zaterdag

21 mei

16.00 - 18.00

Winnaarsrecital

Magnus Walker, tenor
Eunji Han, piano
Karola Pavone, sopraan
© Michael Staab
Boris Radulović, piano
© Michael Staab

Tarieven
Losse kaarten
Normaal € 20 / Vrienden ILFZ € 18 / < 30 jaar € 5

Dagkaart 
Normaal € 63 / Vrienden ILFZ € 57
De dagkaart voor 21-05-2021 geeft toegang tot de de Presentatierecital Masterclass, het recital Winnaars Young Artists Platform 2021 én het avondrecital.

Passe-Partout
Normaal € 350 / Vrienden ILFZ € 315
Bezoek met maar liefst 40% korting:
- 14 recitals,
- 16 masterclasses,
- 4 lezingen en meer.
Een passe-partout geeft toegang tot alle voor publiek toegankelijke evenementen van het festival.

Vrienden ILFZ
Bent u geen Vriend van het festival maar wilt u wél gebruik maken van het gereduceerde Vriendentarief? Kies dan bij kaarten bestellen de optie ‘Vriendentarief’ en voeg in de winkelmand ‘Vriend worden’ toe.

Wat stelt een festival voor, wanneer het niet inspeelt op de actualiteit? Keer op keer blijkt hoe de teksten van liederen en de uitvoeringen door hedendaagse kunstenaars ons bestaan weerspiegelen en ons daarom als luisteraar blijven ontroeren en fascineren. Maar ook de manier waarop een nieuwe generatie musici programma’s samenstelt en vormgeeft speelt in op eigentijdse ontwikkelingen, voortbouwend op een rijke traditie.

WINNAARS YOUNG ARTIST PLATFORM OXFORD 2022
Magnus Walker
, tenor
Eunji Han, piano 

AN DIE FERNE
Schubert en Beethoven schreven beiden zo’n zeshonderd liederen, maar het is Schubert die alom wordt gezien als de grote - misschien wel grootste - liedcomponist die de muziek rijk. Beethoven wordt vooral gekend door zijn grote symfonieën, pianosonates en strijkkwartetten. En alhoewel hun werken muzikaal duidelijk verschillen, mogen we het stempel dat Beethoven op de liedkunst drukte niet uitvlakken. Met zijn subtiele tekstbehandeling en complexe pianopartijen was hij de wegbereider voor vele liedcomponisten die nog zouden volgen, zoals Schubert en ook Schumann. Zijn cyclus An die ferne Geliebte is een werk waaruit grote oorspronkelijkheid spreekt en is nog steeds een mijlpaal in het vroegromantische liedrepertoire. Het is bovendien de eerste liedcyclus met een doorlopend verhaal, over een onbereikbare geliefde. Een onderwerp dat ook in de liederen van Schubert die vanmiddag ten gehore worden gebracht doorklinkt.
 
Van Johannes Brahms is bekend dat hij Beethoven vereerde. In zijn huis keek dienst marmeren buste neer op de plek waar Brahms componeerde en van sommige passages kun je zeggen dat ze doen denken aan de werken van Beethoven. Volgens tijdgenoot en huisvriend Robert Schumann zou Brahms de volgende grote componist na Beethoven worden. Een ‘voorspelling’ die Brahms vastbesloten was na te leven en die zijn perfectionisme aanwakkerde. Maar naast Beethoven was toch ook vooral zijn persoonlijk leven een grote inspiratiebron. En ook hij - zo gaat het gerucht - kende een grote, onbereikbare geliefde: Clara Schumann. De weemoed die hij daarover gevoeld moet hebben hoor je terug in de drie liederen van zijn hand.

