Geplaatst op

Auf Flügeln des Gesanges

AUF FLUGELN

zaterdag

21 mei

20.15 - 22.00

Auf Flügeln des Gesanges

Ellen Valkenburg, sopraan
© Maurice Lammerts van Bueren
Rosanne van Sandwijk, mezzosopraan
© Annelies van der Vegt
Peter Gijsbertsen, tenor
© Maurice Lammerts van Bueren
Henk Neven, bariton
© Tessa Posthuma de Boer
Roderick Williams, bariton
© Groves Artists
Hans Eijsackers, piano
© Marco Borggreve
Iain Burnside, piano
© TallWall Media
Ruysdael Kwartet
© Eduardus Lee

Losse kaarten
Normaal € 39 / Vrienden ILFZ € 35 / < 30 jaar € 10

Dagkaart 
Normaal € 63 / Vrienden ILFZ € 57
De dagkaart voor 21-05-2021 geeft toegang tot de de Presentatierecital Masterclass, het recital Winnaars Young Artists Platform 2021 én het avondrecital.

Passe-Partout
Normaal € 350 / Vrienden ILFZ € 315
Bezoek met maar liefst 40% korting:
- 14 recitals,
- 16 masterclasses,
- 4 lezingen en meer.
Een passe-partout geeft toegang tot alle voor publiek toegankelijke evenementen van het festival.

Vrienden ILFZ
Bent u geen Vriend van het festival maar wilt u wél gebruik maken van het gereduceerde Vriendentarief? Kies dan bij kaarten bestellen de optie ‘Vriendentarief’ en voeg in de winkelmand ‘Vriend worden’ toe.

Vanavond is de hoofdrol weggelegd voor de componisten en dichter die centraal staan tijdens dit festival: Mendelssohn, Schubert, Brahms en Heine. Alle thema’s uit het gedicht Auf Flügeln des Gesanges en het lied zelf komen voorbij. Er wordt gedroomd van verre oorden, er worden grenzen geslecht. En uiteraard wordt de kracht van de natuur en de liefde bezongen.

Veel bekende liederen hoort u anders uitgevoerd dan u gewend bent en worden in een nieuwe jas gestoken. Terwijl Schubert en Mendelssohn ook hoogvliegers waren op het gebied van kamermuziek, schreven ze hun liederen met pianobegeleiding. Aribert Reimann en Robert Holl bewerkten liederen van respectievelijk Mendelssohn en Schubert, voor zang en strijkkwartet. Als het Ruysdael Kwartet liederen begeleidt, vergeet je dat de originelen voor piano geschreven zijn. 

Samen met dit kwartet voert Henk Neven Holls arrangementen van Schubert uit en Ellen Valkenburg Reimanns bewerking van Mendelssohn. Reimann gaat in zijn bewerking verder dan Holl. Waar de laatste het doet met de noten die Schubert ons naliet, bewerkt de eerste Mendelssohns liederen niet alleen, maar voegt er ook zes intermezzo’s voor strijkkwartet tussen. Daardoor ontstaat iets geheel nieuws. Mendelssohn met een twist! Dit ensemblerecital is een buitenkans om deze werken te horen.

En Brahms? Die blijft geheel zichzelf. De avond wordt walsend afgesloten wanneer vier prachtige zangers en twee toppianisten Brahms’ Liebeslieder Walzer vleugels geven. Dan nog stil blijven zitten gaat lastig worden!

Franz Schubert (1797 - 1828) / Robert Holl (*1947)
Himmelsfunken
1. An die Musik D.547 (von Schober)
2. Wanderers Nachtlied D.224 (Goethe)
3. Der Jüngling auf dem Hügel D.702 (Hüttenbrenner)
4. Die Sterne D.939 (von Leitner)
5. Wanderers Nachtlied D.768 (Goethe)

Felix Mendelssohn Bartholdy (1809 - 1847) / Aribert Reimann (*1936)
Oder soll es Tod bedeuten? (Heine)
1. Leise zieht durch mein Gemüt
2. Intermezzo I
3. Der Herbstwind rüttelt die Bäume
4. Intermezzo II
5. Über die Berge scheint schon die Sonne
6. Intermezzo III
7. Auf Flügeln des Gesanges
8. Intermezzo IV
9. Was will die einsame Träne (strofe 1 & 2)
10. In dem Mondenschein im Walde
11. Was will die einsame Träne (strofe 3)
12. Intermezzo V
13. Allnächtlich im Traume
14. Mein Liebchen, wir sassen beisammen
15. Intermezzo VI
16. Warum sind denn die Rosen so blass

Pauze

Johannes Brahms (1833 - 1897)
Liebeslieder-Walzer  Op. 52 (Daumer)
1. Rede, Mädchen, allzu liebes
2. Am Gesteine rauscht die Flut
3. O die Frauen, o die Frauen
4. Wie des Abends schöne Röte
5. Die grüne Hopfenranke
6. Ein kleiner, hübscher Vogel
7. Wohl schön bewandt war es
8. Wenn so lind dein Auge mir
9. Am Donaustrande
10. O wie sanft die Quelle
11. Nein, es ist nicht auszukommen
12. Schlosser auf, und mache Schlösser
13. Vögelein durchrauscht die Luft
14. Sieh, wie ist die Welle klar
15. Nachtigall, sie singt so schön
16. Ein dunkeler Schacht ist Liebe
17. Nicht wandle, mein Licht
18. Es bebet das Gesträuche

Auf Flügeln des Gesanges, Herzliebchen, trag ich dich fort,
… Dort wollen wir niedersinken
… Und Liebe und Ruhe trinken, Und träumen seligen Traum.

In een hoogromantisch idioom droomt Heine hoe hij en zijn geliefde - zijn ‘Herzliebchen’ - op de klanken van muziek wegvliegen naar droomoorden waar zij in vreedzame en eindeloze rust van de liefde kunnen genieten.

Na de verontrustende en deformerende gebeurtenissen tijdens de Verlichting - denk aan de terreur die na de Franse Revolutie in Frankrijk de kop opstak - was hang naar rationaliteit verdacht geworden. Leven op emotie en intuïtie mocht aan het begin van de 19e eeuw weer en misschien nog wel belangrijker: het geloof in metafysische ervaringen, ervaringen die niet wetenschappelijk verklaard kunnen worden, werd niet langer afgedaan als bijgeloof. Tegelijkertijd ontstond het verlangen terug te keren naar het leven in de natuur: een onschuldig en zuiver leven. En in de ogen van veel kunstenaars was er geen betere manier om het onvatbare te vertolken dan met muziek. In Auf Flügeln des Gesanges wist Heine zijn geliefde te bereiken, zijn onbereikbare liefde weliswaar, maar het ging dan ook niet zozeer om het vervullen van de liefde als wel om de 'Sehnsucht' naar die liefde.

Muziek stond menig kunstenaar het meest na aan het hart. En zo verwoordde Schuberts vriend Franz von Schober het ook in An die Musik: 'Du holde Kunst, in wieviel grauen Stunden … hast du mein Herz zu warmer Lieb entzunden'. Deze ode aan de muziek - door Schubert perfect op muziek gezet in een allesomvattende, vredelievende cadans waarboven een eenvoudige maar lyrische melodie klinkt - vormt de proloog voor een avond vol ‘Sehnsucht’, die soms een diep-melancholische lading krijgt en soms op luchtiger leest lijkt te zijn geschoeid.

