eindeloze melodielijn met daaronder een pulserende pianopartij waardoor het lied blijft stromen. En eens te meer blijkt: de nacht is in de 19e eeuw het domein van de verliefde geest. 'Reviens, reviens, radieuse  /  Reviens, ô nuit mystérieuse!'

Susan Dorrenboom

***

HEINE EN WESENDONCK
In dit liedrecital hoort u gedichten van Heinrich Heine en Mathilde Wesendonck uitgewerkt tot liederen door Clara Schumann, Johannes Brahms en Richard Wagner. Wat deze werken met elkaar verbindt? Ze verklanken en verwoorden de liefde en haar verschillende gezichten - met gebruik van de natuur voor de uitdrukking daarvan, zoals het de romantiek past.

De componist Clara
Clara Schumann-Wieck is een van de bekendste vrouwelijke figuren uit de westerse muziekgeschiedenis. Bij leven maakte zij furore als concertpianist en muziekpedagoog, maar componeerde ook. Daarnaast stond ze twee bekende mannelijke figuren uit de muziekgeschiedenis bij in het leven: de componisten Robert Schumann, haar geliefde echtgenoot, en Johannes Brahms, met wie zij een dierbare vriendschap had. Van beiden voerde zij vaak als eerste nieuwe werken uit.

Ondanks haar veelbelovende capaciteiten kon zij haar vleugels niet uitslaan als componist. Niet alleen werd in haar tijd componeren gezien als een ongeschikte taak voor vrouwen en maakte het gebrek aan vrouwelijke voorbeelden bij gevolg daarvan haar onzeker over haar eigen kunnen als componist, Clara’s leven draaide naast muziek vooral ook om hard werken. Ze baarde acht kinderen, waarvan slechts de helft haar mocht overleven, en was tevens kostwinner van het gezin. In eerste instantie omdat Robert nog niet veel verdiende als componist, later lieten zijn geestesziekte en zijn vroegtijdig overlijden haar geen keuze. Ondanks dat componeerde Clara voor en tijdens haar huwelijk, dat op een bijzonder muzikaal partnerschap draaide, een considerabel oeuvre.

Lied als gift
Na werken voor piano waren de Sechs Lieder de eerste vocale werken die zij schreef. De meeste van de liederen die Clara schreef, waren cadeaus voor Robert bij gelegenheid van verjaardag of feestdagen. Dat zij hierbij koos voor gedichten van Heinrich Heine (1797-1856) zal niet geheel toevallig zijn geweest: het stel deelde de voorliefde voor Heines gedichten - net als veel van hun tijdgenoten.

Clara’s liederen zijn expressieve, lyrische en dramatische bijdragen aan het liedgenre. Hoewel minder bekend dan haar pianowerken, zijn het haar meer verfijnde composities en mogen ze worden geschaard onder de beste van het Duitse liedrepertoire. Het samenbrengen van piano, zang en tekst was haar natuurlijk gelegen. Haar pianopartijen zijn gevarieerd en vragen met regelmaat vingervlugge virtuositeit - zoals te horen in haar zetting van Heines geliefde gedicht Lorelei, waarin de repetitieve triolen van de pianopartij doen denken aan Schuberts Erlkönig - al overstijgen ze de zangpartij nooit. De vocale melodieën laat zij elegant verlopen, met een natuurlijk gevoel voor de mogelijkheden van de stem.

Zo illustreert het introspectieve Ich stand in dunklen Träumen mooi hoe Clara de golfbeweging van opwellende emoties weet te verklanken: de eerste twee strofen zijn een observerende mijmering over het verlangen naar een geliefde. Deze zijn laag en melancholisch gezet in melodie en begeleiding. De derde en laatste strofe keert zich naar de zangers’ ervaring. Samen met de spaarzame pianopartij worden het verdriet en ongeloof kort de hoogte ingestuwd om bij het laatste zinsdeel weer terug te keren naar de laagte en de haast serene sfeer van voorheen. De twee strofen van Sie liebten sich beiden ontvlechten de pijnlijke gevoelens van twee mensen die afstand van elkaar nemen wanneer de liefde er nog is, maar ze elkaar niet meer weten te bereiken.