PROGRAMMA
Franz Schubert (1797 - 1828)
An die Entfernte  D 765
Willkommen und Abschied  D 767
Nachtstück  D 672
Schwanengesang  D 744
 
Johannes Brahms (1833 - 1897)
Nachklang  Op. 59/4
An eine Äolsharfe  Op. 19/5
Wie Melodien  Op. 105/1
 
Ludwig van Beethoven (1770 - 1827)
An die ferne Geliebte (1816) Op. 98
1. Auf dem Hügel sitz ich spähend
2. Wo die Berge so blau
3. Leichte Segler in den Höhen
4. Diese Wolken in den Höhen
5. Es kehret der Maien, es blühet die Au
6. Nimm sie hin denn, diese Lieder

WINNAARS YOUNG ARTIST PLATFORM ZEIST 2021
Karola Pavone
, sopraan
Boris Radulović, piano

CETTE NUIT, J'AI RÊVÉ ...
Liefde en verlies zijn altijd dankbare onderwerpen geweest in het liedrepertoire en ook in dit programma echoën de woorden van Heine’s Auf Flügeln des Gesanges door. Enerzijds spelen wind en natuur een belangrijke rol, anderzijds de verbinding tussen vragen over ons bestaan en de antwoorden daarop, die we zoeken in onszelf en in onze fantasie. Behalve Clara Schumann leren we ook de Française Rita Strohl kennen: een vrouwelijke componist - protégée van onder anderen Fauré en Duparc- die naar de mening van dit duo veel meer bekendheid verdient.

Al sinds 2013 vormen Karola Pavone en Boris Radulović een duo met een gezonde nieuwsgierigheid naar ten onrechte veronachtzaamd repertoire en Franse muziek. Vanaf het begin waren ze daarmee succesvol op concoursen en als rising stars traden ze daarom in 2017 al eens bij ons op. In oktober 2021 werden ze tijdens de eerste editie van het Young Artist Platform uitverkoren om optredens te verzorgen in Zeist en in Oxford, ze worden dus al vertrouwde gezichten!

PROGRAMMA
Clara Schumann (1819 - 1896)
Lorelei (Heine)
Sie liebten sich beide  Op. 13/2 (Heine)
Ich stand in dunklen Träumen Op. 13 nr. 1 (Heine)

Rita Strohl (1865-1941)
uit: Bilitis (Louys)
Le sommeil interrompu
La flute de Pan
La Chevelure
Le Serment

Olivier Messiaen (1908 - 1992)
La fiancée perdue (uit: Trois mélodies; Messiaen)
Bail avec Mi (uit: Chants de terre et de ciel; Messiaen)
Pourquoi? (uit: Trois mélodies; Messiaen)

August Bungert (1845-1915)
Warum sind denn die Rosen so blass?  Op. 11/1 (uit: Junge Leiden; Heine)
Glück  Op. 4/6 (Eichendorff)
Reinigung  Op. 12/2 (Heine)

AN DIE FERNE
Een eenzame wandelaar, verlangend starend in de verte, te midden van de natuur. Met zijn rug naar de mensheid toegekeerd, zijn gezicht niet zichtbaar. Wie deze eenzame wandelaar is, zal ons nooit helemaal duidelijk worden. Hij is niet meer bij ons, hij is op weg naar andere oorden, welke dat ook moge zijn. Zijn vertrek is zelfgekozen of gedwongen, zijn liefde laat hij achter.

Het schilderij van Caspar David Friedrich waarop dit tafereel is te zien is de romantiek ten voeten uit, het is als een lied van Franz Schubert in penseelstreken opgetekend. An die Entfernte is een lied dat de wandelaar van Friedrich in gedachte zou kunnen hebben. Goethe schreef het na zijn terugkeer uit Italië, mogelijk met Charlotte von Stein in gedachten. Aansluitend bij deze tekst laat Schubert het tempo vertragen in het middendeel, de afsluitende strofe is onrustig, vol 'Sehnsucht'.

Nog meer onrust klinkt er in Willkommen und Abschied, eveneens van de hand van Goethe. De ik-figuur kent een groot geluk: hij verlaat dan wel zijn geliefde, maar hij is zelf ook een geliefde. Hij laat iemand achter die naar hém verlangt. Toch gaat de dichter op weg, hij kent geen rust

Die rust vindt hij uiteindelijk in de nacht; in de romantiek vaak een metafoor voor de dood. In Nachtstück is van een metafoor geen sprake, hier wordt zonder vrezen de rust van de dood bezongen. Mayrhofer schreef dit gedicht in 1819 toen hij met Schubert samenwoonde en werkte: '… und die Liebe für Dichtung und Tonkunst machten unser Verhältniß inniger: ich dichtete, er komponierte, was ich dichtete und wovon Vieles seinen Melodien Entstehung, Fortbildung und Verbreitung dankt'. Deze samenwerking mocht niet verhinderen dat Mayrhofer later zelfmoord pleegde.