An die Musik is ook de proloog van een serie van vijf liederen van Franz Schubert die Robert Holl voor strijkkwartet arrangeerde. De klanken uit 88 toetsen van een vleugel vertaalde Robert Holl nauwgezet naar de typische timbres van vier strijkers, wat de lyriek van de liederen alleen maar kan vergroten. De vier overige liederen van Himmelsfunken laten zich beluisteren als de metafysische reis van een kunstenaar vol 'Sehnsucht'. Het eerste gedicht uit Wandrers Nachtlied van Goethe klinkt als een gebed, een smeekbede voor innerlijke rust. Der Jüngling auf dem Hügel is een ballade over een jongeling die in een pastorale omgeving gelukkig lijkt te zijn, maar dat toch niet is. Halverwege blijkt waarom: zijn geliefde wordt beneden in het dal weggedragen. Hoor hoe Schubert hier de begrafenisklokken zachtjes, als van een afstand, laat beieren. Maar als de jongeling dan naar de sterren kijkt, gloort er zachtjes hoop. Die Sterne vormt de ultieme vertolking van die hoop, subtiel laat Schubert de sterren aan hemel zachtjes blinken. Robert Holl sluit Himmelsfunken af met het tweede gedicht uit Wandrers Nachtlied. Goethe schreef dit gedicht jaren na het eerste deel, ook Schubert kwam er pas later aan toe het op muziek te zetten. Het is gissen naar de precieze betekenis van het gedicht, is het een puur natuurgedicht, gaat het over de plaats van de mens in de kosmos, of is het een avondlied en daarmee wellicht ook een afscheidslied van het leven? Maar waarom zou je het ook precies willen weten? Laat u meevoeren naar het onbekende op de contemplatieve klanken die Schubert eronder zette. 'Über allen Gipfeln ist Ruh … Warte nur, balde ruhest du auch.'

'Een mini-drama of een kaleidscoop van gedachtes en gevoelens die ieder aangaat', dat is voor Aribert Reimann in een notendop de essentie van het lied. Zijn leven lang maakt het lied onderdeel uit van zijn dagelijks bestaan. Als tiener al begeleidde hij zijn eerste zangers, later volgden samenwerkingen met gevestigde namen als Dietrich Dieter Fischkau.

Dat de muziek sinds de romantische 19e eeuw nieuwe wegen insloeg, is onvermijdelijk en dat vindt Reimann op zich geen probleem. Maar dat die wegen soms leidden tot structuren waarin voor het gevoelsleven geen plaats meer is, is voor Reimann een brug te ver. Ook met nieuwe stijlprincipes blijft voor Reimann het lied de bron voor menselijke emoties en een van de krachtigste muzikale genres voor het vertolken van wat een mens denkt en voelt. Niet verwonderlijk dus dat Reimann ook als componist altijd met het lied bezig is geweest. Hij had al Nachtstück van Eichendorff op muziek gezet en liederen van Schubert voor strijkkwartet bewerkt. Speciaal voor sopraan Juliane Banse en het Cherubini Quartett bracht Reimann negen liederen - preciezer gezegd acht liederen en een fragment - van Felix Mendelssohn Bartholdy op teksten van Heine bij elkaar. De liederen zocht Reimann uit op hun onderlinge verband; ze gaan allemaal over 'die alte Geschichte von Liebe und Leid'. Oder soll es Tod bedeuten? is een cyclus over de liefde, over vervreemding en verlies, over dromen en afscheid. Zo begint de idylle met Leise zieht durch mein Gemut, waarvan de vrolijkheid al direct door Herbstlied wordt weggeblazen.

Deze liederen verbindt Reimann met intermezzi voor strijkkwartet waarin soms verwijzingen naar het volgende lied te horen zijn en waarin ook fragmentarisch motieven uit het laatste lied te horen zijn. Het zijn intermezzi vol flageoletten en tremoli, wat een etherisch en fragiel klankbeeld op levert. Het laatste lied is eigenlijk niet meer dan een fragment. Warum sind denn die Rosen so blaß heeft Mendelssohn nooit afgemaakt. Midden in het woord 'Leichenduft’ in de zin 'warum steigt denn aus dem Balsamkraut hervor ein Leichenduft' brak hij zijn toonzetting af. Waarom? Mendelssohns zus Fanny heeft hetzelfde gedicht van Heine een paar jaar later getoonzet, waarbij zij het woord 'Leichenduft' door 'Blütenduft' verving. Op elegante wijze omzeilde zij hiermee de al te plastische verwijzingen naar de dood. Zover kwam Mendelssohn niet. 'H.d.m.' schreef hij naast de afgebroken frase, 'Hilf Du mir'. Het is alsof het hem opeens te veel werd. Mendelssohn hield van de natuurlyriek in Heines gedichten; met de bleke rozen, de zwijgzame viooltjes en de klaaglijk zingende leeuwerik kon hij goed uit de voeten, maar dat er een lijkenlucht optrok uit het balsemkruid leek te veel van het goede. Waarmee ook de vraag uit de titel van Reimanns cyclus beantwoord wordt: ja, es soll der Tod bedeuten. De dood die al van meet af aan in kale en fragiele samenklanken zijn opwachting maakt in de bewerking van Reimann.

Hoe anders laat Johannes Brahms zijn verliefde protagonisten 'auf Flügeln des Gesanges' naar andere oorden vervoeren in zijn Liebeslieder-Walzer. Brahms maakte voor deze cyclus een selectie uit de liefdesgedichten die dichter en filosoof Georg Friedrich Daumer in 1855 bij elkaar bracht. De achttien gedichten bezingen op een haast speelse manier alle facetten van de liefde: het verlangen, de weigering, de afwijzing, de droefenis, de obsessie zelfs, maar ook de vrolijkheid. De vier solostemmen - een kwartet - gaan dan weer eens gelijk op, dan weer zingen zij twee aan twee. Al in het derde lied geven de mannen toe dat zij zonder vrouwen allang het klooster in waren gegaan - O die Frauen, o die Frauen - waarna in het volgende lied de vrouwen verzuchten dat zij als een mooie zonsondergang zouden willen stralen en die ene zouden willen vinden, die ene die voor hen uitverkoren is. De boze wereld buiten de deur houden en gezamenlijk strijden tegen de vijand is ook een facet van het bezingen van de liefde. In Nein, es ist nicht auszukommen richt het viertal zich tegen de onverdraaglijke mensen en roept in het volgende lied - Schlosser auf, und mache Schlösser - de slotenmakers op zich af te sluiten voor de achterklap van mensen.

Zoals de titel van de cyclus al verraadt, staat alles in de driekwartsmaat van een wals genoteerd. Brahms schreef deze Liebeslieder-Walzer toen hij zich definitief in Wenen vestigde en daar de walsen van Johann en Josef Strauß leerde kennen. Brahms had grote bewondering voor het werk van Johann Strauß jr. Zo signeerde hij eens een foto van hemzelf en Johann Strauß jr. met zijn eigen openingsthema van de Vierde Symfonie en met het thema van An die schöne blaue Donau als contrapunt. Een andere keer signeerde hij met een deel uit diezelfde An die schöne blaue Donau, waaronder hij schreef: 'Leider nicht von Brahms'. In de Liebeslieder-Walzer refereert hij aan dit werk in het lied Am Donaustrande.

Hoewel er geen sprake is van een verhaallijn in deze cyclus Liebeslieder-Walzer, zoals bijvoorbeeld wel het geval is bij Die schöne Magelone, is de volgorde van de liederen niet willekeurig. Er is altijd sprake van een bepaalde opbouw, niet alleen in muzikale zin maar ook tekstueel. Zo zingen in Vöglein durchrauscht die Luft de sopraan en alt over vogels die een tak zoeken om op te rusten, een metafoor voor het hart dat een ander zoekt om lief te hebben. In de begeleiding klinkt een onrustig gefladder van de zoekende vogels. Daarna volgt Sieh, wie ist die Welle klar voor tenor en bas waarin de rustige golven uit het gedicht hoorbaar zijn in de muziek. In Nachtigall, sie singt so schön keert het kwartet weer terug naar de metafoor van de vogel, maar het onrustige gefladder is verdwenen in de pianobegeleiding: de liefde is gevonden!