Clara zelf was onterecht onzeker over haar liederen. Ze gaf er zelf dan ook weinig ruchtbaarheid aan. Gelukkig deden anderen dat wel: ze werden in de 19e eeuw uitgevoerd in zalen door heel Europa. Eind jaren 90 werden er nog nieuwe liederen van Clara ontdekt. De hoop is op meer vondsten, maar tot dan vervelen de ons wel bekende liederen nog lang niet.

Brahms’ boeket van liederen
Niet alleen in het leven van Robert Schumann speelde Clara Schumann-Wieck een bijzondere rol: het echtpaar ontwikkelde vanaf 1853 een vriendschap met de jonge, toen nog onbekende Johannes Brahms. Een vriendschap die steun bracht in de laatste jaren van haar huwelijk en na het overlijden van Robert uitgroeide tot een innige verbinding. Of er ooit romantische liefde in het spel is geweest blijft gissen, dat de twee elkaar genegen waren staat vast.

Ook Brahms deelde de voorliefde voor gedichten van Heine. Hoewel hij ook in zijn jonge jaren liederen schreef op teksten van Heine zijn die grotendeels ongepubliceerd gebleven. Net als veel van zijn liederen in eerste instantie. Hij bewaarde ze voor wanneer het paste binnen het geheel dat hij voor ogen had. Zijn zeer grote verzameling noemde hij zijn ‘boeket van liederen’, waarvan er 'slechts' een goede tweehonderd aan ons zijn overgeleverd.

Lente en een onvervulde reis
In dit recital klinken Heine-liederen uit Brahms’ zogenoemde derde componeerperiode. Zijn eerste periode kenmerkt zich waar het liederen betreft met expressieve vocale partijen en vaak melodramatische begeleidingen. In de periode daarna richtte Brahms zich voornamelijk op volksgedichten. Vanaf 1860 tekent zich dan een duidelijke stilistische verschuiving af in zijn liederen die richting de Schubertiaanse parameters van het Duitse kunstlied gaat.

Drie van de in totaal vier liederen uit op.96 zette Brahms op gedichten van Heine, deze worden tot zijn mooiste gerekend. Der Tod, das ist die kühle Nacht is een van Heines meest bekende gedichten. Brahms weet de dood, de nacht en het lied van de nachtegaal in levendige muzikale kleuren te vangen. De traag gespeelde, rijke chromatische harmonieën doen haast Wagneriaans aan en wellicht hoort u de vergelijking. Het zeer beknopte Es schauen die Blumen is met zijn onrustige pianoritmiek een intermezzo in de cyclus, waarna Brahms het tempo van het eerste lied laat terugkeren in Meerfahrt. Ondanks deze overeenkomst is dit lied onvergelijkbaar met al zijn anderen. De lange, vreeswekkende inleiding van de piano zet de bittere toon voor een onvervulde reis.

Wagner en zijn muze
Van de ene vermeende driehoeksverhouding - die van Robert, Clara en Brahms - door naar de volgende. Richard Wagner wijdde zijn leven aan de opera en de hervorming daarvan. Hij schreef slechts enkele andere soorten werk waarvan er één in het speciaal schittert: zijn vijf liederen op gedichten van Mathilde Wesendonck (1928-1902).

Niet alleen muzikaal maar ook politiek gezien hield Wagner er controversiële ideeën op na. Wagners actieve rol in de politieke omwentelingen van Europa en de daartoe behorende Dresder Mei-opstand in 1849 dwong hem het Duitse Rijk te ontvluchten. Samen met zijn eerste vrouw, zangeres Minna Planer, leefde Wagner tot aan 1863 in verbanning in Zürich, Zwitserland.

Daar ontmoette hij Mathilde Wesendonck, vrouw van zijn mecenas: de rijke koopman Otto Wesendonck. Naar verluidt was Wagner op slag verliefd op haar en ontstond een liefdesaffaire. Mathilde schreef verfijnde poëzie, recht uit het en hart met een grote rol voor de natuur. De teksten zijn mysterieus van sfeer en nemen de beleefde omgangsvormen van haar tijd en de onderlinge verhoudingen in acht: in haar liefdesgedichten benoemt ze de liefde nooit bij naam.