Waar in Nachtstück nog een nieuwe lente gloort met groene weiden, is daar in Schwanengesang geen sprake van. Het leven staat al stil in het gedicht, de muziek laat Schubert dematerialiseren tot pure verstilling. Had het te maken met de grote emotionele crisis waar Schubert onder leed, in het begin van de jaren '20 van de 18e eeuw toen dit lied ontstond?

In Nachklang van Johannes Brahms worden tranen met regendruppels vergeleken, er lijkt sprake van groot maar verder niet nader benoemd verlies. In An eine Äolsharfe rouwt iemand om het verlies van een jongeman, gaat het hier om de jongere broer van dichter Edward Mörike?

Gevoelens laten zich moeilijk vangen, stelt de dichter Klaus Groth in Wie Melodien. Wie ze in woorden probeert te vatten, kan er niet te dichtbij komen, want dan is het als mist die oplost. Dat maakt het dichten voor een poëet tot een hachelijk zaak, maar Klaus Groth probeert het toch en Brahms zet het op prachtige melodieuze lijnen. Alleen als in de tweede strofe de 'Nebelgrau' opdoemt, lijkt de melodie tot stilstand te komen.

An die ferne Geliebte is een van de eerste liedcycli die geschreven is. Ludwig van Beethoven bereidt hier de weg voor werken als Winterreise en Die schöne Müllerin. Maar anders dan deze liedcycli, waarin elk lied een afgerond geheel is, verbindt Beethoven de liederen met elkaar door korte tussenspelen toe te voegen. Bovendien liet hij in het laatste lied materiaal uit het eerste lied terugkomen, waarmee de cirkel weer rond is.

De jonge student medicijnen Alois Isidor Jeitteles schreef zes gedichten die romantisch van opzet zijn: alle liederen zijn strofisch en bevatten vele verwijzingen naar de natuur, terwijl er gepeinsd wordt over de liefde. In het eerste lied zit een eenzame dichter op en heuvel en kijkt naar de verte, terwijl hij naar zijn geliefde verlangt. Hij vindt troost in de ongerepte natuur, waar in het tweede en derde lied achtereenvolgens blauwe bergen en een beekje opduiken en in het vierde liedwolken en vogels. Maar de terugkeer van de lente - op zich een groots moment - maakt de dichter bedroefd. Van hereniging zal geen sprake meer zijn. Bij wijze van liefdesverklaring biedt de dichter deze zes liederen aan zijn geliefde aan.

Er gaan wel stemmen op dat Beethoven hiermee zijn onsterfelijke liefde die hij in een brief uit 1812 benoemde, wilde bezingen. Maar An die ferne Geliebte dateert van ruim vier jaar later. Bovendien, Beethoven droeg de liederen op aan Franz Joseph Lobkowitz, wiens vrouw juist enige maanden eerder was overleden. Wellicht is zij die 'ferne Geliebte'?

Susan Dorrenboom

***

CETTE NUIT, J’AI RÊVÉ ...
Clara Wieck was een begenadigd pianiste en een veelbelovend componiste toen zij - ondanks hevige tegenwerking van haar vader - haar huwelijksplannen met Robert Schumann doorzette. Voor veel zeer getalenteerde vrouwen betekende een huwelijk in de negentiende eeuw het einde van een veelbelovende carrière, zo niet voor Clara Schumann. En gelukkig maar. Clara was een veel beter pianist dan haar echtgenoot en daarmee onder meer een warm pleitbezorger van het pianowerk van haar man. Maar Robert was zelf ook onder de indruk van het werk zijn echtgenote en bleef haar constant stimuleren om vooral te blijven componeren en zette zich bovendien in om haar werk ook uitgegeven te krijgen. Daarmee toonde Robert zich op de keper beschouwd geëmancipeerder dan Clara zelf, die de kwaliteit van haar eigen werk ten onrechte bleef bagatelliseren.