Susan Dorrenboom

Ellen Valkenburg / sopraan
Ellen Valkenburg studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Maria Acda en Sasja Hunnego en haalde in 2004 haar master. Ze volgde masterclasses bij onder andere Elly Ameling en Robert Holl en had les van onder meer Margreet Honig en Meinard Kraak. In 2012 kreeg ze het Margit Widlund Stipendium toegekend, dat is bestemd voor jonge zangeressen met een bijzondere podiumpresentatie.
Samen met pianiste Andrea Vasi won zij verscheidene prijzen, waaronder de 'Prijs van de Vrienden van het IVC’. Al enkele jaren vormt zij een duo met pianist Maurice Lammerts van Bueren. Met hem en vier andere zangeressen maakt zij deel uit van het Coco Collectief. Met Lammerts van Bueren maakte zij ook de succesvolle cd Les Apaches met Spaans- en Franstalig repertoire die uitstekend ontvangen is.

Rosanne van Sandwijk / mezzosopraan
Rosanne van Sandwijk ronde haar studie cum laude af aan het Conservatorium van Rotterdam, waar zij les had van Roberta Alexander. Zij wordt gecoacht door onder anderen Anne Sofie von Otter en Margreet Honig. Van Sandwijk is laureaat van de Académie Européenne de Musique in Aix-en-Provence, waar zij meerdere liedrecitals gaf. Zij behaalde meerdere prijzen waaronder de oratoriumprijs tijdens het 48ste Internationaal Vocalisten Concours en de GrachtenfestivalPrijs.
Als operazanger en solist werkte zij samen met gerenommeerde musici en orkesten met repertoire dat reikt van barok tot minimal music. Verder was ze te horen in liedrecitals, waarbij ze optrad met onder andere Malcolm Martineau, Julius Drake en Kristian Bezuidenhout.

Peter Gijsbertsen / tenor
Peter Gijsbertsen studeerde cum laude af aan het conservatorium van Utrecht. Na zijn afstuderen ontving hij de John Christie Award in Glyndebourne. Hij is drievoudig winnaar van het Internationaal Vocalisten Concours in ’s-Hertogenbosch, waar hij onder andere de hoofdprijs in de categorie Lied won. In 2018 ontving hij de Nederlandse Muziekprijs. De jury was onder de indruk van zijn klankrijkdom.
Hij was de afgelopen jaren te horen in diverse operarollen, oratoria en heeft een zeer uitgebreid liedrepertoire. Hij nam meerdere cd’s op waarvoor hij lovende recensies ontving. Het overbrengen van de emotie in de muziek is voor hem het belangrijkst.

Roderick Williams / bariton
Roderick Williams is een van de meest geliefde baritons van dit moment. Hij vertolkt een breed repertoire - van barok tot hedendaagse muziek - en treedt op als operazanger en solist in concertzalen en op festivals wereldwijd. Behalve uitvoerend musicus, is hij ook componist. Zijn werken gingen in première in concerten op tijdens liveoptredens op de Britse radio.
Momenteel is Williams singer-in-residence voor Music in the Round in Sheffield, waar hij concerten verzorgt en leidinggeeft aan dynamische en innovatieve leer- en participatieprojecten die amateurzangers van alle leeftijden kennis laten maken met het uitvoeren van klassiek liedrepertoire.

Henk Neven / bariton
Henk Neven is een van de meest bevlogen liedvertolkers van zijn generatie. Hij ontving in 2009 een Borletti-Buitoni Fellowship en nam deel aan het prestigieuze BBC Radio 3 New Generation Artists Scheme. In 2011 ontving hij de Nederlandse Muziekprijs, de hoogste onderscheiding die door het ministerie van OCW aan een musicus werkzaam in de klassieke muziek wordt uitgereikt.
Neven werkt met diverse orkesten en ensembles, en is actief op zowel nationale als internationale operapodia in diverse rollen. Hij staat onder contract bij het platenlabel Onyx. Zijn opnames met deze maatschappij krijgen lovende kritieken. In 2022 geeft artistiek leider Robert Holl het stokje door en neemt hij samen met Hans Eijsackers de artistieke leiding van het festival over.

Hans Eijsackers / piano
Hans Eijsackers studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam en de European Mozart Academy in Kraków. Zijn docenten waren Gérard van Blerk, Jan Wijn en György Sebök. Hij won prijzen bij het Europees Pianoconcours en ontving de Zilveren Vriendenkrans van het Concertgebouw. Momenteel is hij professor Liedgestaltung aan de Robert Schumann Hochschule in Düsseldorf.
Eijsackers treedt veelvuldig op als solist, kamermusicus en liedbegeleider en vormt een bevlogen liedduo met Henk Neven. Daarnaast is hij als jurylid en masterclassdocent regelmatig te gast in binnen- en buitenland en is artistiek leider van het van het Internationaal Studenten LiedDuo Concours in Groningen. In 2022 neemt hij samen met Henk Neven de artistieke leiding van het festival over van Robert Holl.

Iain Burnside / piano
Iain Burnside wordt wel de ideale liedpianist genoemd en werkte samen met ’s werelds grootste zangers, waaronder Roderick Williams. Hij nam ruim vijftig cd’s op waarop hij een breed liedrepertoire vertolkt en dat bekende en minder bekende werken bevat. Over zijn verkenningen van Schots, Engels en Iers repertoire schreef de pers dat ‘de resultaten opwindend’ waren. Burnside initieerde een nieuwe vorm van dramatische recitals en is naast zijn concertpraktijk artistiek leider van het Ludlow English Song Weekend en artistiek adviseur van de Grange Park Opera. Hij geeft masterclasses in binnen- en buitenland, is docent aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen en programmeert voor Wigmore Hall.

Joris Van Rijn / viool - Ruysdael Kwartet
Joris van Rijn studeerde achtereenvolgens aan het Zwolsch Conservatorium, het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar hij met onderscheiding afstudeerde, en aan de Juilliard School in New York. In 1999 won hij de tweede prijs op het Oscar Back Nationaal Vioolconcours én de AEX prijs voor zijn interpretatie van het verplichte werk. Sindsdien trad hij op als solist met verscheidene grote orkesten.
Met het Ruysdael Kwartet en het Ensemble Cameleon won hij de prestigieuze Kersjesprijs. Daarnaast is hij artistiek organisator van het klassieke muziekfestival Linari Classic in Italie en sinds 2002 concertmeester van het Radio Filharmonisch Orkest.

Emi Ohi Resnick / viool - Ruysdael Kwartet
Emi Ohi Resnick debuteerde al op 15-jarige leeftijd en trad sindsdien wereldwijd op. Ze studeerde aan het Curtis Institute of Music, aan de Juilliard School en aan de Praagse Mozart Academie. Daarnaast werkte zij nauw samen met Györgi Kurtàg. Ze wordt geroemd om haar ‘interpretatie van wereldklasse’ en haar buitengewone spel.
Resnick tradt op in de Young Artists Showcase, een radioserie op een New Yorkse zender, en maakte radio- en tv-opnames binnen en buiten de VS. Er zijn vele nieuwe werken voor haar geschreven en behalve met het Ruysdael Kwartet speelt ze regelmatig met andere kamermuziekgezelschappen en kwartetten.

Gijs Kramers / altviool - Ruysdael Kwartet
Gijs Kramers studeerde aan de conservatoria van Groningen en Den Haag en de Musikhochschule in Hannover. Ook volgde hij masterclasses bij onder meer György Kurtàg. Als solist trad hij op in de belangrijkste concertzalen. Naast zijn solistische werk, is hij altviolist bij The Philharmonia Orchestra Londen en het Ruysdael Kwartet en is hij actief op het gebied van Muziektheater.
Behalve altviolist is hij arrangeur, componist, dirigent en artistiek leider van het Ricciotti Ensemble, waarmee hij verschillende van zijn eigen composities uitvoerde. Zijn werken werden ook ten gehore gebracht door onder meer het Nationaal Jeugdorkest, het Nederlands Studenten Orkest en het Tate Ensemble.