Wagner gebruikte nauwelijks andermans tekst, maar door Mathilde en haar gedichten werd hij zo bevangen dat hij een uitzondering maakte. Een dubbele zelfs, want hij week ook van zijn werk aan de opera Tristan und Isolde af om vijf van haar gedichten op muziek te zetten. Het verhaal van de opera zou de liefde tussen Mathilde en Wagner uitspelen en de vijf Wesendonck-lieder worden gezien als inspiratie voor het muzikale materiaal van de opera.

 In de ziel verzinken
De zeer romantische liedcyclus begint met Der Engel, dat gaat over hoe engelen zich vol mededogen richting de aarde wagen om verloren zielen naar de hemel te dragen. De eerste en laatste strofe omschrijven het engelenrijk en zijn in majeur getoonzet, contrasterend met de middenstrofen in mineur, die het gepijnigde hart van de aardse mens weergeven. Stehe still is een smeekbede aan de tijd om haar onophoudelijke voortgang te stoppen: er wordt slechts één moment van ‘zijn’ gewenst. De muziek versterkt en volgt de rusteloosheid van de eerste twee strofen om daarna op te lossen in meer open, tedere klanken wanneer wordt bezongen waar de wens vandaan komt: de wil te verdrinken in de zoete vergetelheid van de liefde en zo de zaligheid te kennen.

Im Treibhaus benadrukt de leegte van de werkelijkheid die de dichter toekomt. Het stijgende melodische motief keert steeds terug en reikt naar en omarmt die leegte. De muziek van dit lied verwerkte Wagner later in Tristan und Isolde (Prelude, Akte III). Net als het romantische vijfde lied Träume, dat het verlangen naar en de verleidelijkheid van de nacht en de droomwereld bezingt. Tussen deze twee liederen in zit het peinzende Schmerzen, waarin hoop wordt gevonden voor het eigen ongeluk door de vergelijking te trekken met de kracht van de ondergaande en weer rijzende zon.

Wagner schreef aan Mathilde over de liederen: ‘Ik heb niets beters geschreven dan deze liederen, er zullen maar weinig van mijn werken herinnerd worden naast deze.’ De geschiedenis pakte anders uit voor Wagner, maar dat deze liederencyclus een parel is, staat buiten kijf.

Lotte Lepoutre

Bettina Smith / mezzosopraan
Bettina Smith begon haar zangopleiding aan het conservatorium van Bergen (Noorwegen) en zette haar studie voort aan het Koninklijk Conservatorium van Den Haag. Beide opleidingen rondde zij met onderscheiding af. Aansluitend specialiseerde zij zich in opera, maar het repertoire dat zij brengt is bijzonder breed en reikt van werken uit de Middeleeuwen tot en met hedendaagse muziek.
Zij was te horen in opera’s, oratoria en kamermuziekconcerten in concertzalen en op festivals door heel Europa als solist en samen met pianist Jan Willem Nelleke, met wie zij veelvuldig optreedt. Smith is docent aan de universiteit van Stavanger (Noorwegen) en gaf zangles en masterclasses aan diverse gerenommeerde instituten.

Jan Willem Nelleke / piano
Jan Willem Nelleke is hij een veelzijdig musicus die op veel gebieden actief is. Als solist gaat zijn belangstelling uit naar minder bekende muziek, waarbij hij uitstapjes naar andere stijlen en instrumenten niet schuwt. Hij is een veelgevraagd (lied)begeleider en was samen met diverse vooraanstaande musici te horen op internationale concertpodia en festivals.
Nelleke bracht al verscheidene nieuwe werken in première. Hij componeert ook zelf liederen en kamermuziek, die regelmatig ten gehore worden gebracht. Daarnaast is hij docent aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en verbonden aan het Franz-Schubert-Institut in Baden bei Wien.

Leo Samama / musicoloog
Leo Samama studeerde muziekwetenschap aan de Rijksuniversiteit Utrecht en compositie bij Rudolf Escher. Hij was verbonden aan het Utrechts Conservatorium als docent muziek en cultuurgeschiedenis. Aansluitend werd hij docent muziek van de 20e eeuw aan de Universiteit Utrecht. Samama was tevens muziekrecensent bij De Volkskrant en NRC Handelsbladen staat bekend als dé Nederlandse expert op het gebied van moderne muziek en het muziekleven in Nederland.
Hij schreef meerdere artikelen en boeken en geeft grote regelmaat hij lezingen en gastcolleges met onder andere de relatie tussen muziek en poëzie als thema. Zijn hoorcolleges zijn te beluisteren op cd’s voor Home Academy.

