Geplaatst op

Nun, ihr Musen, genug!

zondag

22 mei

19.30 - 21.30

Nun, ihr Musen, genug​!

Caroline Jestaedt, sopraan
Barbara Hölzl, mezzosopraan
Jan Petryka, tenor
Vincent Kusters, bariton
Robert Holl, bas-bariton
© Benjamin Ealovega
David Lutz, piano
© Ernst Skorepa
Roger Braun, piano
© Dré de Man

Losse kaarten
Normaal € 39 / Vrienden ILFZ € 35 / < 30 jaar € 10

Dagkaart 
Normaal € 59 / Vrienden ILFZ € 53
De dagkaart voor 22-05-2021 geeft toegang tot de de lezing, het middagrecital én het avondrecital.

Passe-Partout
Normaal € 350 / Vrienden ILFZ € 315
Bezoek met maar liefst 40% korting:
- 14 recitals,
- 16 masterclasses,
- 4 lezingen en meer.
Een passe-partout geeft toegang tot alle voor publiek toegankelijke evenementen van het festival.

Vrienden ILFZ
Bent u geen Vriend van het festival maar wilt u wél gebruik maken van het gereduceerde Vriendentarief? Kies dan bij kaarten bestellen de optie ‘Vriendentarief’ en voeg in de winkelmand ‘Vriend worden’ toe.

Robert Holl, de allergrootste Liedzanger die Nederland rijk is, neemt met dit concert afscheid als artistiek leider van het Internationaal Lied Festival Zeist. Zijn toegewijde hartstocht voor tekst en muziek, integriteit en schat aan ervaring en kennis hebben het festival groot gemaakt. Vanavond omringt hij zich met dierbare muzikale vrienden met wie hij vele Schubertiades tot onvergetelijke gebeurtenissen omtoverde. 

Hij stelde een programma samen met louter meesterwerken. Naast Einsamkeit, een lied dat al een zangersleven lang met Holl meereist, klinken er te weinig gehoorde kwartetten van Franz Schubert. Als kers op de festivaltaart hoort u de Neue Liebeslieder Walzer van Johannes Brahms.  Alle vier de zangers hebben daarin een eigen rol in de solo’s. De bariton verklankt de uitgelaten minnaar, de alt de afgewezen minnares, de tenor vanzelfsprekend de verleider en de sopraan tenslotte is de ongelukkige in de liefde. In het slotlied Zum Schluss bedanken Brahms en Goethe de muzen voor hun eindeloze inspiratie en verlichting. Daar sluiten wij ons bij aan.

Dit concert wordt mede mogelijk gemaakt door Bulthaup Zeist

Franz Schubert (1797-1828)
Des Tages Weihe  D763 (Anoniem)
An die Sonne  D439 (Uz)
Licht und Liebe  D352 (Von Collin)
Einsamkeit  D620 (Mayrhofer)

Pauze

Johannes Brahms (1833-1897)
Neue Liebeslieder Walzer  Op. 65 (Daumer; nr. 15: Goethe)
1. Verzicht
2. Finstere Schatten der Nacht
3. An jeder Hand die Finger
4. Ihr schwarzen Augen
5. Wahre, wahre deinen Sohn
6. Rosen steckt mir an die Mutter
7. Vom Gebirge Well' auf Well'
8. Weiche Gräser im Revier
9. Nagen am Herzen fühl
10. Ich kose süss, mit der und der
11. Alles, alles in den Wind
12. Schwarzer Wald, dein Schatten
13. Nein, Geliebter, setze dich
14. Flammenauge, dunkles Haar
15. Zum Schluss: Nun, ihr Musen, genug!

De liederen van Franz Schubert en zijn meerstemmige werken voor zang waren, evenals zijn instrumentale kamermuziek, voor het gemeenschappelijke musiceren in de vriendenkring gedacht: ‘voor diegene voor wie het oor niet het doel van de klanken is, maar de drempel waarover zij binnendringen, om op het hart hun wonderbaarlijke werking teweeg te kunnen brengen’, zoals Schuberts vriend Josef von Spaun het uitdrukte. Deze vriendenkring, die voor Schubert een soort haven was waarin hij zich thuis voelde en die hem inspiratie gaf, bestond uit dichters, zoals Mayrhofer en Schober, schilders, zoals Kupelwieser en Schwind en musici. Beoefenaars dus van de drie romantische kunstvormen: muziek, schilderkunst en poëzie. Muziek als expressie van het geheimzinnige rijk aan gene zijde van de realiteit: de taal van het goddelijke en religieuze, de toegang tot het transcendente en innerlijke.