Michael Müller / cello - Ruysdaelkwartet
Michael Müller studeerde cello aan de Musikhochschule in München en de Universität der Künste in Berlijn. Na zijn opleiding volgde hij masterclasses bij Boris Pergamensjikov, David Geringas en Heinrich Schiff. Kamermuziek studeerde hij bij het Lasalle Kwartet en het Amadeus Kwartet en bij Sandor Vegh.
Müller was achtereenvolgens solocellist bij de Kammerphilharmonie Bremen, het Radio Kamerorkest, de Radio Kamer Filharmonie. Sinds 2013 is hij als solocellist werkzaam bij het Radio Filharmonisch Orkest. Daarnaast treedt hij door heel Europa op als kamermusicus. Voordat hij zich in 2019 bij het Ruysdael Kwartet voegde, was hij cellist bij het Parkanyi Kwartet (voorheen Orlando kwartet) en lid van Ensemble LUDWIG.

locatie
Grote kerkzaal / Zusterplein 12 / 3703 CB Zeist

Ellen Valkenburg heeft een fraaie, ranke stem, die ze met grote muzikaliteit en zuiverheid inzet.

~ Erik Voermans (Het Parool)

Zelden hoor je een bariton die zo subtiel zingt in schakeringen van dynamiek en toon als de Nederlandse bariton Henk Neven.

~ Edward Greenfield (Gramophone Magazine)

Het Ruysdael Kwartet maakte met een fenomenale uitvoering duidelijk tot de absolute wereldtop te behoren.

~ Winand van de Kamp (Haarlems Dagblad)

Delen met anderen

Geplaatst op

Winnaarsrecital

zaterdag

21 mei

16.00 - 18.00

Winnaarsrecital

Magnus Walker, tenor
Eunji Han, piano
Karola Pavone, sopraan
© Michael Staab
Boris Radulović, piano
© Michael Staab

Tarieven
Losse kaarten
Normaal € 20 / Vrienden ILFZ € 18 / < 30 jaar € 5

Dagkaart 
Normaal € 63 / Vrienden ILFZ € 57
De dagkaart voor 21-05-2021 geeft toegang tot de de Presentatierecital Masterclass, het recital Winnaars Young Artists Platform 2021 én het avondrecital.

Passe-Partout
Normaal € 350 / Vrienden ILFZ € 315
Bezoek met maar liefst 40% korting:
- 14 recitals,
- 16 masterclasses,
- 4 lezingen en meer.
Een passe-partout geeft toegang tot alle voor publiek toegankelijke evenementen van het festival.

Vrienden ILFZ
Bent u geen Vriend van het festival maar wilt u wél gebruik maken van het gereduceerde Vriendentarief? Kies dan bij kaarten bestellen de optie ‘Vriendentarief’ en voeg in de winkelmand ‘Vriend worden’ toe.

Wat stelt een festival voor, wanneer het niet inspeelt op de actualiteit? Keer op keer blijkt hoe de teksten van liederen en de uitvoeringen door hedendaagse kunstenaars ons bestaan weerspiegelen en ons daarom als luisteraar blijven ontroeren en fascineren. Maar ook de manier waarop een nieuwe generatie musici programma’s samenstelt en vormgeeft speelt in op eigentijdse ontwikkelingen, voortbouwend op een rijke traditie.

WINNAARS YOUNG ARTIST PLATFORM OXFORD 2022
Magnus Walker
, tenor
Eunji Han, piano 

AN DIE FERNE
Schubert en Beethoven schreven beiden zo’n zeshonderd liederen, maar het is Schubert die alom wordt gezien als de grote - misschien wel grootste - liedcomponist die de muziek rijk. Beethoven wordt vooral gekend door zijn grote symfonieën, pianosonates en strijkkwartetten. En alhoewel hun werken muzikaal duidelijk verschillen, mogen we het stempel dat Beethoven op de liedkunst drukte niet uitvlakken. Met zijn subtiele tekstbehandeling en complexe pianopartijen was hij de wegbereider voor vele liedcomponisten die nog zouden volgen, zoals Schubert en ook Schumann. Zijn cyclus An die ferne Geliebte is een werk waaruit grote oorspronkelijkheid spreekt en is nog steeds een mijlpaal in het vroegromantische liedrepertoire. Het is bovendien de eerste liedcyclus met een doorlopend verhaal, over een onbereikbare geliefde. Een onderwerp dat ook in de liederen van Schubert die vanmiddag ten gehore worden gebracht doorklinkt.
 
Van Johannes Brahms is bekend dat hij Beethoven vereerde. In zijn huis keek dienst marmeren buste neer op de plek waar Brahms componeerde en van sommige passages kun je zeggen dat ze doen denken aan de werken van Beethoven. Volgens tijdgenoot en huisvriend Robert Schumann zou Brahms de volgende grote componist na Beethoven worden. Een ‘voorspelling’ die Brahms vastbesloten was na te leven en die zijn perfectionisme aanwakkerde. Maar naast Beethoven was toch ook vooral zijn persoonlijk leven een grote inspiratiebron. En ook hij - zo gaat het gerucht - kende een grote, onbereikbare geliefde: Clara Schumann. De weemoed die hij daarover gevoeld moet hebben hoor je terug in de drie liederen van zijn hand.

PROGRAMMA
Franz Schubert (1797 - 1828)
An die Entfernte  D 765
Willkommen und Abschied  D 767
Nachtstück  D 672
Schwanengesang  D 744
 
Johannes Brahms (1833 - 1897)
Nachklang  Op. 59/4
An eine Äolsharfe  Op. 19/5
Wie Melodien  Op. 105/1
 
Ludwig van Beethoven (1770 - 1827)
An die ferne Geliebte (1816) Op. 98
1. Auf dem Hügel sitz ich spähend
2. Wo die Berge so blau
3. Leichte Segler in den Höhen
4. Diese Wolken in den Höhen
5. Es kehret der Maien, es blühet die Au
6. Nimm sie hin denn, diese Lieder

WINNAARS YOUNG ARTIST PLATFORM ZEIST 2021
Karola Pavone
, sopraan
Boris Radulović, piano

CETTE NUIT, J'AI RÊVÉ ...
Liefde en verlies zijn altijd dankbare onderwerpen geweest in het liedrepertoire en ook in dit programma echoën de woorden van Heine’s Auf Flügeln des Gesanges door. Enerzijds spelen wind en natuur een belangrijke rol, anderzijds de verbinding tussen vragen over ons bestaan en de antwoorden daarop, die we zoeken in onszelf en in onze fantasie. Behalve Clara Schumann leren we ook de Française Rita Strohl kennen: een vrouwelijke componist - protégée van onder anderen Fauré en Duparc- die naar de mening van dit duo veel meer bekendheid verdient.

Al sinds 2013 vormen Karola Pavone en Boris Radulović een duo met een gezonde nieuwsgierigheid naar ten onrechte veronachtzaamd repertoire en Franse muziek. Vanaf het begin waren ze daarmee succesvol op concoursen en als rising stars traden ze daarom in 2017 al eens bij ons op. In oktober 2021 werden ze tijdens de eerste editie van het Young Artist Platform uitverkoren om optredens te verzorgen in Zeist en in Oxford, ze worden dus al vertrouwde gezichten!

PROGRAMMA
Clara Schumann (1819 - 1896)
Lorelei (Heine)
Sie liebten sich beide  Op. 13/2 (Heine)
Ich stand in dunklen Träumen Op. 13 nr. 1 (Heine)

Rita Strohl (1865-1941)
uit: Bilitis (Louys)
Le sommeil interrompu
La flute de Pan
La Chevelure
Le Serment

Olivier Messiaen (1908 - 1992)
La fiancée perdue (uit: Trois mélodies; Messiaen)
Bail avec Mi (uit: Chants de terre et de ciel; Messiaen)
Pourquoi? (uit: Trois mélodies; Messiaen)

August Bungert (1845-1915)
Warum sind denn die Rosen so blass?  Op. 11/1 (uit: Junge Leiden; Heine)
Glück  Op. 4/6 (Eichendorff)
Reinigung  Op. 12/2 (Heine)

AN DIE FERNE
Een eenzame wandelaar, verlangend starend in de verte, te midden van de natuur. Met zijn rug naar de mensheid toegekeerd, zijn gezicht niet zichtbaar. Wie deze eenzame wandelaar is, zal ons nooit helemaal duidelijk worden. Hij is niet meer bij ons, hij is op weg naar andere oorden, welke dat ook moge zijn. Zijn vertrek is zelfgekozen of gedwongen, zijn liefde laat hij achter.

