Muzikale vrijheid meets ‘klassiek’ lied

1000 Ways to Die in a Climate Disaster is het verplichte werk dat alle deelnemende duo’s van het Young Artist Platform uitvoeren. Dit jaar vroegen we Jorian van Nee, die zichzelf uitdrukkelijk pianist én componist noemt, om dat werk te schrijven. Enthousiast vertelt hij over het ontstaan van het werk en de urgentie die hij voelt om klimaatverandering ook in de muziek tot uitdrukking te laten komen: ‘Het is pijnlijk om te zien hoe op dit moment, met de oorlogen die gaande zijn, er blijkbaar belangen zijn die zwaarder wegen dan ons algemeen belang als mens, namelijk de aarde en de natuur.’ Het schrijven van dit lied werkte daarom ook een beetje als een catharsis: ‘Het voelde wel lekker om ook een sneer uit te kunnen delen aan “de grote oranje clown”. Kunst is ook bedoeld om dingen aan de kaak te stellen die mensen mogen onthouden voor de toekomst.’

Donker maar humoristisch

Nadat hij de vraag kreeg om een activistisch nieuw lied te schrijven begon hij te denken vanuit tekst, maar het was niet zo dat hij die eerst schreef en daarna toonzette: ‘Het “deuntje”, het thema, kwam aan het begin van het schrijfproces en daaraan gekoppeld de tekst. Dat motief komt telkens terug en is het beginpunt geweest, maar het kwam van twee kanten: bij meer tekst kwam meer muziek, bij muziek meer tekst. Het was brainstormen over tekst én muziek.’ Wie denkt dat een activistisch lied alleen maar donker is, heeft het mis zegt hij: ‘Toen ik begon was het idee dat het weliswaar een donker, maar ook een humoristisch lied moest worden. Het is een heftig thema over alle manieren waarop je door de klimaatverandering zou kunnen overlijden, maar omdat het een opsomming is van alle mogelijk rampen is het ook zo over de top dat het absurd wordt.’

Een lied als ‘formule’

1000 Ways to Die in a Climate Disaster is een conceptueel werk. Als de deelnemende duo’s aan het Young Artist Platform de partituur ontvangen zien ze niet drie notenbalken: één voor de zang en twee voor de piano. Het is aan hen hoe ze het werk gaan uitvoeren, vertelt Jorian: ‘Het is helemaal vrij en er is niets verplicht. Duo’s mogen zelf bepalen wat ze spelen of zingen en in welke volgorde. Er is veel dat wordt overgelaten aan de keuze van de musici.’ Die vrijheid betekent overigens niet dat hij ze het bos instuurt: ‘Dat zou too much zijn. Ik probeer wel richting te geven zodat het niet helemaal willekeurig is. Het is conceptueel in de zin dat het een “formule” is. Dat vraagt wel een extra denkstap van de musici, want het is geen partituur die je even doorspeelt. Daarom heb ik ook geprobeerd om het muzikale materiaal relatief simpel te houden om het in balans te brengen, ten gunste van de vrijheid die ik de musici wil geven. Als ik ook nog eens heel complex muzikaal materiaal aan de musici had meegegeven vraag ik te veel.’

Weltpremiere

Op donderdag 21 mei klinken dus niet één, maar misschien wel zes wereldpremières van zijn werk. Waar hoopt hij op? ‘Het zullen sowieso zes verschillende versies worden, zelfs al zouden alle duo’s dezelfde keuzes maken. Want het is niet alleen de structuur die vrij is, maar ook de invulling van de thema’s zelf. Ook daar zit ruimte voor improvisatie, want ik geef bijvoorbeeld wel akkoorden aan en een idee van de pianopartij, maar de pianist moet die vervolgens nog wel zelf invullen. Of de zanger krijgt alleen een lijn mee met de tekst en het ritme en de opdracht in welke toonsoort ze het moeten zingen. Ik ben echt heel benieuwd naar al die versies.’

Pianist én componist

 Als componist hoopt hij met dit werk iets teweeg te brengen in de klassieke muziek zodat er meer ruimte ontstaat voor improvisatie en de creativiteit van musici zelf: ‘Ik ben pianist, een mooi vak, maar als componist heb ik het idee dat er meer ruimte is voor een eigen invulling in bijvoorbeeld jazz. De afgelopen eeuw is er een scheiding ontstaan tussen musicus zijn of componist. Mozart, Beethoven, Liszt, Rachmaninov … dat waren allemaal musicerende componisten. Ze konden improviseren. Er is een specialisme ontstaan waardoor je óf musicus bent óf componist. Zelf voel ik dat niet zo. Ik ben pianist én componist. Ik denk dat het je wereld als musicus, maar ook het publiek, enorm kan verrijken als het meer multidimensionaal wordt wanneer niet alles van tevoren vaststaat, maar er ruimte is voor vrijheid.’ Iets een klassiek werk noemen is wat hem betreft dan ook niet meer van deze tijd: ‘Anno 2026 kan klassieke muziek echt van alles zijn: conceptuele werken, reactionaire of romantische muziek … invloeden lopen door elkaar en dat vind ik juist zo fantastisch. Je zou 1000 Ways to Die in a Climate Disaster een klassiek lied kunnen noemen, ook omdat het thema vrij “catchy” is, maar ik plaats mezelf niet in het klassieke genre. Die genres kun je wat mij betreft sowieso beter vergeten.’

Jorian is ook als pianist te beluisteren op zondagmiddag 17 mei. In het recital Het rijzende water vertellen sopraan Noëlle Drost en hijzelf het verhaal van een enkele regendruppel die deel uitmaakt van een steeds groter geheel, tot een verwoestende overstroming aan toe. Beelden van fotograaf en documentairemaker Kadir van Lohuizen, die optreedt als verteller, benadrukken de urgentie van deze muzikale vertelling.

Das schönste liederen kann man bei Internationaal Lied Festival Zeist hören