Katharine Dain / sopraan
Katharine Dain studeerde af aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen en het Mannes College of Music in New York. Inmiddels is zij een veelgevraagd solist en kamermusicus en was te horen in diverse opera’s, oratoria en concertseries met vooraanstaande orkesten. Dain staat bekend om het gemak waarmee ze hedendaags repertoire vertolkt en om haar deelname aan experimentele, multidisciplinaire projecten. Als gepassioneerd voorvechter voor het lied en kamermuziek, stond ze aan de wieg van menig ensemble, waarmee ze internationaal optrad.
In 2021 bracht ze samen met pianist Sam Armstrong de cd Regards sur l’infini uit, die een Edison Klassiek won in de categorie beste debuutalbum. Tijdens deze editie van het Internationaal Lied Festival voeren zij dat programma bij ons uit.

Sam Armstrong / piano
Sam Armstrong studeerde piano aan het Royal Northern College of Music in Manchester en aansluitend in New York aan het Mannes College of Music, waar hij de meest prestigieuze prijzen in de wacht sleepte. Ook na zijn opleiding won hij meerdere prijzen en ontving laureaten. Armstrong volgde masterclasses bij onder meer Menahem Pressler, Murray Perahia, Pierre-Laurent Aimard en Roger Vignoles.
Inmiddels is hij een veelgevraagd solist en kamermusicus die geroemd wordt om de uitmuntende kwaliteit van zijn spel. In 2021 bracht hij samen met sopraan Katharine Dain de cd Regards sur l’infini uit, die een Edison Klassiek won in de categorie beste debuutalbum. Tijdens deze editie van het Internationaal Lied Festival voeren zij dat programma bij ons uit.

Francine van der Heijden / sopraan
Francine van der Heijden studeerde zang in Maastricht, Den Haag en Londen. Na het afronden van haar studie werkte zij als solist samen met vooraanstaande dirigenten als Ton Koopman, Jaap van Zweden en Frans Brüggen. Zij heeft verscheidene cd’s op haar naam staan, waaronder Schubert, fern und nah, waarop zij samen met vrienden musiceert in de geest van de Schubertiades. Zij wordt daarbij begeleid op authentieke én moderne instrumenten.
Van der Heijden verdiepte zich in het vocale werk van Mendelssohn en werkte hiervoor o.a. samen met Mendelssohnkenner Prof. John Michael Cooper. Met de Robert-Schumann-Philharmonie verzorgde zij de wereldpremière van Mendelssohns vergeten concertaria Infelice, ah ritorna eta dell’oro.

Dinant Krouwel / musicoloog
Dinant Krouwel studeerde muziekwetenschap aan de Universiteit Utrecht met als specialisatie liedkunst. Hij is bedrijfsleider van muziekhandel Broekmans & van Poppel in Utrecht en werkt voor hun uitgeverij. Een aantal maal per jaar schrijft hij met grote kennis van zaken over nieuwe uitgaven van bekend en onbekend liedrepertoire in het ledenblad van de Vereniging Vrienden van het Lied. Als editor werkte hij mee aan de nieuwe uitgave van de liederen van Alphons Diepenbrock.
Krouwel begeleidt diverse vocalisten aan de piano en geeft, samen met zangpedagogen, interpretatielessen. Daarnaast houdt hij lezingen op liedgebied.

Aaike Nortier / mezzosopraan
Aaike Nortier maakte op haar twaalfde voor het eerst kennis met klassieke zang nadat ze lid werd van de operettevereniging La Mascotte in Emmeloord, waar zij verschillende rollen vertolkte. Inmiddels is zij tweedejaarsstudent aan het ArtEZ conservatorium in Zwolle, waar zij les heeft van Claudia Patacca. In 2021 won zij de tweede prijs en de publieksprijs tijdens het Prinses Christina Concours en werkte als koorlid mee aan Bizets Carmen bij Opera Spanga. Vanaf augustus van dit jaar loopt Nortier stage bij de Nationale Reisopera. Masterclasses volgde ze bij Lenneke Ruiten en Hans Eijsackers met opera- en liedrepertoire. Met compositiestudent Inge Ettema vormt zij het duo Les deux Étoiles, dat het klassieke lied in een nieuwe jas steekt.