De poëzie, de literatuur, had vanaf het begin een grote invloed op Schuberts leven - hij zette een groot deel van de Duitse literatuur van zijn tijd in klanken om - vier vijfde van zijn composities bestond uit muziek met tekst. En die teksten hadden ook invloed op zijn instrumentale werken.

Des Tages Weihe werd door Schubert gecomponeerd voor een feest ter gelegenheid van de genezing van een ridder. Dit werk was, volgens Anna Fröhlich, een opdracht van Barbara Geymüller, wier dochters muziekles van Anna Fröhlich kregen. Zij was zanglerares aan het Conservatorium te Wenen. Haar leerlingen voerden diverse werken van Schubert voor het eerst uit. Zij had nog drie muzikale zusters, van wie er een - Katharina - de ‘eeuwige geliefde’ van de dichter Grillparzer werd.

An die Sonne, op een tekst van Johann Peter Uz, is een werk met religieuze inhoud: God manifesteert zich in de natuur als de scheppende oerkracht die de hemel en de zon, met haar leven schenkende stralen, heeft geschapen. God als de heerser over leven en dood, als de grote mensenvriend, maar ook als de grote verdelger. Dit Godsbeeld heeft Schubert zeer geboeid en geïnspireerd.

De grote cantate Einsamkeit is de geschiedenis van een romantische ,’sehnsüchtige’ levensreis, een ware pelgrimstocht. Het werk, dat door Schubert in 1818 ‘mein Bestes, was ich gemacht habe’ werd genoemd, bevat biografisch materiaal uit zowel Schuberts als Mayrhofers leven. Een jongeman groeit als novice op in een klooster. Wij zijn geneigd hier te denken aan Mayrhofer, die immers ook enige jaren in het klooster St. Florian doorbracht. Hij koestert slechts één verlangen: een leven in contemplatieve eenzaamheid. Mayrhofer dacht toen reeds aan zelfmoord! Het kloosterleven bevalt de jongeling echter niet en hij vlucht naar de stad, naar Wenen. Hij wil nu een actief leven leiden te midden van vrienden. Dat herinnert aan de gezelligheid en de activiteiten in de vriendenkring om Schubert. Maar de oppervlakkige vriendschappen voldoen ook niet aan de wensen van de jongeman. Hij wordt verliefd. Ook Schubert en Mayrhofer beleefden beiden ongelukkige liefdesgeschiedenissen. Mayrhofer werd door zijn ongelukkige liefde nog melancholieker dan hij van nature toch al was. Zijn biograaf, de dichter Feuchtersleben, vermeldt dit uitdrukkelijk! Kenmerkend voor Mayrhofer´s gevoelens ten opzichte van het vrouwelijk geslacht is wel het volgende merkwaardige gedicht:

Ja, wenn bloss im Belvedere
Sphinx die rätselhafte wäre!
Doch wohin der Mensch sich kehre,
lagern solche stumme Frauen,
Die mit Tatzen und mit Klauen
Höchst bedenklich um sich schauen.

Na de korte liefdesaffaire trekt de jongeling ten strijde. Dit doet denken aan de jonge, met Mayrhofer bevriende dichter Theodor Körner, die, naar men zegt, Schubert de raad gaf zich geheel aan de muziek te wijden. Körner stierf in 1813 in de slag bij Leipzig. ‘Siegerkronen’ en ‘Sturmesfahnen’ boeien de jeugdige held. Nadat hij echter de gruwelijke wreedheden op het slagveld heeft meegemaakt en de ontreddering en droefenis van de weduwen en wezen ziet, ontvlucht hij het wereldse tumult en wordt kluizenaar. Feuchtersleben schreef dat Mayrhofer als een kluizenaar heeft geleefd en dat hij het woest menselijk bedrijf poogde te relativeren door het als het ware vanuit een vogelperspectief te bekijken. Dit doet de kluizenaar in Einsamkeitook: als oude man zingt hij tenslotte zijn avondlied - geheel in de zin van Novalis’ Heinrich von Ofterdingen: ‘De dood scheen hem de hogere openbaring van het leven te zijn en hij beschouwde zijn eigen, snel heenvliedend leven met kinderlijke, blijde ontroering. Het verleden en de toekomst hadden elkaar in zijn binnenste geraakt en een innig verbond gesloten. Hij stond ver buiten de realiteit en de wereld werd hem pas dierbaar op het moment dat hij zich op aarde als een vreemdeling voelde, die haar wijde bontgeschakeerde zalen nog slechts korte tijd zou betreden. Het was avond geworden.’