Clara en Robert hielden een gezamenlijke bundel bij waarin zij poëzie verzamelden die zij geschikt achtten om liederen op te componeren. Hoe belangrijk de strekking en juiste interpretatie van teksten voor Clara waren, beschreef zij in een dagboekfragment. Daarin stelde zij vast dat veel zangers een pover tekstbegrip tonen en zich ten onrechte vooral focussen op de vocale lijnen. In Lorelei laat Clara Schumann tekstexpressie en muzikale expressie op indringende wijze samenvloeien. De uiterst virtuoze pianobegeleiding met een aaneenschakeling van triolen verraadt de pianovirtuoos in Clara, maar zij stelt die virtuositeit geheel ten dienste van het drama dat zich op de beroemde tekst van Heine in pakweg twee minuten als een mini-opera ontvouwt.

De tragiek van wederzijds niet erkende liefde in Sie liebten sich beide wordt door Clara Schumann op een even eenvoudige als effectieve manier onderstreept met een wiegende beweging die hapert en maar niet op gang wil komen. Even tragisch is de derde Heine-tekst die Clara inspireerde: een blik op het portret van een verloren liefde laat de tranen de vrije loop.

Al snel viel Pierre Louÿs door de mand toen hij in 1894 een bundel van 143 gedichten liet publiceren onder de naam Bilitis als zijnde een verzameling oude Griekse gedichten. Hij wilde doen geloven dat de gedichten van Bilitis waren, een dichteres die zou hebben geleefd in de tijd van Sappho. Wie de werkelijke dichter was werd al snel duidelijk, maar de sensuele, erotisch geladen gedichten vielen desondanks zeer in de smaak en inspireerden onder meer componisten, waaronder Claude Debussy, maar ook Rita Strohl.

Wie, Rita Strohl? Nooit van gehoord? Heel vreemd is dat niet, want deze Franse pianiste en componiste is danig in vergetelheid geraakt. Toch was Rita Strohl rond 1900 een gevestigde naam in het Parijse muziekleven. Componisten als Franck, Fauré en Duparc prezen haar werk zeer, maar na de Eerste Wereldoorlog raakte ze in vergetelheid. De afgelopen tien jaar groeit de belangstelling voor haar werk langzaam maar zeker. Een aantal kamermuziekwerken is inmiddels opgenomen, uitgebracht en met enthousiasme ontvangen. Ook is er een heruitgave gerealiseerd van Strohls Poème en 12 Chants, Extrait Des Chansons De Bilitis, een bundel die in 1898 in druk verschenen was. De bundel bevat dus twaalf liederen op een selectie van gedichten uit Bilitis, een aantal van deze twaalf gedichten is ook door Debussy getoonzet.

Karola Pavone en Boris Radulović breken een lans voor de in hun ogen onterecht vergeten liederen van Strohl. Vier van de twaalf liederen van Bilitis staan op het programma, het belooft een bijzondere ervaring te worden. Hoe ze klinken is nog een verrassing, want voor zover bekend is er nog geen opname van de werken beschikbaar. Afgaande op de al wel opgenomen kamermuziek, is het werk met een grote lyrische kracht die past in de laat Frans-romantische idioom van Franck, Fauré en Saint-Saëns. Dit in combinatie met de de zwoel-erotische lading van gedichten als La flûte de Pan en La chevelure zou wel eens een betoverde combinatie kunnen opleveren.

Eigen gedichten liggen aan de basis van de twee liederen uit Trois mélodies van Olivier Messiaen die vandaag worden uitgevoerd. De liederen zijn geschreven in 1930, het jaar dat de componist zijn conservatoriumstudie in Parijs voltooide. Het idioom van Debussy en Satie is dan hoorbaar opgeslagen in het geheugen van de componist, maar toch hebben de liederen iets geheel eigens, en dat heeft niet alleen met de tekst te maken. Complexe akkoorden in de rechterhand van de piano werpen een blik vooruit in de richting waarin de componist zich zou gaan ontwikkelen.