Inge Ettema / vibrafoon - componist
Op haar negende viel Inge Ettema als een blok voor de marimba, nam les en sloot zich aan bij muziekverenigingen, waarmee ze ook deelnam aan concerten en concoursen. Ze won al meerdere prijzen, waaronder de Gaudeamus Prijs tijdens het Prinses Christina Concours in 2019.
Na in eerste instantie klassiek slagwerk te hebben gestudeerd in de JongTalentKlas en de voorlopleiding van ArtEZ, koos zij voor hoofdvak Compositie. Op dit moment is Ettema tweedejaarsstudent aan het ArtEZ Conservatorium in Zwolle, waar zij les heeft van Wilbert Bulsink en marimba studeert bij Peter Prommel. Al meerdere composities van haar hand werden uitgevoerd. Met Aaike Nortier vormt zij het duo Les deux Étoiles, dat het klassieke lied in een nieuwe jas steekt.

Claudia Patacca / sopraan
Claudia Patacca studeerde cum laude af aan het conservatorium van Enschede, waarna ze verder studeerde aan het Internationaal Opera Centrum Amsterdam. Al tijdens haar studie maakte zij haar debuut op het concertpodium en bouwde daarna een bloeiende concertpraktijk op. Ze was te horen tijdens diverse festival en in operaproducties en concerten in binnen- en buitenland.
Ook het lied en kamermuziek kunnen rekenen op haar warme belangstelling. Inmiddels heeft zij een aantal cd’s met liedrepertoire op haar naam staan. Patacca verzorgde masterclasses in heel Europa en is op dit moment Patacca verbonden aan het ArtEZ Conservatorium in Zwolle als hoofdvakdocent klassieke zang.

Marien van Nieukerken / piano
Marien van Nieukerken is een veelzijdig pianist die zich heeft gespecialiseerd in het liedrepertoire van de romantiek tot en met hedendaagse composities. Hij bracht tal van nieuwe composities in première en er werden liederen aan hem opgedragen. Als liedbegeleider was hij met gerenommeerde zangers te horen op concertpodia wereldwijd en met hen ook een aantal cd’s op.
Tot 2018 was hij artistiek directeur van de International Student LiedDuo Competition, waarvan hij ook de oprichter was. Behalve als pianist is Van Nieukerken ook actief als coach voor zangers en liedduo’s en als gastdocent van masterclasses liedinterpretatie en -begeleiding in binnen- en buitenland.

locatie
Grote kerkzaal / Zusterplein 12 / 3703 CB Zeist

Met haar elegante afwisseling in expressie, frasering en dictie wekte de in Graz geboren mezzosopraan Sophie Rennert enthousiasme op

~ Kleine Zeitung

Delen met anderen

Geplaatst op

Brahms: over liefde, verlangen en dromen

diverse data

zie praktisch

Brahms: over liefde, verlangen en dromen

Annelies van Gerven, zangdocent
Lidwien Boumans, pianodocent
© Marcel Schmidt

Deelnemen
€ 130 per persoon / maximaal 14 deelnemers (7 duo’s: zanger-pianist)

 

Je meldt je aan als liedduo door beiden een ticket te kopen. De verkoop sluit 18 april, of zodra de masterclass is volgeboekt. Na je aankoop wordt je repertoirekeuze afgestemd met Annelies van Gerven en Lidwien Boumans.

Deelnemen
€ 130 per persoon / maximaal 14 deelnemers (7 duo’s: zanger-pianist)

 

Je meldt je aan als liedduo door beiden een ticket te kopen. De verkoop sluit 18 april, of zodra de masterclass is volgeboekt. Na je aankoop wordt je repertoirekeuze afgestemd met Annelies van Gerven en Lidwien Boumans.