Het schilderij van Caspar David Friedrich waarop dit tafereel is te zien is de romantiek ten voeten uit, het is als een lied van Franz Schubert in penseelstreken opgetekend. An die Entfernte is een lied dat de wandelaar van Friedrich in gedachte zou kunnen hebben. Goethe schreef het na zijn terugkeer uit Italië, mogelijk met Charlotte von Stein in gedachten. Aansluitend bij deze tekst laat Schubert het tempo vertragen in het middendeel, de afsluitende strofe is onrustig, vol 'Sehnsucht'.

Nog meer onrust klinkt er in Willkommen und Abschied, eveneens van de hand van Goethe. De ik-figuur kent een groot geluk: hij verlaat dan wel zijn geliefde, maar hij is zelf ook een geliefde. Hij laat iemand achter die naar hém verlangt. Toch gaat de dichter op weg, hij kent geen rust

Die rust vindt hij uiteindelijk in de nacht; in de romantiek vaak een metafoor voor de dood. In Nachtstück is van een metafoor geen sprake, hier wordt zonder vrezen de rust van de dood bezongen. Mayrhofer schreef dit gedicht in 1819 toen hij met Schubert samenwoonde en werkte: '… und die Liebe für Dichtung und Tonkunst machten unser Verhältniß inniger: ich dichtete, er komponierte, was ich dichtete und wovon Vieles seinen Melodien Entstehung, Fortbildung und Verbreitung dankt'. Deze samenwerking mocht niet verhinderen dat Mayrhofer later zelfmoord pleegde.

Waar in Nachtstück nog een nieuwe lente gloort met groene weiden, is daar in Schwanengesang geen sprake van. Het leven staat al stil in het gedicht, de muziek laat Schubert dematerialiseren tot pure verstilling. Had het te maken met de grote emotionele crisis waar Schubert onder leed, in het begin van de jaren '20 van de 18e eeuw toen dit lied ontstond?

In Nachklang van Johannes Brahms worden tranen met regendruppels vergeleken, er lijkt sprake van groot maar verder niet nader benoemd verlies. In An eine Äolsharfe rouwt iemand om het verlies van een jongeman, gaat het hier om de jongere broer van dichter Edward Mörike?

Gevoelens laten zich moeilijk vangen, stelt de dichter Klaus Groth in Wie Melodien. Wie ze in woorden probeert te vatten, kan er niet te dichtbij komen, want dan is het als mist die oplost. Dat maakt het dichten voor een poëet tot een hachelijk zaak, maar Klaus Groth probeert het toch en Brahms zet het op prachtige melodieuze lijnen. Alleen als in de tweede strofe de 'Nebelgrau' opdoemt, lijkt de melodie tot stilstand te komen.

An die ferne Geliebte is een van de eerste liedcycli die geschreven is. Ludwig van Beethoven bereidt hier de weg voor werken als Winterreise en Die schöne Müllerin. Maar anders dan deze liedcycli, waarin elk lied een afgerond geheel is, verbindt Beethoven de liederen met elkaar door korte tussenspelen toe te voegen. Bovendien liet hij in het laatste lied materiaal uit het eerste lied terugkomen, waarmee de cirkel weer rond is.

De jonge student medicijnen Alois Isidor Jeitteles schreef zes gedichten die romantisch van opzet zijn: alle liederen zijn strofisch en bevatten vele verwijzingen naar de natuur, terwijl er gepeinsd wordt over de liefde. In het eerste lied zit een eenzame dichter op en heuvel en kijkt naar de verte, terwijl hij naar zijn geliefde verlangt. Hij vindt troost in de ongerepte natuur, waar in het tweede en derde lied achtereenvolgens blauwe bergen en een beekje opduiken en in het vierde liedwolken en vogels. Maar de terugkeer van de lente - op zich een groots moment - maakt de dichter bedroefd. Van hereniging zal geen sprake meer zijn. Bij wijze van liefdesverklaring biedt de dichter deze zes liederen aan zijn geliefde aan.

Er gaan wel stemmen op dat Beethoven hiermee zijn onsterfelijke liefde die hij in een brief uit 1812 benoemde, wilde bezingen. Maar An die ferne Geliebte dateert van ruim vier jaar later. Bovendien, Beethoven droeg de liederen op aan Franz Joseph Lobkowitz, wiens vrouw juist enige maanden eerder was overleden. Wellicht is zij die 'ferne Geliebte'?

Susan Dorrenboom

***

CETTE NUIT, J’AI RÊVÉ ...
Clara Wieck was een begenadigd pianiste en een veelbelovend componiste toen zij - ondanks hevige tegenwerking van haar vader - haar huwelijksplannen met Robert Schumann doorzette. Voor veel zeer getalenteerde vrouwen betekende een huwelijk in de negentiende eeuw het einde van een veelbelovende carrière, zo niet voor Clara Schumann. En gelukkig maar. Clara was een veel beter pianist dan haar echtgenoot en daarmee onder meer een warm pleitbezorger van het pianowerk van haar man. Maar Robert was zelf ook onder de indruk van het werk zijn echtgenote en bleef haar constant stimuleren om vooral te blijven componeren en zette zich bovendien in om haar werk ook uitgegeven te krijgen. Daarmee toonde Robert zich op de keper beschouwd geëmancipeerder dan Clara zelf, die de kwaliteit van haar eigen werk ten onrechte bleef bagatelliseren.

Clara en Robert hielden een gezamenlijke bundel bij waarin zij poëzie verzamelden die zij geschikt achtten om liederen op te componeren. Hoe belangrijk de strekking en juiste interpretatie van teksten voor Clara waren, beschreef zij in een dagboekfragment. Daarin stelde zij vast dat veel zangers een pover tekstbegrip tonen en zich ten onrechte vooral focussen op de vocale lijnen. In Lorelei laat Clara Schumann tekstexpressie en muzikale expressie op indringende wijze samenvloeien. De uiterst virtuoze pianobegeleiding met een aaneenschakeling van triolen verraadt de pianovirtuoos in Clara, maar zij stelt die virtuositeit geheel ten dienste van het drama dat zich op de beroemde tekst van Heine in pakweg twee minuten als een mini-opera ontvouwt.

De tragiek van wederzijds niet erkende liefde in Sie liebten sich beide wordt door Clara Schumann op een even eenvoudige als effectieve manier onderstreept met een wiegende beweging die hapert en maar niet op gang wil komen. Even tragisch is de derde Heine-tekst die Clara inspireerde: een blik op het portret van een verloren liefde laat de tranen de vrije loop.

Al snel viel Pierre Louÿs door de mand toen hij in 1894 een bundel van 143 gedichten liet publiceren onder de naam Bilitis als zijnde een verzameling oude Griekse gedichten. Hij wilde doen geloven dat de gedichten van Bilitis waren, een dichteres die zou hebben geleefd in de tijd van Sappho. Wie de werkelijke dichter was werd al snel duidelijk, maar de sensuele, erotisch geladen gedichten vielen desondanks zeer in de smaak en inspireerden onder meer componisten, waaronder Claude Debussy, maar ook Rita Strohl.