Johannes Brahms vond de teksten van de Liebesliederwalzer in Daumers Polydora: ein weltpoetisch Liederbuch. Dit boek was een verzameling ‘stemmen der volkeren in een bonte reeks’ uit 1855. Brahms componeerde deze liederen in de zomer van 1868, na de voltooiing van Ein deutsches Requiem. ‘De ernstige, zwijgzame Brahms, de echte opvolger van Schumann:Noord-Duits, protestant, wereldvreemd zoals hij, Schumann, schreef walsen? De oplossing van dit raadsel is met een woord: Wenen!’, aldus Hanslick.

Door zijn compositie van al die stemmen van Russen, Polen, Turken, Hongaren enz. in een permanente driekwartsmaat, creëerde Brahms een soort germanistische ‘Ländler-soep’, die hem zeer beviel: ‘De tekst, die hele “Liebelei” is zo aardig! Het tempo is eigenlijk dat van een Ländler, maar wel met variaties: matig, levendig; matig, sentimenteel; matig, niet slepend. De Liebesliederwalzer moeten dus verschillend in tempo en uitdrukking voorgedragen worden en niet in één en hetzelfde tempo afgeraffeld, zoals men het vaak hoort! Dit geldt ook voor de Neue Liebeslieder, die zes jaar later werden uitgegeven.

Het slot Nu, ihr Musen, genug! is niet uit Polydora van de dichter Daumer, maar uit Goethes elegie Alexis und Dora. Een van de prachtigste werken van de Duitse wereldliteratuur, waarin de menselijke gevoelens van liefde, afscheid en hoop op weerzien op het hoogste niveau tot uitdrukking worden gebracht, zonder Daumers nietig speels gedoe en gekoketteer.

Robert Holl

Caroline Jestaedt / sopraan
Caroline Jestaedt studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel, waar ze afstudeerde in 2012. Ze zette haar studie voort aan de Hochschüle für Musik, Hanns Eisler College of Music in Berlijn, waar zij les in operazang kreeg van Janet Williams en Michail Lanskoi. Als student nam ze al deel aan operaproducties in Brussel.
Sinds 2014 specialiseert Jestaedt zich bij Claudia Visca en Robert Holl aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Wenen. Zij is regelmatig op het podium te beluisteren.

Barbara Hölzl / mezzosopraan
Barbara Hölzl studeerde aan het Richard-Strauss-Konservatorium en studeerde vervolgens met onderscheiding af aan de Universität für Musik und darstellende Kunst Wien. Vervolgens werd zij gecoacht door Josef Metternich en volgde verscheidene masterclasses. Naast optredens in diverse opera’s, was zij ook te horen in oratoria en liedrecitals. Haar repertoire is breed en reikt van renaissance tot hedendaags repertoire waardoor zij de kans had wereldwijd op te treden met gerenommeerde orkesten en dirigenten, waaronder Nikolaus Harnoncourt en Sigiswald Kuijken. Zij nam meerdere cd’s op die goed werden ontvangen.

Jan Petryka / tenor
Jan Petryka begon zijn muzikale opleiding op jonge leeftijd als cellist, maar richt zich inmiddels uitsluitend op zang. Hij studie solozang, lied en oratorium aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Wenen sloot hij met onderscheiding af.
Al tijdens zijn studie had hij een volle concertagenda en in de loop der tijd vestigde hij zich als veelzijdig concert- en oratoriumzanger met een repertoire dat reikt van veertiende-eeuwse polyfonie tot hedendaagse muziek. Naast zijn grote voorliefde voor de barok heeft hij ook een passie voor het liedrepertoire en hedendaagse muziek. Meerdere grensverleggende componisten van deze tijd droegen werken aan hem op.

Vincent Kusters / bariton
Vincent Kusters studeerde zang en piano aan het Conservatorium Maastricht en volgde aansluitend masterclasses bij verscheidene internationaal bekende zangers. In de afgelopen jaren won hij onder andere de Vocallis Liedprijs en was prijswinnaar van het Schumann Wettbewerb in Zwickau. Met zijn duo-partner, pianist Charlie Bo Meijering, won hij de Prijs van de Vrienden van het IVC, de eerste prijs tijdens Liedkunst im Schloss vor Husum, het Young Artist Platform van het Internationaal Lied Festival Zeist in 2021 en de eerste prijs tijdens het Internationaler Wettbewerb für Orgel und Gesang. Vincent is veelvuldig te horen in liedrecitals en oratoriumproducties, en tevens actief als organist, cantor en dirigent.