La fiancée perdue kent binnen het lied een scherp contrast tussen de opening en het slot. Een extatisch begin bezingt de bruid in al haar glorie. Een scherpe cesuur volgt, de bruid is getuige de liedtitel verloren, een gebed voor haar zielenheil volgt. Dit gebed is voorzien van een even verstilde als betoverende begeleiding vol spannende akkoordprogressies die dus al vooruitwijzen naar het latere werk van de componist. Pourquoi? werpt slechts vragen op. Waarom beleeft de vragensteller geen plezier aan de vogels, de lucht en het water, waarom niet aan de seizoenen? Waarom? Het commentaar van de componist zelf wordt geleverd in de discant van de piano. Maar op de immer repeterende vraag ‘Waarom?’ heeft de componist uiteindelijk ook geen antwoord en aldus eindigt het lied ook muzikaal gezien in een vraagteken.

De bruid die verloren was, is hervonden in het derde lied - ook op een eigen gedicht - van Olivier Messiaen dat tijdens dit recital wordt uitgevoerd. Bail avec Mi is het openingslied uit de cyclus Chants de terre et de ciel uit 1938. De bruid in kwestie is de violiste Claire Delbos, de eerste vrouw van de componist. ‘Mi’ was het koosnaampje dat Messiaen voor haar gebruikte, dit openingslied is aan haar opgedragen. De fysieke, maar ook spirituele verbondenheid tussen componist en geliefde wordt bezongen. De lyrische, maar ook hortende vocale lijn wordt op hoogst individualistische wijze becommentarieerd en onderbroken door de begeleiding. Toch ontstaat er een groeiende eenheid in hun verscheidenheid.

De Waarom?-vraag keert in dit recital nog een keer terug, maar nu in een gedicht van Heinrich Heine in een zetting van August Bungert. En wellicht dat u zich net als bij Rita Strohl afvraagt: 'pardon, wie?'. August Bungert dus, Duitser van geboorte, op voorspraak van Max Bruch enige tijd studerend in Parijs, maar uiteindelijk zijn heil zoekend in Italië en zijn vaderland. Ontmoetingen met Nietsche, Verdi, maar vooral de innige vriendschap met de koningin van Roemenië - die veelvuldig in Italië verbleef - legde hem geen windeieren. Deze koningin publiceerde onder de naam Carmen Sylvia veel poëzie. Bungert schreef een flink deel van zijn liedoeuvre - dat in totaal ruim 360 liederen beslaat - op poëzie van haar hand. Met haar deelde hij onder andere ook een voorliefde voor Griekse mythologie.

De vriendschap met het Roemeense hof leverde Bungert bestaanszekerheid op, plus de vrijheid om te werken aan een enorm muziektheaterproject dat de tegenhanger zou moeten worden van Wagners Ring des Nibelungen. Deze tetralogie Die Homerische Welt bracht Bungert veel erkenning en aanhang, met name onder het meer behoudende, maar tegelijkertijd kosmopolitischer deel van de operaliefhebbers. Er is zelfs sprake geweest van een eigen muziektheater dat zou moeten verrijzen in Bad Godesberg en dat een tegenhanger zou moeten worden van Bayreuth. De geschiedenis beschikte anders, zoveel mag duidelijk zijn. Wie ook maar íets van Bungert wil horen of wil leren kennen zal heel goed moeten zoeken.

Wat dat betreft valt u vandaag met de neus in de boter met drie liederen van Bungert, twee op gedichten van Heine en één op een gedicht van Eichendorff. De Waarom?-vraag waar eerder aan gerefereerd werd, komt aan bod in Warum sind denn die Rosen so blass? Een jongeling vraagt zich af waarom hij verlaten is door zijn lief en niets, werkelijk niets hem meer kan troosten. Romantischer kan het nauwelijks, en de zetting van Bungert voegt zich daar volledig in, waarbij de componist de wrange akkoorden bewaart voor de slotvraag: waarom verliet je mij? Waaróm?

De laatste strofe van Bungerts lied Reinigung refereert thematisch sterk aan Wagners Der Fliegende Holländer: 'Hoiho! hoiho! Da kommt der Wind! / Die Segel auf! Sie flattern und schwelln! / Über die stillverderbliche Fläche / Eilet das Schiff / Und es jauchzt die befreite Seele.' Muzikaal gezien tapt Bungert echter uit een behoudender vaatje zoals zal blijken.