Wie, Rita Strohl? Nooit van gehoord? Heel vreemd is dat niet, want deze Franse pianiste en componiste is danig in vergetelheid geraakt. Toch was Rita Strohl rond 1900 een gevestigde naam in het Parijse muziekleven. Componisten als Franck, Fauré en Duparc prezen haar werk zeer, maar na de Eerste Wereldoorlog raakte ze in vergetelheid. De afgelopen tien jaar groeit de belangstelling voor haar werk langzaam maar zeker. Een aantal kamermuziekwerken is inmiddels opgenomen, uitgebracht en met enthousiasme ontvangen. Ook is er een heruitgave gerealiseerd van Strohls Poème en 12 Chants, Extrait Des Chansons De Bilitis, een bundel die in 1898 in druk verschenen was. De bundel bevat dus twaalf liederen op een selectie van gedichten uit Bilitis, een aantal van deze twaalf gedichten is ook door Debussy getoonzet.

Karola Pavone en Boris Radulović breken een lans voor de in hun ogen onterecht vergeten liederen van Strohl. Vier van de twaalf liederen van Bilitis staan op het programma, het belooft een bijzondere ervaring te worden. Hoe ze klinken is nog een verrassing, want voor zover bekend is er nog geen opname van de werken beschikbaar. Afgaande op de al wel opgenomen kamermuziek, is het werk met een grote lyrische kracht die past in de laat Frans-romantische idioom van Franck, Fauré en Saint-Saëns. Dit in combinatie met de de zwoel-erotische lading van gedichten als La flûte de Pan en La chevelure zou wel eens een betoverde combinatie kunnen opleveren.

Eigen gedichten liggen aan de basis van de twee liederen uit Trois mélodies van Olivier Messiaen die vandaag worden uitgevoerd. De liederen zijn geschreven in 1930, het jaar dat de componist zijn conservatoriumstudie in Parijs voltooide. Het idioom van Debussy en Satie is dan hoorbaar opgeslagen in het geheugen van de componist, maar toch hebben de liederen iets geheel eigens, en dat heeft niet alleen met de tekst te maken. Complexe akkoorden in de rechterhand van de piano werpen een blik vooruit in de richting waarin de componist zich zou gaan ontwikkelen.

La fiancée perdue kent binnen het lied een scherp contrast tussen de opening en het slot. Een extatisch begin bezingt de bruid in al haar glorie. Een scherpe cesuur volgt, de bruid is getuige de liedtitel verloren, een gebed voor haar zielenheil volgt. Dit gebed is voorzien van een even verstilde als betoverende begeleiding vol spannende akkoordprogressies die dus al vooruitwijzen naar het latere werk van de componist. Pourquoi? werpt slechts vragen op. Waarom beleeft de vragensteller geen plezier aan de vogels, de lucht en het water, waarom niet aan de seizoenen? Waarom? Het commentaar van de componist zelf wordt geleverd in de discant van de piano. Maar op de immer repeterende vraag ‘Waarom?’ heeft de componist uiteindelijk ook geen antwoord en aldus eindigt het lied ook muzikaal gezien in een vraagteken.

De bruid die verloren was, is hervonden in het derde lied - ook op een eigen gedicht - van Olivier Messiaen dat tijdens dit recital wordt uitgevoerd. Bail avec Mi is het openingslied uit de cyclus Chants de terre et de ciel uit 1938. De bruid in kwestie is de violiste Claire Delbos, de eerste vrouw van de componist. ‘Mi’ was het koosnaampje dat Messiaen voor haar gebruikte, dit openingslied is aan haar opgedragen. De fysieke, maar ook spirituele verbondenheid tussen componist en geliefde wordt bezongen. De lyrische, maar ook hortende vocale lijn wordt op hoogst individualistische wijze becommentarieerd en onderbroken door de begeleiding. Toch ontstaat er een groeiende eenheid in hun verscheidenheid.

De Waarom?-vraag keert in dit recital nog een keer terug, maar nu in een gedicht van Heinrich Heine in een zetting van August Bungert. En wellicht dat u zich net als bij Rita Strohl afvraagt: 'pardon, wie?'. August Bungert dus, Duitser van geboorte, op voorspraak van Max Bruch enige tijd studerend in Parijs, maar uiteindelijk zijn heil zoekend in Italië en zijn vaderland. Ontmoetingen met Nietsche, Verdi, maar vooral de innige vriendschap met de koningin van Roemenië - die veelvuldig in Italië verbleef - legde hem geen windeieren. Deze koningin publiceerde onder de naam Carmen Sylvia veel poëzie. Bungert schreef een flink deel van zijn liedoeuvre - dat in totaal ruim 360 liederen beslaat - op poëzie van haar hand. Met haar deelde hij onder andere ook een voorliefde voor Griekse mythologie.

De vriendschap met het Roemeense hof leverde Bungert bestaanszekerheid op, plus de vrijheid om te werken aan een enorm muziektheaterproject dat de tegenhanger zou moeten worden van Wagners Ring des Nibelungen. Deze tetralogie Die Homerische Welt bracht Bungert veel erkenning en aanhang, met name onder het meer behoudende, maar tegelijkertijd kosmopolitischer deel van de operaliefhebbers. Er is zelfs sprake geweest van een eigen muziektheater dat zou moeten verrijzen in Bad Godesberg en dat een tegenhanger zou moeten worden van Bayreuth. De geschiedenis beschikte anders, zoveel mag duidelijk zijn. Wie ook maar íets van Bungert wil horen of wil leren kennen zal heel goed moeten zoeken.

Wat dat betreft valt u vandaag met de neus in de boter met drie liederen van Bungert, twee op gedichten van Heine en één op een gedicht van Eichendorff. De Waarom?-vraag waar eerder aan gerefereerd werd, komt aan bod in Warum sind denn die Rosen so blass? Een jongeling vraagt zich af waarom hij verlaten is door zijn lief en niets, werkelijk niets hem meer kan troosten. Romantischer kan het nauwelijks, en de zetting van Bungert voegt zich daar volledig in, waarbij de componist de wrange akkoorden bewaart voor de slotvraag: waarom verliet je mij? Waaróm?

De laatste strofe van Bungerts lied Reinigung refereert thematisch sterk aan Wagners Der Fliegende Holländer: 'Hoiho! hoiho! Da kommt der Wind! / Die Segel auf! Sie flattern und schwelln! / Über die stillverderbliche Fläche / Eilet das Schiff / Und es jauchzt die befreite Seele.' Muzikaal gezien tapt Bungert echter uit een behoudender vaatje zoals zal blijken.

Van totale verrukking is sprake in Bungerts zetting van Eichendorffs Glück. En laten we om af te sluiten de Waarom?-vraag nu wel eens beantwoorden: omdat ik vandaag mijn liefje weer zal zien!

Robert Andriessen

Magnus Walker / tenor
Magnus Walker studeert voor zijn master aan de Royal Academy of Music in Londen en won recent de eerste prijs bij de Joan Chissell/Rex Stephens award for Schumann Lieder. Al tijdens zijn studie trad hij regelmatig op bij de Academy song circle en bracht hij Mario Ferraro’s liedcyclus Songs from a distant Land voor tenor en guitar in première. In 2017 debuteerde hij internationaal als tenorsolist in Brittens War Requiem en is regelmatig te horen als solist in oratoria en opera’s, en als liedzanger. Recent debuteerde hij ook in Wigmore Hall tijdens een concert ter ere van de tweehonderdste verjaardag van de Academy.

Eunji Han / piano
Eunji Han studeerde aan conservatoria in Zuid-Korea, Frankrijk, Zwitserland en in het Verenigd Koninkrijk. Masterclasses volgde ze bij onder meer Graham Johnson, Helmut Deutsch en Hartmut Höll. Haar passie voor hedendaagse muziek bracht haar ertoe Ensemble Dimensions op te richten, waarmee ze werken van jonge componisten in première bracht en een educatief project voor scholen organiseerde. Ook is zij een van de oprichters van Trio André dat klassiek repertoire voor pianotrio met hobo, cello en piano herontdekt. Haar constante onderzoek naar de Franse componisten Lili en Nadia Boulanger leverde haar een televisieoptreden bij Radio Télévision Suisse op. Eunji treedt veelvuldig op in grote concertzalen wereldwijd en tijdens diverse festivals.