Robert Holl / bas-bariton
Na zijn middelbareschooltijd studeerde Robert Holl zang aan het Rotterdams conservatorium bij Jan Veth en David Hollestelle, om daarna uit te groeien tot een van de meest succesvolle zangers en zangpedagogen van onze tijd. Hij wordt geroemd om de expressiviteit van zijn interpretaties en de intimiteit die hij bij zijn toehoorders weet op te roepen. Zijn stem is er een die je herkent uit duizenden.
Robert Holl is wereldwijd een geliefd en veelgevraagd docent. Al sinds 1998 is hij professor voor lied en oratorium aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Wenen. In 2016 werd hij bij de oprichting artistiek leider van het Internationaal Lied Festival Zeist. Dit jaar doceert hij voor het vijfde jaar op rij aan de masterclass van het festival.

David Lutz / piano
David Lutz studeerde piano aan de Universtiy of Delaware en Boston University. Van 1978 tot aan 2001 werkte hij als gastdocent lied en oratorium aan het conservatorium van Wenen en was aansluitend docent liedbegeleiding aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in dezelfde stad. In 2015 ging hij met emeritaat. Als pianist werkte hij samen met zangers als Robert Holl, Thomas Hampson, Hermann Prey en vele anderen tijdens concerten en festivals wereldwijd. David Lutz gaf masterclasses aan liedduo’s over de heel wereld en heeft vele radio- tv- en cd-opnamen op zijn naam staan.

Roger Braun / piano
Roger Braun begon zijn studie aan het conservatorium van Maastricht en studeerde met onderscheiding af bij Jan Wijn aan het conservatorium van Amsterdam. Daarna specialiseerde hij zich in liedbegeleiding bij Rudolf Jansen, Willem Brons en Konrad Richter. Gedurende zijn loopbaan won hij diverse prijzen.
Behalve solist is Braun een veelgevraagd kamermusicus, liedbegeleider en vaste duopartner van Robert Holl en Maarten Koningsberger. Met de laatste maakte hij succesvolle opnames van Winterreise in zowel de originele versie als de Nederlandse hertaling. Roger geeft masterclasses liedinterpretatie aan liedduo’s in binnen- en buitenland en is docent aan de Musikhochschule Köln.

locatie
Grote kerkzaal / Zusterplein 12 / 3703 CB Zeist

En ondertussen werd het publiek door Robert Holls allesomvattende stemgeluid, stemgebruik en intensiteit meegezogen.

~ Mylou Mazali (Place de l’Opera)

Zelden hoor je een bariton die zo subtiel zingt in schakeringen van dynamiek en toon als de Nederlandse bariton Henk Neven.

~ Edward Greenfield (Gramophone Magazine)

Delen met anderen

Geplaatst op

Fort nach den Fluren des Ganges

Henk Neven Hans Eijsackers

zondag

22 mei

15.00 - 17.00

Fort nach den Fluren des Ganges

Henk Neven, bariton
© Tessa Posthuma de Boer
Hans Eijsackers, piano
© Marco Borggreve

Losse kaarten
Normaal € 35 / Vrienden ILFZ € 32 / < 30 jaar € 10

Dagkaart 
Normaal € 59 / Vrienden ILFZ € 53
De dagkaart voor 22-05-2021 geeft toegang tot de de lezing, het middagrecital én het avondrecital.

Passe-Partout
Normaal € 350 / Vrienden ILFZ € 315
Bezoek met maar liefst 40% korting:
- 14 recitals,
- 16 masterclasses,
- 4 lezingen en meer.
Een passe-partout geeft toegang tot alle voor publiek toegankelijke evenementen van het festival.

Vrienden ILFZ
Bent u geen Vriend van het festival maar wilt u wél gebruik maken van het gereduceerde Vriendentarief? Kies dan bij kaarten bestellen de optie ‘Vriendentarief’ en voeg in de winkelmand ‘Vriend worden’ toe.

Wie zich laat meevoeren op de vleugels van het lied, reist zo van West naar Oost. Tijdens dit recital luistert u naar een ontmoeting tussen het klassieke, Duitse, romantische lied en klassieke en moderne Arabische muziek uit Syrië en Iran. Henk Neven en Hans Eijsackers ontmoetten Jawa Manla en Khorshid Dadbeh – samen Duo Saba – tijdens een benefietoptreden voor Musicians Without Borders en bij het Koningsconcert van 2019. Daar raakten alle vier geïnspireerd om de muzikale raakvlakken tussen de westerse en oosterse culturen voor het voetlicht te brengen. Want waar Duo Saba cross-overs zoekt tussen Arabische en westerse muziek, zoeken Neven en Eijsackers de Oriënt in het liedrepertoire. Samen treden ze vanmiddag in de voetsporen van Goethe en Hafez om uit te vinden hoe de Oost-West verbinding ons kan verrijken en verrassen.

Hafez (1315 – 1390) was een Perzische godsgeleerde, dichter en mysticus, die lyrische poëzie schreef over uiteenlopende thema’s: wijn, dronkenschap, de kroeg, de verhouding tot god en de liefde. Hafez ageerde daarmee tegen beperkingen en dogma’s in de Islam, want uiteindelijk is alleen de liefde belangrijk.