In het liedrepertoire van Brahms vind je talloze liederen over de liefde, het verlangen daarnaar of de dromen die een mens kan koesteren. Ze gaan over liefdespijn, je verbonden weten of juist verlaten en niet gehoord. Over hemelse gevoelens en de klap waarmee je soms weer op aarde terugkeert. Het zijn ook gevleugelde liederen, waarin je vogels hoort zingen en je opgetild voelt. In deze masterclass voor gevorderde amateurs werk je als liedduo (zanger en pianist) aan liederen uit dit repertoire.

Wanneer een liedduo als eenheid kan werken komt dat de hele uitvoering ten goede. Tijdens de laatste twee edities van het festival hebben verschillende duo’s al met veel plezier onder leiding van Annelies van Gerven en Lidwien Boumans gewerkt aan hun samenspel. Ook dit jaar hebben jij en je duopartner die kans!

Er is plaats voor zeven duo’s die tijdens twee besloten masterclasses werken aan twee liederen uit het liedrepertoire van Johannes Brahms. Op het tabblad ‘repertoire’ vind je een overzicht van twintig liederen waarvan je er drie instudeert. In overleg met de docenten wordt besloten aan welke twee liederen jullie tijdens de masterclass werken. Ter afsluiting breng je het geleerde in praktijk tijdens het presentatierecital in de kleine kerkzaal van de Evangelische Broedergemeente.

Wil je een openbare masterclass over Brahms liederen bijwonen? Kom dan naar de Inspiratiedag:  Zingen doe je samen op 2 april 2022 in het Torenlaan Theater.

Johannes Brahms: Lieder, deel I, II en III / Unterrichtslieder
editie Peters / diverse liggingen

1. Alte Liebe I (blz. 80)
Op deze lentedag brengen zwaluwen nieuw geluk uit verre landen. De voorjaarsmorgen herinnert aan een verloren liefde en slechts die herinnering laat de treurende nog eenmaal de liefde van de vergane lente beleven.

2. Feldeinsamkeit I (blz. 102)
Een stemmingsbeeld van een filosoferende dromer: Mijn hooggespannen verwachtingen zijn verstild. Boven bij God zoek ik vervulling. De witte wolken zijn stille dromen geworden. Pas in de dood betreed ik de eeuwige ruimte.

3. Meine Liebe ist grün I (blz. 48)
De zwierende takken van de sering en het lied van de nachtegaal doen mij liefdesdronken liederen juichen en zingen.

4. Von ewiger Liebe II (blz. 30)
De vriendelijke avond, als zelfs de leeuwerik zwijgt, is overschaduwd door melancholie.
Maar de gedwarsboomde liefde zal uiteindelijk triomferen.

5. Wie bist du meine Königin II (blz. 25)
In je lach de geur van de lente, jij bloeit mooier dan een roos en maakt kale vlaktes weer groen.
In deze armen die alles laten bloeien kan ik gelukkig sterven.

6. Die Mainacht II (blz. 38)
Wanneer de nachtelijke maan van zilver is, de nachtegaal fluit en het duivenpaar koert, trek ik mij terug in de schaduw. Ik zal je nooit meer vinden en een brandende traan rolt over mijn wang.

7. Wie rafft ich mich auf in die Nacht III (blz. 60)
In de nacht ziet de mens hoog boven zich de maan en sterren, maar naar beneden kijkend klopt in het hart van de mens wroeging.

8. Treue Liebe I (blz. 7)
Ik speur aan het strand naar mijn verdwenen geliefde. Het strelende water doet mij dromen over vervlogen uren, maar met stil geweld trekt het water mij de diepte in. En daar vind ik uiteindelijk mijn geliefde terug.

9. Dein blaues Auge II (blz. 72)
De blauwe ogen van mijn nieuwe liefde zullen de brandende kwetsuren van mijn vorige geliefde genezen door hun helderheid en koelte als van een meer.

10. Sapphische Ode I (blz. 106)
De nachtelijke liefde is mooier dan die van de dag. Wanneer twee mensen gegrepen worden door de liefde en tranen als dauw van een roos mogen wenen.

11. Du sprichst dass ich mich täuschte III (blz. 68)
Je hoeft nooit meer bij me terug te komen, maar zweer in Godsnaam dat je ooit echt van me hield.