Karola Pavone / sopraan
Karola Pavone groeide op in een muzikaal gezin en trad al op haar 17e op als solist. Ze studeerde aan de Musikhochschule in Keulen en vervolgens aan de Göteborg University Opera School in Zweden waar zij cum laude afstudeerde. Daarnaast volgde zij verscheidene masterclasses. Inmiddels heeft zij zich ontwikkeld tot een geliefd en veelzijdig solist en maakte furore met zowel de opera als lied- en kamermuziekconcerten.
Ze vormt al enkele jaren een duo met pianist Boris Radulović, met wie zij in 2019 hun eerste cd uitbracht. In 2021 werden zij een van de twee prijswinnende duo’s tijdens het eerste Young Artist Platform van ons festival.

Boris Radulović / piano
Zijn liefde voor de piano ontdekte Boris Radulović al op jonge leeftijd. Na het afronden van zijn studie vervolgde hij zijn opleiding bij de vermaarde pianist Pierre-Laurent Aimard, wiens invloed een duidelijke stempel op zijn muzikale ontwikkeling heeft gedrukt. Daarnaast volgde hij cursussen bij gerenommeerde musici en won vele prijzen.
Radulović is een veelgevraagd concertpianist die gewaardeerd wordt om zijn elegantie en innerlijke harmonie. Hij boekte successen op podia wereldwijd en vormt met Karola Pavone al enkele jaren een liedduo. Eind 2019 brachten zij hun eerste cd uit. In 2021 werden zij een van de twee prijswinnende duo’s tijdens het eerste Young Artist Platform van ons festival.

locatie
Grote kerkzaal / Zusterplein 12 / 3703 CB Zeist

De warme, ronde stem van Karola Pavone boeide niet alleen met haar vlijmscherpe declamatie; hij gaf blijk van een zeer volwassen muzikaliteit. Ze houdt zich niet bezig met gemakkelijke emoties, maar eerder met de hele wereld van gevoelens die vocaal kunnen worden uitgedrukt.

~ Bonner Generalanzeiger

Boris Radulović’ spel is uiterst precies, rijk genuanceerd en vol expressie.

~ Münsterlandzeitung

De voordracht van Magnus Walker was in muzikaal en tekstueel opzicht helder en tot in de puntjes verzorgd.

~ John Quinn voor Seen and Heard International

Delen met anderen

Geplaatst op

Festivalkoor: Im Freien zu singen

FESTIVALKOOR

zaterdag

21 mei

15.00 - 15.30

Festivalkoor: Im Freien zu singen

Inge van Keulen, koordirigent

Koordirigent Inge van Keulen studeerde met ervaren koorzangers drie liederen in uit Sechs Lieder im Freien zu singen van Felix Mendelssohn Bartholdy (opus 59/1, 2 & 5). Aangezien Mendelssohn deze liederen bedoelde voor uitvoering in de openlucht, schreef hij ze voor koor à capella. De uitvoeringen vinden daarom plaats in de buitenlucht: op het Zusterplein en het vlakbij gelegen Walkartpark.

Zelf meedoen aan het festivalkoor? Klik hier voor meer informatie.

Inge van Keulen / koordirigent
Inge van Keulen studeerde zang aan het conservatorium Helicon bij Mariola Niedzielska, en volgde daarnaast lessen bij Christiaan Boele en Rebecca Stewart. In 2016 voltooide ze de applicatieopleiding koordirectie voor vakmusici aan het Utrechts Conservatorium, waar zij les had van Fokko Oldenhuis en Rob Vermeulen.  Vanuit de wens om zichzelf uit te dagen en door zingen dieper tot de kern te komen en anderen aan te moedigen dat ook te doen, volgde zij diverse lessen en cursussen in onder meer solozang, barokmuziek, methodiek lichte muziek en muziekfenomelogie. Inge is onder meer actief als zangeres, koordirigent en organiseert meezingochtenden in theaters.

Koorconcert
zaterdag 21 mei / 15.00 - 15.30 uur / Walkartpark

Locatie
Buiten / Walkartpark / 3701 GL Zeist

Het eerste wat opvalt: Dains magnifieke stem. Het tweede is de symbiose van zangeres en pianist. Het gebeurt niet vaak dat Messiaen, Debussy, Dutilleux en de Frans-Finse componist Kajia Saariaho zo subliem worden verdedigd

~ Guido van Oorschot, Volkskrant

Delen met anderen

Geplaatst op

Poëtisch Perzië voor liedduo’s & Brahms: over liefde verlangen en dromen

hafez-brahms

zaterdag

21 mei

14.30 - 15.45

Poëtisch Perzië voor liedduo's & Brahms: over liefde, verlangen en dromen

Robbert Muuse, zangdocent
Micha van Weers, pianodocent
Annelies van Gerven, zangdocent
Lidwien Boumans, pianodocent
© Marcel Schmidt

Toegang gratis na reserveren. Reserveren doet u door een gratis toegangskaart aan te schaffen.=

Samen musiceren als liedduo (zanger en pianist) is een kunst waar veel bij komt kijken. Stemgebruik, tekstbegrip, presentatie, wanneer die samenkomen komt de uitvoering van een lied op een hoger plan. Daaraan werkten de deelnemers van de masterclasses Poëtisch Perzië & Brahms: over liefde, verlangen en dromen. Tijdens het presentatierecital gaan de deelnemers de uitdaging aan om voor publiek te laten horen wat zij als liedduo hebben geleerd.

Poëtisch Perzië
Deelnemers aan de Masterclass Poëtisch Perzië zijn meegenomen op een ontdekkingsreis door het oude Perzië, waar dichters als Hafez en Mirza Shafi Vazeh prachtige poëzie schreven. Friedrich Rückert, Georg Daumer, Friedrich von Bodenstedt en Hans Bethge maakten nieuwe vertalingen van die oude gedichten en die inspireerden op hun beurt weer componisten als Schubert, Schumann, Mendelssohn, Brahms, Strauss, Wolf en Röntgen tot het schrijven van een uitgebreid liedrepertoire. Maar er zijn ook latere en meer onbekende componisten voor wie deze teksten de basis werden van liederen, zoals Schoeck, Szymanowski, Sekles, Von Einem, en Ullmann.

Brahms: over liefde, verlangen en dromen
In het liedrepertoire van Brahms zijn talloze liederen te vinden over de liefde, het verlangen daarnaar of de dromen die een mens kan koesteren. Ze gaan over liefdespijn, je verbonden weten of juist verlaten en niet gehoord. Over hemelse gevoelens en de klap waarmee je soms weer op aarde terugkeert. Het zijn ook gevleugelde liederen, waarin je vogels hoort zingen en je opgetild voelt. In deze masterclass voor gevorderde amateurs werkten gevorderde amateurliedduo’s (zanger en pianist) aan liederen uit dit repertoire. Tijdens het presentatierecital gaan de deelnemers de uitdaging aan om voor publiek te laten horen wat zij hebben geleerd.

Zelf meedoen aan deze masterclasses voor amateurliedduo’s? Klik hier voor meer informatie over de:

  • masterclass Poëtisch Perzië voor liedduo’s
  • masterclass Brahms: over liefde, verlangen en dromen – volgeboekt, aanmelden is niet meer mogelijk

Robbert Muuse / zangdocent
Robbert Muuse studeerde zang en opera in Maastricht bij Mya Besselink, en in Karlsruhe bij Donald Litaker. Hij volgde liedstudies bij Konrad Richter, Hartmut Höll en bij Julius Drake. Robbert is een veelgevraagd concert- en oratoriumsolist en zong verscheidene operarollen. Hij trad als solist op met vermaarde dirigenten, orkesten en andere musici.
Met zijn partner, pianiste Micha van Weers, vormt hij al vele jaren een gelauwerd liedduo dat nationaal en internationaal recitals geeft. Naast het uitvoeren van het bekendere liedrepertoire zoeken zij de uitdaging in onbekend of vergeten repertoire. Ze namen ook een aantal cd’s op die lovend werden ontvangen.