Duitse, romantische dichters als Goethe en Daumer raakten onder de indruk van de dichtkunst van Hafez en werden nieuwsgierig naar de Oriënt, de Perzische cultuur en de gedichten en mystiek van Hafez. ‘Hafez heeft geen gelijke’, schreef Goethe zelfs. In 1819 verscheen zijn dichtbundel West-östlicher Divan met gedichten in de geest en stijl van Hafez. De bundel werd een symbool van uitwisseling tussen culturen. En tweehonderd jaar later inspireert Goethe ons nog steeds:

Also zwischen Ost und Westen
Sich bewegen, sei’s zum Besten!

Beweeg met hen mee!

Het volledige programma volgt z.s.m.

JOHANN WOLFGANG VON GOETHE: WEST-ÖSTLICHER DIVAN (Goethe)

Mohanni Nameh: Buch des Sängers
Robert Schumann (1810 - 1856)
Uit: Myrten  Op. 25 (Goethe)
2. Freisinn
3. Talismane

Hugo Wolf (1860 - 1903)
Phänomen  (uit: Goethe-Lieder; nr. 32)

Uschk Nameh: Buch der Liebe
Franz Schubert (1797 - 1828)
Geheimes  D719/2

Suleika Nameh: Buch Suleika
Othmar Schoeck (1886 - 1957)
Es klingt so Prächtig

Saki Nameh: Schenkenbuch
Robert Schumann (1810 - 1856)
Uit: Myrten  Op. 25 (Goethe)
5. Sitz ich allein
6. Setze mir nicht

Hugo Wolf (1860 - 1903)
so lang man nüchtern ist (uit: Goethe-Lieder, nr. 36)

GEORG FRIEDRICH DAUMER

Johannes Brahms (1833 - 1897)
Wenn du nur zuweilen lächelst  Op. 57/2
Nicht mehr zu dir zu gehen  Op. 32/2
Bitteres zu sagen  Op. 32/7
Nicht mehr zu dir zu gehen  Op. 32/2
So stehn wir,ich und meine Weide  Op. 32/8
Wie bist du, meine Königin  Op. 32/9
Botschaft  Op. 47/1

HAFEZ

Victor Ullman (1898 - 1944)
Liederbuch des Hafis  Op. 30 (vertaling: Betghe)
1. Vorausbestimming
2. Betrunken
3. Unwiderstehliche Schönheit
4. Lob des Weines

Vlak voor vertrek naar zijn goede vriend Willemer in Frankfurt, in de zomer van 1814, kreeg Goethe een vertaling in handen van gedichten van de middeleeuwse, Perzische dichter Hafez. Goethe was onmiddellijk geheel in de ban van Hafez, zo getuige zijn dichtregels: Und mag die ganze Welt versinken / Hafis, mit dir, mit dir allein / Will ich wetteifern / Lust und Pein / Sei uns, den Zwillungen, gemein 

Goethe was geraakt door de gedichten, niet alleen door de wijze waarop Hafez in fijnzinnige metaforen over de liefde en bij gebrek daaraan over de wijn dichtte, maar ook over meer filosofische kwesties als wereldreligies. Dat Hafez geen kloof tussen west en oost ervaart, is een idee dat Goethe van harte omarmt. 'Gottes ist der Orient! Gottes is der Okzident!', zo luiden de eerste regels van het lied Talismane dat Robert Schumann opnam in zijn liedcyclus Myrten. Schumann toonzet deze regels met een geweldig optimisme en zelfverzekerdheid. De verwarring van de ik-figuur in de laatste strofe krijgt vorm in de piano met loopjes die nergens naar toe lijken te gaan. Schumann benadrukt echter de leidende hand die honderd namen heeft - de godheid die voor ieder eender is maar we noemen hem allemaal anders - door de eerste strofe te herhalen.

Eén van de eerste gedichten die Goethe schreef na zijn 'ontmoeting' met Hafez, was Phänomen, een bedachtzaam gedicht over liefde en ouderdom. 'Sind gleich die Haare weiss, doch wirst du lieben', zo eindigt dit gedicht. Goethe was op dat moment 64 jaar. Hugo Wolf toonzette dit gedicht vol tederheid en laat de contemplatieve dichter de ruimte om de liefde te overdenken met haast onbeweeglijke tussenspelen die de strofen verbinden.