12. Immer leiser wird mein Schlummer I (blz. 137)
Als de dood je roept zou je zo graag nog eenmaal je grote liefde willen zien. Maar de realiteit is wreed. Jij verlaat het leven terwijl de ander een vitaal mooi leven én een nieuwe liefde zal aangaan.

13. Schön war dass ich dir weihte I (blz. 116)
Ontgoocheld ben ik en niet gehoord in de liefde. Mijn hart had iets beters verdiend.

14. Wiegenlied I - Guten abend, gut’ Nacht (blz. 46)
De wens van alle moeders voor hun kind: Slaap zacht, bewaakt door engelen en God.

15. Nicht mehr zu dir zu gehen II (blz. 19)
Gevangen in het web van een ongelukkige, onzekere, gepassioneerde liefde. Gekweld door slechts één vraag, want je hebt nooit echt in het hart van de ander kunnen kijken.

16. Da unten im Tale (uit: Unterrichtslieder; editie Peters)
Je mooie woorden zijn ook een beetje vals. Ondanks dat je mijn liefde versmaadt dank ik je voor de tijd waarin je mij liefhad.

17. Mädchenlied I - Auf die Nacht in der Spinnstub’n (blz. 150)
Wanneer andere meisjes hun bruiloftskleding maken voel ik des te schrijnender dat er niemand voor mij zal zijn in dit uitzichtloze leven.

18. O wüsst ich doch den Weg zurück I (blz. 52)
Kon ik maar als ongelukkige volwassene voor de tweede maal kind worden. Terug naar de liefde, de rust en de lichte fijne dromen. Wist ik maar de weg terug.

19. Wie Melodien zieht es mir I (blz. 134)
Een melodie zorgt pas voor ontroering als de dichter er zijn woorden en rijm aan geeft. Dat is pas ware kunst!

20. An die Nachtigall I (blz. 22)
Je bent bedrogen door diegene voor wie je hart nog steeds in vlam staat. Het tot liefde aanzettende gezang van de nachtegaal is meer dan je kunt verdragen. Trek je terug in de donkerte, schenk haar je liefde, nachtegaal, maar laat mij met rust.

Annelies van Gerven / zangdocent
Annelies van Gerven studeerde zang aan het Conservatorium van Utrecht. Tijdens het tweede Internationaal Concours voor Liedbegeleiders in 1988 behaalde zij samen met pianiste Lidwien Boumans de prijs voor het beste Nederlandse duo. Voor Annelies van Gerven is lesgeven een grotere passie dan zelf op het podium te staan. Zij geeft les aan jong en oud in zowel klassiek- als musicalrepertoire. Bij het KunstenHuis Idea afdeling muziek in Zeist, leidt ze een theaterkoor: Het Zangtheater. Voor haar geldt dat er niets leukers is, dan van je hobby je vak maken.

Lidwien Boumans / pianodocent
Lidwien Boumans studeerde piano aan het Utrechts Conservatorium bij Herman Uhlhorn en liedbegeleiding bij Thom Bollen. Met zangeres Annelies van Gerven won ze de prijs voor het beste Nederlandse duo bij het Internationaal Liedbegeleiders Concours. Zangles kreeg zij bij Michel de Kort.
Boumans was correpetitor bij Meinard Kraak, haar grote mentor en inspirator in poëzie en muziek. Ze werd een veelgevraagd liedbegeleidster bij concerten en concoursen. Zij bedacht de Liedklas voor amateurduo’s. In haar eigen muziekbedrijf De Toetsenhoek geeft ze pianoles en coacht liedduo’s. Daarnaast zingt ze in Huis van de Weemoed door haarzelf vertaalde Portugese fado en eigen Nederlandstalig werk.

besloten masterclass
zaterdag 14 mei / 10.00 - 16.00 uur
zaterdag 21 mei / 10.00 – 13.00 uur

presentatierecital (podiumrepetitie / presentatie / nazit)
zaterdag 21 mei / 13.45 - 14.15 uur
zaterdag 21 mei / 14.30 - 15.45 uur
zaterdag 21 mei / 15.45 - 16.15 uur

locatie besloten masterclass
Kunstenhuis Muziekschool De Bilt-Zeist / Markt 3 / 3701 JZ Zeist

locatie presentatierecital
Kleine kerkzaal / Zusterplein 2 / 3703 CB Zeist

Delen met anderen

Geplaatst op

Festivalkoor: Im Freien zu singen

FESTIVALKOOR

diverse data

zie praktisch

Festivalkoor: Im Freien zu singen

Inge van Keulen, koordirigent
Hilde Stolker, piano

Deelnemen
€ 35 per persoon / maximaal 28 zangers (SATB)