Micha van Weers / pianodocent
Micha van Weers specialiseerde zich in liedbegeleiding bij Konrad Richter, Hartmut Höll en Julius Drake. In Praag verdiepte zij zich in de interpretatie van twintigste-eeuws Tsjechisch repertoire. Masterclasses volgde ze bij onder meer Rudolf Jansen en Graham Johnson. Als gespecialiseerd liedbegeleider geeft zij ook zelf masterclasses en privélessen aan liedduo’s, (vocale) ensembles en instrumentalisten.
Micha is te horen in kamermuziekconcerten en liedrecitals met diverse zangers en instrumentalisten. Met haar partner, bariton Robbert Muuse, vormt zij al vele jaren een gelauwerd liedduo. Ze ontvingen verschillende prijzen en namen een aantal cd’s op. Naast het bekende repertoire zijn zij onder andere te horen met liederen van joodse, vervolgde componisten uit WO II.

Annelies van Gerven / zangdocent
Annelies van Gerven studeerde zang aan het Conservatorium van Utrecht. Tijdens het tweede Internationaal Concours voor Liedbegeleiders in 1988 behaalde zij samen met pianiste Lidwien Boumans de prijs voor het beste Nederlandse duo. Voor Annelies van Gerven is lesgeven een grotere passie dan zelf op het podium te staan. Zij geeft les aan jong en oud in zowel klassiek- als musicalrepertoire. Bij het KunstenHuis Idea afdeling muziek in Zeist, leidt ze een theaterkoor: Het Zangtheater. Voor haar geldt dat er niets leukers is, dan van je hobby je vak maken.

Lidwien Boumans / pianodocent
Lidwien Boumans studeerde piano aan het Utrechts Conservatorium bij Herman Uhlhorn en liedbegeleiding bij Thom Bollen. Met zangeres Annelies van Gerven won ze de prijs voor het beste Nederlandse duo bij het Internationaal Liedbegeleiders Concours. Zangles kreeg zij bij Michel de Kort.
Lidwien was correpetitor bij Meinard Kraak, haar grote mentor en inspirator in poëzie en muziek. Ze werd een veelgevraagd liedbegeleidster bij concerten en concoursen. Zij bedacht de Liedklas voor amateurduo’s. In haar eigen muziekbedrijf De Toetsenhoek geeft ze pianoles en coacht liedduo’s. Daarnaast zingt ze in Huis van de Weemoed door haarzelf vertaalde Portugese fado en eigen Nederlandstalig werk.

presentatierecital en nazit
Zaterdag 21 mei / 14.30 – 15.45 uur
Zaterdag 21 mei / 15.45 – 16.15 uur

Locatie
Kleine kerkzaal / Zusterplein 20 / 3703 CB Zeist

Delen met anderen

Geplaatst op

Festivalkoor: Im Freien zu singen

FESTIVALKOOR

zaterdag

21 mei

13.45 - 14.15

Festivalkoor: Im Freien zu singen

Inge van Keulen, zangpedagoog

Koordirigent Inge van Keulen studeerde met ervaren koorzangers drie liederen in uit Sechs Lieder im Freien zu singen van Felix Mendelssohn Bartholdy (opus 59/1, 2 & 5). Aangezien Mendelssohn deze liederen bedoelde voor uitvoering in de openlucht, schreef hij ze voor koor à capella. De uitvoeringen vinden daarom plaats in de buitenlucht: op het Zusterplein en het vlakbij gelegen Walkartpark.

Zelf meedoen aan het festivalkoor? Klik hier voor meer informatie.

Inge van Keulen / koordirigent
Inge van Keulen studeerde zang aan het conservatorium Helicon bij Mariola Niedzielska, en volgde daarnaast lessen bij Christiaan Boele en Rebecca Stewart. In 2016 voltooide ze de applicatieopleiding koordirectie voor vakmusici aan het Utrechts Conservatorium, waar zij les had van Fokko Oldenhuis en Rob Vermeulen.  Vanuit de wens om zichzelf uit te dagen en door zingen dieper tot de kern te komen en anderen aan te moedigen dat ook te doen, volgde zij diverse lessen en cursussen in onder meer solozang, barokmuziek, methodiek lichte muziek en muziekfenomelogie. Inge is onder meer actief als zangeres, koordirigent en organiseert meezingochtenden in theaters.

Koorconcert
zaterdag 21 mei / 13.45 - 14.15 uur

Locatie
Buiten / Zusterplein / 3703 CB Zeist

Het eerste wat opvalt: Dains magnifieke stem. Het tweede is de symbiose van zangeres en pianist. Het gebeurt niet vaak dat Messiaen, Debussy, Dutilleux en de Frans-Finse componist Kajia Saariaho zo subliem worden verdedigd

~ Guido van Oorschot, Volkskrant

Delen met anderen

Geplaatst op

Presentatierecital Masterclass

Presentatierecital Masterclass

zaterdag

21 mei

12.00 - 14.00

Presentatierecital Masterclass

Tarieven
Losse kaarten
Normaal € 20 / Vrienden ILFZ € 18 / < 30 jaar € 5

Dagkaart 
Normaal € 63 / Vrienden ILFZ € 57
De dagkaart voor 21-05-2021 geeft toegang tot de de Presentatierecital Masterclass, het recital Winnaars Young Artists Platform 2021 én het avondrecital.

Passe-Partout
Normaal € 350 / Vrienden ILFZ € 315
Bezoek met maar liefst 40% korting:
- 14 recitals,
- 16 masterclasses,
- 4 lezingen en meer.
Een passe-partout geeft toegang tot alle voor publiek toegankelijke evenementen van het festival.

Vrienden ILFZ
Bent u geen Vriend van het festival maar wilt u wél gebruik maken van het gereduceerde Vriendentarief? Kies dan bij kaarten bestellen de optie ‘Vriendentarief’ en voeg in de winkelmand ‘Vriend worden’ toe.

Zes liedduo’s nemen gedurende zes dagen deel aan de masterclass. Allen hebben liederen ingestudeerd uit een door hen zelf samengesteld programma met werken van Schubert, Mendelssohn, Brahms, naast twintigste- en eenentwintigste-eeuwse liederen.

Bijzonder is dat tijdens de masterclass niet eenzijdig wordt gewerkt aan zang óf begeleiding, maar juist de samenwerking als duo centraal staat. Want in het lied komen poëzie en muziek samen. Om hier optimaal uitdrukking aan te geven hebben musici verbeeldingskracht nodig, die hen in staat stelt nuances en emoties over te brengen. De liedduo’s werken onder de bezielende leiding van de docenten en coaches aan de interpretatie en presentatie van de ingestudeerde liederen. Het resultaat van dit bijzondere proces is een grotere artistieke zeggingskracht.

Tijdens het presentatierecital op zaterdagmiddag laten de zes duo’s horen hoe zij zich in de voorgaande dagen hebben ontwikkeld. Een bijzondere ervaring voor deelnemers, docenten én publiek, ook als u de masterclass niet bijwoonde.

Het programma wordt voorafgaand aan het recital bekend gemaakt.

Vlak voor het festival leest u hier meer over de deelnemers aan de masterclass.

locatie
Grote kerkzaal / Zusterplein 12 / 3703 CB Zeist

Louise Alder heeft een prachtig heldere, gelijkmatige en glanzende lyrische sopraan, helder als kristal, evenals een warme en aantrekkelijke podiumpresentatie. Bovendien is ze emotioneel betrokken bij wat ze zingt en geeft zanglijnen vorm met een zeldzame sensitiviteit en een breed kleurenpalet.

~ Daily Telegraph

Complimenten ook voor de uitstekende pianist James Baillieu, die veel bijdroeg aan de samenstelling van het programma en speelde met bescheidenheid, sensitiviteit en verbeeldingskracht die elk aspect van zowel muziek als tekst verhelderde.

~ Rupert Christiansen (Daily Telegraph)

Delen met anderen