Goethes liefde voor het werk van Hafez kreeg in Frankfurt een geheel nieuwe lading toen hij de vrouw van Willemer leerde kennen: Marianne von Willemer. De precieze relatie tussen beiden zal voor altijd in de nevelen van de geschiedenis verborgen blijven, en doet eigenlijk ook niet ter zake, maar zij vonden elkaar op poëtisch vlak. Een jaar later ontmoetten zij elkaar voor het laatst, maar zij zouden tot aan de dood van Goethe gepassioneerd met elkaar blijven corresponderen.

In 1819 verscheen West-östlicher Divan, een omvangrijke dichtbundel van Goethe als een soort antwoord op de gedichten van Hafez. De gedichten - parabels, historisch of filosofisch-religieus getinte gedichten en gedichten over liefde en wijn - zijn verdeeld in twaalf hoofdstukken die titels dragen als Moganni Nameh (boek van de zangers), Usch Nameh (boek van de liefde), Suleika Nameh  (boek van Suleika) en Saki Nameh (boek van de schenkers). Het deel Suleika Nameh bevat de weerslag van de gepassioneerde ontmoetingen tussen Goethe en Marianne von Willemer - in het echt of op papier. Deze passie verleidde tal van componisten tot het toonzetten van deze gedichten: Mendelssohn, Schubert, Schumann Wolf, Strauss en Schoeck. Marianne von Willemer stond voor Suleika in deze gedichten en Goethe voor Hatem.

De naam Suleika is nu waarschijnlijk vooral bekend van de twee liederen die Franz Schubert schreef Suleika I en Suleika II. Wat Schubert toen niet wist, is dat deze gedichten niet van Goethe zelf zijn. Marianne von Willemer schreef ze en Goethe nam ze op in zijn collectie, samen met nog drie andere gedichten van haar hand. Een intiem teken van respect voor dichtkunst. Haar eigen naam onder deze gedichten was in die tijd niet mogelijk, maar beiden kenden de waarheid en dat was voor hen genoeg.

Van Schubert deze avond geen Suleika maar wel het prachtige kleinood Geheimes uit het deel Usch Nameh uit Goethes West-östlicher Divan. Het gaat over de prachtige ogen van een meisje waarover iedereen zich verbaast. Hoor hoe Schubert de menigte letterlijk op hun tenen laat staan om haar prachtige ogen te kunnen zien, maar alleen de lyrische ik-figuur kent het geheim. Zoals alleen Marianne von Willemer en Goethe het geheim kenden van haar gedichten in zijn collectie. Hoe mooi kan de liefde zijn?

Uit het boek Suleika Nameh klinkt vandaag het intense Es klingt so prächtig van Othmar Schoeck. Schoeck was een tijdgenoot van Zwitserse componisten als Honegger, Martin en Bloch. Deze tegenwoordig helaas vrijwel onbekende componist kan men beschouwen als de waardige opvolgers van Wolf wat betreft het lied. Hij schreef er ruim vierhonderd, waarvan een deel ook met strijkkwartetbegeleiding. Zijn passie voor het Lied moge blijken uit zijn eigen woorden 'Die Musik bringt gleichsam die Knospe des Gedichts zur vollen Blüte…'

Johannes Brahms leerde het werk van Hafez kennen door de gedichten die Daumer in de geest van Hafez schreef. Maar liefst twee bundels genaamde 'Hafis' schreef Daumer en Brahms zette er diverse van op muziek. Een aantal daarvan is opgenomen in opus 32, dat weliswaar niet als een cyclus te beschouwen is in de zin dat er een verhaal verteld wordt, maar de opeenvolging van negen liederen in dit opusnummer is niet toevallig. De laatste drie liederen lijken een meer verzoenende sfeer te willen uitstralen na de desillusie die spreekt uit  het tweede: Nicht mehr zu dir gehen. De emotionele chaos van de gedesillusioneerde verliefde krijgt hier vorm door 'kale' muzikale zinnen. Het is nauwelijks nog een lied te noemen.

Het verzoenende van de laatste drie liederen in opus 32 bereikt Brahms onder meer door veel meer lyrische melodieën op te nemen en majeur toonsoorten te gebruiken. Denkend aan de vreugde van vroegere liefdes kan het leven nu toch nog vrede geven. De gebroken ziel van weleer lijkt letterlijk weer te kunnen zingen. In Bitteres zu sagen denkst du brengt Brahms ons een zoete melodie waarop een bittere waarheid wordt gebracht. De boze woorden accepteert de ik-figuur zonder meer, ze komen immers van lippen die de zoetheid zelve zijn.