 

Meld je aan door een ticket te kopen. De verkoop sluit op 6 mei óf zodra het festivalkoor is volgeboekt. Na je aankoop wordt de bladmuziek je toegestuurd.

Ben je een ervaren koorzanger en houd je van de natuur? Zing dan mee in het festivalkoor. Onder leiding van koordirigent Inge van Keulen werk je aan drie liederen uit Sechs Lieder im Freien zu singen van Felix Mendelssohn Bartholdy (opus 59/1, 2 & 5). De liederen worden binnen ingestudeerd met pianist Hilde Stolker achter de vleugel. Aangezien Mendelssohn deze liederen bedoelde voor uitvoering in de openlucht, schreef hij ze voor koor à capella. Voor de uitvoering gaan we dus naar buiten en zingen zonder pianobegeleiding.

Of je nu sopraan, alt, tenor of bas bent, je bent van harte welkom! Er vindt geen selectie plaats, maar we willen natuurlijk graag een evenwichtig koor samenstellen. Daarom bestaat maximaal twee derde van het festivalkoor uit sopranen en alten en minimaal een derde van het koor uit tenoren en bassen. De bladmuziek krijg je toegestuurd zodra je je hebt aangemeld, zodat je thuis je eigen partij kunt instuderen.

Op zaterdagmiddag 21 mei voer je met het hele koor deze prachtige liederen tweemaal uit voor iedereen die het horen wil: eenmaal op het Zusterplein en eenmaal in het vlakbij gelegen Walkartpark.

Inge van Keulen / koordirigent
Inge van Keulen studeerde zang aan het conservatorium Helicon bij Mariola Niedzielska, en volgde daarnaast lessen bij Christiaan Boele en Rebecca Stewart. In 2016 voltooide ze de applicatieopleiding koordirectie voor vakmusici aan het Utrechts Conservatorium, waar zij les had van Fokko Oldenhuis en Rob Vermeulen.  Vanuit de wens om zichzelf uit te dagen en door zingen dieper tot de kern te komen en anderen aan te moedigen dat ook te doen, volgde zij diverse lessen en cursussen in onder meer solozang, barokmuziek, methodiek lichte muziek en muziekfenomelogie. Inge is onder meer actief als zangeres, koordirigent en organiseert meezingochtenden in theaters.

Hilde Stolker / piano
Hilde Stolker begon op 8-jarige leeftijd met pianospelen. Ze studeerde aan het Utrechts Conservatorium bij Henk Ekkel en Martijn van den Hoek, waar zij in 2007 het diploma Master of Music in Performance behaalde. Tijdens haar studie richtte zij zich voornamelijk op het spelen van kamermuziek en het begeleiden van zangers.
Sinds 2005 werkt ze als correpetitor bij de Academie Muzikaal Talent. Daarnaast is zij zeer actief als pianiste en repetitor bij diverse muziektheaterprodukties.

koorrepetities
zaterdag 14 mei / 10.00 - 13.00 uur
zaterdag 21 mei / 10.00 - 13.00 uur

koorconcert
zaterdag 21 mei / 13.45 - 14.15 uur & 15.00 - 15.30 uur

locatie repetitie
Koetshuys / Zusterplein 2 / 3703 CB Zeist

locatie koorconcert
13.45 - 14.15 uur / Zusterplein / Zeist
15.00 - 15.30 uur / Walkartpark / Zeist

Het eerste wat opvalt: Dains magnifieke stem. Het tweede is de symbiose van zangeres en pianist. Het gebeurt niet vaak dat Messiaen, Debussy, Dutilleux en de Frans-Finse componist Kajia Saariaho zo subliem worden verdedigd

~ Guido van Oorschot, Volkskrant

Delen met anderen