Van totale verrukking is sprake in Bungerts zetting van Eichendorffs Glück. En laten we om af te sluiten de Waarom?-vraag nu wel eens beantwoorden: omdat ik vandaag mijn liefje weer zal zien!

Robert Andriessen

Magnus Walker / tenor
Magnus Walker studeert voor zijn master aan de Royal Academy of Music in Londen en won recent de eerste prijs bij de Joan Chissell/Rex Stephens award for Schumann Lieder. Al tijdens zijn studie trad hij regelmatig op bij de Academy song circle en bracht hij Mario Ferraro’s liedcyclus Songs from a distant Land voor tenor en guitar in première. In 2017 debuteerde hij internationaal als tenorsolist in Brittens War Requiem en is regelmatig te horen als solist in oratoria en opera’s, en als liedzanger. Recent debuteerde hij ook in Wigmore Hall tijdens een concert ter ere van de tweehonderdste verjaardag van de Academy.

Eunji Han / piano
Eunji Han studeerde aan conservatoria in Zuid-Korea, Frankrijk, Zwitserland en in het Verenigd Koninkrijk. Masterclasses volgde ze bij onder meer Graham Johnson, Helmut Deutsch en Hartmut Höll. Haar passie voor hedendaagse muziek bracht haar ertoe Ensemble Dimensions op te richten, waarmee ze werken van jonge componisten in première bracht en een educatief project voor scholen organiseerde. Ook is zij een van de oprichters van Trio André dat klassiek repertoire voor pianotrio met hobo, cello en piano herontdekt. Haar constante onderzoek naar de Franse componisten Lili en Nadia Boulanger leverde haar een televisieoptreden bij Radio Télévision Suisse op. Eunji treedt veelvuldig op in grote concertzalen wereldwijd en tijdens diverse festivals.

Karola Pavone / sopraan
Karola Pavone groeide op in een muzikaal gezin en trad al op haar 17e op als solist. Ze studeerde aan de Musikhochschule in Keulen en vervolgens aan de Göteborg University Opera School in Zweden waar zij cum laude afstudeerde. Daarnaast volgde zij verscheidene masterclasses. Inmiddels heeft zij zich ontwikkeld tot een geliefd en veelzijdig solist en maakte furore met zowel de opera als lied- en kamermuziekconcerten.
Ze vormt al enkele jaren een duo met pianist Boris Radulović, met wie zij in 2019 hun eerste cd uitbracht. In 2021 werden zij een van de twee prijswinnende duo’s tijdens het eerste Young Artist Platform van ons festival.

Boris Radulović / piano
Zijn liefde voor de piano ontdekte Boris Radulović al op jonge leeftijd. Na het afronden van zijn studie vervolgde hij zijn opleiding bij de vermaarde pianist Pierre-Laurent Aimard, wiens invloed een duidelijke stempel op zijn muzikale ontwikkeling heeft gedrukt. Daarnaast volgde hij cursussen bij gerenommeerde musici en won vele prijzen.
Radulović is een veelgevraagd concertpianist die gewaardeerd wordt om zijn elegantie en innerlijke harmonie. Hij boekte successen op podia wereldwijd en vormt met Karola Pavone al enkele jaren een liedduo. Eind 2019 brachten zij hun eerste cd uit. In 2021 werden zij een van de twee prijswinnende duo’s tijdens het eerste Young Artist Platform van ons festival.

locatie
Grote kerkzaal / Zusterplein 12 / 3703 CB Zeist

De warme, ronde stem van Karola Pavone boeide niet alleen met haar vlijmscherpe declamatie; hij gaf blijk van een zeer volwassen muzikaliteit. Ze houdt zich niet bezig met gemakkelijke emoties, maar eerder met de hele wereld van gevoelens die vocaal kunnen worden uitgedrukt.

~ Bonner Generalanzeiger

Boris Radulović’ spel is uiterst precies, rijk genuanceerd en vol expressie.

~ Münsterlandzeitung

De voordracht van Magnus Walker was in muzikaal en tekstueel opzicht helder en tot in de puntjes verzorgd.

~ John Quinn voor Seen and Heard International

Delen met anderen