Vanaf oktober 1888 had Hugo Wolf zich vol overgave aan de gedichten van Goethe gewijd, in een jaar tijd schreef hij 51 liederen, waarvan het grootste deel aan de West-östlicher Divan is ontleend. Net als velen voor hem koos ook Wolf rijkelijk uit het deel Suleika Nahem maar nam ook een vijftal uit het deel Saki Nameh (boek van de schenkers) ter hand. Liefhebben en drinken, het lijken tegenpolen die niet zonder elkaar kunnen in de gedichten die Goethe opnam in het deel Saki. De drinker is degene die het beste kan liefhebben, maar wie te veel drinkt kan niet liefhebben. Dat is de uitkomst van het schijnbaar uiterst serieuze So lang man nüchtern ist dat Wolf echter met een zekere ironie van muziek voorziet.

Wijn of liefde: Victor Ullmann koos vier liederen van Hafez zelf in een vertaling van Hans Bethge over deze kwestie. Het is moeilijk de muziek van Ullmann los te zien van zijn lot. In zijn korte leven schreef Ullmann een veelheid aan muziek waarvan het meeste echter verloren is gegaan in het oorlogsgeweld van de Tweede Wereldoorlog. Zijn liederen op de vertalingen van Hang Bethge gingen in 1940 in Praag in première tijdens een huiskamerconcert en zijn gelukkig wel bewaard gebleven. In het openbaar mocht zijn muziek al niet meer klinken. Wie echter onbevangen luistert naar deze muziek, hoort de frisse en bij tijds tegendraadse zetting van Ullmann op teksten over dronkenschap en liefde die weliswaar ruim vijfhonderd jaar oud zijn, maar net zo goed gisteren geschreven hadden kunnen worden. Dronkenschap is niet bevorderlijk voor de liefde, dat hoorden we al bij Goethe, maar wie het glas niet kan laten staan voelt zich onoverwinnelijk in de strijd om de liefde en heeft daarmee de helft al gewonnen … maar verliest wellicht die liefde toch weer vanwege het benevelde hoofd.

Ullmann verwerkte in de vier liederen van opus 30 allerlei dansritmes uit de jaren 20. Hij doet dat - net als de verhandeling over de liefde en de wijn in de gedichten - met enige scherts: een verwijzing naar de blues in Vorausbestimmung, een bolero-achtig ritme in Lob des Weines, een quasi slow-fox in Unwiderstehliche Schönheit en een groteske dans inclusief misstappen in Betrunken. De dans en wijn lijken hier te fungeren als middel om in een andere wereld te geraken, maar het is de vraag of de verdoving veroorzaakt wordt door de dronkenschap of door de liefde. Laat die zoektocht naar deze onoplosbare vraag maar eeuwig duren: het brengt de mensheid, oost en west, samen.

Susan Dorrenboom

Henk Neven / bariton
Henk Neven is een van de meest bevlogen liedvertolkers van zijn generatie. Hij ontving in 2009 een Borletti-Buitoni Fellowship en nam deel aan het prestigieuze BBC Radio 3 New Generation Artists Scheme. In 2011 ontving hij de Nederlandse Muziekprijs, de hoogste onderscheiding die door het ministerie van OCW aan een musicus werkzaam in de klassieke muziek wordt uitgereikt.
Neven werkt met diverse orkesten en ensembles, en is actief op zowel nationale als internationale operapodia in diverse rollen. Hij staat onder contract bij het platenlabel Onyx. Zijn opnames met deze maatschappij krijgen lovende kritieken. In 2022 geeft artistiek leider Robert Holl het stokje door en neemt hij samen met Hans Eijsackers de artistieke leiding van het festival over.

Hans Eijsackers / piano
Hans Eijsackers studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam en de European Mozart Academy in Kraków. Zijn docenten waren Gérard van Blerk, Jan Wijn en György Sebök. Hij won prijzen bij het Europees Pianoconcours en ontving de Zilveren Vriendenkrans van het Concertgebouw. Momenteel is hij professor Liedgestaltung aan de Robert Schumann Hochschule in Düsseldorf.
Eijsackers treedt veelvuldig op als solist, kamermusicus en liedbegeleider en vormt een bevlogen liedduo met Henk Neven. Daarnaast is hij als jurylid en masterclassdocent regelmatig te gast in binnen- en buitenland en is artistiek leider van het van het Internationaal Studenten LiedDuo Concours in Groningen. In 2022 neemt hij samen met Henk Neven de artistieke leiding van het festival over van Robert Holl.

Jawa Manla / ud - Duo Saba
Jawa Manla begon op 11-jarige leeftijd met het bespelen van de ud, waarvan ze de klanken dagelijks thuis hoorde. Ze volgde lessen aan het Sulhi Al Wadi muziekinstituut in Damascus, waar zij zes jaar later eindexamen deed. Daarna studeerde zij aan het Beit El Oud, een Egypstisch opleidingsinstituut voor bespelers van de ud, en volgde privélessen.
In 2016 werd zij toegelaten tot het Codarts conservatorium in Den Haag waar zij momenteel studeert voor haar bachelor.
In 2016 werd zij toegelaten tot het Codarts conservatorium in Den Haag waar zij momenteel studeert voor haar bachelor. Met Khorshid Dadbeh en Lucie Lelaurian vormt Manla ensemble Saba dat in 2021 ontstond en eigen composities brengt, gebaseerd op Arabische poëzie.

Khorshid Dadbeh / tar - Duo Saba
Khorshid Dadbeh groeide op in een muzikale familie en begon haar carrière al op 16-jarige leeftijd bij het Shams Ensemble. Ze behaalde haar bachelor in het bespelen van de tar aan het conservatorium van Teheran en haar master aan het Codarts conservatorium in Rotterdam. Dadbeh treedt op met vooraanstaande musici in concertzalen over de hele wereld.
In 2012 richtte zij met haar broer het Jansouz Collective op dat composities en improvisaties uit de Iraanse muziektraditie ten gehore brengt. Met Jawa Manla en Lucie Lelaurian vormt Dadbeh ensemble Saba dat in 2021 ontstond en eigen composities brengt, gebaseerd op Arabische poëzie.

locatie
Grote kerkzaal / Zusterplein 12 / 3703 CB Zeist

Henk Neven is de liedvertolker die het metier tot in het kleinste detail beheerst. Geholpen door zijn fluwelen, uiterst wendbare bariton kan hij zich optimaal op de tekst concentreren en daarmee fascinerende vergezichten openen. Hans Eijsackers - die als solist 'los' mag gaan - geeft zijn meesterbrevet af op het gebied van kleuring en timing. Zijn rubati en accelerandi zijn fabuleus ingebed in een diep geurende klankenrijkdom.

~ Aart van der Wal (Opus klasssiek)

Zelden hoor je een bariton die zo subtiel zingt in schakeringen van dynamiek en toon als de Nederlandse bariton Henk Neven.

~ Edward Greenfield (Gramophone Magazine)

Delen met anderen

Geplaatst op

Lezing Hafez / West-östlicher Divan

Michiel Hagdorn

zondag

22 mei

13.45 - 14.30

Hafez / West-östlicher Divan

Michiel Hagdorn, literatuurwetenschapper

Toegang gratis na reserveren. Reserveren doet u door een gratis toegangskaart aan te schaffen.

Als in 1819 Goethes dichtbundel West-östlicher Divan wordt gepubliceerd, is de ontvangst bijzonder goed. Men bewondert het feit dat de dan bijna 70-jarige Goethe nog poëzie schrijft die niet alleen sprankelt van jeugdige levenslust, maar die ook levensbeschouwelijke diepgang biedt. En dat samengebald in een bonte verzameling virtuoze gedichten, waarvoor Goethe geïnspireerd raakte door de klassieke bundel Divan van de 14e-eeuwse Perzische dichter Hafez. Met West-östlicher Divan wil Goethe, zoals hij zelf schrijft, ‘het Westen en het Oosten, het verleden en het heden, het Perzische en het Duitse met elkaar verbinden.’

Maar niet alleen de liefde die bezongen wordt in de gedichten van Hafez wakkeren zijn schrijven aan. Ook zijn verliefdheid op de vijfendertig jaar jongere Marianne von Willemer – met wie hij Hafez’ werk samen leest – zet hem aan tot dichten. Zo ontstaan, dankzij de oosterse literatuur en zijn verliefdheid, gedichten die behoren tot het beste wat hij heeft geschreven, zoals Selige Sehnsucht en Ginkgo biloba.

Met deze verdiepende lezing in het achterhoofd, luistert u met andere oren naar het middagrecital. Dan nemen Henk Neven, Hans Eijsackers en Duo Saba u mee op een muzikale reis van Oost naar West en vice versa.

Michiel Hagdorn / literatuurwetenschapper
Michiel Hagdorn studeerde Literatuurwetenschappen aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij werkte als literair recensent, was journalist voor diverse dag- en weekbladen, docent in het middelbaar onderwijs en het hbo. Sinds 1997 geeft hij les aan meerdere instellingen voor Hoger Onderwijs Voor Ouderen (HOVO). Zijn specialisatie is Duitse literatuur, muziek en (cultuur-)geschiedenis. Hagdorn heeft een eigen bureau dat in cursussen, lezingen en cultuurhistorische reizen verzorgt en werkte onder andere samen met het Goethe Institut Amsterdam en het Wagner Genootschap Amsterdam.

locatie
Kleine kerkzaal / Zusterplein 20 / 3703 CB Zeist

Delen met anderen